In vorig bericht kon je kennismaken met Jonathan Sacks die ons het concept liminaliteit verduidelijkt heeft. Drempelervaringen kunnen een communitas doen ontstaan waarin rol, rang, status en functie wegvallen en waar we achterblijven zonder masker en toegeschreven identiteit.
In zijn bespreking van het boek Genesis noemt Sacks de figuur van Jakob de man van de nacht. "In de nacht ontvangt hij zijn grootse visioen van de ladder en de engelen. In de nacht worstelt hij met een onbekende tegenstander. Hij sterft in ballingschap, aan het begin van de lange, donkere nacht van slavernij. Jakobs grote kracht is dat hij niet opgeeft." (Sacks, Jonathan, Genesis, boek van het begin, blz. 158)
Na een ruzie met zijn broer Esau moet Jakob vluchten voor de wraakzucht van zijn broer. Hij wil zijn toevlucht zoeken bij zijn oom Laban.
"Op zijn tocht kwam hij bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenendie daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder dieop de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhooggaan en afdalen. Ook zag hij de HEER bovenaan staan...Toen werd Jakob wakker. 'Dit is zeker', zei hij, 'op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.' Eerbied vervulde hem. 'Wat een ontzagwekkende plaats is dit,' zei hij, 'dit is niets anders danhet huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn." (Genesis 28,11-17)
Sacks (*) leest hierin dat Jakob zich in een liminale ruimte bevindt, een overgangsgebied tussen het huis waarvan hij wegvlucht en de bestemming die hij nog niet heeft bereikt.
Jakob is alleen, op reis, in de nacht zoals 22 jaar later opnieuw zal gebeuren wanneer hij met een vreemdeling zal worstelen. Jakob wordt gevormd door deze liminale ontmoetingen, wanneer hij het meest kwetsbaar is en open staat voor het onverwachte.
Sacks benadrukt dat in de Joodse traditie de ladder uit Jakobs droom in verband wordt gebracht met het gebed. Wij die bidden staan op aarde, maar onze gebeden reiken tot aan de hemel. Er bestaat een dieptestructuur van het gebed : omhooggaan - staan in de Aanwezigheid - afdalen. Het gebed is een ladder die reikt van de aarde tot de hemel. Langs deze ladder van woorden, gedachten en gevoelens verlaten we geleidelijk de zwaartekracht van de aarde. Vanuit de wereld rondom ons, die we met onze zintuigen waarnemen, bewegen we ons naar bewustwording van wat de aarde te boven gaat: de Schepper van de aarde. Aan het einde van deze opgang staan we in ons volle bewustzijn in de aanwezigheid van God. Daarna keren we langzaam naar de aarde terug, naar onze aardse beslommeringen, naar de arena van acties en interacties waarin we leven. Maar wanneer het gebed zijn werk heeft gedaan, zijn we niet meer dezelfde als ervoor. Want we hebben, net als Jakob, ervaren dat God op deze plaats aanwezig is zonder dat we het wisten.
Toen Jakob uit zijn droom ontwaakte, besefte hij : God is op deze plaats. De hemel is niet ergens anders maar hier - zelfs als we alleen zijn en bang. We hoeven het alleen maar te beseffen. En we kunnen engelen worden, Gods vertegenwoordigers en gezanten.
In de expo in ABBY kan je een kopergravure zien van de droom van Jakob naar Maarten de Vos (ca. 1580).
De commentaartekst in de bezoekersgids gaat wel heel kort door de bocht door te stellen dat voor christenen deze ladder een lineaire weg is naar verlossing. De meeste christelijke spirituele meesters benadrukken dat de geestelijke groei nooit tot een verworven niveau komt, telkens weer kan je als het ware van de ladder naar beneden tuimelen. Het beeld van de ladder is wel een dankbaar pedagogisch hulpmiddel om zoekende gelovigen te inspireren.
In een tentoonstelling over onze liminale tijden past dus zeker deze uitbeelding van de drempelervaring van Jakob en zijn ladderdroom.
*hier volg ik in grote lijnen wat Sacks schrijft in zijn commentaar van Genesis, blz. 157 e.v.)

Je presenteert een stuk van Jonathan Sacks dat ook op mij veel indruk maakte. Zo vaak vind je geen zinvolle duiding van gebed en Sacks doet het onovertroffen. Wat mij ook raakte was zijn verklaring dat in het Hebreeuws bidden een wederkerend werkwoord is, zoals wij dat in onze taal kennen met zich wassen. Zich bidden, zeg je in het Hebreeuws, het is een handeling die naar zichzelf verwijst. En nu citeer ik Sacks: 'Letterlijk betekent het 'zichzelf beoordelen'. het betekent: ontsnappen aan de gevangenis van het zelf en van buitenaf zicht krijgen op de wereld inclusief onszelf.' Mooie expo in ABBY!
BeantwoordenVerwijderen