Posts tonen met het label handelingen der apostelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label handelingen der apostelen. Alle posts tonen

29 september 2025

Groots al knielend - 1 - Bijbelse gronden

In de Bijbel is nergens een bepaalde houding voorgeschreven om te bidden, maar drie houdingen komen vaakst voor : knielen, staan en liggen. De meest voorkomende gebedshouding binnen de christelijke kerken is het knielen en het staan. In de katholieke liturgie wordt er liggend gebeden bij de wijding van een priester, bisschop of abt/abdis of bij een professie (plechtig afleggen van de kloostergeloften) van een monnik/moniale. 
De knielende houding is er een van zichzelf klein maken voor het aanschijn van God. Voor een aantal tijdgenoten een verachtelijke houding: de mens mag en moet recht staan. Maar wie gelooft dat hij leeft in een groter verbond/verband beseft ook dat hij of zij niet alles zelf in handen heeft. Bidden als aanbidding of als smeekbede wordt vaak gedaan al knielende. 
Het knielen vinden we meermaals terug in de Bijbel. Hier enkele passages, eerst uit het Eerste Verbond:
*De tempel van Jeruzalem is afgewerkt, de ark van het verbond wordt in het heilige der heiligen geplaatst en dan spreekt koning Salomo een lang smeekgebed uit ten overstaan van heel het volk. Op het einde van dit gebed lezen we: "Tijdens dit hele smeekgebed lag Salomo geknield voor het altaar van de HEER, met zijn handen ten hemel geheven." (1 Kon. 8, 54) De wellicht grootste koning van het Eerste Verbond vindt het niet beneden zijn stand om te knielen.
*De profeet Daniël leefde aan het Babylonische hof tijdens de ballingschap en verkrijgt een hoge positie. Anderen zijn jaloers en zetten een valstrik op zodat ze Daniël in diskrediet kunnen brengen. Er was een periode van dertig dagen afgekondigd waarin men enkel mocht bidden tot de koning en tot geen enkele andere god. "In zijn bovenvertrek had hij in de richting van Jeruzalem open vensters. Daar knielde hij neer, bad tot zijn God en prees hem, precies zoals driemaal per dag zijn gewoonte was." (Daniël 6, 11)
In het Tweede Verbond lezen we dat Paulus ook soms knielend bidt en dat ook aanbeveelt:
*Paulus trekt na zijn bekering rond in Klein-Azië (huidige Turkije, Syrië en Libanon). Op een bepaald ogenblik besluit hij terug naar Jeruzalem te gaan. In Milete houdt hij een emotionele afscheidsrede, en
"Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden." (Hand. 20, 36).
*In de brief aan de Efeziërs stelt hij dat hij het mysterie van de verlossing door Jezus Christus heeft gepredikt. Hij bidt dan opdat alle christenen dit mysterie ten volle zouden leren kennen. Dat begint zo: 
"Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest..." (Ef. 3, 14-16)
(Anonieme meester : Christus 
in de hof van olijven ca. 1500-1525
©MSK)


In de evangeliën is er onrechtstreeks sprake van knielen, als de duivel Jezus bekoort in de woestijn. Satan belooft Hem macht over de gehele wereld als Jezus neervalt in aanbidding voor hem. Knielen als een houding van aanbidding (Mt. 4, 9).
Jezus zelf wordt heel uitdrukkelijk biddend op zijn knieën voorgesteld na het Laatste Avondmaal als Hij in doodstrijd verkeert in de tuin op de Olijfberg. "Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem. Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen hen: 'Bid dat jullie niet in beproeving komen.' En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde neer om te bidden." (Lc. 22, 39-41)

Knielend bidden is dan ook binnen stappen in een lange traditie die ruimer is dan de monotheïstische religies. De hervormer Calvijn zou ergens gezegd hebben dat knielen niet noodzakelijk is om te bidden, maar dat voor een innerlijke toeleg de knielende houding ons kan helpen. In volgende berichten wil ik enkele spirituele persoonlijkheden laten getuigen over het belang voor hen van het knielen.
 

2 juni 2025

Wachten op de Geest

Net voor zijn Hemelvaart geeft Jezus zijn leerlingen de opdracht de belofte af te wachten die de Vader hen zal zenden (Handelingen 1,4). De apostelen wachten dan tien dagen en dit wachten werd niet teleurgesteld. Ik wil hier luisteren naar iemand die in zijn leven geleerd heeft te wachten. 
(Abdellatif Laâbi 2011)

De Marokkaanse-Franse schrijver Abdellatif Laâbi (1942) werd in zijn geboorteland Marokko vervolgd, negen jaar gevangen gehouden, en koos na zijn vrijlating voor een 'vrijwillige' ballingschap in Frankrijk. In zijn gedichten klinkt die periode van opsluiting vaak (indirect) door zoals in een gedicht dat hij publiceerde in 2005, ruim 20 jaar na zijn gevangenschap. Zijn schrijverschap bood hem de veerkracht om altijd weer verder te gaan. In het wachten zelf -en wat is een celstraf uitzitten anders dan wachten- vindt hij zijn kracht. Het wachten is hem een leerschool. Voor ons, christenen, die ons soms verweesd voelen in een wereld die ons opsluit binnenkamers als wachters bij het boek, kan dit vers van Laâbi een signaal van hoop zijn en vertrouwen geven en ons de kracht geven om ons open te stellen voor het onverwachte verwachte.

Of je nu schrijft of niet
je bent hier aanwezig
trouw aan het wachten dat haast nooit teleurstelt.
Daarvan
kan je zeggen dat je houdingen
en betekenissen hebt uitgeput
je vulde er tot aan de rand
alle kruiken mee
Als de bries komt
kan je ruimschoots in je levensonderhoud voorzien
en bij gelegenheid je te zorgeloze naasten
bijstaan
Het wachten
is je grote leerschool
Op een zwart bord
staat te lezen
"Weldra sluiten de klassen"
Het opschrift dateert niet van vandaag
Het gaat terug tot je prehistorie
Toch ben je hier nog
of je nu schrijft of niet
trouw aan het wachten dat haast nooit teleurstelt.
(uit: Laâbi, Abdellatif, Het continent van de gave. Keuze, vertaling en nawoord door Bart Vonck, Leuven, uitg.P, 2013, blz.165)

Laat het duidelijk zijn dat er veel toespelingen in dit gedicht staan die mij zelf heel onduidelijk zijn, maar het gaat mij om de teneur van het geheel: een soort lofzang op het wachten dat een leerschool is én dat haast nooit teleurstelt.
Laat ons zo biddend, verlangend, geduldig wachten op de belofte van de Vader.

29 mei 2025

Hemelvaart

Het feest van de Hemelvaart van Jezus is voor ons, Westerse mensen van de 21ste eeuw, niet zo gemakkelijk. Dit feest sluit aan bij wat we lezen in het eerste hoofdstuk van de Handelingen der Apostelen. Dichter Michel van der Plas kan ons misschien een weg wijzen bij de benadering van dit verhaal en deze feestdag. Voor hem is het een feest van de hoop dat Jezus eens door ons gevonden zal worden. Dat vinden van Jezus is in feite de hemel open vinden.
Hij verwoordt dit in een soort Te Deum-gebed. Het Te Deum kennen we van de nationale feestdag, maar het is een hymne van lof en dank met wortels in de 4e/5e eeuw. Het wordt in de kloosters die leven volgens de regel van Benedictus gezongen op zondagmorgen als afsluiting van de nachtwake. 

TE DEUM

U God zou ik zo graag hebben geprezen,
u Heer beleden; met de hele aarde
en al uw engelen; maar ik zocht naar de
geheimen van uw onnaspeurbaar wezen
en vond geen waarheid die u evenaarde,
hier, nu, en bleef gevangen in mijn vrezen
voor doem en dood, en hield me vast aan deze
ruimte en tijd die u voor mij uitspaarde.

Ik bid u, Christus, die ik na blijf staren
sinds u, wanneer, waarom, zijt opgevaren,
maar die zult komen om mij vrij te kopen :
wil mij tenminste deze dag bewaren.
O, als ik toch op u zou mogen hopen
en u eens vinden, en uw hemel open.

(uit: van der Plas, Michel, De oevers bekennen kleur. Verzamelde gedichten., uitg. Lannoo, Tielt, 1994, blz. 308)

Een hoopvol Hemelvaartfeest gewenst...
(Rembrandt : Hemelvaart 
©Alte Pinakothek München)

 

17 oktober 2024

Broodnodig lezen als open raam - 2 -

 Op 17 juli schreef paus Franciscus een vurig pleidooi opdat pastores én alle christenen méér open zouden staan voor literatuur. Hij bracht eigen ervaringen in herinnering als aanloop (zie vorig bericht). Dan maakt hij ons erop attent dat de kerk vroeger ook voeling had met de gangbare cultuur. Vaak gebruikte de kerk de courante grammatica om het verhaal van Jezus te actualiseren.
Daarbij stelt hij een belangrijke (retorische) vraag: "Hoe kunnen we de harten van culturen bereiken als we de symbolen, boodschappen, creaties en verhalen waarmee ze hun mooiste ondernemingen en idealen, maar ook hun diepste geweld, angsten en passies hebben vastgelegd (...)negeren, afwijzen en/of het zwijgen opleggen?" 
Daarbij herinner ik mij dat in een Vlaamse parochiekerk de pastoor waarschuwde om de bloemlezing "Van God los", verschenen in 2011 bij Lannoo en samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, zeker niet te lezen. Dus, deze pauselijke oproep heeft zeker zin. 
Zelf heb ik in deze blog zeventien gedichten uit die bundel tegen het licht gehouden tussen 15 juni 2017 en 18 september 2020. Deze reeks kreeg als titel mee: God dichten tot Hij openbreekt. Ik vond de oproep van die pastoor echt beneden alles en die uitspraak had bij mij het omgekeerde effect.
De paus is heel formeel over literatuur : "Contact met verschillende literaire en grammaticale stijlen zal altijd helpen om de meerstemmigheid van de openbaring te verdiepen zonder deze te verarmen of te reduceren tot historische omstandigheden of mentale structuren." (alinea 10). De meerstemmigheid van het geloofsverhaal dient vol vertrouwen gehoord te worden en zo kan de veelkleurigheid van de hedendaagse cultuur helpen om niet té eenzijdig de getuigenissen van Bijbel en kerk overboord te gooien.

Als zijn grote voorbeeld haalt de paus de apostel Paulus aan die op de Atheense Areopagus getuigt over God: "In hem leven wij en bewegen wij en bestaan wij, zoals ook sommige van uw dichters hebben gezegd." (Handelingen 17,28). Paulus citeert de Griekse dichters Epimenides en Aratus van Silo. Franciscus zegt dan ook dat Paulus zich een lezer toont van poëzie. Hij zegt daarbij : "De Atheners noemen hem een spermologos, dwz een 'raaf, roddelaar, charlatan', maar letterlijk 'een oogster van zaden'. Wat zeker een belediging was, wordt paradoxaal genoeg een diepe waarheid. Paulus verzamelt de zaden van de heidense poëzie en gaat zo ver dat hij in deze oude poëzieteksten een ware preparatio evangelica ziet." (al.12)
 De waarde van de literaire cultuur is voor Franciscus, in de voetstappen van Paulus, is zonneklaar. "Wat deed Paulus? Hij begreep dat literatuur de afgronden in de mens blootlegt, terwijl de (Bijbelse) openbaring, en vervolgens de theologie, deze aangrijpen om te laten zien hoe Christus ze doorkruist en verlicht. Literatuur is daarom een poort naar deze afgronden, die de pastor helpt om een vruchtbare dialoog aan te gaan met de cultuur van zijn tijd." (al.13)   

In onze hedendaagse Nederlandstalige literatuur horen we vaak stemmen die soms heel dicht aanleunen bij de verhalen van de zoekende mens in de Bijbel. Zo verscheen in 2020 van de jonge dichter Roelof ten Napel een boeiende bundel bij uitgeverij Hollands Diep "In het vlees". De jonge homoseksuele schrijver zoekt zijn weg, weg uit de verstikkende protestantse opvoeding. Hij verwoordt angsten en twijfels, dromen en idealen die leven bij heel wat jonge mensen in deze tijden.
Zo ook bijvoorbeeld in dit vers uit die bundel (blz. 144):

SONNET XXXII

ongelovig?
alsof ik me voorstel
met wat ik niet meer ben,

als zeggen:
hallo, ik ben geen
steen - 

ik ben geen gelovige meer, maar
dat vormt me niet meteen
tot het omgekeerde -

het gaat me erom, misschien,
te zoeken naar
wat 'god' ooit betekend heeft, toen iemand het zei
zoals de eerste mens die iets zei
zoals 'au'

Zoals vele tijdgenoten zoekt de dichter hier niet naar definities en schema's, maar naar een ervaring, ook al doet die pijn ('au' zeggen?). En het gaat er niet om zich af te zetten tegen, zichzelf te definiëren met 'on-' of 'niet-', maar om te zoeken naar wat wel grond kan zijn van ontmoeting en gesprek. Een vers dat aan kan zetten tot gesprek en dat zaden kan bevatten van leven.

15 juni 2024

Over licht dat uitnodigt - Hans Andreus - 1 -

 Om op het elan van de vorige berichten voort te doen, duik ik nog even in de 'Verzamelde gedichten' (uitg. Bert Bakker, 1985) van Hans Andreus, de dichter die over licht en vergankelijkheid geschreven heeft met een heel eigen stem. 
Hoe we ons God moeten voorstellen weten we niet en de metafoor van het licht is ook niet zo'n gemakkelijke daarbij. Dat heb ik in vorige berichten al ontdekt, én toch... Zoals licht dat altijd hetzelfde is toch elke dag én elk moment van de dag weer anders wordt ervaren en beleefd, zo is het ook met die Aanwezige die ons leven aan het licht brengt.
Die ongrijpbaarheid van het licht die er toe doet (want zonder licht geen leven) wekt verwondering op. Die verwondering schrijft de dichter uit in zijn bundel uit 1975 "Holte van licht", waaruit dit vers komt. 
(interieur St.Niklaaskerk
Oostduinkerke - eigen foto - dec. 2023)


OF HOE DAT HEET

Gelukkig dat
het licht bestaat

en dat het met
me doet en praat

en dat ik weet
dat ik er vandaan

kom, van het licht
of hoe dat heet.

(uit: Andreus, Hans, Verzamelde gedichten, 1985, blz. 918)

Ik denk hierbij aan Paulus die in Athene op de Areopagus spreekt over de God van Jezus, als de God die niet ver van ieder van ons bestaat want zegt Paulus "door hem leven wij en bewegen wij en zijn wij" (Handelingen 17,28).  De God die licht is en waar we vandaan komen.

7 maart 2023

Pelgrimsweg naar Pasen -3-


 
De dichter Tijl Nuyts neemt als pelgrim in zijn bundel "Vervoersbewijzen" bij het Brusselse Noordstation tram 25. 
De eerste halte daarna is Thomas. Voor de dichter is dit een gelegenheid om na te denken over wat pelgrimeren kan betekenen voor mensen. 
De titel geeft aan dat hij hierbij denkt aan de meest populaire pelgrimstocht in deze tijden in onze westerse samenleving : de camino ofte de tocht naar Santiago de Compostela.  Hij ziet een pluriformiteit aan motieven om op weg te gaan maar doorheen die verscheidenheid is er ook een eenheid. Net zoals we als mensen ondanks onze veelheid aan levensovertuigingen toch een eenheid vormen van mensen die maar kortstondig op deze aarde leven, zonder zekerheden over onze toekomst en over onze impact op de wereld en op onze medemensen.

THOMAS  -  SANTIAGO DE COMPOSTELA

Jullie hebben elk zo je redenen.

Er zijn er die, wanneer het verzamelen
van tropische kamerplanten geen vreugde meer schenkt
of wanneer in nieuwspodcasts enkel poëzie te beluisteren valt,
wekenlang gaan zwemmen in het donker
om daarna definitief een andere weg in te slaan.

Er zijn er die twijfelen
om voluit voor een carrière als pretparkpinguïn te gaan,
om zich bloot te stellen aan het oog van de camera's,
te broeden in de sneeuw terwijl hun partner in zee
naar lantaarnvissen zoekt.
(eigen foto
Santiago de Compostela)

Er zijn er die resoluut kiezen
voor een bestaan als pelgrim.
Gehoor te geven aan de roep in hun borst
die ver weg klinkt en toch dichtbij
ontspringt, stil, soms
diep, maar altijd donker.

Er zijn er die weten dat het te laat is.

Er zijn er die dit, er zijn er die dat.
Samen vormen jullie een verenigde veelheid.
(uit: Nuyts, Tijl, Vervoersbewijzen, blz. 37)

Zoals je merkt laat de dichter en passant met humor enkele mogelijkheden zien waarmee hedendaagse zoekende personen proberen zin te vinden of te geven aan hun bestaan: verzamelingen aanleggen, actualiteiten volgen, exotische doelen nastreven, pretparkbelevingen,... Maar in al die verscheidenheid ziet hij toch een verbondenheid.
En wij? Dit doet mij denken aan het eerste Pinksteren waarbij alle aanwezige pelgrims in Jeruzalem de apostelen hoorden in hun eigen taal.
"Parten, Meden en Elamieten, die huizen in Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asië, Frygië en Pamfylië, Egypte en de delen van Libië dat bij Cyrene ligt, en de Romeinen die hier verblijven; (geboren) Joden zowel als nieuwkomers, Kretenzers en Arabieren - wij horen hen in onze tongen uitspreken de grote dingen van God!" (Handelingen 2, 9-11). Spreken wij de taal van de verzamelaars, nieuwsjagers of avonturiers om met hen verbinding te maken en te ontdekken hoe we allen op zoek zijn naar dat ultieme geluk?  

22 oktober 2022

Op zoek naar licht in donkerwordende dagen -1-

 Nog tot 23 oktober is er in het Noord-Brabantse Breda een fotofestival rond de overkoepelende titel "Theatre of Dreams".
In de Grote Kerk werden door de fotografe Newsha Tavakolian een aantal fotografen samengebracht met als rode draad Space to Breathe.
De Grote Kerk is omgevormd tot een ruimte waar mensen kunnen en mogen ademen. Zouden niet elk kerkgebeuren zo'n ruimte om te ademen moeten creëren? 
En wat gebeurt dan bij de mens? Hij ontdekt in zichzelf veerkracht, hij ontdekt in zichzelf een lichtpunt.
De Geest van God wordt in de Bijbel soms aangeduid als een ademtocht ("de stem van een zachte stilte" 1 Koningen 19,12), als een windstoot ("een ruisen zoals van een geweldig gedreven ademen" Handelingen 2, 2). Mensen zoals Elia die depressief is of de apostelen die het niet meer zien zitten na de dood en hemelvaart van hun Meester en bezieler vinden dan als het ware een tweede adem en ze veren op uit hun moedeloosheid. 
Deze veerkracht ziet de Mexicaanse fotograaf Yael Martinez (°1984) bij families die getroffen zijn door het drugsgeweld in hun land. Om deze innerlijke kracht nog meer te visualiseren perforeert hij foto's en laat licht schijnen doorheen de kleine gaatjes. Zo ademen ze teder licht. Hoe broos alles ook lijkt, toch ligt daar de kiem van veerkracht.
De foto's ontroerden mij dan ook mateloos. Ze werden mij tot een soort icoon.

(eigen foto)




11 juni 2022

Beelden die spreken : Sam Drukker - 1 -


Midden de voorbije maand mei bezocht ik in Amstelveen (zuidelijke rand van Amsterdam) de indrukwekkende tentoonstelling "Onderweg" met schilderijen en tekeningen van de Nederlandse kunstenaar Sam Drukker (°1957 Goes).
Dit bezoek heb ik beleefd als een aanzet tot meditatie over wie ik kan zijn als christen. De meeste schilderijen waren voor mij, zoals men dat in het Duits zo treffend zegt "Andachtsbilder", beelden die vragen om met intense aandacht bekeken te worden en ze te laten spreken tot je hart.
Eerst even iets over de titel van de expositie en de Bijbelse associaties die dat oproept : "Onderweg".  Heel de Joods-christelijke bijbel door worden mensen opgeroepen op weg te gaan omwille van een/de Andere. Mensen worden uitgedaagd hun gekende levenswijze te verlaten. Abraham verlaat Ur, Mozes verlaat Egypte, de eerste apostelen (Joodse vissers!) verlaten hun netten. Gelovigen gaan op weg. De eerste volgelingen van Jezus worden benoemd als 'die van de Weg'.  We lezen in het boek Handelingen hoe de Joodse rabbijn Saulus tekeer gaat tegen de volgelingen van Jezus : "Maar Saulus blaast nog steeds dreiging en moord tegen de leerlingen van de Heer. Hij komt bij de heiligdomsoverste en vraagt van hem brieven aan Damascus voor de samenkomsten (daar), om, als hij er vindt die van de Weg zijn, mannen zowel als vrouwen, ze gebonden naar Jeruzalem te mogen leiden." (Handelingen 9, 1-2 - Naardense Bijbelvertaling). 
Aan de hand van werken van Sam Drukker in de expo "Onderweg" wil ik in een aantal volgende berichten stil worden en met aandacht kijken om ze te lezen als een evangelische uitnodiging, indachtig het vers van Guido Gezelle: als de ziele luistert spreekt het al een taal dat leeft.

23 november 2021

Iconen - Icons - vroeger en nu - 8

 Onlangs liep in de Brusselse Villa Empain een tentoonstelling ten einde over icoonkunst en haar invloed en doorwerking in de hedendaagse kunst.
Klassieke orthodoxe iconen werden getoond en hoe de beeldtaal, de vormelijke vocabulaire en het gebruik ervan nog hun stempel drukken op kunstenaars van onze tijd. In deze voorlaatste post over deze expo sta ik stil bij enkele werken van de Belgische kunstenaar Wim Delvoye.
Deze eigengereide kunstenaar, die niet om een provocatie verlegen zit, toont een ouder werk (1990), nl. een glazen voetbaldoel met in een neogotische nis de figuur van de martelaar Sint Stefaan en enkele recentere werken, die hij in 2014 tevergeefs aanbood voor een tentoonstelling in Moscou.
(eigen foto - Wim Delvoye : St.Stephanus - 1990)


Stefanus, de proto-martelaar (de allereerste christen die gedood werd omwille van zijn geloof in Jezus) en als dusdanig als heilige vereerd in alle christelijke kerken [zie Handelingen 7, 59-60], werd gestenigd maar verschijnt bij Delvoye in een glazen voetbaldoel. De breekbaarheid van het glas-in-lood en de eenzame wachtende diaken enerzijds en de associatie met de semi-religieuze  aanbidding van voetbalidolen anderzijds zorgen voor een zekere geladenheid bij de toeschouwer. Een beeld dat tot nadenken stemt, een beeld met meerdere lagen.
(eigen foto - Wim Delvoye : Untiteld (Icon)


In 2014 maakte Delvoye een reeks werken met als titel  Untitled (Icon) (2014). Deze serie toont stills uit een muziekvideo die in 2014 heel veel succes had op internet. Die stills bekleedde Delvoye met een oklad in aluminium. Een oklad is een metalen bekleding die een icoon beschermt. De uitgespaarde ruimte toont normaal dan het gezicht van de figuur op de icoon, maar dus bij Delvoye is het een hedendaagse vrouwelijke popidool/popicoon. De hedendaagse varianten van Delvoye kan je betitelen als een pastiche/parodie op de klassieke religieuze icoon. De curator van de expo in Moscou noemde deze werken godslasterlijk en weigerde ze in zijn tentoonstelling op te nemen. In de tentoonstellingscatalogus van de Villa Empain zegt Wim Delvoye aan curator Henri Loyrette hierover :
" Ik begrijp nog altijd niet waarom het zo'n godslastering was. Er was inderdaad een knipoog naar de iconen, maar ik had er noch de beelden, noch de iconografie van gebruikt.  (...) Gewoonlijk hebben iconen een religieuze betekenis. Zij stellen religieuze onderwerpen voor zoals bijvoorbeeld de Heilige Maagd. Maar dat was hier niet het geval. Voor een keer was mijn werk niet ironisch bedoeld. Ik wilde gewoon een nieuwe techniek toepassen op een beeld." (catalogus, blz. 30-31 passim).

Tegen de achtergrond van andere 'schandaalwerken' van Delvoye (vb. het getatoeëerde varken) vind ik zijn uitleg wat slapjes en goedkoop. Wel blijft de opmerking die de curator maakte bij de uitspraken van Delvoye overeind : "De blasfemie, als ik het zo mag noemen - ook al is het misschien eerder onbegrip- ligt niet in het werk zelf, maar in de manier waarop men ernaar kijkt." (ibidem, blz. 31). Wat mij doet denken aan de passage in het Marcusevangelie waar Jezus zegt: "Beseft gij dan niet dat al wat van buiten af in de mens komt hem niet kan bezoedelen. (...)Maar wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens. Want uit het binnenste, uit het hart van de mensen, komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord..." (Mc. 7, 18-22). Ook al gaat het in deze eerst en vooral over de voedselwetten, toch is de draagwijdte van de uitspraak groter.

Zoals het woord 'icoon' of 'iconisch' overal opduikt als het gaat over sport- of film-  of andere publieke figuren, zo toonde de expo in de Villa Empain ook hoe de verbeelding van de iconen overal opduikt in de beeldende kunsten, ook in de 21ste eeuw.


31 mei 2020

Geest is ...

Pinksteren is het feest van de Heilige Geest die de bange kleine groep apostelen overstroomt en doorstuwt op de vijftigste dag na Pasen zoals we dit kunnen lezen in de Handelingen van de apostelen, hoofdstuk 2.
De bekende protestantse theoloog Karl Barth zegt over deze geest o.a. wat volgt:
(Bernard Derijckere : Pinksteren
St. Maartenskerk Kortrijk
eigen foto)
"Het woord 'geest' betekent in de Bijbel eenvoudig 'adem'. De Bijbel denkt daarbij aan het wonderlijke feit, dat ook onder ons, mensen, de een de ander bereiken kan en bij hem veel kan tot stand brengen door een woord, dat door zijn adem gedragen wordt. Helemaal onzichtbaar en zonder dat de een naar de ander toe hoeft te gaan. Dit kleine wonder -dat eigenlijk helemaal geen wonder is- is in de Bijbel het beeld, de gelijkenis en de naam voor het grote wonder, dat hierin bestaat dat de eeuwige God ons, kleine mensen, bereikt en vindt: dat Hij, zoals we lezen op de eerste bladzijde van de Bijbel, de mens leven geeft door op hem te ademen. Het is dit grote wonder in nieuwe gestalte wanneer God de mens, die Hem ontrouw geworden is, bereikt door het woord van zijn genade en dat deze genade van God onze genade wordt: genade die wij denken, begrijpen en beleven. Dat is de uitstorting van de Heilige Geest. In deze zin is het de overstroming van Gods genade."
(Karl Barth Brevier, uitg. Ten Have, 1971, blz. 251)
Adem geven, zuurstof geven aan onze wereld: dat doet God altijd weer doorheen bezielde mensen. Mogen ook wij zo'n bezielde ademgevende mensen worden voor onze directe medemensen en voor de samenleving. Dan gebeurt Pinksteren.

21 mei 2020

Hemelvaart van Christus

(Bill Viola
Tristan's ascension 2005
©De Standaard)
Een van meest recente verbeeldingen van het thema "hemelvaart" is een video van de Amerikaanse kunstenaar Bill Viola (°1951).
In deze video zien we hoe een man ten hemel rijst midden een bruisende waterkolom. 
De titel van het werk is: Tristan's   Ascension. Deze titel verwijst naar de opera van Wagner 'Tristan und Isolde', want de video is bedacht voor een uitvoering van die opera in een regie van Peter Sellars (2005, Parijs).
Zonder woorden maar in een krachtige beeldentaal worden we uitgenodigd aandacht te geven aan het mysterie van leven en dood, veerkracht en overgave, verwondering en vertwijfeling, water dat symbool staat voor leven én voor dood. 
Door onderstaande link aan te klikken 
kan je even mee ten hemel stijgen...
https://www.youtube.com/watch?v=Gqf_cuDf9qI

(ps: laat de volumeknop tijdens het afspelen maar hoog staan...)

28 mei 2018

Christenen: mensen van de weg

Het bijbelboek 'Handelingen van de apostelen' begint met het Pinksterverhaal. We leven nu in de dagen na Pinksteren en lezen dit boek. Even verder in het boek wordt verteld hoe Saulus toelating vraagt om in Damascus op zoek te gaan naar leden van de beginnende Jezusbeweging. Deze eerste volgelingen worden in hoofdstuk 9 vers 2 benoemd als 'mensen van de weg'.
Pas later, vanuit Antiochië, worden de leden van deze beweging genoemd: Christenen (Handelingen 11,26).

In de bijzondere bloemlezing van Nick Muller "Gedichten die mannen aan het huilen maken. Nederlandse editie." (Prometheus, Amsterdam, 2015) heeft de misdaadverslaggever Peter R. de Vries een gedicht gekozen van Bertus Aafjes  (blz. 87) dat helemaal gaat over de weg. De dichter denkt na over welke weg een mens te gaan heeft en welke weg dan wel de juiste is.
Dit gedicht lezen tegen de achtergrond van Handelingen 9,2 geeft stof tot meditatie en nadenken over hoe wij als christen in het leven staan, individueel en als geloofsgemeenschap
.


MUURBLOEM

Er zijn vele wegen,
maar de juiste weg
is de weg ertegen;
niet de weg eronder,
dat is onderkruiperij;
niet de weg erover
dat is pluimstrijkerij,
maar de weg ertegen,
tegen alle wegen in
en dat is van de wijsheid
nog maar het begin.

22 januari 2018

Waar ligt Eden?

Een van de meest intrigerende verhalen is het scheppingsverhaal uit het Bijbelboek Genesis, hoofdstuk 2.
In de bijbelgroep verbonden aan de Sint-Maartensparochie in Kortrijk werden de scheppingsverhalen onlangs toegelicht en in groep besproken. Zoals andere volkeren zochten de Joden naar hun plaats in de wereldgeschiedenis en zoals bij andere volken werden de eerste mensen geplaatst in een tuin. Terwijl ze in ballingschap waren in Babel boden deze verhalen troost, uitzicht en zin. Door de eigen accenten binnen deze verhalen werden de Israëlieten ook opgeroepen te geloven in JHWH, de Ene God en niet te vervallen in dienstbaarheid aan andere goden. In onze dagen zou je kunnen zeggen: niet te vervallen in dienstbaarheid aan de afgod van het geld en de verleiding van het ongeloof...Ik weet dat het wat kort door de bocht is.
(Lucas Cranach de oudere- De tuin van Eden,
in het Kunsthistorisches Museum Wien - foto van internet)

Maar deze gedachten kwamen bij mij op bij het lezen van onderstaand gedicht van Bartho Kriek in het recentste nummer van het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn (2017/2, blz. 157).
Het gedicht bevat vele knipogen naar het Genesisverhaal (tuin, stromende beek, windvlaag...) maar ook naar het eerste hoofdstuk van Genesis (benoemen van bloemen, woest en leeg) en naar het  christelijke Pinksterverhaal (Handelingen 2) over de Geest (grote feest, zingen in tongen).
Voor mij is het ook een getuigenis van een hedendaagse mens die ondanks de maatschappelijke atmosfeer van atheïsme en ongeloof opeens terug de aantrekkingskracht ervaart van de oude geloofsverhalen, die blijkbaar toch zin kunnen bieden.

DE TUIN

Als een kind praatte je over jouw tuin,
hoe de wind erin woei, hoe de vogels
er vlogen en de berkenboom wuifde
met bedoelingen. Het liet zich niet
benoemen wat er groeide, de bloemen.

Maar langzaam werd hij voor jou als behang
waar jij steeds minder belang in stelde.
Het was of iets in jou hem sterven deed.
De rorschachtesten van bewegende
bladeren tegen hemel brachten leegte,
niets dan leegte aan het licht. Een lichtje
heel diep in jouw binnenste moest zijn gedoofd
tot van de woorden de abstracte as,
waarna de tuin weer woest en ledig was.

Tot voor een keer de wind was gaan liggen,
de boom basiliek werd en de bladeren
gelovigen tijdens de preek. Niet voor niets
waren die uren van saaiheid geweest:
nooit eerder zag je de tuin zoals toen.
Nieuw was hij, jij weer kind van illusies.

Laat de bladeren hun geheimen fluisteren.
Laat de vogels zingen in tongen,
door stapelwolkenorkest begeleid.
Werp in de boom, als de wind het wil,
een geest van vlerken, wild in de weer
zich vrij te werken, voor het grote feest
dat altijd zijn zal, altijd is geweest.
Wees als een derwisj die danst door de tuin,
waar onzichtbaar ruist een eeuwige beek.