6 januari 2020

De wijzen uit het Oosten

Bij gelegenheid van het feest van Driekoningen (het verhaal vinden we in het evangelie van Mattëus 2) deel ik graag een gedicht van de Amerikaanse dichter William Carlos Williams, zoals ik het heb gevonden in de bloemlezing "Van God los" (Tielt, 2011, blz. 197-198). Een poëtische mijmering over menswording, over geschenken en over geven en ontvangen en hoe de gever ook kan ontvangen. Een poëtische mijmering ook over de waarheid van een verhaal die zo anders is dan de waarheid van de wetenschap, maar daarom niet minder waar.

DE GAVE

Toen de oude wijzen hun gave brachten
   door een ster geleid
                    naar de nederige geboorteplek

voor de god van liefde
   weken de duivels
                    zoals een oude prent laat zien

in verwarring terug.


Hoe kon een baby iets beseffen
                    van gouden versierselen

of wierook en mirre
   van priesterlijke gewaden
                    en vrome kniebuigingen?


Maar de verbeelding
   kent alle verhalen
                    voordat ze zijn verteld
en kent de waarheid van dit ene
   aan alle ongeloof voorbij.


De rijke gaven
   die niet zo bij een kind pasten
                    en toch vroom werden aangeboden,
stonden voor alles wat liefde kan geven.


Het waren oude mannen
                    wat wisten die
van de noden van een moeder
   of de honger
                    van een kind?

Maar toen ze neerknielden
   werd het kind gevoed.

                    Ze loofden
wat
   ze daar zagen!

                    Een wonder
was geschied,
   hard goud werd liefde,
moedermelk!
   voor
                    hun verbaasde ogen.


De ezel balkte
   de os loeide.
                    Het was hun aard.


Het is ieders aard te loven.
   Je kunt
                    niet anders.


Zelfs de duivels
   loven door te vluchten.
                    Wat is de dood
daarbij vergeleken?


   Niets. De wijzen
                    boden hun gaven
en bogen diep
   om deze volmaaktheid
                    te aanbidden.

Hierbij geen prent met vluchtende duivels, maar een barok meesterwerk van Rubens dat nu in het Prado thuis is.


(afb. gevonden op blog van Leen Huet)




             

3 januari 2020

Woorden die herijken...-J.M.Touw-



Een quote die in deze eerste dagen van het nieuwe jaar kan inspireren tot een 'goed voornemen' voor 2020.

(Quote van Johannes-Maria Touw
gelezen in "De Kovel" nr.60, blz. 69:
beeld: keramiek van Edmund de Waal
"Somewhere and somewhen"
©Galerie Max Hetzler Berlin)


29 december 2019

Twee stemmen bij Kerstmis

Het geheel van kerstverhalen die bij de evangelisten Mattheüs en Lucas te lezen zijn bevatten zo veel elementen die uitnodigen tot bezinning en bevraging van ons eigen leven anno 2019/2020. 
Doorheen de geschiedenis getuigen er duizenden kunstwerken van zo'n bevraging en herijking van dit verhaal naar de eigen tijd. 
Naar aanleiding van Kerstmis hier twee stemmen, een beeldend wereldbekend schilderij en een heel apart weinig bekend gedicht.
Geloven gaat over vasthouden én loslaten, over soepelheid én standvastigheid, over macht én onmacht in ons eigen leven én in de grote wereld. 


(Hugo van der Goes - Portinari triptiek - detail)



TWEE STEMMEN IN EEN WEILAND

   Een melkdistel

Anoniem als cherubijnen
boven de kribbe van God
zweven witte zaden
uit mijn gebarsten dop.
Wat voor macht bezat ik
eer ik leerde zwichten?
Verstrooi mij, grote wind:
ik zal het veld bezitten.

   Een steen

Zo terloops als koemest
onder de kribbe van God
lig ik waar het lot mij bracht
in gras tot aan mijn kop.
Waarom zou ik bewegen? Beweging
past bij een licht verlangen.
De Hemeldrempel zou verzakken
liet men zijn oren er naar hangen.
(Richard Wilbur - in de bloemlezing: Van God los, uitg. Lannoo, Tielt, 2011, blz. 196)

25 december 2019

Kerstmis : feest van het licht in de duisternis

Waar en wanneer Jezus juist geboren is, weten we niet. Maar we vieren dit in de -voor ons westerse gelovigen- donkerste periode van het jaar. 
De christenen hebben het feest van de geboorte van Jezus bewust in de donkerste dagen van het jaar geplaatst om zo te benadrukken dat ze in Jezus het Licht verwelkomen dat alle duister en dood moet/doet verdrijven. 



Bij dit licht-thema een klein vers van Hans Andreus.

Ik weet haast niets meer
van alles wat ik eens heb willen zeggen.
Ik wil haast niets meer zeggen.
Alleen iets van het licht.
(uit : Verzamelde gedichten, uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 1985, blz. 605)

Wat is er te zeggen 
over dat onbevattelijke,  God die mens werd?
Dit verhaal brengt licht en hoop in de wereld, 
of deze wereld nu gelooft of niet, of deze nu wilt of niet.

21 december 2019

Kort voor Kerstmis

KORT VOOR KERSTMIS

Al wordt het buiten nergens wit en stil,
het maakt den ingekeerde geen verschil
als tegen Kerstmis maar binnen zijn ogen
de stilte langzaamaan weer sneeuwen wil.

(A.Roland Holst in: Anton van Wilderode, En het Woord was bij God, Lannoo, Tielt, 1981, blz. 186)
(Pieter Breughel : De volkstelling te Bethlehem -1566)

17 december 2019

God dichten tot Hij openbreekt -15-

De tijd van de advent, die aanloop naar Kerstmis toe, is een tijd van 'in blijde verwachting' zijn. De kerkelijke liturgie roept op tot waakzaamheid. Deze oproep om doelbewust niet te slapen om te letten op de tekenen van de komst van Jezus sluit schijnbaar goed aan bij de hedendaagse obsessie met bewakingscamera's om te waken over de veiligheid van 'de burger'. Deze camera's moeten onze grenzen bewaken (de grenzen van onze eigendommen, van onze luxe). Het eigen territorium moet verdedigd.
De evangelische waakzaamheid  nodigt anders uit, nl. om 'bij' de dingen en 'bij' de mensen te zijn waartussen je leeft en om dààr Gods nabijheid te ontdekken, in een zwangere vrouw, in een pasgeboren baby, in mensen die hun kwetsbaarheid en broosheid niet wegstoppen achter een macho-pose zonder dat ze er ook mee te koop lopen.  Het is een uitnodiging om met meer aandacht bij de anderen te zijn, en zo bij de totaal Andere én zo ook bij je eigen hart. De evangelische bewakingscamera's nodigen uit om juist te kijken over onze eigen grenzen heen en de aandacht te leggen bij wat leeft aan goeds en hoopvol buiten ons territorium.

Daar dacht ik ook aan bij het lezen van dit eenvoudige gedicht van Nobelprijswinnaar Wislawa Szymborska in de mooie bloemlezing "Van God los" (blz. 175) (Lannoo, 2011, samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem).

VERMEER


Zolang die vrouw uit het Rijksmuseum     
in geschilderde stilte en concentratie
uit een kan in een schaal
dag in, dag uit melk giet,
verdient de Wereld
geen einde van de wereld.

11 december 2019

Leegte liefhebben

Midden de commerciële storm voor Kerst en Nieuw met zijn publiciteit voor eten en drinken en cadeau's en midden de feel-good-storm van de aankomende Warmste Week waar in Vlaanderen geen ontkomen aan is, is er een zaad dat wil ontkiemen, een woord dat wil gehoord worden, een zwak vlammetje dat wil branden.
Hoe kunnen we dàt weten? Hoe kan dat kwetsbare toch stand houden in deze stormachtige dagen?
Moeten we niet eerst in onszelf ontdekken hoe ons leven een litteken draagt van tekort en gemis, van onvolkomenheid en armoede, van leegte?
De Libanese dichteres Andréé Chedid (1920-2011) bezingt deze fundamentele leegte. Hier haar gedicht in een Nederlandse vertaling van Lucienne Stassaert en daarna de oorspronkelijke Franse tekst, zoals ik alles vond in de bloemlezing: "Bestaan is een zegen voor mij/Andrée Chedid. Exister m'est propice. Vertaald en van een nawoord voorzien door Lucienne Stassaert. Uitg. P, Leuven, 2015, blz. 51)

LOF VAN DE LEEGTE

Leegte 
Is nodig
Om volheid
Te lokken

Opdat de droom
Zich zou laten verkennen
Opdat de adem
Binnen zou dringen
Opdat de vrucht
Zou ontkiemen
We hebben
Al die holtes nodig

En daarbij wat onverzadigd is.



(Edmund de Waal:
Somewhere and somewhen 2019
Gallerie Max Hetzler Berlijn)


Éloge du vide

Il faut
Du vide
Pour attirer
Le plein

Pour que s'explore
Le songe
Pour qui s'infiltre
Le souffle
Pour que germe
Le fruit
Il nous faut
Tous ces creux

Et de l'inassouvi.