9 mei 2024

Vuur-licht voor Pinksteren - 3 -

 Of de Nederlandse dichter Hans Andreus christengelovige is of niet, vele van zijn verzen zijn wel doordrongen van het christelijke gedachtengoed.
Zo ook het titelloze gedicht waarmee ik de Paasperiode 2024 wil afsluiten.
Het gaat er over het laatste en het eerste... zoals onder anderen bij Lucas waar Jezus zegt : "en zie: er zijn laatsten die eersten zullen zijn en eersten die laatsten zullen zijn!" (Lc. 13,30) en bij het begin van het boek der Openbaring :"Ik ben de eerste en de laatste"  (Apoc. 1,17) en in de slotverzen van hetzelfde boek "Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde." (Apoc. 22, 13).
Over de liefde zijn er veel passages te citeren vooral uit het evangelie van Johannes, de eerste brief van Johannes en Paulus in zijn eerste  brief aan de Korintiërs. "Al spreek ik in de talen van de mensen en de engelen, als ik de liefde niet heb...." (1 Kor. 13).
Laat ons nog eenmaal lezen bij en bidden met Hans Andreus.
(glasraam in Anglicaanse kerk
All Saint's Church Goodmeyes, Ilford
ontworpen door Henry Shelton
©facebook)


Licht, leer me
het laatste
en eerste :

de liefde
die ik nog
mis

want voor wie ook
en die ook
jou is.

(uit : Andreus, Hans, Verzamelde gedichten, Uitg. Bert Bakker, Amsterdam, 1985, blz. 843)



5 mei 2024

Paaslicht voor onze tijden - 6 -

 De paastijd mondt zo dadelijk uit in de Pinkstergave en onze dialoog met het Lied aan het Licht van Huub Oosterhuis komt bij de laatste twee regels van het vers.

Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van Hem die leeft.

Voor wie vertrouwd is met de poëtische taal van Oosterhuis en/of vertrouwd met Bijbelse beeldspraak, zal van in de eerste lijnen reeds 'God' gelezen hebben bij het woord 'licht'. Maar toch bouwt de dichter zijn lied op naar deze twee laatste lijnen en onthult nu zelf om wie het bij hem gaat. Jezuïet Paul Vanderghote merkt dan ook fijnzinnig bij dit lied op: "Weliswaar heeft de dichter de volledige toedracht niet expliciet verklaard van het begin af. Mag dat juist niet als zijn verdienste aangerekend worden? Literair is dit als bewerker van 'suspense' te waarderen. Maar vooral is het de meest geschikte betoogtrant als wij over het mysterie dat God is, dan toch iets proberen te zeggen." (uit: Gensters in het licht. 80 gedichten uit de Lage Landen belicht door Paul Vanderghote, uitg. Halewijn, 2012, blz. 119).

(Fabrice Samyn : Untitled
uit de reeks Burning is Shining 2016
eigen foto september 2021)
In deze twee slotlijnen resoneren heel veel Bijbelwoorden mee.
Zonder volledig te zijn zet ik er hier enkele op een rijtje.
"Ik ben de alfa en de omega, zegt God de Heer, hij die is en die was en die komt, de albeheerser." (Apoc. 1,8)
"Johannes aan de zeven kerken in Asia : genade en vrede zij u van hem die is en die was en die komt (...) en van Jezus Christus (...) de eerstgeborene van de doden."(Apoc. 1,5)
En nog uit het begin van het boek der Openbaring :
"[Ik, Johannes, geraakte in geestesvervoering en hoorde achter mij een luide stem als een bazuin en ik keerde mij om om te zien wie met mij sprak] En toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten, maar hij legde zijn rechterhand op mij, zeggend: vrees niet, ik ben de eerste en de laatste." (Apoc. 1,17)
En natuurlijk laat de evangelist Johannes Jezus enkele keren in zijn verhaal zichzelf benoemen als het licht. "Jezus zegt : Ik ben het licht der wereld; wie mij volgt zal niet wandelen in het duister, neen, die zal het licht des levens hebben." (Joh. 8, 12)
Met dit laatste citaat uit het Johannes evangelie zien we ook hoe de dichter vanuit dit vers gedacht heeft. Het eerste woord van zijn gedicht is "licht" en het laatste is "leeft".
Met Pasen vieren we als christenen het Leven en ons geloof in de verrijzeniskracht en veerkracht die uitgezaaid is midden (kruis)dood en de uitzichtloosheid van het graf. Met dit Lied aan het Licht worden we genood lichtdragers en lichtbrengers en lichtgetuigen te zijn. Soms komen we iemand tegen waarbij we denken: welke stralende persoon is dat! 
We worden vanuit de Paasverhalen en via dit gedicht van Oosterhuis aangespoord om zelf stralende mensen te worden, elke dag opnieuw. Geen betogen over maar leven met en vanuit. 

28 april 2024

Paaslicht voor onze tijden - 5 -

 De Nederlandse dichter Huub Oosterhuis heeft eind de jaren 1970 het Lied aan het Licht geschreven en componist Antoine Oomen zette er muziek op, gebaseerd op een Geneefse melodie.
De eerste twee strofes tonen een zekere opbouw van algemeen en 'koud' naar persoonlijk en vol verlangen. De derde strofe begint met een absoluut woord "alles"... in dit lied gaat het blijkbaar om alles (of niets). We laten ons hier aanspreken door de eerste zes lijnen van het laatste couplet.

Alles zal zwichten en verwaaien
wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
en van ons doen geen daad beklijft.
Veelstemmig licht, om aan te horen
zolang ons hart nog slagen geeft.

(Chalons en Champagne kathedraal
eigen foto september 2019)

De dichter zegt ons aan dat als het om licht gaat, het gaat om alles of niets. Licht komt niet vrijblijvend in ons leven, dat werd al gezegd op het einde van de vorige strofe (kind in mij, kijk uit mijn ogen), maar licht is niet zomaar een van de parameters van het leven, neen, het is de ultieme toetssteen van alles. Wat niet onder het licht kan blijven staan, zal eenmaal ten onder gaan. Ons bestaan ontleent zijn waarde aan het licht en aan het licht alleen. Hoe goed we het ook kunnen uitleggen met woorden of welke (helden)daden we ook hebben verricht, alleen het licht zal bepalend zijn. Dat taal alleen verwoesting zal zaaien lijkt een voorspellend karakter te hebben als we zien hoe giftig, polariserend en angstbestendigend woorden gebruikt worden in onze samenleving anno 2024; hoe mensen gekraakt worden door commentaren die kwistig en vaak anoniem worden geplaatst op (social) media.
Het begin van deze derde strofe heeft iets apocalyptisch en dreigends: alles zal zwichten en verwaaien. Het einde zal verpletterend en krachtdadig zijn. Maar zoals de apocalyptische redevoeringen van Jezus over het einde der tijden (Marcus 13; Matteus 24-25 en Lucas 21) en zoals het boek Apocalyps is dit voor alles beeldspraak om op te roepen tot verandering, tot ommekeer, tot metanoia.
Eenmaal komt aan alles een einde, maar nu nog niet, 'zolang ons hart nog slagen geeft'. Dus hebben we nog even de tijd om het licht te zoeken en dat licht is 'veelstemmig'. In de vorige twee strofen kwam die veelzijdigheid van het licht ter sprake en hier benadrukt de dichter het nog eens... Het licht komt ons van vele kanten tegemoet en het spreekt ons aan op tal van wijzen. Aan ons om het te willen én te durven én te proberen zien. Leven is ons proberen open te stellen voor dat licht, het is elke dag weer zonnebaden in dat voortijdige, aanhoudende, dragende en veelstemmige licht.

21 april 2024

Paaslicht voor onze tijden - 4 -

 Terwijl de Paastijd groeit naar Pinksteren toe, blijven we het Lied aan het Licht van Huub Oosterhuis herkauwen. We laten ons nu aanspreken door het tweede deel van de tweede strofe uit dit Lied aan het Licht.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Het licht werd in de vorige regels bezongen als een kracht en toeverlaat, een licht dat overwint. Een lied dus zinderend van geloof in de Paaskracht. Maar hier wordt ons een ander aspect van het licht getoond, de broosheid en kwetsbaarheid. Het licht is 'kind in mij'...het is een levende realiteit die echter voor zijn groei afhankelijk is van mijn inzet en zorg en van mijn koesterkracht.
De dichter houdt hier een soort pleidooi om het kind in ons niet te laten verstikken en om met een onbevangen blik rond te kijken en ons te verwonderen over de (on)herbergzaamheid van onze wereld. 
Zoals het Johannes evangelie begint met het licht dat in de wereld komt, maar er niet is aangenomen, zo is de kruisdood van Jezus het ultieme resultaat van deze niet-aanvaarding én zo is het Paaslicht het antwoord dat God met zijn licht en woord blijft aankloppen.
(kind in de gazastrook 2024
©SOS Kinderdorpen)


De verzuchting en het verlangen die er spreekt uit deze verzen is anno 2024 brandend actueel... 
Is er op deze aarde een plaats waar mensen kunnen leven in hun waarde en in vrede? Het zwakke lichtkind lijkt verloren gelopen te zijn op deze aardkloot en wil via mijn ogen zoeken naar een veilige plek. Ik moet mee op zoek om van deze aarde een wereld te maken van licht voor ieder mensenkind. Elk van ons wordt via dit lied uitgedaagd om zelf lichtdrager te worden opdat iedere mens haar of zijn naam in vrede kan dragen. Geloven vandaag betekent ook inzet voor vrede en gerechtigheid in de grote samenleving opdat er licht zou schijnen voor elke mens waar ook ter wereld.

13 april 2024

Paaslicht voor onze tijden - 3 -

 Het Lied aan het Licht van Huub Oosterhuis begeleidt mij in deze Paastijd. De eerste helft van de tweede strofe wil ik even benaderen.

Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.

In deze vier regels driemaal het woord 'licht' maar telkens weer anders belicht.
De eerste regel zegt dat het licht de stadhouder is van mijn stad. In de vorige strofe was het al duidelijk geworden dat licht niet iets individueel is maar iets van 'met elkaar' zijn en niet uit elkaars genade vallen. Hier is het 'samen' uitgekristalliseerd tot het beeld van een stad waar de dichter zich thuis voelt ('mijn' stad) en die stad wordt bestuurd door het licht. 
(Roni Horn : Well and Truly 2009-2010 detail
eigen foto)
Voor Nederlanders (zoals de dichter) is de term 'stadhouder' of 'stedehouder' een vertrouwd begrip. Van in de Bourgondische tijd (onder Filips de Goede 1448) tot 1747 was dit een belangrijke ambtelijke functie. Deze stadhouder bestuurde in opdracht van de hertogen, later van Keizer Karel, en later na de scheuring met de Habsburgers, bestuurde de stadhouder in opdracht van provincie of gewest. Het was de plaatsvervanger van de heer. In katholieke middens werd ook de paus soms betiteld als 'stedehouder'.
Voor de dichter is het licht de plaatsvervanger... maar van wie of wat is niet onmiddellijk duidelijk. Het licht is echter wel aanhoudend en zoals het spreekwoord zegt : de aanhouder wint. Licht is blijkbaar ook een strijdbaar gebeuren...
In de derde lijn wordt het licht een houvast, een ouderfiguur (vaderlijk licht en moederlijk dragend) en herkent de dichter zichzelf als kind van het licht, kijkend dank zij het licht.
Hier zie ik als christen de vaderlijke scheppende en moederlijke barmhartige God. Dit licht is een weldaad omdat het biedt wat een goede ouder biedt : een houvast geworteld in het vertrouwen en de ervaring van een barmhartige nabijheid. Het licht dat in de allereerste regel ons aanstootte en als koud was ervaren wordt een kans om al kijkend in het licht te ontdekken wat het mij wil onthullen.

7 april 2024

Paaslicht voor onze tijden - 2 -

 Het lied aan het Licht van Huub Oosterhuis willen we nog even hernemen en herkauwen, want de inhoud is zo rijk en geschakeerd.
Zoals elk symbool is het licht ook meerduidig. Het licht heeft vele gezichten en dat spreekt sterk uit het lied van Oosterhuis.
Laten we het even houden bij de eerste strofe.

Licht dat ons aanstoot in de morgen,
voortijdig licht waarin wij staan
koud, één voor één, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen
zo zwaar en droevig als wij zijn
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

Het licht dat aan ons verschijnt komt van lichtjaren ver, doorheen het koude heelal, tot bij ons -de dichter spreekt hier van 'voortijdig', voor onze tijd- en elk van ons heeft zo zijn eigen ervaring. In het licht zien we dat we als mens zo anders zijn dan de mens naast ons en dat kan ons eenzaam maken. Door in het licht te staan voelen we ons ook 'ongeborgen' zegt de dichter, we staan open en bloot. Al onze geheimen en zwaktes komen mee aan het licht.
(eigen foto
Parijs interieur dec. 2015)

Dit eerste gezicht van het licht is niet zo weldoend; we ervaren het als moeilijk leefbaar, maar het licht kan ons hier ook helpen en een ander gezicht aannemen. Als we ontdekken dat we onze ervaring van eenzaamheid en koude delen met de mensen die één voor één naast ons staan, kan deze gemeenschappelijkheid ons helpen, ons uitzicht geven en warmte. Licht wordt dan een herberg waar we onze mede-mensen ontmoeten en elkaar tot genade kunnen zijn. Deze gemeenzame ervaring van licht geeft ons een doel. Dit herbergzame licht wordt een vindplaats, een ankerpunt, een lichtbaken in ons zware en droevige bestaan. 
In deze eerste strofe zien we de dynamiek ook van de Paasverhalen.
De donkerte en koude van een dode en begraven Jezus worden opengebroken door de verschijning van de Verrezene, maar deze ontmoeting is confronterend en werpt iedere leerling eerst op zichzelf terug : wat moet ik ermee? In tweede instantie wordt de ervaring van de Verrijzenis tot een koesterplek dat de leerlingen delen met elkaar en pas na vijftig dagen zal dit licht hen aanvuren tot getuigenis buiten hun eigen herberg, hun eigen kring.


31 maart 2024

Paaslicht voor onze tijden - 1 -

 Iets langer dan gedacht heb ik aan de blog niet kunnen werken wegens verhuizen...
Maar nu met het feest van Pasen verrijst mijn blog weer uit het donker op. Tijdens de Paaswake wordt met het nieuwe licht de paaskaars ontstoken en dan zo de kerk binnengedragen. Tot drie maal toe wordt dit licht verwelkomd met de acclamatie : 'Licht van Christus. Wij danken God'.
Het licht dat de onzekere duisternis doorbreekt is een sterk symbool voor wie Christus wil zijn in ons leven. In het Johannes evangelie (8,12) zegt Jezus over zichzelf trouwens "Ik ben het licht der wereld".
Op Pasen past dan ook dit mooie lied aan het licht van Huub Oosterhuis, in bijgaande link gezongen door zijn dochter Trijntje bij de 85ste verjaardag van haar vader.
Een lichtend Paasfeest gewenst!