15 augustus 2025

De zwarte Madonna van Halle

 Op dit Maria hoogfeest kijk ik even naar een bijzonder cultusbeeld van Onze Lieve Vrouw, nl. de zogenaamde Zwarte Madonna die al eeuwen lang vereerd wordt in het Brabantse stadje Halle.
(©VisitHalle.be)


Het beeld werd in 1267 geschonken aan Halle door de graven van Henegouwen, die het zelf via via geërfd hadden van Elisabeth van Hongarije (of van Thüringen) (1207-1231). Deze koningin werd tijdens haar leven al bekend om haar onverschrokken zorg voor de zieken en armen en al vlug na haar dood werd ze heilig verklaard.
Het beeld van de zwarte madonna staat in de Sint-Martinusbasiliek, die werd ingezegend in 1410. Vooral nadat in 1489 bij een beleg van de stad stad en kerk gevrijwaard werden van grote vernielingen, werd dit toegeschreven aan de tussenkomst van Maria. In de basiliek ziet men nog de kanonballen die door de mantel van de Madonna zouden zijn opgevangen. De Madonna zelf zou dan zwart geworden zijn door de kruitsporen.
Halle en de Madonna werden vaak ingezet door politieke leiders die bij haar beeld om haar voorspraak baden.
Al deze elementen vinden we terug in een gedicht van Achilles M. Surinx. We lezen er verwijzingen naar deze geschiedenis én we gaan als het ware met de dichter mee bidden bij dit beeld.

HALLE

Ik knielde voor het hoogaltaar en
keek naar je op, Zwarte Madonna.
Jouw gelaat verhulde de zachte ogen van
een moeder met een zogend kind, terwijl
kroon en praalkleed je koninklijk tooiden.

Ik knielde op de uitgesleten stenen trappen,
waar ik sporen voelde van zovelen eerder:
Albrecht, Isabella, Karel en Filips; stout,
schoon of braaf, rijk, mooi of arm; ze waren
altijd blijven komen. Moeders en rijpe dochters
zochten bij jou de troost die ze ontbeerden.
Geuzen en veroveraars werden afgehouden,
getuigen 32 ijzeren ballen uit kanonnen.
Naalden, valken, kwade gedachten,
een gewisse dood, je wist met alles raad.

Verlos mij van mijn vruchteloos verdriet!
Misschien zijn wonderen weer in de lucht,
is er genade voor wonden diep vanbinnen,
mogen oude vrijheden bestaansrecht hebben.
Nooit heb ik te veel gezien, te veel gehoord.

(uit: Surinx, Achilles M., Wat het voorstelt. Gedichten 1989-2017., Wevelgem, uitg. Aleph, blz. 89)

10 augustus 2025

Oproep tot innerlijke vrijheid : Maurice Zundel (1897-1975) -1-

 Op vandaag 10 augustus is het exact vijftig jaar geleden dat de Zwitserse priester Maurice Zundel overleed. Deze eigenzinnige man geraakte in 1923 bevriend met Giovanni Batista Montini (1897-1978), de latere paus Paulus VI. Zundel was sterk beïnvloed door zijn protestantse grootmoeder en protestantse vrienden tijdens zijn jeugdjaren in Zwitserland. Dezen brachten de Bijbel in het leven van Zundel en zo kwam hij al jong tot de ontdekking dat het evangelie vooral een kwestie was van beleven, en niet van kennen. Ook had hij als tiener enkele bijzondere gebedservaringen als doorleefde ontmoetingen met God.
(Maurice Zundel als jonge priester)

Vanuit deze vroege ervaringen leken de scholastiek en de katholieke middelmatige beleving zo onevangelisch. Hij formuleerde zijn bedenkingen vanuit zijn eigen ervaringen en deze werden door vele doorsnee priesters en bisschoppen beoordeeld als op het randje van de ketterij, als het al niet ketterij was. Zo pleitte hij voor godsdienstvrijheid als vers gewijd priester (1922), terwijl pas heel op het eind van het Tweede Vaticaans concilie deze idee werd uitgewerkt in het document "Dignitatis Humanae"(1965). 
Zundel preekte armoede als voorwaarde om evangelisch te leven. Deze uitspraken deden zijn bisschop besluiten hem naar het Dominicaans college in Rome te sturen 'om zijn theologie bij te spijkeren'. In die dagen ontmoet Zundel voor het eerst zijn leeftijdsgenoot Montini. Eenmaal terug in Zwitserland blijft zijn bisschop super wantrouwig. Hij zou gezegd hebben tegen Zundel : 'De Kerk wantrouwt mystici; ze heeft nood aan heiligen.'
Tientallen jaren lang krijgt hij het ene postje na het andere, aalmoezenier nu eens bij religieuzen, dan in scholen, kapelaan in een stadsparochie,... maar nergens krijgt Zundel kansen om zich kerkelijk te ontplooien. Tussendoor verblijft hij even in Parijs en ontmoet opnieuw Montini. Zundel schrijft in de jaren 1930 een eigen catechismus, die echter geen publicatietoelating krijgt van de bisschop. Toch wordt deze gedrukt en verspreid -in de luwte- en later zal paus Paulus VI zelf uit dit werk citeren. Vanaf 1946 wordt Zundel een rondtrekkende predikant, die retraites en voordrachten geeft in het Midden-Oosten, in Frankrijk, Engeland, Duitsland, Italië. 
(G.B.Montini als jonge priester mei 1920)

In 1972 wordt hij door paus Paulus zelf gevraagd om de vastenretraite te preken in het Vaticaan.
Daar, voor een publiek met curiekardinalen en de paus zelf, pleit Zundel om de persoon van Jezus centraal te stellen en niet de organisatie van de kerk. Op het einde van deze retraite vraagt de paus uitdrukkelijk aan Zundel dat deze toespraken zouden uitgegeven worden. In het Nederlands verscheen deze retraite als "Die God, deze mens" (Gooi en Sticht, Hilversum, 1978). 
Het beleven van een relatie met God is begin en einde van elk christelijk leven. Dogma's en kerkelijke organisatie zijn daaraan ondergeschikt. Zoals Zundel het zegt in zijn Vaticaanse retraite :
"Opdat de kerk de geest boeit en het hart van de mensen raakt, is het dus van uitzonderlijk belang dat zij altijd verschijnt als een persoon en nooit als een instituut." (Die God deze mens, blz. 203)
Dit spanningsveld is op vandaag nog altijd heel actueel, een blijvende uitdaging om zich telkens te bekeren tot de God-mens Jezus. Al vijftig jaar overleden blijven de inzichten en inspiraties van deze priester nog altijd hun uitdaging behouden.

4 augustus 2025

Zaaien met tranen

 Wij als christen gelovigen voelen ons verweesd en onzeker in deze tijden waar we ons verhaal met God en Jezus zien afketsen op onverschilligheid, argwaan, vooroordelen en dorre wetenschappelijkheid. Als we ons kleine leven afzetten op de tijdslijn van het Eerste en Tweede Testament en daarna, dan zien we dat gelovigen heel vaak leefden als minderheden in een vijandige omgeving. De situatie in West-Europa tijdens de twintigste eeuw was voor de kerk vrij uitzonderlijk. Tot kort na Wereldoorlog II kon de kerk een zware stempel drukken op de samenleving en deze machtspositie leek haar nogal evident. Nu ontstaat er een situatie waarin de christen gelovigen zichzelf terugvinden waar Christus ze ook zag : als zout (teveel zout is ongezond en verpest de smaak) of als gist (een kleine hoeveelheid kan een brood doen rijzen of bier op smaak brengen), als bron (klein begin van een soms grote stroom). 
Psalm 126 zingt ook deze tweespalt uit : de droefheid omdat de inzet schijnbaar zonder resultaat is en de hoop/het verlangen dat er vruchten zouden zijn voor iedereen. In het eerste deel zingt de dichter over de terugkeer uit ballingschap, maar het tweede deel toont dat dit een wens is, dat de ballingschap nog gaande is. 
Meerdere keren heeft de Nederlandse dichter Huub Oosterhuis vanuit deze psalm geschreven. Een van deze liederen laat ik hier horen, gezongen door de kleinkunstzangeres Lenny Kuhr. "De steppe zal bloeien" gaat over vertrouwen en geloof, over dood en verrijzenis, over overgave en ommekeer.
Maar ook aan het Jezuswoord bij Johannes kunnen we denken : "Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft ze alleen, maar indien ze sterft brengt ze veelvoudig vrucht voort."(Jo. 12,24-25).



31 juli 2025

In Memoriam Jos Stroobants

De Leuvense dichter Jos Stroobants is begin juli op 77-jarige leeftijd overleden. Als dichter, muzikant en beeldend artiest was hij ook betrokken bij de Universitaire Parochie in Leuven en bij gelegenheid schreef hij ook voor de abdij van Keizersberg. In Leuven was ook de uitvaartdienst in de kerk van het begijnhof.
(Jos Stroobants - ©Diepenbeek nu)

In de dagelijkse gebeden van de kerk wordt tijdens de vespers (het avondgebed) altijd weer het danklied van Maria gebeden, het Magnificat (cfr. Lucas evangelie 1, 46-55). Een lied als gelovige  terugblik op de voorbij dag. In 1994 schreef Jos Stroobants een gedicht met de titel "Magnificat". In dankbaarheid voor zijn humane verzen die doordrongen zijn van verbondenheid met de natuur, met de cultuurgeschiedenis en met het God zoeken wil ik nu dit vers delen. Een vers vol van godsverlangen, van vervulling vereend in verwachting, van mens met God verbonden en van God zo menselijk ineen.
Een vers dat voor mij ook een variante is op psalm 139, de psalm waarin de dichter het mysterie van zijn leven geborgen weet in het mysterie van God.

MAGNIFICAT
     een liefdeslied / een huwelijkslied
     op de melodie 'Comt nu met sangh'

"Bladstille nacht, wind over water,
zachter geweld van sneeuw in maart
vogels in mei, herfstregen later..."
Zo ligt jouw stem in mij bewaard:
beelden verzonnen, namen voor jou,
vermoeden ongehoord,
onuitgesproken woord.

Stem die mij zong in den beginne,
die mij gekneed heeft, mij gevormd,
adem in mij, warmte vanbinnen,
stilte en trilling, bries en storm,
blijf in mij woeden, blijf met mij gaan,
plant diep jouw droom in mij,
word onuitroeibaar jij.

Dwars door het dak vallen de sterren,
deuren gaan open, nacht verwaait.
Raak mij voorgoed -dichtbij en verre
hoor ik jouw lied, een vuur dat laait.
Maak mij bewoonbaar, fluister mijn naam
aleer je binnengaat,
mij eind'lijk leven laat.
(uit: Stroobants, Jos, Tijd opent zich als nieuwe wijn. Uitg. P, Leuven, 2021, blz. 68)

27 juli 2025

h3h - A Deeper Shade of Soul - 3 -

 Voor een derde maal wil ik enkele kunstwerken belichten uit de expositie in de kloosterdriehoek van Oosterhout (NL), nog tot en met 3 augustus te zien. Vergankelijkheid, dood en nieuw leven zijn constante thema's in het christelijke leven, want juist de dood en verrijzenis van Jezus staat centraal in het geloof. Meerdere artiesten hebben rond dit thema gezocht naar eigen beelden.
In de kerk van Sint-Catharinadal staat een grote installatie, ontworpen door Jonas Wijtenburg, waarop Vincent de Boer gedurende de duur van de expositie de namen kalligrafeert van alle overleden zusters sedert de stichting van dit klooster in 1271. Zo sluit deze artiest aan bij enkele kloosterlijke gewoontes. De gestorven voorgangers worden op de verjaardag van hun overlijden in herinnering gebracht. Daarnaast hebben tot ver na de middeleeuwen kloosterlingen in hun scriptoria teksten, boeken en documenten overgeschreven. 
(eigen foto)


In de Sint-Paulusabdij heeft Inge van Genuchten in de schuur de installatie "Duin der dagen" opgesteld. Ook deze installatie groeit tijdens de expositie. Er stroomt onafgebroken een straal fijne zandkorrels naar beneden. Op de vloer ontstaat zo een steeds groter wordende duin. In de bijbel gaat het vaak over zand. God belooft Abraham een nageslacht zo talrijk als de zandkorrels aan de zee (Gen. 22,17 ; Gen. 32,13). De psalmist zegt in psalm 139 "Hoe moeilijk zijn uw gedachten voor mij, God, wat een machtig geheel. Ga ik ze tellen, ze zijn zo talrijk als het zand aan de zee."(vertaling : Oosterhuis en van der Plas). Zand is ook symbool voor vergankelijkheid en onstabiliteit, zoals in de vergelijking die we lezen bij Mattheus over het bouwen op de rots of op zandgrond (Mt. 7, 24-27). Deze laatste connotatie doemt ook op bij het zien van de installatie van van Genuchten... we zien een soort reuze-zandloper waarbij de tijd ons ongrijpbaar door de vingers glipt en waarbij wij als mens slechts een nietig korreltje zijn in deze 'Duin der dagen'.
(Inge van Genuchten : Duin der Dagen - eigen foto)


Nog in de Sint-Paulusabdij, in de vroegere pottenbakkerij zijn er een reeks heel aparte kunstwerken te zien van Patrick Neu. Glazen bekers of roemers zijn op zich al heel fragiel, maar de kunstwerken versterken nog het gevoel van broosheid. Met behulp van rook schildert Neu heel accuraat bekende schilderijen na. Bosch, Bouts, Holbein, Rubens met werken als het laatste oordeel of de val der engelen enz... worden teruggebracht tot heel kleine afbeeldingen, uitgekrast in een laagje roet. Hoe vergankelijker kan het nog???
(Patrick Neu - eigen foto)



Het besef van vergankelijkheid en eindigheid geeft aan het leven van de mens een diepere zielskleur. Dat beleven kloosterlingen en artiesten en dat geven ze door in deze bijzondere tentoonstelling.

21 juli 2025

h3h - A Deeper Shade of Soul - 2 -

 Nog tot en met 3 augustus kan je in de heilige driehoek van Oosterhout al wandelend tussen de drie abdijen daar hedendaagse kunst ontdekken die wil aansluiten bij de kloostertraditie en het zoeken naar spiritualiteit, maar die ook wil verbinden met de actualiteit.
Rond het thema "A Deeper Shade of Soul" (een diepere zielskleur) hebben twintig artiesten een werk gemaakt dat wil uitnodigen tot diepgang.
In het klooster van de Norbertinessen, Sint-Catharinadal, kan je in een gangpad naast de kerk beklijvende tekeningen en schilderijen zien van Ceija Stojka (1933-2013), Oostenrijkse Roma die drie nazi- concentratiekampen heeft overleeft. Rond haar vijftigste begon ze haar trauma's te schilderen, stiekem tussen de huishoudelijke werkjes door. De reeks gouaches die worden getoond zijn ofwel heel kleurrijk (Helle Bilder) die sprankelen van levenslust ofwel heel grijs en donker (Dunkle Bilder) die de volkerenmoord van de nazi's op haar volk verbeelden. Op enkele gouaches schilderde ze een Mariakapelletje want vanuit haar geloof dankt zij haar overleving mede aan Maria. Hier een donker beeld, die bij mij ook reminiscenties oproept aan het bekende doek van Vincent van Gogh 'Kraaien over het korenveld'. De link met actuele vervolgingen en kampen is ook gauw gemaakt.
(Ceija Stojka - eigen foto)


In een bijgebouwtje van het Sint-Catharinadal zien we werk van Bronwen Jones die kledingherstel tot kunst verheft. Daarmee sluit ze aan bij de kloosterlijke traditie om duurzaam en niet spilziek te leven. Jones herstelt kleding op een zichtbare, opvallende manier. Voor de kunstenares was het herstellen van een ochtendjas van haar opa en oma ook helend. Na hun dood bleef ze deze herstelde kledij dragen en bleven ze toch nabij in hun afwezigheid.

(Bronwen Jones - eigen foto)


Veerkracht, vertrouwen, herstellen en herwerken: kunstenaars en kloosterlingen verkennen vergelijkbare paden en geven zo een diepere zielskleur aan het leven.


17 juli 2025

h3h - A Deeper Shade of Soul - 1 -

Nog tot en met 3 augustus kan je in het Noord-Brabantse Oosterhout op een bijzondere locatie een bijzondere tentoonstelling zien die een brug bouwt tussen hedendaagse beeldende kunsten en religie.
Op een steenworp van elkaar liggen drie abdijen in de zogenaamde heilige driehoek (h3h) : Onze Lieve Vrouwabdij bewoond door zusters benedictinessen, Sint-Catharinadal bewoond door zusters Norbertinessen en Sint-Paulusabdij gesticht door benedictijnen maar nu bewoond door de communauté du Chemin Neuf. Deze zomer voor de vierde keer wordt een biënnale, een tweejaarlijkse tentoonstelling georganiseerd op de terreinen van deze drie locaties. Na de beginnende edities rond geloof, hoop en liefde is het thema nu A Deeper Shade of Soul (een diepere zielskleur). De titel verwijst naar een popsong uit 1990 van de Utrechtse band Urban Dance Squad. Curator Nanda Janssen verzamelde twintig kunstenaar die elk op hun eigen wijze zochten om bezieling, kloosterleven en actualiteit te verkennen en te vervlechten.
Zo'n tentoonstelling biedt een verscheidenheid waarbij de ene bezoeker meer geraakt wordt door dit en de andere door dat. Hier en in volgende berichten enkele indrukken over deze veelkleurige expositie die zoekt naar een diepere zielskleur. 
De locatie ligt op 70 km. boven Antwerpen en op slechts 50 km. boven Turnhout. Een daguitstap vol uitnodigingen om nieuw te kijken en kleur te zoeken in ons leven.

(foto : Marc Deconinck)

De Onze Lieve Vrouweabdij is een slotklooster en de zusters stellen voor de h3h-biënnale hun tuin open. Kunstenares Jenna Kaës vroeg aan de zusters een passende tekst te kiezen om op de tijdelijke toegangspoort naar de kloostertuin aan te brengen. De zusters kozen een tekst van de middeleeuwse mystica Hadewych, nl. een gedicht waarvan de eerste regel nogal eens wordt geciteerd. Via dit gedicht nodigt de artieste (en met haar de zusters) wie de kloostertuin binnenstapt uit om zich bewust te worden van een grotere dimensie waarbinnen ons leven zich afspeelt. 

Een fragmentje uit het gedicht XXII van Hadewych:


Alle dinghe syn my te inghe       

 
(detail poort - eigen foto)
Alle dinghe
 
Syn mi te inghe!
 
Ic ben soe wyt!
 
 
 
Om een ongescepen
 
Hebbic begrepen
 
In ewigen tyt.
 
 
 
Ic hebt gevaen.
 
Het heeft mi ontdaen
 
Widere dan wyt!
 
 
 
Mi es te inghe
 
Al el!
 
Dat wetti wel
 
Ghi dies oec daer syt.


De componist-muzikant Cosmo Sheldrake nodigt tijdens de wandeling in de tuin ons uit naar de diepe oceanen. We horen een compositie van hem gebaseerd op de geluiden die bijvoorbeeld walvissen, bultruggen of orka's maken. Deze muziek vervlecht de zorg voor het klimaat en het bedreigde leven in de oceanen met de gedragen stilte van het benedictijnse leven. Ik zie ook een verband met de inzet die wijlen paus Franciscus bepleitte voor onze planeet  in o.a. zijn encycliek 'Laudate Si'. De compositie van Sheldrake is ook als het ware een hedendaagse muzikale variatie op de uitnodiging van Jezus tot zijn apostelen : 'vaar nu naar het diepe' (Lc 5,4). Vertrouw erop dat je zult leven dank zij de weidse zee. 



Tweemaal een wijdheid die aansluit bij het diepmenselijke verlangen naar onbegrensdheid. Twee maal een verklanking van een diepere zielskleur die verborgen zit onder de grijsheid van onze kleine willetjes.