28 oktober 2025

Groots al knielend - 3 - Dom Helder Camara

 In 1969 verscheen bij Desclée De Brouwer het boek van José de Broucker "Dialogen met Helder Camara. Portret van een vredelievende geweldenaar." waarin deze Franse journalist de aartsbisschop van Recife gedurende weken volgt in zijn dagelijkse bezigheden en hem interviewt. Dom Helder Camara leefde van 1909 tot 1999 en was van 1964 tot 1985 aartsbisschop van Olinda en Recife (Noord-Oost-Brazilië). Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie was hij een belangrijke figuur die heel hoog gewaardeerd werd door onder anderen kardinaal Suenens (toen een van de vier moderatoren van het concilie).
Hij was ook een fervente tegenstander van de dictaturen die toen in Brazilië en andere Zuid-Amerikaanse landen zorgden voor een zeer onsociale politiek. Hij bezielde de CELAM (Zuid-Amerikaanse bisschoppenconferentie) tot een uitgesproken inzet voor de armen en de verdrukten. Vandaar ook zijn bijnaam : de rode bisschop.
Enkele keren was hij in België, onder meer op 21 mei 1970 om een eredoctoraat te ontvangen aan de KU Leuven. Ik mocht hem twee keer meemaken eenmaal tijdens de uitvoering van een door hem geschreven oratorium en eenmaal tijdens een vastenbezinning in de Gentse Sint Baafskathedraal. Ik was enorm onder de indruk van de energieke en tegelijk warm-menselijke uitstraling van die kleine broze man.
(links kardinaal Suenens en in het midden Dom Helder Camara
na de ontvangst van een eredoctoraat aan KU Leuven 21 mei 1970
©wikipedia)


José de Broucker brengt verslag uit van zijn weken met dom Camara, deels als beschrijvende ooggetuige, deels als interviewer.
"Dom Helder slaapt niet. Maar waarschijnlijk moet het geheim van zijn vitaliteit en zijn evenwicht gezocht worden in wat hij juist zijn 'nachtwake' noemt.
-Sinds het seminarie ben ik gewend 's morgens om 2 uur op te staan. Ik zet mijn wekker, en ik ben dan heel moe. Maar op dat moment, hé, maak ik weer eenheid. Overdag word ik in alle richtingen uit elkaar getrokken: een arm trekken ze hierheen, mijn andere arm staat uitgestrekt naar een andere richting, het ene been is deze kant uitgegaan, het andere die kant uit. Ik moet weer eenheid maken. Ik haal mijn ene arm terug, en de andere arm, dit been, en dan dat been...
Weer eenheid maken in Christus vooral...
Het is de tijd dat Dom Helder zijn brevier bidt, de tijd voor persoonlijk gebed ook, en dat hij zijn korte meditaties in versvorm schrijft.
(...) De 'wake' begint om 2 uur 's morgens. Hoelang ze duurt? Te oordelen naar wat erin afgedaan wordt, heel lang.
Doch even ritueel als hij opstaat, houdt Dom Helder eraan vast weer naar bed te gaan en nog wat te slapen voor de mis. En als hij niet in een of andere parochie verwacht wordt, leest hij die mis om 6 uur, kwart over 6..."
(o.c. blz. 42-43 passim)

De Broucker mocht toen ook 
enige van Camara's nachtmeditaties 
in zijn dialogenboek opnemen.
In een van die meditaties gaat het over knielen.
"Allen verwachtten dat ik voorwaarts ging
en mijn verlangen
was op de knieën te vallen
en u te horen zeggen :
'Ik ben de Weg'. " 
(o.c. blz. 222)
De sociale voortrekker geprangd tussen wat zijn omgeving verwachtte en hoe hijzelf zijn roeping beleefde. In de jaren 1970 was er vaak binnenkerkelijke spanning over de verhouding actie en gebed, sociale inzet en contemplatie, verzet en overgave of hoe dit spanningsveld ook genoemd werd. Camara toonde in zijn leven dat die twee samen horen.
 

21 oktober 2025

Denkend bij devotie : mano poderosa

 Eind september bezocht ik voor het eerst Straatsburg, de tweede hoofdstad van de Europese Unie, de hoofdplaats van de Elzasstreek, ooit vrijstad binnen het Heilig Roomse Rijk, op de wip tussen Frankrijk en Duitsland.
Een andere streek, andere bouwstijl én andere accenten in het tonen en beleven van het christelijke geloof.
In een etalage vol souvenirs en christelijke devotionalia viel mij één beeld bijzonder op. Een beeld wellicht in porselein met een opgeheven rechterhand mét wonde...dus van Christus. Op de vier gestrekte vingers zien we de heilige grootouders en ouders van Jezus, Joachim, Anna, Jozef en Maria en op de duim het kind Jezus.
De hand staat op een wolk waarop vier engelen zitten die een of ander passiewerktuig voor zich houden. Het geheel wordt verkocht als 'la main puissante de Dieu', of 'de machtige hand Gods'.

(foto : Marc Deconinck)
Na enig opzoekingswerk vond ik dat deze uitbeelding teruggaat op Mexicaanse devoties. In het Spaans spreken ze van de "mano poderosa". Een beeld dat de menswording van Christus heel plastisch uitbeeld met enerzijds zijn afkomst (ouders en grootouders) en anderzijds zijn menselijke dood (gewonde hand en de werktuigen van zijn lijden lans, kruis, zweetdoek en ???).
Merkwaardig om dit zo hispanic-beeld te vinden in hartje Elzas. Of dit enkel voor toeristen bedoeld is of ook aansluit bij plaatselijke devotiepraktijken is mij niet duidelijk.

Het verlangen naar een 'sterke hand' verbeeld in een religieus kleedje of een verbeelding van een magisch geloof???




14 oktober 2025

Groots al knielend - 2 - Timothy Radcliffe

 Timothy Radcliffe (1945) is een Engelse dominicaan, die zijn orde heeft geleid van 1992 tot 2001 en die door paus Franciscus tot kardinaal werd gecreëerd in december 2024. De paus moest even van de regels afwijken omdat Radcliffe géén bisschop was. De ordo praedicatorum (orde van de predikers) heeft als missie het geloof te verdiepen en te verkondigen, dus zou je dominicanen kunnen omschrijven als welbespraakte studaxen. Als dominicaan had Radcliffe zich al heel positief uitgelaten over homoseksualiteit en over een meer barmhartige houding ten opzichte van gescheiden gelovigen, naast zijn hartstochtelijke inzet voor meer sociale rechtvaardigheid. In de aanloop naar de synode van oktober 2024 heeft de dominicaan, op vraag van de paus, een driedaagse retraite gehouden voor de synodedeelnemers. 
(Timothy Radcliffe december 2023
©fenwickfriars instagram)


Een maand eerder, in september 2024 sprak deze eminente dominicaan tot het congres van alle benedictijner-abten. Naar het einde van zijn toespraak toe weidt hij uit over het thema aanbidding.
"Aanbidding is een diep instinct in de mensheid. Dom Bede Griffiths beschrijft een moment van openbaring toen hij als schooljongen 's avonds een leeuwerik hoorde zingen :'alles werd stil in de langzame zonsondergang en door het floers van de naderende duisternis die alles ging bedekken. Ik voel nog het ontzag dat over me kwam, het gevoel dat ik op de grond moest knielen alsof ik in de aanwezigheid van een engel had gestaan. Ik durfde nauwelijks omhoog naar de lucht te kijken, want het leek alsof dat slechts een voorhangsel was voor Gods gezicht.'
De grote kerkhistoricus Peter Brown groeide op als protestantse jongen in Dublin maar liet de geloofspraktijk los. Wat hem terugbracht was het reciteren van de koran tijdens een bezoek aan Iran en de viering van de Eucharistie de dag daarna. Hij ving een glimp op van schoonheid en besefte toen wat hij gemist had in zijn leven : aanbidding. Etty Hillesum, de Joodse mystica, die in Auschwitz vermoord werd, schreef: 'Het was alsof mijn lichaam bedoeld en gemaakt was om te kunnen knielen. Soms, in momenten van diepe dankbaarheid, voel ik een diepe drang om te knielen." 
Ik (=Radcliffe zelf) heb een kleine vergelijkbare ervaring van wat ze bedoelde. Na een zware operatie vanwege kanker kon ik twee jaar niet knielen. Dat was een diep gemis." (cfr. Benedictijns Tijdschrift 2025, nr. 2, blz. 58)
Een letterlijk en figuurlijke grote mijnheer als Radcliffe voelt zich niet te groot, ondanks zijn eruditie en zijn vooraanstaande positie, om te knielen én toe te geven dat hij het gemist heeft tijdens zijn periode van revalidatie. Wie het Woord bestudeert en verkondigt moet dus ook tijd nemen om zijn relatie met de Ene te bewaren en te verdiepen, niet alleen met zijn verstand maar ook met zijn biddende hart.

7 oktober 2025

Denkend bij devotie : de maagd met uitgestrekte armen van Straatsburg

 Bij een bezoek op een doordeweekse, regenachtige dag aan de kathedraal van Straatsburg stond in de linkerzijbeuk heel centraal een bijzonder beeld van Maria, omringd met tientallen kaarsjes, wat de devotie tot dit beeld aantoont.
Het beeld blijkt van recente datum te zijn (1946), gemaakt door Pierre Klein en gepolychromeerd door Guy Vetter. Wel gaat het terug op oudere afbeeldingen die onder andere te zien waren op processie- en bedevaartvaandels. De oudste afbeelding zou enkele honderden jaren oud zijn en ontstaan na de vrijwaring van de stad tijdens een oorlog, vrijwaring toegeschreven aan de bescherming van Maria. Met het Christuskind op haar schoot strekt zij haar armen zijwaarts beschermend over de stad. Deze uitbeelding zou typisch Straatsburgs zijn.
Het beeld stond eerst in de crypte van de kathedraal, waar het maar sporadisch te zien was, maar sedert oktober 2019 kreeg het zijn huidige prominente plaats en is dagelijks te bezichtigen en vereren door inwoners en toeristen.

(eigen foto)


29 september 2025

Groots al knielend - 1 - Bijbelse gronden

In de Bijbel is nergens een bepaalde houding voorgeschreven om te bidden, maar drie houdingen komen vaakst voor : knielen, staan en liggen. De meest voorkomende gebedshouding binnen de christelijke kerken is het knielen en het staan. In de katholieke liturgie wordt er liggend gebeden bij de wijding van een priester, bisschop of abt/abdis of bij een professie (plechtig afleggen van de kloostergeloften) van een monnik/moniale. 
De knielende houding is er een van zichzelf klein maken voor het aanschijn van God. Voor een aantal tijdgenoten een verachtelijke houding: de mens mag en moet recht staan. Maar wie gelooft dat hij leeft in een groter verbond/verband beseft ook dat hij of zij niet alles zelf in handen heeft. Bidden als aanbidding of als smeekbede wordt vaak gedaan al knielende. 
Het knielen vinden we meermaals terug in de Bijbel. Hier enkele passages, eerst uit het Eerste Verbond:
*De tempel van Jeruzalem is afgewerkt, de ark van het verbond wordt in het heilige der heiligen geplaatst en dan spreekt koning Salomo een lang smeekgebed uit ten overstaan van heel het volk. Op het einde van dit gebed lezen we: "Tijdens dit hele smeekgebed lag Salomo geknield voor het altaar van de HEER, met zijn handen ten hemel geheven." (1 Kon. 8, 54) De wellicht grootste koning van het Eerste Verbond vindt het niet beneden zijn stand om te knielen.
*De profeet Daniël leefde aan het Babylonische hof tijdens de ballingschap en verkrijgt een hoge positie. Anderen zijn jaloers en zetten een valstrik op zodat ze Daniël in diskrediet kunnen brengen. Er was een periode van dertig dagen afgekondigd waarin men enkel mocht bidden tot de koning en tot geen enkele andere god. "In zijn bovenvertrek had hij in de richting van Jeruzalem open vensters. Daar knielde hij neer, bad tot zijn God en prees hem, precies zoals driemaal per dag zijn gewoonte was." (Daniël 6, 11)
In het Tweede Verbond lezen we dat Paulus ook soms knielend bidt en dat ook aanbeveelt:
*Paulus trekt na zijn bekering rond in Klein-Azië (huidige Turkije, Syrië en Libanon). Op een bepaald ogenblik besluit hij terug naar Jeruzalem te gaan. In Milete houdt hij een emotionele afscheidsrede, en
"Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden." (Hand. 20, 36).
*In de brief aan de Efeziërs stelt hij dat hij het mysterie van de verlossing door Jezus Christus heeft gepredikt. Hij bidt dan opdat alle christenen dit mysterie ten volle zouden leren kennen. Dat begint zo: 
"Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest..." (Ef. 3, 14-16)
(Anonieme meester : Christus 
in de hof van olijven ca. 1500-1525
©MSK)


In de evangeliën is er onrechtstreeks sprake van knielen, als de duivel Jezus bekoort in de woestijn. Satan belooft Hem macht over de gehele wereld als Jezus neervalt in aanbidding voor hem. Knielen als een houding van aanbidding (Mt. 4, 9).
Jezus zelf wordt heel uitdrukkelijk biddend op zijn knieën voorgesteld na het Laatste Avondmaal als Hij in doodstrijd verkeert in de tuin op de Olijfberg. "Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem. Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen hen: 'Bid dat jullie niet in beproeving komen.' En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde neer om te bidden." (Lc. 22, 39-41)

Knielend bidden is dan ook binnen stappen in een lange traditie die ruimer is dan de monotheïstische religies. De hervormer Calvijn zou ergens gezegd hebben dat knielen niet noodzakelijk is om te bidden, maar dat voor een innerlijke toeleg de knielende houding ons kan helpen. In volgende berichten wil ik enkele spirituele persoonlijkheden laten getuigen over het belang voor hen van het knielen.
 

18 september 2025

Vormgegeven gebed

 Onlangs bezocht ik (opnieuw na véle jaren) het Kröller-Müller Museum in Nederland (park de Hoge Veluwe, Otterlo). De rijke kunstminnende Hélène Müller verzamelde een grote collectie met vooral schilderijen en tekeningen, maar ook een aantal sculpturen. De stichting die haar werk verderzette, kocht later ook vooral beelden aan die meest in de tuinen rond het museum staan. Binnen in de museale ruimte staan een aantal 'intiemere' beelden, waaronder een werk van de Spaanse artiest Julio Gonzales (1876-1942), die vooral werkt met losse stroken ijzer en deze construeert tot schetsmatige figuren. Gonzales omschreef zijn werk zelf als 'tekenen in de ruimte'.
In Otterlo zag ik dit werk, dat zelfs zonder het titelplaatje te bekijken duidelijk een suggestie maakt. Een geknielde figuur met lange haren die haar lichaam voorover strekt. Titel van het werk bevestigt mijn intuïtie : "La prière" (het gebed).

(Julio Gonzales : Het gebed 1936 - eigen foto)


Gonzales tekent in de ruimte een stuwing van de grond naar omhoog, een verlangen naar voren en boven, een loskomen van de aarde. Maar om dit verlangen vorm te geven, heeft de maker wel zeer aards materiaal nodig.
Zo herken ik in dit beeld een betrachting die altijd onvervuld zal blijven, een verlangen dat nooit volledig tot vervulling kan/zal komen. Zo dichtte Guido Gezelle deze bekende verzen die met woorden het onvervulbare verlangen dat het hart vormt van elk gebed proberen uit te zeggen. Een beeldend kunstenaar en een dichter zoeken elk met hun eigen middelen het gebed als diepste verlangen van de mens vorm te geven.

GIJ BADT OP EENEN BERG ALLEEN

Gij badt op eenen berg alleen,
en... JESU, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden:
de wereld wilt mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn oogen sla;
en arm als ik en is er geen,
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

(uit: Gedichten Gezangen Gebeden, 1862)

11 september 2025

Oproep tot innerlijke vrijheid : Maurice Zundel (1897-1975) - 4 -

 In een laatste bericht over de mysticus Maurice Zundel wil ik nog even proberen enkele van zijn kerngedachten aan te brengen.
Een belangrijk begrip in zijn denken is het "geprefabriceerde ik". Hiermee duidt Zundel aan dat wij als mens gemaakt worden voor wij zelf in staat zijn tot keuzes door een heleboel factoren zoals erfelijkheid, plaats en tijd van geboorte, ideeën vanuit de media en de wetenschappen, familiegeschiedenis, biologie. Deze factoren situeert Zundel buiten ons en het is onze roeping om te ontdekken dat er in ons een Aanwezigheid is die ons kan de weg tonen om onszelf te bevrijden van dit geprefabriceerde ik. Deze factoren benoemt hij ook soms als 'passies'. 
"Het is onmogelijk de waarheid te vinden als je bezeten bent door passies!
Het overgrote deel van de discussies wordt bedorven door de eisen van een subjectiviteit die getekend is door haar eigen beperkingen. Eenieder wil dat wat hij beweert de waarheid is, de argumenten komen pas achteraf. (...) Al is het best mogelijk dat men dan de waarheid spreekt, de door hartstocht ingegeven toelichtingen vertekenen die!(...)
Dat wil zeggen dat wij, in de meeste gevallen, kijken vanuit de begeerten van ons bezitterig ik, waardoor wij over het algemeen verleid worden ons te vereenzelvigen en partij te kiezen voor onze individuele of collectieve vooroordelen.
Om op een andere manier te kijken, zouden we onze manier van kijken moeten veranderen. En om onze manier van kijken te veranderen zouden wij moeten veranderen van zijn door het ik dat vol passies steekt en dat ons betoverend in zijn greep houdt, uit te bannen, door te weigeren slachtoffer te zijn van het geprefabriceerde wezen waaraan wij vanaf onze geboorte vasthangen met al de beperkingen die het ons opdringt. " (Zundel, Maurice, Een andere kijk op de mens. Woorden gekozen door Paul Debains. Uitg. abdij Bethlehem, Bonheiden, 2003, blz. 160 passim)
(Bill Viola : Purification - eigen foto)


Deze gedachtengang is een rode draad in de geschriften en predicaties van Zundel en vanuit zijn biografie blijkt het ook duidelijk hoe zij geworteld zijn in zijn eigen leven.
Maar waarom zouden we ons moeten bevrijden van ons geprefabriceerde ik?

"Als ik mij van mezelf moet bevrijden, als ik geroepen ben het geprefabriceerde in mij weg te ruimen, of tenminste te overstijgen
en om te buigen tot scheppende vrijheid,
is dit omdat ik 'theofoor' ben.
Ik draag God. Het leven van God zelf is in mijn handen neergelegd.
En het gaat erom van mijzelf een voldoende weidse ruimte te maken opdat God zijn Leven in mij zou kunnen uitstorten
en het, door mij heen, zou meedelen aan heel de mensheid en aan de gehele wereld." (ibidem, blz. 205)

Vijftig jaar na zijn overlijden blijven de inzichten van Maurice Zundel hun waarde en kracht behouden. Zijn boeken zijn als een open raam die ons uitnodigt ons veilige huis te verlaten en verder te kijken dan onze vertrouwde gedachtenpatronen.