29 oktober 2020

2020 Beethovenjaar

 250 jaar geleden werd in Bonn Ludwig von Beethoven geboren, iemand die zou uitgroeien tot een van de belangrijkste klassieke componisten. Op een heel onverwachte plek kwam ik hem enkele dagen geleden tegen.

Omdat in deze herfstige coronatijden het niet altijd kommer en kwel moet zijn, laat ik je meelezen uit het 'geestelijke dagboek' van de Amerikaanse trappist Thomas Merton "Conjectures of a Guilty Bystander".  Dit werd in het Nederlands vertaald en uitgegeven als "Oplettende toeschouwer" (Desclée De Brouwer, Brugge, 1969). Naast vele diepgravende, essayachtige bedenkingen over zijn tijd (periode 1957-1966) met thema's als de bewapeningswedloop, de spanningen tussen Amerika en de Sovjet-Unie, de vredesbeweging, de industrialisatie, zijn er ook terloops wat alledaagser  thema's zoals het weer of het dagelijkse leven in het klooster waar hij leefde (Abdij Gethsemani in Kentucky). Van tijd tot tijd lees ik enkele bladzijden uit dit dagboek (met zijn ongedateerde korte teksten) dat mij altijd weer verbaasd omdat het toch zo actueel blijft en omdat Merton zo scherp de menselijke geest blootlegt.  Vanuit de stilte van de abdij was hij inderdaad een zeer oplettende toeschouwer. Maar zo kwam ik ook Beethoven tegen...



"Er wordt muziek gemaakt voor de koeien in de schuur waar ze gemolken worden. Regels werden vastgelegd en bevestigd: er zou voor de koeien enkel gewijde en geen "klassieke" muziek gespeeld moeten worden. De muziek moet er zijn opdat de koeien meer melk zouden geven. En gewijde muziek om de ingetogenheid van de broeders die in de schuur werken, te vrijwaren. Het is nu al een hele tijd dat er gewijde muziek wordt gespeeld in de schuur waar gemolken wordt. Maar de koeien hebben niet méér melk gegeven. En de broeders waren niet ingetogener dan te voren. Ik geloof dat de koeien nu gauw naar Beethoven zullen mogen luisteren. Wij zullen dan klassieke, wellicht wereldlijke melk krijgen en de abdij zal floreren."

En dan heeft hij later deze notitie aangevuld.

"(Later: Het was zo. Alle heuvels dreunen van Beethoven. De abdij heeft gefloreerd. Maar de broeder die voor de muziek moest zorgen, ging weg." (Oplettende toeschouwer, blz. 195)

24 oktober 2020

Winteruur : donkere dagen

 Dit weekend schakelen we over van zomeruur naar winteruur. Het wordt 's avonds vroeger donker terwijl dit op zich al de donkerste periode van het jaar is. Bij deze gelegenheid twee teksten over licht en geloof, twee teksten van een totaal verschillende orde maar die in mijn aanvoelen toch elkaar goed aanvullen.
Er is eerst de Nederlandse dichter Hans Andreus met een gedicht uit zijn bundel "Om de mond van het licht" .


Het licht
beweegt de mensen,

het licht beweegt 
met de mensen
er tegenin
mee,

blijft
de omgekeerde
richting aangeven.

(Andreus, Hans, Verzamelde gedichten, uitg. Bert Bakker, 1985, blz. 844)

En dan de twee tekst is een citaat uit de pauselijke omzendbrief Lumen Fidei (Het licht van het geloof), een brief die is ontworpen door paus Benedictus XVI maar voltooid en uitgebracht door paus Franciscus. Uit dit schrijven van 2013 een korte passage die zeker in deze Covid-19 tijden mag gehoord worden.
"Het geloof is geen licht dat heel onze duisternis verdrijft, maar het is een lamp die onze schreden begeleidt in de nacht, en dat is voldoende voor de weg die we moeten gaan. God biedt de lijdende mens geen redenering aan die alles verklaart, maar geeft zijn antwoord in de vorm van een begeleidende aanwezigheid en een geschiedenis van het goede, die zich verbindt met elk lijdensverhaal om daarin een deur naar het licht open te zetten." (uit: Het licht van het geloof, uitg. Betsaida, 2013, nr. 57, blz. 116-117)

Nu het winteruur ingaat en voor vele mensen in deze ongewone corona-tijden alles donkerder wordt dan ze ooit hadden voor mogelijk gehouden, mogen we onze hoop blijven stellen op God, het licht dat ons begeleidend nabij wil zijn. 

17 oktober 2020

Als God ons thuisbrengt...

De Nederlandse dichter en priester Huub Oosterhuis (°1933) bewerkte een aantal psalmen tot liedteksten die dan vaak succesvol op muziek werden gezet door Bernard Huijbers. Zo'n héél bekend lied is de omtaling van psalm 126 : Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.

(eigen foto van 
expostie Marc Deconinck)
Dit psalmlied willen we graag interpreteren als een belofte voor het hiernamaals of voor een verre toekomst, nadat we eerst gezwoegd hebben en allerlei onheil hebben verdragen. De Joodse interpretatie van de Thora en andere geschriften wil nooit ingaan op deze verleiding van een leven na dit leven. Alle Bijbelse teksten willen altijd aanzetten om het heden om te vormen tot meer humaniteit. Dus nu zeker en vast ook: in deze Covid-19 tijden voelen we ons in ballingschap, ver weg van ons gewone doen, verbannen naar een land van moeras en mist. We voelen ons ook voor een deel dakloos, onbeschut tegen wat komen kan. In de tentoonstelling "Thuiskomen" met schilderijen van mijn echtgenoot, Marc Deconinck, [te zien in de Rodenburgkapel in Marke(Kortrijk) (Cisterciënzerplein- Karel Van Manderstraat)] kunnen we misschien onze eigen kwetsbaarheid in deze coronatijden herkennen. 
Deze expo kan ons doen beseffen dat we nu, in onze samenleving, kunnen thuiskomen uit onze ballingschap als wij de dakloze en behoeftige medemens ook een onderkomen en ondersteuning aanbieden, als wij de onrust van anderen onderdak bieden door onze luisterbereidheid en onze hoop.  Dus een expo de moeite waard...
Nog te zien op zaterdag 17 en 24 en op zondag 18 en 25 oktober, telkens van 15u tot 18u. Een deel van eventuele verkoop gaat naar vzw. De Kier van Kortrijk.

 

9 oktober 2020

Ik was dakloos en je hebt mij onderdak geboden...

In het Jezusverhaal dat Mattheus vertelt is de ultieme afweging die Jezus maakt om iemand al dan niet tot zijn volgelingen te rekenen niet hoeveel godsdienstige oefeningen je hebt gedaan (gebeden, vieringen, ...) maar hoe je hebt gehandeld ten aanzien van de onaanzienlijken van onze aarde.  In een didactisch duidelijk beeld, in een klare communicatie zegt hij dat op het einde van de rit er twee groepen zullen zichtbaar worden, hij noemt ze de schapen en de bokken. De schapen mogen aan de rechterkant gaan van de Vader. Jezus zegt dan: "Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen : Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk. ...Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op, ik was naakt en jullie kleedden mij." Als ze dan vragen waar of wanneer ze hun koning zo zagen zal de koning hun antwoorden : "Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusgters, dat hebben jullie voor mij gedaan." (Mat. 25, 34-40 passim)

Om ons te beschermen tegen de wisselvalligheid van de natuurelementen kleden wij ons en bij uitbreiding is het huis van iemand haar of zijn tweede 'kleed'. Daarom zetten vele christenen zich dagdagelijks in voor mensen zonder thuis of zonder dak boven hun hoofd.  Want iemand onderdak bieden is als het ware hem aankleden om zo zijn naaktheid te bedekken. Zo'n organisatie is vzw De Kier in Kortrijk. Op donderdag 22 oktober om 19u30 organiseert deze groep een informatieavond over daklozen in de Rodenburgkapel in Marke (Karel van Manderstraat). Wie wil kan zich inschrijven via deze link: https://dekier.weebly.com/activiteiten.html

                                  

                          Aanleiding van deze avond is een tentoonstelling rond het thema
"Thuiskomen" met schilderijen van Marc Deconinck. Tijdens de lock down schilderde hij heel wat werken rond daklozen. Juist in de periode dat iedereen in zijn kot moest blijven én dat net die groep mensen géén kot hebben. Hoe doe je dat dan??? Deze expo is een aanrader en bij eventuele verkoop van werken is een deel van de opbrengst ten voordele van vzw De Kier.


Op de affiche vind je alle informatie over de tentoonstelling en op de website van de artiest  http://www.marcdeconinck.com/342-2/ kan je al even rondneuzen hoe zijn werk eruit ziet.


3 oktober 2020

Een uitgestoken hand...

 Enige jaren geleden had ik het genoegen op bezoek te mogen in het atelier van de toen al stokoude priester-dichter-beeldhouwer Omer Gielliet in Breskens (Zeeland - Nederland)(°1925-+2017). Vrienden hadden voor deze -aangename- verrassing gezorgd. 

Al grasduinend in mijn foto-archief kwam ik opnieuw uit bij deze bijzondere figuur. Vorig jaar in april bezocht ik de begijnhofkerk in Brussel en daar was werk van Gielliet te zien, nl.  een sculptuur en een meditatie bij dit beeld. 

Tegenover polarisatie en elk ander doodmeppen met slogans en eigen gelijk past slechts één antwoord: dialoog, luisteren en een uitgestoken hand.




 



26 september 2020

Onze kwetsbaarheid blootgelegd

 In deze Covid-19-tijden wordt op een ongenadige manier onze menselijke kwetsbaarheid blootgelegd. Deze kwetsbaarheid lag ondergesneeuwd onder een tapijt van vertrouwen in wetenschap en 'vooruitgang' (wat dat ook moge inhouden).Onze menselijke grootsheid tonen wij nu niet alleen door onze geavanceerde zoektocht naar een vaccin maar ook door onze zorgzame omgang met onszelf en met elkaar. Hoe we met deze paradoxale spanning van zwakheid en waardigheid kunnen leven is ons voorgeleefd door Jezus en is een uitdaging voor ieder van ons...

Sommige hedendaagse kunstenaars slagen erin ons dit op een heel beeldende manier te tonen, zonder dat het Jezus-verhaal expliciet getoond of vermeld wordt. Zo de Amsterdamse kunstenares Marie-Luc Grall met een werk op japans papier (100 x 180 cm) getiteld: Presence-Absence. De ribbenkast zonder longen en de naar omhoog reikende handen maken dit werk voor mij actueel: corona tast de longen aan en die altijd te ontsmetten handen vragen of bieden hulp...


(©Marie-Luc Grall in Eeuwig kwestbaar, blz. 83)


Dit werk was te zien in een tentoonstelling in 1997, georganiseerd door de Theologische Faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen. In de bijhorende catalogus schrijft de artieste over dit werk nog het volgende : 

"In het werk dat ik hier presenteer heb ik in zekere zin een beleving van de werkelijkheid, of juist de afwezigheid van werkelijkheid, in beeld gebracht. De getekende en geschilderde vormen verwijzen enerzijds naar resten, flarden of overblijfselen, dus naar iets dat al geweest is, en anderzijds naar wat nog aan het ontkiemen is. De vormen hebben hun volmaakte staat al achter zich gelaten, en tegelijkertijd zijn ze er nog niet. De wolken op de achtergrond staan, net zoals in de religieuze schilderijen van El Greco, voor een verlangen naar spiritualiteit en transcendentie. Met mijn werk wil ik bij de toeschouwer een emotie te weeg brengen die door alle elementen van het werk (ondergrond, presentatie, vormen) wordt gevoed. Door de kwetsbaarheid van het papier bijvoorbeeld wordt naast het zien ook het zintuig van het voelen geprikkeld en daardoor een aspect van de werkelijkheid ervaren." (uit: Eeuwig kwetsbaar. Hedendaagse kunst en religie. uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 1997, blz.82)

18 september 2020

God dichten tot Hij opengaat - 17-

 In de bloemlezing van Koen Stassijns en Ivo Van Strijtem  (Lannoo, 2011) "Van God los. Gedichten over geloof en ongeloof" was ik getroffen door een vers van Anne Sexton (1928-1974) waarin ze een proces beschrijft dat mij doet denken aan een van de apoftegmata ofte oude spreuken van de eerste monniken, korte verhaaltjes en gezegdes die werden overgeleverd en waarin de 'praktische' theologie van het monnikendom verwoord werd in al zijn verscheidenheid. 



Daar was een verhaal wat mij altijd heel erg aansprak over een monnik die de verveling in zijn kluis beu was en dacht: om God te vinden moet ik op zoek naar andere broeders die mij zullen kunnen tonen waar God is. Zo zwerft hij rond maar op het einde van het verhaal komt hij terug in zijn eigen kluis en komt hij daar tot het besef dat zijn weg naar God die kluis is. Dit is wat ik vanuit mijn geheugen overgehouden heb van het verhaal. Maar dit is ook de kern van het vers van Sexton : god moet je niet te ver weg zoeken. 

GODEN

Mevrouw Sexton ging op zoek naar goden.

Eerst zocht ze in de lucht -

of ze geen grote witte engel met een blauw kruis zag.


Geen één.


Vervolgens keek ze in alle geleerde boeken

en de tekst spuwde op haar.


Geen één.


Ze ging op bedevaart naar de grote dichter

en hij boerde in haar gezicht.


Geen één.


Ze bad in alle kerken ter wereld

en leerde heel wat over cultuur.


Geen één.


Ze ging naar de Atlantische en de Stille Oceaan, want God was beslist...

Geen één.


Ze ging naar Boeddha, Brahms en de piramiden

en vond immense ansichtkaarten.


Geen één.


Ze reisde naar haar eigen huis terug

en de goden van de wereld zaten in het toilet opgesloten.


Eindelijk!

riep ze uit,

en deed de deur op slot.

(Van God los, blz. 159-160)

De titel van het gedicht heeft het over 'goden' en dat kan enkel voor verwarring zorgen, want wat betekent dat woord 'god' of 'goden'. Wat kunnen we weten over God? Velen zeggen niets en betittelen zich als 'agnost' maar zonder het te beseffen leunen ze dicht aan bij vele gelovige zoekende christenen die ook zeggen dat ze niets met zekerheid kunnen zeggen over 'God'. Daarover las ik onlangs een klein maar verhelderend stukje op een blog van ene pater Hugo, die woont in de kluizenarij van Onze Lieve Vrouwe van de besloten tuin, in Warfhuizen (provincie Groningen, Nederland). Als je via deze link dat wil nalezen, moet je wel even doorscrollen naar beneden (minstens 7 items ver) tot je aan de afbeelding komt van boven in deze post maar met een groot rood kruis erover heen. 

http://www.beslotentuin.nl/blog/