Posts tonen met het label brieven van Paulus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brieven van Paulus. Alle posts tonen

4 april 2026

Waarom hebt Gij mij verlaten ? - Jezus' Pascha - 4 -

 In vorige berichten hebben we geluisterd en gekeken hoe moderne en hedendaagse kunstenaars de Godverlatenheid van Jezus benaderen. Hier wil ik nog even een theologische stem laten klinken, nl. de Zwitserse priester Maurice Zundel (1897-1975). Deze eenvoudige priester, zonder enige bijzondere kerkelijke functie, werd door paus Paulus VI gevraagd in 1972 om de vastenbezinning te preken in het Vaticaan. Hij kon daar uitvoerig zijn visie op mens en geloof in de moderne samenleving uiteenzetten. De paus was danig onder de indruk dat hij Zundel uitdrukkelijk vroeg om deze preken te publiceren. Die uitgave (Die God, deze mens - bij Gooi&Sticht, 1978) vormde de basis voor een artikel dat ik pleegde voor het monastieke tijdschrift 'De Kovel' (nr. 90) rond het thema 'incarnatie'. Daaruit neem ik een passage over die nauw aansluit bij deze blogberichten over het lijden van Jezus. 

(detail Matthias Grünewald Isenheimerretabel 
 ©Wikiwand)


Zundel ziet in Jezus voor alles een persoon van de Drievuldigheid. 
Deze focus op de Drie-eenheid brengt Zundel evenwel in een moeilijk parket als hij in de passieverhalen geconfronteerd wordt met een angstige en lijdende Jezus. Hoe een alwetende, 'puur geestelijke' God te rijmen valt met een man van smarten is niet zo gemakkelijk met ons menselijke verstand te vatten. Maar de theoloog redeneert moedig verder :
"Wij moeten toegeven dat Jezus zich op bepaalde momenten niet van zijn goddelijkheid bewust is geweest. (...) De dood wordt - zoals Heidegger dit met ongekende kracht heeft onderstreept - een ongeluk dat anderen overkomt. Maar als de dag komt waarop zij zich voor mij verandert in een gebeurtenis, dan zal de dood een ander gezicht krijgen. Als ik er mij tenminste van bewust ben en als ik met alle vezels van mijn ziel aan het leven gehecht ben. (...) 
Zou men in de mensheid van Christus, tijdens zijn lijden - nogmaals, precies op het niveau van de experimentele kennis -, een vergelijkbare situatie kunnen veronderstellen en zich inbeelden - het woord van Paulus letterlijk nemend: "hij heeft zich voor ons tot zonde gemaakt"(2 Kor. 5,21)- dat het hier om een soort scrupule tot in het oneindige gaat? (...) Het geïncarneerde Woord ziet zich verworpen door mensen, bedrogen door die weigering waarmee zij zijn liefde beantwoordden. En dat gedurende de hele geschiedenis. Het bereikt zijn hoogtepunt in de kruisiging. Volledig solidair met de mensen. (...) In de coëxistentie in Jezus van een absolute heiligheid met een algehele menselijke verlatenheid schijnt zijn gruwelijke dood in tegenspraak met zijn wezen zelf als Woord in de Drie-eenheid." (uit Die God, deze mens, blz. 134-135) 
Voor Zundel is zijn dood een plaatsvervangende dood. "Zij dooft dus in Jezus niet de eis van onsterfelijkheid dat hij van nature is en die in zijn verrijzenis opnieuw zal bevestigd worden." Dat bracht Zundel er soms toe om een vreemde paradox te hanteren : de dood van Jezus is het grootste wonder en de verrijzenis is op een of andere manier heel natuurlijk.

De eenzaamheid van Jezus en zijn lijden door mensen aangedaan herdenken wij in deze Goede Week. De donkerste zinledigheid werd Hem niet gespaard en daarin is Hij volledig solidair geworden met ons, mensen.

29 september 2025

Groots al knielend - 1 - Bijbelse gronden

In de Bijbel is nergens een bepaalde houding voorgeschreven om te bidden, maar drie houdingen komen vaakst voor : knielen, staan en liggen. De meest voorkomende gebedshouding binnen de christelijke kerken is het knielen en het staan. In de katholieke liturgie wordt er liggend gebeden bij de wijding van een priester, bisschop of abt/abdis of bij een professie (plechtig afleggen van de kloostergeloften) van een monnik/moniale. 
De knielende houding is er een van zichzelf klein maken voor het aanschijn van God. Voor een aantal tijdgenoten een verachtelijke houding: de mens mag en moet recht staan. Maar wie gelooft dat hij leeft in een groter verbond/verband beseft ook dat hij of zij niet alles zelf in handen heeft. Bidden als aanbidding of als smeekbede wordt vaak gedaan al knielende. 
Het knielen vinden we meermaals terug in de Bijbel. Hier enkele passages, eerst uit het Eerste Verbond:
*De tempel van Jeruzalem is afgewerkt, de ark van het verbond wordt in het heilige der heiligen geplaatst en dan spreekt koning Salomo een lang smeekgebed uit ten overstaan van heel het volk. Op het einde van dit gebed lezen we: "Tijdens dit hele smeekgebed lag Salomo geknield voor het altaar van de HEER, met zijn handen ten hemel geheven." (1 Kon. 8, 54) De wellicht grootste koning van het Eerste Verbond vindt het niet beneden zijn stand om te knielen.
*De profeet Daniël leefde aan het Babylonische hof tijdens de ballingschap en verkrijgt een hoge positie. Anderen zijn jaloers en zetten een valstrik op zodat ze Daniël in diskrediet kunnen brengen. Er was een periode van dertig dagen afgekondigd waarin men enkel mocht bidden tot de koning en tot geen enkele andere god. "In zijn bovenvertrek had hij in de richting van Jeruzalem open vensters. Daar knielde hij neer, bad tot zijn God en prees hem, precies zoals driemaal per dag zijn gewoonte was." (Daniël 6, 11)
In het Tweede Verbond lezen we dat Paulus ook soms knielend bidt en dat ook aanbeveelt:
*Paulus trekt na zijn bekering rond in Klein-Azië (huidige Turkije, Syrië en Libanon). Op een bepaald ogenblik besluit hij terug naar Jeruzalem te gaan. In Milete houdt hij een emotionele afscheidsrede, en
"Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden." (Hand. 20, 36).
*In de brief aan de Efeziërs stelt hij dat hij het mysterie van de verlossing door Jezus Christus heeft gepredikt. Hij bidt dan opdat alle christenen dit mysterie ten volle zouden leren kennen. Dat begint zo: 
"Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest..." (Ef. 3, 14-16)
(Anonieme meester : Christus 
in de hof van olijven ca. 1500-1525
©MSK)


In de evangeliën is er onrechtstreeks sprake van knielen, als de duivel Jezus bekoort in de woestijn. Satan belooft Hem macht over de gehele wereld als Jezus neervalt in aanbidding voor hem. Knielen als een houding van aanbidding (Mt. 4, 9).
Jezus zelf wordt heel uitdrukkelijk biddend op zijn knieën voorgesteld na het Laatste Avondmaal als Hij in doodstrijd verkeert in de tuin op de Olijfberg. "Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem. Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen hen: 'Bid dat jullie niet in beproeving komen.' En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde neer om te bidden." (Lc. 22, 39-41)

Knielend bidden is dan ook binnen stappen in een lange traditie die ruimer is dan de monotheïstische religies. De hervormer Calvijn zou ergens gezegd hebben dat knielen niet noodzakelijk is om te bidden, maar dat voor een innerlijke toeleg de knielende houding ons kan helpen. In volgende berichten wil ik enkele spirituele persoonlijkheden laten getuigen over het belang voor hen van het knielen.
 

21 februari 2025

Kerk St. Eustache in Parijs - 3 -

 Bij een bezoek aan de grote centrumkerk Saint Eustache in Parijs zag ik een rijke schat aan kunstwerken overal verspreid in de kerkruimte, kunstwerken afkomstig uit heel verscheidene periodes van de late middeleeuwen tot nu.
Na het 'kristallen' Christuscorpus van Pascal Convert, wil ik nu even stilstaan bij een ander modern kunstwerk van de Amerikaanse beeldende kunstenaar Keith Haring (1958-1990), de Triptiek van het leven van Christus.
(Tryptiek van het leven van Christus 
door Keith Haring - eigen foto)

De kunstenaar heeft in zijn korte leven zich uitdrukkelijk opgeworpen als activist voor de rechten van de AIDS-patiënten. Hijzelf is enkele weken na de voltooiing van deze triptiek gestorven aan deze ziekte. Deze triptiek is in brons gegoten en met wit bladgoud bedekt. Er bestaan negen exemplaren waaronder dus één in de St. Eustache in Parijs. 
Een vriend van Haring maakte een bekisting in de vorm van een iconentriptiek en vulde deze met klei. De terminaal zieke kunstenaar maakte in de klei met een mes te tekening, zonder bibberen en zonder correcties. 
Het middenpaneel toont bovenaan een kruis, een hart en dé typische gezichtsloze stralende baby van Haring gekoesterd in een paar armen. De 'radiant baby' was voor Haring een uitdrukking van onschuld, puurheid en goedheid, een teken van hoop. Het kruis verwijst naar het geloof en het hart naar de liefde... de drie grote deugden zoals o.a. Paulus die bezingt in de eerste brief aan de Korintiërs.  Onder de baby kunnen we in het midden een aantal grote druppels of vlammen zien... de vurige tongen van Pinksteren???
Het rechterluik toont bovenaan duidelijk een engel met in de middenstrook een springende of vliegende (???) figuur waarin we een verwijzing kunnen zien naar de verrijzenis. Het linkerluik toont onder de bovenste engel, die als het ware het spiegelbeeld is van die van het rechterluik, een duidelijk vallende engel. We kunnen hier denken aan de vele voorstellingen van het laatste oordeel waarbij aan de rechterhand van Christus de 'gezegenden' opstijgen naar de hemel terwijl aan zijn linkerhand de 'gedoemden' neervallen in de hel.
De benedenstrook vormt over de drie luiken heen één geheel van lichamen die heftig gebaren, vaak met een vuist in de lucht. Zijn deze vuisten een teken van onmacht en boosheid omwille van onrecht of strekken ze zich juist hoopvol uit naar een reddende aanwezigheid van boven? Zijn de tranen in het centrale gedeelte dan uitingen van verdriet en verbolgenheid die opstijgen naar de stralende, hoopgevende baby (het Christuskind???)?
(Radiant Baby - Keith Haring)


Het werk kreeg als titel : het leven van Christus. Maar ik moet toch ook denken aan Paulus' zogenaamde hooglied van de liefde (1 Kor. 13) dat zo eindigt (Naardense bijbelvertaling) :
"Toen ik een klein kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, redeneerde ik als een kind ;
toen ik een man werd, heb ik afgelegd wat des kinds was.
Ja, nù kijken we met een spiegel in een raadsel,
maar dàn : van aangezicht tot aangezicht!!
Nù ken ik ten dele, 
dàn zal ik ten volle kennen,
zoals ik ten volle wordt gekend.
Zo blijft het dan : geloof, hoop, liefde -
deze drie, maar de grootste van deze is de liefde!"

Zoals je merkt, als je met aandacht en openheid van hart begint deze hedendaagse triptiek te beschouwen, wordt het een aanzet tot bezinning en gebed, tot een innerlijke confrontatie met ons eigen (on)geloof en onze hoop. 

9 augustus 2024

Christus atleet ... (2)

 Jezus wordt soms voorgesteld en uitgebeeld als de 'ideale' man, volgens de normen van deze of gene tijd en van deze of gene cultuur. In de tijden van de barok levert dat een veelheid op aan verbeeldingen van een zeer atletische figuur die zo kan verschijnen op de atletiekpiste of het zwembad. Daarbij weten we op geen jaren of dat beeld ook maar enigszins met de historische Jezus overeenstemt. Ik vermoed eerder niet dan wel...
(kathedraal Brugge - eigen foto) 
In deze dagen van de Olympische Spelen kunnen we niet alleen kijken naar een atletische Jezus, maar ook enkele Bijbelse plaatsen lezen waar het christelijke leven wordt vergeleken met het leveren van een sportprestatie.


In de eerste brief van Paulus aan de gemeente van Korinthe verdedigt hij zijn grote ijver en inzet op deze manier (vertaling Naardense Bijbel) : " Alles doe ik voor het evangelie, om er zelf ook deel aan te krijgen. Ge wéét het: wie in het stadion hardlopen lopen allen hard, maar slechts één behaalt de prijs; loopt dan zo dat ge die haalt! Ieder die traint voor een wedstrijd beheerst zich in alles, zij om een vergankelijke krans te ontvangen, wij voor een onvergankelijke. Daarom loop ik niet hard zonder doel en ben ik geen bokser die in de lucht slaat." (1 Kor. 9, 23-26). 
 En in de brief aan de Hebreeën worden de gelovigen opgeroepen om met volharding "de wedstrijd te lopen die voor ons ligt"  (Hebr. 12,1).
(collegiale kerk St. Waltrude Bergen/Mons - eigen foto)



9 mei 2024

Vuur-licht voor Pinksteren - 3 -

 Of de Nederlandse dichter Hans Andreus christengelovige is of niet, vele van zijn verzen zijn wel doordrongen van het christelijke gedachtengoed.
Zo ook het titelloze gedicht waarmee ik de Paasperiode 2024 wil afsluiten.
Het gaat er over het laatste en het eerste... zoals onder anderen bij Lucas waar Jezus zegt : "en zie: er zijn laatsten die eersten zullen zijn en eersten die laatsten zullen zijn!" (Lc. 13,30) en bij het begin van het boek der Openbaring :"Ik ben de eerste en de laatste"  (Apoc. 1,17) en in de slotverzen van hetzelfde boek "Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde." (Apoc. 22, 13).
Over de liefde zijn er veel passages te citeren vooral uit het evangelie van Johannes, de eerste brief van Johannes en Paulus in zijn eerste  brief aan de Korintiërs. "Al spreek ik in de talen van de mensen en de engelen, als ik de liefde niet heb...." (1 Kor. 13).
Laat ons nog eenmaal lezen bij en bidden met Hans Andreus.
(glasraam in Anglicaanse kerk
All Saint's Church Goodmeyes, Ilford
ontworpen door Henry Shelton
©facebook)


Licht, leer me
het laatste
en eerste :

de liefde
die ik nog
mis

want voor wie ook
en die ook
jou is.

(uit : Andreus, Hans, Verzamelde gedichten, Uitg. Bert Bakker, Amsterdam, 1985, blz. 843)



28 december 2023

Christus als het beeld van de onzichtbare God

 Kerstmis vieren heeft iets moeilijks en paradoxaals. We geloven dat God (wie en wat en hoe hij ook is) mens geworden is in een klein kind, dat moest opgevoed worden en zou uitgroeien tot de bijzondere rabbi (leraar) die Jezus van Nazareth was. 
Erik Galle publiceerde onlangs een boek waarin hij God wilt bevrijden van de te menselijke beelden die wij over hem hebben. Hij gaat daarover in gesprek met de Nederlandse theoloog Erik Borgman en dat boeiende gesprek kan je volgen op You Tube.
In het eerste deel van het gesprek hebben ze het onder anderen over de quote van Augustinus (onrustig is ons hart...) die in deze blog ook al meerdere keren is aangehaald (ca. 3:22 min.).
Dan komen ze uit bij wat nauw aansluit bij de kern van het kerstgebeuren, de incarnatie van God, het naar de mens toe komen van God in een mensengestalte.
Erik Borgman stelt : "Als we niet aangesproken worden, wat hebben we dan te zeggen? Als er niet iemand naar ons toekomt, wat hebben we dan te doen? En wat zouden we ook doen?" (ca. 6:38 min.)
Dan komt de quote van Paulus uit zijn brief aan de Kolossenzen (1,15): Christus is het beeld van de onzichtbare God. En daarover zegt Borgman dat Christus als het ware een tegenbeeld is : "Alles wat wij uitsluiten, wordt in het centrum gezet; dat wat we niet willen, daar begint het." (ca. 7:31 min.)
Kerstmis vieren is géén voorbij, historisch feit gedenken. Kerstmis vieren is ruimte geven aan God opdat hij anno 2023 opnieuw kan geboren worden via ons geloof en onze inzet. Het beeld van het kleine kind in een kribbe kan daarbij helpen.
Borgman aan het einde van het gesprek : "Je hebt een beeld nodig (van God) en tegelijk moet het weer weg. Dan kan God opnieuw in jou geboren worden, en dat moet ook iedere keer weer gebeuren." (ca. 14:17 min.)


17 november 2023

Janus en Paulus

De Vlaamse dichter Hubert van Herreweghen (1920-2016) schreef in 1948 een
(beeld van de god Janus ©Archeon)

vers voor zijn collega schrijver Jan Walravens. Deze vroeg in dat jaar aan van Herreweghen om toe te treden tot de redactie van een nieuw op te richten tijdschrift dat "Janus" zou heten.  Janus, de Romeinse god met de twee gezichten, gaf inspiratie aan de dichter.

JANUS
                 voor Jan Walravens

Jan, wij wilden Janus heten,
met het dubbel aangezicht,
omdat we van onszelve weten
dat de waarheid ons wel richt,
maar, hoe goed wij alles willen,
zwerend op onze eerlijkheid,
altijd twijfel hangt te trillen:
gij zijt anders dan ge zijt.
(uit: van Herreweghen, Hubert, Een Brussels tuintje, uitg. P, Leuven, 1999, blz. 30)

 Maar bij het lezen van dit vers denk ik ook aan wat Paulus in de brief aan de Romeinen schreef : "Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Want ik doe niet wat ik wil, het goede, maar juist wat ik niet wil, het kwade, dat doe ik." (Rom. 7, 18-19)(Nieuwe Bijbelvertaling 21). We hebben méér dan één gezicht. We zijn anders dan we (willen) zijn... een ongemakkelijke ervaring die ons tekent en nederig maakt (of zou moeten maken...). 

 

8 juni 2023

Luister naar de meeuwen - 4 -


 Nog eenmaal laten we de meeuwen ons een lesje geven via een gedicht van Lut de Block. Uit de gedichtenreeks Meeuwenpraat lezen we nu het laatste gedicht met als titel : een zee van liefde. Deze acht lijnen zijn als het ware een 'meeuwenversie' van het zogenaamde hooglied van de liefde door Paulus opgeschreven in zijn eerste brief aan de Korintiërs (hfst. 13) : "Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen, als ik de liefde niet heb, ben ik niet meer dan klinkend koper of een schelle cimbaal Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb, baat het mij niets.
(fresco Bulburberg Efeze
Apostel Paulus)

De liefde is lankmoedig en goedertieren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt niet wat haar niet aangaat, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt haar vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer." (1 Kor. 13, 1-8)

En hier nu de 'meeuwenversie'...

MENS 12  'EEN ZEE VAN LIEFDE'

Liefde is niet afdwingbaar. Je dwingt niet, eist niet
beveelt niet. Heb lief vol mededogen. Wees mild
en geduldig. Water komt alle dingen tegemoet.
Alle rivieren monden uit in zee, omdat zij de laagste plaats
inneemt en daardoor heerseres wordt van wel duizend stromen.
De stem van de zee klinkt vol hartstocht, vol brandende smart
vol onstilbaar verlangen. Luister met je hart, huldigt het leven.
Zo krijg je waar je naar verlangt: 'een zee van liefde'.

(uit: Poëziekrant nov. 2022, blz. 17)

2 juni 2023

Luister naar de meeuwen - 3 -

 


De dichteres Lut de Block verwoordt in een reeks van 12 gedichten "Meeuwenpraat". Via de blik van de meeuwen heeft ze het natuurlijk over onze condition humaine. Maar ook biedt ze stof tot meditatie en dieper lezen van bijvoorbeeld de bergrede uit het Mattëusevangelie waar Jezus ons oproept om te kijken naar de 'zorgeloosheid' van de vogels. Het leven van Jezus is één grote uitnodiging om onszelf niet al te serieus te nemen en ons niet in het centrum van het universum te plaatsen. Juist deze relativering biedt kansen tot vrijheid, zoals de apostel Paulus mocht ontdekken en getuigen. "Voor die vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt; houdt dan stand en laat u niet opnieuw vasthouden onder een juk van knechtschap." (Galatenbrief 5,1)

De Block geeft via de meeuwen vliegles.

MENS 9 VLIEGLES

Of ik je leren kan te vliegen? Vergeet het maar.
Verlaat je nest en sla je vleugels uit. Laat je niet
gijzelen door de angst. Die houdt je aan de grond
belet je op te stijgen. Verbeelding trekt je hogerop.
Vliegen is de weidse bandeloosheid van verlangen
is loskomen op eigen kracht. Van bovenaf krijg je
een zicht op het geheel. De wereld is verwondering.
De vleugelslag van vrouwen is verraderlijk. Mooi.
(uit: Poëziekrant nov. 2022, blz. 16)

Reeds in het Eerste Testament zien we zo'n vliegles als metafoor voor het geloven. Geloven is leren vliegen zoals het Joodse volk leerde vliegen/geloven tijdens hun omzwervingen door de woestijn op zoek naar hun eigen land. "Hij [=God] vond hem [=Joodse volk] in een land dat woestijn was, in een woestenij, een wildernis vol gehuil; hij omringde hem, paste op hem, behoedde hem als de appel van zijn oog; zoals een arend zijn nest wekt,  over zijn jong heen en weer wervelt, - zijn vleugels uitspreidt, het opneemt, het draagt op zijn wieken" (Boek Deuteronomium 32, 10-11).

Deze passage inspireerde Huub Oosterhuis tot een lied dat je via onderstaande link kan beluisteren.

https://www.youtube.com/watch?v=qgc1t9d2TpM


En over angst en ont-angsten verwijs ik graag naar het themanummer van het monastieke tijdschrift "De Kovel" nr. 77 (januari 2023).







8 februari 2023

Woorden waarin het Woord meeklinkt . . . -4-

 De poëticale en spirituele zoektocht van dichter Claude van de Berge zoals we die op het spoor komen in de bloemlezing uit zijn werk "Het zwijgende woord" (uitg.P, 2010) kan ook ons zuurstof en voeding geven in onze eigen pogen om christen te worden. 
De bloemlezer Jooris van Hulle wijst in zijn inleiding op de centrale en belangrijke reeks gedichten uit de bundel "Asland" onder de titel 'De inwezigheid'. 'As-land': dan denken we onder anderen aan aswoensdag waarbij asse ons herinnert aan onze vergankelijkheid en bij 'inwezigheid' vermoeden we een zijn dat nog intenser is dan aanwezigheid, een soort versmelting. 
(©visit vatnajökull)


De dichter is geboeid door het eigen verhaal van de woeste natuur in arctische gebieden zoals Groenland of IJsland. De stilte, de leegte en het vermoeden van een lange en geheime geschiedenis die spreekt uit rotsen, stenen, ijs en vulkanen...al die elementen leiden bij van de Berge tot een ervaring van inwezigheid. De bundel Asland vond zijn oorsprong in de uitbarsting van de IJslandse vulkaan Vatnajökoll onder de grootste gletsjer van het eiland. Gevolg was het ontstaan van een nieuw landschap. Al deze elementen resoneren mee in het volgende vers van van de Berge, het vijfde uit de reeks 'de inwezigheid'.

5

De mond is een aslandschap als hij het geheime woord zegt.

Zoals een taal waarvan je vele woorden niet kent,
en de onbekende woorden vormen holten, en schuren
kloven uit in de taal.

En het geheime woord opent ons en zegt : ik ben jou in mij
en jou in jou, zoals jij mij bent in mij.

En ik ben niets als ik jou niet ben.

Het aslandschap van de mond die het geheime woord zegt.
Het enige woord dat kan worden gezegd.
Het enige woord in het woord dat wordt gezegd.

Over de kloven.
Over de doodijsgleuven.

Over de gletsjerbloem.
(uit: Het zwijgende woord, blz. 71)

Een aantal verwoordingen van van den Berghe doen denken aan woorden van Jezus in zijn afscheidsrede volgens het Johannesevangelie. Hier enkele Jezus-woorden:
"Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij."(Jo 14,11)
"Op die dag zult gij weten dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u."(Jo. 14,20)
"Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen."(Jo. 14, 23)
"Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht, want los van Mij kunt gij niets."(Jo. 15, 5)
"Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, opdat zij volmaakt één zijn."(Jo. 17, 22-23)
En ik denk dan ook aan Paulus in zijn brief aan de Galaten: 
"Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij." (Gal.2,20)


 

2 februari 2023

Woorden waarin het Woord meeklinkt . .. -3-


 In mijn tweede jaar middelbare school werden de verschillende klassen in het katholieke college waar ik les volgde aangemoedigd om in de vastentijd via klassikale projecten geld in te zamelen voor de actie 'Broederlijk Delen' (solidariteit met het zuiden). Onze kleine klas van 18 leerlingen had een origineel project uitgedacht. We gingen per twee leerlingen onze leerkrachten interviewen met een vaste vragenlijst. Die interviews werden dan uitgetikt en gestencild en te koop aangeboden voor een democratisch prijsje aan de andere leerlingen. De school zorgde voor papier en stencils, dus alle inkomsten gingen naar Broederlijk Delen. 

(El Greco : de apostel Johannes
©Wikipedia)

Onze leraar Latijn en Grieks, met de wat oneerbiedige bijnaam "De Aap", gaf een antwoord dat mij altijd is bijgebleven bij de vraag: wat is je levensdevies? Hij zei : dat is een woord van de H. Augustinus : ama et fac quod vis. Bemin en doe dan wat je wilt. Later ontdekte ik dat de echte tekst was : dilige et fac quod vis (heb respectvol lief en doe dan wat je wil) en dat dit citaat een quote is uit een van de preken van Augustinus over de eerste brief van Johannes. 

Bij Johannes lezen we : "Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, omdat de liefde uit God is, en ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God; wie niet liefheeft, heeft God niet leren kennen,- omdat God liefde is." (1 Joh. 4, 7-8; Naardense Bijbelvertaling)
Deze bevlogen woorden, naast het hooglied van de liefde bij Paulus 1 Korintiërs 13, klinken bij mij mee als ik volgende vers las van Claude van de Berge in de bloemlezing "Het zwijgende woord. Samengesteld en ingeleid door Jooris van Hulle" (uitg. P, Leuven, 2010, blz. 142)

Veelvuldig is de liefde, en de veelvuldigheid van
haar doelen is eindeloos, want omdat niets aan elkaar
gelijk is, en alles is wat het liefheeft,
is de liefde eindeloos.

De liefde is het wezen van wat is.
De handeling is het verschijnen van de liefde uit wat is.

We zijn wat de liefde is in ons.
We zijn de gestalte van onze liefde.

23 januari 2023

Woorden waarin het Woord meeklinkt. . . -1-


 
Wie probeert te geloven, probeert zich elke dag weer te bekeren tot een levenswijze waarin het Woord weer een beetje vlees kan worden. Dit pogen vraagt energie en altijd weer verse zuurstof. Wie deze blog wat volgt weet dat ik onder anderen in de poëzie zoek naar woorden waarin het Woord meeklinkt. Zo geven de eigenzinnige verzen van de Vlaamse dichter Claude van de Berge (°1945) weer kracht en uitzicht. Jooris Van Hulle stelde in  2010 een bloemlezing samen voor uitgeverij P in de Parnassusreeks (nr.10) uit het werk tot dan toe van deze Oost-Vlaamse dichter met als titel : "Het zwijgende woord".  De bloemlezer geeft eerst een korte inleiding waarin hij tot de slotsom komt dat de poëzie van van de Berge een rebellie van het spirituele is tegen de leugen van het mondiale zakelijke denken.
Hieruit wil ik nu en in de komende berichten  met je enkele verzen delen. 

Vraag niet : waarom bestaan we?
Vraag niet : wie ben ik?
Vraag : wat heb ik lief?
En alle vragen zullen ophouden te bestaan.
En je zult weten wie je bent.
(blz. 146 in de bloemlezing)

Geloven is geen 'doctrine' belijden of een 'leer' volgen, het is een ervaring toelaten, een bron van leven hervinden omdat ze bedolven ligt onder identiteit, ego en modern zakelijk denken. In het liefhebben worden de vragen herijkt op een andere standaard.  Zoals de filosoof Ruud Welten stelt in zijn kleine maar indringende studie 'Als de graankorrel niet sterft. Een filosofische archeologie van openbaring' (uit. Klement, 2016, blz.151) : "In het christendom wordt openbaring niet meer gedacht als een gebeurtenis van verkondiging, maar als het leven zelf. Niet langer wordt het volk overweldigd door donderslagen, bliksemflitsen, bazuingeschal en een rokende berg die heel het volk doet beven van angst. Tegenover de autoritaire, transcendente God die door zijn toorn de mens in vrees en beven tot onvoorwaardelijke gehoorzaamheid dwingt,
(Orbais-L'Abbaye
 -departement Marne
misericorde)

presenteert het christendom een begrip van openbaring dat niets anders is dan het leven zelf. Het feit dat we voelen of ervaren, steeds in concrete situaties en ervarend als pijn, genot, moeheid, verlangen, erotiek, verwondering, denken, maakt fenomenologisch het wezen van openbaring uit."

Al levend en liefhebbend zullen we voorbij onze vragen komen tot wie we zijn. Denken we maar aan Paulus en zijn zogenaamde hooglied van de liefde in zijn eerste brief aan de Korintiërs (hfst.13).

12 maart 2022

De uitdaging van de woestijn

 Gedurende de voorbereidingstijd van Pasen worden we uitgenodigd om onze woestijn te verkennen en zo onze relatie met God en met de mensen scherp te stellen. Die twee gaan samen: hoe we kijken naar God tekent hoe we omgaan met onze medemens en omgekeerd. De ethicus Roger Burggraeve kan ons daarbij inspireren dank zij het interviewboek Hoog tijd voor een andere God. Bijbels diepgronden naar de ziel van ons mens-zijn. Roger Burggraeve in gesprek met Guido Caerts & Paula Veestraeten (uitg. Davidsfonds, 2015). Een must voor hedendaagse zoekende mensen die zichzelf willen ontdekken en een mooi boek om te lezen in voorbereiding naar Pasen. Ook wie zegt areligieus of antireligieus te zijn zou het moeten lezen, want ook die visies zijn gebaseerd op een bepaald soort beeld dat men heeft over (een) god. 
Hier een wat langer citaat uit het slothoofdstuk van dat boek.
"Jezus godsbeeld is niet helemaal nieuw. Hij heeft het wel scherp gesteld. God is niet de hoog verhevene die de touwtjes van ons leven in handen heeft en die de mens klein houdt. Levinas heeft het als volgt geformuleerd : Ik ben de auteur van mijn eigen bestaan, niet de acteur in een spel waar een ander de regie van heeft, zonder dat ik inzage heb in het script. Niet in deze God geloven, is het begin van een crisis die ruimte schept voor een ander godsbeeld.
(Michelangelo Sixtijnse Kapel
God scheidt het water van de aarde
©wikipedia)
Dat andere godsbeeld legt de verantwoordelijkheid, de autonomie bij de mens zelf. Maar het is geen vrijblijvende autonomie. Ook geen neutraal auteurschap, maar een dat moet gedeeld worden. De mens moet zich laten raken. Daaruit ontstaat broederschap, verantwoordelijkheid en zorg voor de ander, ook voor de schepping. In het heersen dat Jezus verkondigt, zit een ethiek die verbinding schept. God is liefde, er is niets anders. En het is de ethische opdracht van de mens om die Liefde in de wereld te brengen.
(...)
(Rembrandt : De terugkeer  van de
verloren zoon
©Hermitagemuseum)
Geloven in de boodschap van Jezus staat dus haaks op de duale orde met een god-regisseur die ons leven beheerst aan de ene kant, en de afhankelijke mens die zijn lot ondergaat aan de andere kant. Het is overigens opvallend hoe de huidige terugval van het christelijke geloof gepaard gaat met een maatschappelijke terugkeer naar die duale orde. Of zou het toeval zijn dat horoscopen en allerlei nieuwe en oude magische praktijken vandaag duidelijk in opmars zijn? Als een middel om de krachten die ons te boven gaan en die ons leven beheersen, te bezweren en gunstig te stemmen. Zowel Friedrich Nietzsche als Maarten Luther krijgen gelijk: als God dood is, komen de goden in de plaats. Als de Bijbelse God van de kenotische liefde verdwijnt, 
[kenosis=zelfontlediging cfr. bvb. brief van Paulus aan de Filippensen 2, 5-8] staan oude en nieuwe goden op om vrolijk op het graf van de 'dode God' te dansen." (Burggraeve, ibidem, blz. 190-191).

De uitdaging van de woestijn is de confrontatie aangaan met onze oude en nieuwe (af)goden die de God van Jezus Christus altijd opnieuw willen dood verklaren. We moeten sterven aan deze goden om met Christus te verrijzen tot de Liefde van de Ene, Onzegbare, Barmhartige. Een opdracht die we niet kunnen klaren in 40 dagen, maar het is nooit te laat om er een begin mee te maken.

18 juli 2021

Zondag breekbaar dynamiet

 Na de twee vorige berichten over de zondag nu wij na een periode van 'versterving' opnieuw samen mogen komen voor bijeenkomsten van de eredienst (zoals officiële overheden dit dan zo mooi noemen), een afsluitend bericht.
Ook in Frankrijk kwam er in de laatste periode meer vrijheid na heel strikte beperkingen. Deze beperkingen brachten ook de pater  benedictijn br. François Cassingena-Trévedy ertoe om na te denken wat eucharistie vieren zou kunnen/moeten betekenen in deze tijden. In een toespraak (20 mei 2020) * was hij heel kritisch over enkele vormen van beleving die voor hem weinig christelijk zijn. De eucharistie is géén snoepje of niet te reduceren tot een kleinood dat wij verdienen te bezitten en te consumeren. Zoals hij zegt : "Je gaat niet 'automatisch' naar de eucharistie, uit gewoonte, om een vaste dosis persoonlijke bevrediging op te doen, plus de bijbehorende sociale relaties. (...) Wat zeker niet goed zou zijn : dat een persoonlijk (en misschien wel individualistisch!) verlangen naar 'consumptie' zozeer onze blik vertroebelt dat we vergeten zelf iets in te brengen. De eerste grondstof [van de eucharistie] is immers : onze schamele menselijkheid en de vissen van onze gezamenlijke visvangst, na afloop van een moeizame nacht [zie evangelie Johannes 21, 10]. "   
(François Cassingena-Trévedy osb
©Croire - La Croix)

Rituelen zijn belangrijk, dus regelmatig de eucharistie meevieren zeker, zoals ik in een vorig bericht ook al aangaf. Eucharistie vieren is voor br. François ruimte geven aan een soort dynamiet, waarbij hij denkt aan Paulus die in zijn eerste brief aan de Korintiërs Christus noemt als Gods Kracht (dynamis in het Grieks) en Wijsheid. De Aanwezigheid van Christus zou ons leven moeten doen openspringen, dynamiseren. En dan roept hij in zijn toespraak op om "verder aandachtig te zijn voor het àndere eucharistische gebeuren in ons leven, want de Levende is behendig en ongebonden, 'de Welbeminde springt over bergen en bestijgt heuvels'[Hooglied 2,8]. Er is ook een onvoorziene en plotselinge verschijning van Gods Aanwezigheid in ons leven, buiten het rituele om, informeel en onofficieel.
De eucharistie kan dus ook anderszins in ons leven voorkomen, niet per sé tijdens en op de plaats van de mis...Plotseling ontstaat er Leven bij de stillevens van ons leven. Het zijn kleinoden van eucharistie die uiterst kostbaar zijn en die we vaak pas achteraf ervaren, opslaan in ons geheugen, meenemen naar de kerk wanneer deze open is, aanbieden bij het stille offertorium van de zondagsmis, om daar niet met lege handen  aan te komen. Het 'breken van het brood', zoals de eerste en schitterendste aanduiding van de eucharistie luidt [zie Lucas 24,35]  zegt iets over de 'breekbaarheid' van God en van onszelf. Dat kan plotseling opvlammen, in de mest nederige, ruwe en onverwachte menselijke handen, terwijl er niets gebeurt in de handen van degenen die zich er bezitters van wanen. Werkelijk overal vindt men stralende tekenen van de Levende, ook wij zelf zijn die tekenen. Niemand mag er de hand op leggen, geen individu of instituut. Manna is zuiver en alleen gratis: het bederft op het moment dat men een voorraad wil aanleggen [zie boek Exodus 16, 19-21]."
(©Creatov.nl)


* bron: Benediktijns Tijdschrift 2021/2, Levend brood. Van sacraal bedrijf tot eucharistische revolutie door br. François Cassingena - Trévedy OSB

12 december 2020

Wees blij, wees blij (3e zondag Advent)

 Op deze derde zondag van de advent wordt traditioneel tijdens de intrede van de priester bij het begin van de misviering gezongen: "Gaudete in Domino semper, iterum dico, gaudete. Modestia vestra nota sit omnibus hominibus; Dominus enim prope est. Nihil solliciti sitis: sed in omnia oratione petitiones vestrae innotescant apud Deum". In het Nederlands luidt het dan: "Verheugt u altijd in de Heer, ik herhaal het, verheugt u! Dat uw bescheidenheid aan alle mensen bekend worde, want de Heer is nabij. Weest om niets bekommerd, maar laat al uw verlangens aan God kennen door het gebed." Dit is een citaat uit de brief van Paulus aan de Filippenzen. 
(©bloggen.be Levend Geloof 9)
Het past perfect nu Kerstmis nadert. We zijn als christenen allen in blijde verwachting. Zo zien we Maria afgebeeld op het icoontype dat genoemd wordt platytera of Moeder Gods van het Teken. Het kind Jezus zit niet op haar schoot, maar is afgebeeld in een medaillon voor haar borst. De naam van dit type icoon verwijst naar een tekst van de profeet Jesaja waar gezegd wordt : "De Heer zelf zal u een teken geven: zie de maagd wordt zwanger en zij zal een zoon ter wereld brengen en gij zult hem de naam Immanuel geven, wat betekent: God-met-ons." (Jes. 7,14)

Er moet niet alleen plaats gemaakt worden in ons hart; we moeten ons niet enkel bekeren, dwz toekeren naar God; we mogen ook blij zijn. Een klein kind brengt in mensen meestal de mooiste gevoelens tot leven. Nieuw jong leven wekt op tot tederheid en zorgzaamheid én tot vreugde. Denk maar als er in je eigen omgeving een baby wordt geboren...
Zo klinkt deze intredezang volgens de gregoriaanse zangtraditie:


16 november 2020

Laat de hoop u blij maken.

Laten we het hebben over woorden voor morgen, over woorden die uitzicht bieden. Dat is het toch wat we op dit moment zo nodig hebben.

Naast de strakke 'wetenschappelijke' woorden die maar één betekenis kunnen hebben en verwijzen naar één 'realiteit', bezit onze taal gelukkig nog vele andere woorden, die én onze ervaring én onszelf niet (kunnen) opsluiten in één enkel woord. Om de wereld te begrijpen hebben we die 'wetenschappelijke' woorden nodig, om de wereld te beleven en te bezielen hebben we vooral die andere woorden nodig. Die belevingswoorden weten ook veel over het leven in al zijn schakeringen en ze roepen vaak beelden op die bezielend kunnen werken. God, zingeving, geloof, liefde, verlangen zijn zo'n woorden. 

(©Toolshero)

Wat morgen brengt, weten we niet. De wetenschappers voorspellen klimaatcatastrofes bij gelijkblijvend gedrag van ons allemaal. Ze voorspellen méér en snellere/betere hulp dank zij elektronica  in ons dagelijks leven. Ze voorspellen veel maar noch de menselijke wisselvalligheid noch de biologische wisselvalligheid (denken we maar aan covid-19) kunnen ze beheersen. Dan moeten we ons behelpen met die andere woorden die ons kunnen meedragen naar die onbekende en onzekere morgen. Een van die bezielingswoorden is 'hoop'. We hopen op een vaccin, op een onbezorgd kunnen reizen, samenkomen, (eet)cultuur proeven,... Hoop wekt ook vreugde op, geen billenkletsende lachpartij, maar een vernieuwde blik die licht ziet en nabijheid ondanks vele obstakels. 

(©kerknet : icoon stichters
Cîteaux)


In de trappistengemeenschap van Zundert (Noord-Brabant, NL) werd onlangs een nieuwe abt gekozen. Op vrijdag 13 november werd hij in de abdij Maria Toevlucht gezegend tot zevende abt van Zundert. De nieuwe abt, dom Guido Van Belle,  koos als devies  de woorden van Paulus aan de Romeinen: "Laat de hoop u blij maken." (Rom. 12,12). In deze dagen uitermate actueel...

Dit alles kwam bij mij op bij het lezen van een gedicht van Philippe Cailliau

( ©Letterkappers.be)

MORGEN

Waar de schrijver beitelt 
en de dichter kerft,
komen levende lagen tot leven.

Mensen onthouden onbekende
weetwoorden en zielebeelden
tot ze aanvoelen wat morgen is.

(uit: Omtrek van water, uitg. Kleinood&Grootzeer, Bergen-op-Zoom, 2020, blz. 44)

God, hoop, vriendschap...en zo vele andere belevingswoorden die kunnen helpen te leven binnen ons onzekere heden naar morgen toe: even zovele weetwoorden die zielebeelden oproepen.



26 augustus 2019

Augustinus in Milaan (01)

In de voorbije maand juni bezocht ik Milaan en kwam ik de Noord-Afrikaanse heilige Augustinus tegen. Deze verbleef in Milaan van  384 tot 387 en die periode was cruciaal in zijn leven. Hij was er leraar retorica en als dusdanig zeer bezig met filosofie en hoe gedachten en overtuigingen worden geformuleerd en aangebracht. Hij zocht om carrière te maken als retor en zocht de nabijheid op van het keizerlijke hof dat toen in Milaan resideerde. 

(icoon van Sint Monica
www.atlantablackstar.com)
Augustinus was in die periode zeer onrustig en zoekende. Hij lag in de knoop met zijn seksualiteit (we zouden nu zeggen dat zijn hormonen hem parten speelden) en met zijn visie op geloof. Zijn zeer gelovige moeder was hem vanuit Noord-Afrika gevolgd en bad voor haar ongelukkige zoon. Ze had op haar oude dag maar één doel meer: dat haar zoon het katholieke geloof zou vinden.  Ze wordt in de katholieke kerk dan ook vereerd de dag voor haar zoon, (27 augustus) en Augustinus dus op 28 augustus. Moeder en zoon werden traditioneel als blanke mensen voorgesteld, maar de laatste jaren groeit het besef dat aan hun berberwortels geen recht wordt gedaan door deze witte uitbeelding. Zie hier een hedendaagse 'zwarte' icoon van de heilige Monica.

In de iconografie van Augustinus wordt hij meestal als een blanke bisschop voorgesteld (staf, mijter, bisschopsmantel) met als bijzondere attributen een boek (omwille van zijn vele geschriften en als kerkleraar) en een (brandend) hart (omwille van zijn nadruk op de innerlijke geloofsbron én omwille van zijn heel passionele sensitieve ingesteldheid). 


(beeld H. Augustinus
in barokke zijkapel
kathedraal van Amiens
eigen foto 16 juni 2019)

Naar Milaan kwam de 30 jarige Noord-Afrikaan in de hoop een stap vooruit te zetten in zijn carrière als retor en daarom bracht hij ook een bezoek aan de plaatselijke bisschop, Ambrosius. Hij ging, onder impuls van zijn moeder, regelmatig naar de kerk en ontdekte via zijn preken hoe Ambrosius geloofde. Augustinus ontdekte er dat zijn beeld over geloof, kerk en bijbel heel onjuist was. Hij ontdekte dat het geloof best de verzoenen viel met het menselijke intellect. Maar zijn hart moest nog betrokken worden in het geloofsverhaal. In zijn "Confessiones" (geschreven ongeveer 10 jaar nà zijn bekering, één van de allereerste autobiografieën ter wereld) vertelt hij heel levendig hoe die laatste stap gezet werd (boek 8).  "Deze strijd in mijn hart was enkel maar een strijd van mijzelf tegen mijzelf." (vertaling Gerard Wijdeveld, 1981, blz. 245). De innerlijke strijd bereikte een hoogtepunt terwijl hij in de tuin van hun huurhuis met vrienden samen zat. Hij barstte op een bepaald moment in tranen uit en trok zich verder terug, maar wenend hoorde hij kinderen in de omgeving zingen "Neem en lees! Neem en lees!". Dit kinderlied interpreteerde hij als een persoonlijke aansporing van God en hij ging terug bij zijn vrienden, waar ook een Bijbelboek lag waarin hij had gelezen. Daar onder een vijgenboom sloeg hij het boek op een willekeurige bladzijde open en las er de zin die hij nodig had om tot een beslissing te komen: "Laten wij ons behoorlijk gedragen als op klaarlichte dag, en ons onthouden van braspartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd." (Brief van Paulus aan de Romeinen 13,13).
Nu moet dit heel persoonlijke moment nog ingebed worden in een groter verhaal...


22 augustus 2019

In memoriam priester-dichter José De Poortere

De priester-dichter José De Poortere (°1935) is op 15 augustus gestorven. Of hij op deze feestdag van Marie ten hemel opgenomen zelf zo'n ervaring mocht ondergaan weten we niet en daar was hijzelf bij leven ook onzeker over. 
In zijn bundel "Van een man zonder helm" (uitgegeven bij vzw Zuid & Noord, Beringen) uit 1997 schreef hij een reeks verzen onder de overkoepelende titel Via Dolorosa. Met deze titel (lijdensweg) verwijst hij uitdrukkelijk naar Christus en zijn passieverhaal. In deze reeks gedichten komen kleine en grote pijnlijke gebeurtenissen ter sprake: de Goelag(Sovjet gevangenkampen) en Rwanda (genocide) enerzijds maar anderzijds ook het stille leed in het ziekenhuis vlak achter zijn eigen huis en zijn eigen levensverhaal.
Als gelovige heeft deze priester-dichter ook zijn vragen en onzekerheden en die deelt hij met ons via zijn poëzie. Dat is een van de charmes die zijn gedichten lezenswaard maakt.

Als in memoriam deel ik het gedicht 13 uit de reeks Via Dolorosa (blz.33 in genoemde bundel). Zijn eigen geloofsleven is hier het onderwerp, met een verwijzing naar de brief van Paulus aan de christenen van Filippi en zijn beroemde lofzang op Jezus die zichzelf heeft ontledigd door de gestalte aan te nemen van een dienstknecht (Brief aan Filippenzen 2, 7). 

Ik kreeg heel veel
(Mariabasiliek Maastricht
eigen foto juli 2013)
maar wat ik vroeg aan Gods zoon
kreeg ik niet.
Toen vroeg ik het aan zijn moeder
in de basiliek van Maastricht
maar kreeg het niet.
Misschien kreeg ik iets anders
iets beters
ik weet het niet.
Velen menen dat Gods almacht
toen hij als mens zich ontleegde
zou zijn verdwenen.
Ik geloof dat niet
maar wat ik vraag krijg ik
na dertig jaar nog altijd niet.
Hoe het als ik sterf
tussen ons verder moet
weet ik niet.

Voor mij een ontroerend getuigenis van een zoekende gelovige, die tastend zijn weg gaat in verlangen en hoop en in wetende onwetendheid.

13 juli 2019

Moderne kunst op weg met het geloof ... (04)

Zoals in vorige blogposts al meegegeven, bezit de kerk San Fedele in Milaan een aantal hedendaagse kunstwerken met een bijzondere zeggingskracht.
In de crypte onder het altaar, normaal de plaats waar een 'heilige' begraven is die bijzonder wordt vereerd, is er een kunstinstallatie van de van oorsprong Griekse artiest Jannis Kounellis. Deze beeldende kunstenaar, geboren in Griekenland (1936), leefde en werkte het grootste deel van zijn leven in Italië waar hij stierf in 2017.
(Jannis Kounellis - foto van internet)

Het werk in Milaan heeft als titel Untitled (Unveiling) 2012. Met de bijtitel Unveiling of 'Onthulling'. Hier toont hij zijn eigenzinnige interpretatie van het laatste Bijbelboek, nl. het boek der Openbaring of zoals beter bekend als de Apocalyps(=griekse woord voor openbaring).  Doorheen de tijd kreeg het woord de betekenis van een overvloed aan rampen en het chaotisch einde van de wereld. In de Bijbel vertelt dit boek over een nieuwe wereld die zal geopenbaard worden 'op het einde van de tijden'. Het nieuwe Jeruzalem is een stad van licht, rechtvaardigheid en vreugde, helemaal tegengesteld aan de moeilijkheden waarin de eerste christenen leefden waarvoor het boek was geschreven.
"En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen vanuit de hemel bij God, toebereid als een bruid die zich voor haar man heeft versierd." (Apoc.21,2).

Wat zien we in Milaan? We zien een grote donkere zak hangend aan een ijzeren dwarsbalk. De zak wordt helemaal opgespannen tot het uiterste door zijn inhoud. We zien enkel de contouren van de inhoud en kunnen een groot kruis vermoeden.
(foto via website sanfedele)

Wat wil de kunstenaar hier onthullen, want hij benoemt zijn installatie als 'onthulling' of openbaring? Dat we nu in onze wereld en tijden enkel de oppervlakkige buitenkant zien van het kruis, dus van het Christusverhaal, terwijl de volheid van het Christusgebeuren pas zal onthuld worden als die donkere zak zal weggenomen worden of zal openscheuren? 
Het doet mij denken aan die woorden van Paulus in zijn eerste brief aan de Korinitiërs: "Ja, nu kijken wij met een spiegel in een raadsel, maar dàn: van aangezicht tot aangezicht! Nu ken ik ten dele, dàn zal ik ten volle kennen, zoals ik ten volle word gekend." ( Kor. ,)

6 juni 2019

Aandacht, aandacht ... -3-

Voor een derde en laatste keer wil ik nog even Damon Young laten weerklinken vanuit zijn boek "Afgeleid" (Ten Have, 2014, e-book-versie).
Wanneer de filosoof het einde nadert van zijn zoektocht naar wat ons allemaal kan afleiden van ons ware levensdoel en conclusies probeert te formuleren, komt hij eerst nog even bij de Griekse filosoof Plato. De Amerikaanse filosoof, wetenschapper en wiskundige Alfred North Whitehead zou ooit eens gezegd hebben dat alle filosofie één grote voetnoot is bij Plato. Als het over het thema 'afleiding' gaat, stelt Damon Young dat Plato juist hét voorbeeld is van afleiding, omdat hij op vlucht is voor de aardse beperkingen van het leven in een denkbeeldige perfectie van een Ideeën-wereld. Plato maakte deze droombeelden tot een vaststaand feit en zijn filosofie wordt volgens Young zo een hartgrondig neen tegen het leven (cfr. Afgeleid, blz. 171-172).
Voor Young is het duidelijk dat de wortel voor alle afleidingsdrang bij de mens ligt in onze neiging om te leven alsof de dood niet bestaat. Het is juist de uitdaging om binnen onze beperkingen als mens tot juiste beslissingen te komen vanuit wat wij als waardevol beleven in ons leven.
Dan noemt hij als voorwaarden om tot zo'n goede beslissingen te komen: scherpzinnigheid, wilskracht en bovenal dankbaarheid, dankbaarheid niet voor een helper of weldoener, maar voor het eenvoudige feit dat we bestaan! (cfr. Afgeleid, blz. 173-174)

Hier past een van de laatste schilderijtjes (1937) van Alexej von Jawlensky, geschilderd met de laatste krachten van zijn bijna geheel verlamde lichaam. In zijn serie "Meditaties" gaf hij dit werk de titel: In Andacht.

Jawlensky wist dat dit een van zijn laatste werken zou worden en hij wist dat zijn reumatische aandoening hem binnenkort helemaal invalide zou maken en tot zijn dood zou leiden.
Meer dan vele woorden spreekt dan dit beeld. Dit beeld toont een mens die binnen de beperkingen van zijn leven en in het besef van zijn eindigheid waarde vindt door te blijven schilderen en zo aan zijn ware levensdoel vorm geeft.

De tips van Damon Young doen mij zo denken aan wat Charles de Foucauld en vele andere spirituele mensen met hem meegeven als raad: leef alsof elke dag je laatste is. Dus: besef je eindigheid en wees dankbaar. Zoals Paulus ook oproept o.a. in zijn eerste brief aan de Tessalonicenzen : Zeg dank in alles (5,18).