14 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 2 -

 In vorig bericht kon je kennismaken met Jonathan Sacks die ons het concept liminaliteit verduidelijkt heeft. Drempelervaringen kunnen een communitas doen ontstaan waarin rol, rang, status en functie wegvallen en waar we achterblijven zonder masker en toegeschreven identiteit. 
In zijn bespreking van het boek Genesis noemt Sacks de figuur van Jakob de man van de nacht. "In de nacht ontvangt hij zijn grootse visioen van de ladder en de engelen. In de nacht worstelt hij met een onbekende tegenstander. Hij sterft in ballingschap, aan het begin van de lange, donkere nacht van slavernij. Jakobs grote kracht is dat hij niet opgeeft." (Sacks, Jonathan, Genesis, boek van het begin, blz. 158)
Na een ruzie met zijn broer Esau moet Jakob vluchten voor de wraakzucht van zijn broer. Hij wil zijn toevlucht zoeken bij zijn oom Laban. 
   "Op zijn tocht kwam hij bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenen 
    die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die 
   op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhooggaan en afdalen. Ook zag hij de HEER bovenaan staan...
  Toen werd Jakob wakker. 'Dit is zeker', zei hij, 'op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.' Eerbied vervulde hem. 'Wat een ontzagwekkende plaats is dit,' zei hij, 'dit is niets anders dan 
  het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn." (Genesis 28,11-17)
Sacks (*) leest hierin dat Jakob zich in een liminale ruimte bevindt, een overgangsgebied tussen het huis waarvan hij wegvlucht en de bestemming die hij nog niet heeft bereikt. 
Jakob is alleen, op reis, in de nacht zoals 22 jaar later opnieuw zal gebeuren wanneer hij met een vreemdeling zal worstelen. Jakob wordt gevormd door deze liminale ontmoetingen, wanneer hij het meest kwetsbaar is en open staat voor het onverwachte.
Sacks benadrukt dat in de Joodse traditie de ladder uit Jakobs droom in verband wordt gebracht met het gebed. Wij die bidden staan op aarde, maar onze gebeden reiken tot aan de hemel. Er bestaat een dieptestructuur van het gebed : omhooggaan - staan in de Aanwezigheid - afdalen. Het gebed is een ladder die reikt van de aarde tot de hemel. Langs deze ladder van woorden, gedachten en gevoelens verlaten we geleidelijk de zwaartekracht van de aarde. Vanuit de wereld rondom ons, die we met onze zintuigen waarnemen, bewegen we ons naar bewustwording van wat de aarde te boven gaat: de Schepper van de aarde. Aan het einde van deze opgang staan we in ons volle bewustzijn in de aanwezigheid van God. Daarna keren we langzaam naar de aarde terug, naar onze aardse beslommeringen, naar de arena van acties en interacties waarin we leven. Maar wanneer het gebed zijn werk heeft gedaan, zijn we niet meer dezelfde als ervoor. Want we hebben, net als Jakob, ervaren dat God op deze plaats aanwezig is zonder dat we het wisten.
Toen Jakob uit zijn droom ontwaakte, besefte hij : God is op deze plaats. De hemel is niet ergens anders maar hier - zelfs als we alleen zijn en bang. We hoeven het alleen maar te beseffen. En we kunnen engelen worden, Gods vertegenwoordigers en gezanten.
In de expo in ABBY kan je een kopergravure zien van de droom van Jakob naar Maarten de Vos (ca. 1580).
De commentaartekst in de bezoekersgids gaat wel heel kort door de bocht door te stellen dat voor christenen deze ladder een lineaire weg is naar verlossing. De meeste christelijke spirituele meesters benadrukken dat de geestelijke groei nooit tot een verworven niveau komt, telkens weer kan je als het ware van de ladder naar beneden tuimelen. Het beeld van de ladder is wel een dankbaar pedagogisch hulpmiddel om zoekende gelovigen te inspireren.
(eigen foto)


In een tentoonstelling over onze liminale tijden past dus zeker deze uitbeelding van de drempelervaring van Jakob en zijn ladderdroom.


*hier volg ik in grote lijnen wat Sacks schrijft in zijn commentaar van Genesis, blz. 157 e.v.)

8 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 1 -

 Nog tot 1 maart kan je in het Kortrijkse museum ABBY de tentoonstelling Faith No More. Rituals for Uncertain Times bezoeken. Het is een boeiende tentoonstelling die laatmiddeleeuwse kunstwerken naast eigentijdse artefacten plaatst vanuit de idee dat wij nu, zoals in de late middeleeuwen, in onzekere tijden leven. 
We lezen in de bezoekersgids: 
"Klimaatverandering, oorlogen, spanningen tussen landen, razendsnelle technologische veranderingen en sociale onrust zorgen ervoor dat velen zich verloren voelen. Soms lijkt het alsof we afglijden naar een apocalyptisch toekomstbeeld. (...) Eeuwenlang bood religie een kader om het leven te begrijpen... Vandaag is die vanzelfsprekende rol van religie verdwenen. Waar vinden we nu nieuwe vormen van houvast, verbondenheid en hoop? Hoe geven we onze angsten en verlangens een plek? Deze tentoonstelling vertrekt vanuit die zoektocht."
In de antropologie zou men zeggen dat we ons bevinden in een liminale ruimte, dit is een overgangsgebied tussen twee afgebakende ruimtes. Deze ruimtes kunnen zowel fysiek zijn (vb. gangen, trappenhuizen, bruggen,...) als symbolisch (vb. overgangsrituelen zoals studentendoop, huwelijksviering, priesterwijding,...). Liminaliteit is dus een overgangsfase tussen het oude en het nieuwe. Liminaliteit betekent dat men zich tussen twee werelden bevindt of op de drempel van een overgang. De term liminaliteit is immers afgeleid van het Latijnse limes, wat drempel betekent.
(Victor Turner
©Department of
Antropology
University
of Virginia)

De Franse etnoloog Arnold van Gennep (1873-1957) bestudeerde onder andere de overgangsrituelen zoals die vorm kregen in de folklore. De Schotse culturele antropoloog  Victor Turner (1920-1983) werkte bepaalde ideeën van van Gennep verder uit, vooral over de liminale fase.
De gehele tentoonstelling in ABBY zou je gerust ook kunnen de titel meegeven : leven in een liminale ruimte. 
De Joodse rabbijn Jonathan Sacks (1948-2020) was een geestelijke en filosoof én tot aan zijn dood lid van het Britse Hogerhuis. Hij heeft het n.a.v. zijn commentaar op het Bijbelboek Genesis en de figuur van Jakob ook over liminaliteit. Daarover zegt hij: 
"Liminaliteit is de ruimte tussen twee toestanden of gebieden, tussen
(Jonathan Sacks
©ABC News)

waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat. Het staat voor overgangssituaties die worden gekenmerkt door onzekerheid en kwetsbaarheid. Turner betoogt dat liminaliteit licht werpt op het fundamentele onderscheid tussen maatschappij (een plaats met structuur en hiërarchie waarin iedereen zijn of haar rol heeft) en 'communitas' (een gemeenschap van aan elkaar gelijke individuen). Liminaliteit is een ervaring van communitas, waarbij rol, rang, status en functie wegvallen en we zonder uiterlijke kenmerken achterblijven als ziel of zelf, zonder masker of toegeschreven identiteit."
(Sacks, Jonathan, Genesis, boek van het begin, uitg. Skandalon, Middelburg, 2020, blz.162 voetnoot 5).
Vanuit een cultureel antropologische hoek mogen we zeggen dat onze wereld zich in liminaliteit bevindt, een overgangstijd waarin de maatschappij als vormgevende structuur verbrokkelt en we op zoek zijn naar communitas van gelijke, zoekende individuen, op de drempel van een nieuwe tijd.
In volgende berichten wil ik vanuit deze achtergrond enkele kunstwerken uit de tentoonstelling nader bekijken.


2 januari 2026

Nu het oude jaar voorbij is...

Das alte Jahr vergangen ist;
Wir danken Ihr, Herr Jesu Christ,
Dass du uns in so gross Gefahr
Bewahrt hast lange Zeit und Jahr."

Dat is de eerste strofe van een Luthers koraal voor bij de jaarwisseling. Johann Sebastian Bach heeft deze tekst meerdere keren aangegrepen, twee keer voor een vierstemmige koraalversie en een maal voor een orgelbewerking.
De jaarwisseling biedt gelegenheid tot melancholisch of anderzijds terugblikken op het voorbije jaar en tot hoopvol bidden voor een gezegend nieuw jaar. In de orgelbewerking van Bach klinkt een reflectie op de vergankelijkheid van de tijd.
Hieronder kan je een bewerking horen voor piano vierhandig, gemaakt door de componist Gyorgi Kurtag en gespeeld door Esther Ropon en Ernst Surberg.


Een bijzondere anekdote over dit koraal is vermeldenswaard.
Bach schreef dit werk in het protestantse Weimar, maar enkele kilometer verder ligt het toen katholieke Erfurt, dat relatief tolerant was voor protestanten. In 1712 ontstond een conflict over dit lied.
Een groep protestantse schooljongens stapte al zingend door de stad en zong deze koraal. Juist als ze voorbij het huis van een katholiek passeerden zongen ze uit volle borst de derde strofe, met daarin deze woorden : 'bescherm ons, Heer, voor de pauselijke leer en afgoderij'. Was het toeval of was het kwajongensopzet? 
Hoe dan ook, dit viel in verkeerde aarde. Dit was de start van een jarenlang conflict over godsdienstvrijheid, belediging en dit lied.
Maar laat ons hier het houden bij de eerste (zie hierboven) en tweede strofe die als volgt klinkt :
"Wij bidden u, o eeuwige Zoon
Van de Vader op zijn hoogste troon,
Wil toch uw arme christenheid
Bewaren voor alle tijd."

29 december 2025

Kerstmis géén idylle

 De zeemzoete muziekjes in elk stadscentrum, de overdaad aan lichtjes én aan eet-en drinkkramen, de schaatspistes en ander plezier willen misschien doen vergeten dat het kerstverhaal (ooit de aanzet van heel dit commercieel en citymarkteting circus) géén idylle is.
(Beate Heinen : Flucht 1979
©Beate Heinen)


In het meest recente nummer van het monastieke tijdschrift "De Kovel" rond het thema incarnatie citeert Peter Nissen de Duitse pastoraaltheologe Hildegund Keul :
"De kerststal is geen idylle, geen utopie van een perfect gezin met decoratieve accessoires zoals zachtaardige herders, juichende engelen, beeldschone vrouwen en rijkelijk versierde koningen. De protagonisten vertolken veeleer aangrijpende dingen over hoe God en de mensen omgaan met de kwetsbaarheid  van het menselijk leven. Kerstmis maakt van 'kwetsbaarheid' het sleutelwoord van de christelijke godsdienst."

God kwam in de wereld als dakloze (er was geen plaats in de herberg Lc. 2,7) en werd na korte tijd ook een vluchteling (vlucht naar Egypte Mt. 2,13-23) ...
En wij nu!!!
Over de menswording van God, de incarnatie, zijn er in het laatste nummer van "De Kovel" boeiende artikels te lezen, zoals dit korte citaat al aangeeft. In deze kersttijd aan te bevelen lectuur.

25 december 2025

Nu komt de Heiland

 Vredevol kerstfeest gewenst aan ieder die dit bericht leest,
toevallige passant of regelmatige bezoeker van deze blog.

(glasraam met kerstscène
in de kerk van Ter Kameren Brussel
  eigen foto)


Op zo'n dag past feestelijke muziek van J.S. Bach.
Een trio voor orgel BWV 660 gebaseerd op een courant
adventslied in lutherse kringen : Nun komm, der Heiden Heiland,
gespeeld door Dimitri Ushakov.


Daarbij nog een vers van Erik Van Ruysbeek 
over Bach en over vrede...

BACH

Onpeilbare, ondoordringbre vrede
weeft aureolen om elk ding
van innige tonentinteling
en wijdingsvolle murmlende gebeden.

Het orgel speelt. De tijd is weggegleden,
achter haar sluiers schuilt herinnering,
een tijdloos nu ruist zonder rimpeling
doorheen de ruimten en de zekerheden.

O rust der volle ziel, eenheid van 't leven
in 't onverstoorbaar evenwicht van 't lot,
mij werd uw klaar bezit nog niet gegeven

noch de gena van een sereen genot.
O vrede, daal in mij en laat mij hoger zweven
van alle smart ontdaan in 't evenwicht van God.
(uit: Was alles maar Bach. Zesenveertig gedichten over Johann Sebastian bijeengebracht door René Smeets., uitg. P, Leuven, 2021, blz. 66)

18 december 2025

Nova et vetera - expo Abby - 4 -

 In deze advent wil ik nog een keer mij laten aanspreken via de tentoonstelling Faith No More. Rituals for Uncertain Times, nog tot 1 maart in Kortrijk, in het nieuwe museum ABBY.
De advent zet een aantal Bijbelse personages centraal, waaronder Maria. Niet zo verwonderlijk als het gaat over leven in verwachting. 
De vrouw baart leven, zonder vrouwen geen menselijk leven.
In die zin zijn vrouwen levensbelangrijk...en toch blijft het een moeilijk gegeven in kerk en in samenleving.
De expo in Kortrijk toont via de christelijke iconografie een aantal verbeeldingen van Maria, de moeder van Jezus en via de hedendaagse kunsten een aantal strijdbare vrouwen, Marina Abramovic, op kop.
De feministe Abramovic toont zichzelf op een foto met een pasgeboren vrouwelijke baby. Ze presenteert zich als een Maria met kind en noemt de foto "Godmother". Deze foto doet nadenken over religie, gender en de kracht van symbolen. Abramovic wil ons blijkbaar zeggen: gij als toeschouwer, weet dat je leven je is gegeven dank zij/via een vrouw. En door gebruik te maken van de christelijke symbolen daagt ze de gelovigen  uit om na te denken over de rol van vrouwen binnen de christelijke religies.
(Abramovic : Godmother - eigen foto)



Even verderop hangt een schilderij (ca. 1620) van een onbekende Antwerpse schilder "Maria op de maansikkel". Ze vertrapt de draak. Dit tafereel verwijst naar het boek der Openbaring waarin we kunnen lezen : "Er verscheen in de hemel een indrukwekkend teken : een vrouw die met de zon bekleed was, de maan onder haar voeten had en een kroon van twaalf sterren droeg." (Apoc. 12,1). Deze vrouw staat op het punt te bevallen. En enkele verzen verder verschijnt een draak die dreigt het pasgeboren kind op te eten.
Op het schilderij geen kroon van twaalf sterren, maar een draak die verpletterd wordt door de vrouw. De vrouw in deze scène werd gezien als een beeld voor de kerk, die altijd weer bedreigd wordt én als een beeld voor Maria.
Langs deze centrale afbeelding zijn er twee keer vier voorwerpen afgebeeld in een cirkel. Deze verwijzen naar een aantal Mariatitels zoals die gebruikt werden en worden in het litaniegebed voor Maria. We zien verwijzingen naar titels als : Toren van David, Ivoren Toren, Mystieke Roos, Heerlijk vat van godsvrucht, Spiegel van gerechtigheid. 

(Maria op de maansikkel ca. 1620 - eigen foto)


Geloof moet zich altijd vernieuwen en herbronnen. De persoonlijke en maatschappelijke evoluties dagen ons uit het geloofsverhaal te lezen met hedendaagse ogen. De tentoonstelling Faith No More.  Rituals for Uncertain Times kan daarbij inspireren.
Waar in de devotionele traditie de maand mei de Mariamaand is, kan je de Advent gerust ook een sterke Mariatijd noemen, een samen met Maria verwachtingsvol uitkijken naar de geboorte van haar kind.

12 december 2025

Nova et vetera - expo Abby - 3 -

 In deze advent bereiden we ons voor op de komst van Christus. Het is een tijd van verlangen. Dit verlangen kunnen we voeden met verhalen over heling en verbinding en met dromen over een nieuwe wereld voorbij haat en oorlog. In deze adventtijd wordt er vaak voorgelezen uit de profeet Jesaja. 
"Maar opschieten zal een twijg uit de tronk van Jesse,-
een scheut uit zijn wortels zal bloeien.
Rusten zal op hem de geest van de Ene,-
een geest van wijsheid en verstand,
een geest van beraad en sterkte,
een geest van kennis en ontzag voor de Ene.
(...) Geringen zal hij richten met gerechtigheid,
in oprechtheid zal hij vonnis vellen voor
de gebogenen op aarde. (...)
Te gast zal zijn een wolf bij een schaap,
een panter vlijt zich neer bij een bokje;
kalf, leeuwenwelp en mestvee tezamen :
een kleine jongen zal ze drijven." (Jesaja 11, 1-2,4,6
 - Naardense Bijbelvertaling)
Een nieuw koningskind wordt aangezegd dat zal zorgen voor een vredevolle samenleving. De dieren die worden opgevoerd moeten dit verlangen naar een harmonieuze maatschappij zonder onrecht poëtisch verbeelden. 
Aan deze profetische passage dacht ik bij het bezoek aan de tentoonstelling Faith No More. Rituals for Uncertain Times in Abby (Kortrijk - nog tot 1 maart 2026) bij het zien van een fotoreeks over de performance van Joseph Beuys (1921-1986) in 1974 New York. 
De kunstenaar laat zich opsluiten gedurende drie volle dagen in een kooi samen met een coyote. Voor de oorspronkelijke bevolking van Amerika is de coyote een heilig dier dat zich kan verplaatsen tussen de fysieke en de spirituele wereld. Beuys had zichzelf in grijs vilt gewikkeld en hield een staf bij. Op het einde van deze drie dagen omhelsde Beuys de coyote. Er was een soort verstandhouding ontstaan tussen mens en dier. Over deze performance kan je ook meer lezen op het internet onder anderen via deze link naar een artikel uit het monastiek tijdschrift De Kovel (nr. 69, september 2021 : https://dekovel.org/wp-content/uploads/2021/11/102904_De-Kovel-69_Resonanties.pdf).
(©LargeGlass)


Ergens anders in dezelfde expo toont een andere Duitse kunstenaar wat er van onze wereld wordt als wij het dierlijke in ons loslaten zonder voeling met onze bodem van verlangen en zonder besef dat wij als mens allemaal 'maar' mens zijn. Uit de 50-delige reeks etsen 'Der Krieg' (1924) van Otto Dix (1891-1969) zijn er in Kortrijk 21 te zien.
( Otto Dix : uit reeks Der Krieg - eigen foto)


Kunstenaars en profeten helpen de brug te bouwen tussen onze fysieke, kwantificeerbare wereld en de wereld van het diepmenselijke verlangen naar heling die aan alle meetbaarheid voorbij gaat. Dit verlangen naar heelheid koesteren is advent ten volle beleven.