Posts tonen met het label Roelof ten Napel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roelof ten Napel. Alle posts tonen

29 oktober 2024

Broodnodig lezen als open raam - 4 -

 Paus Franciscus schreef op 17 juli laatst over het belang van literatuur voor gelovigen én voor hun pastores. Eerst vertrekt hij vanuit zijn eigen ervaringen om te komen tot wat hij de kernwaarde vindt van goede literatuur : ze helpt om niet uit het oog te verliezen dat Jezus 'vlees' is geworden.
Dan somt hij enkele positieve aspecten op van lezen : "Vanuit pragmatisch oogpunt bevestigen veel wetenschappers dat de gewoonte om te lezen veel positieve effecten heeft in iemands leven: het helpt een bredere woordenschat verwerven en daardoor verschillende aspecten van de intelligentie te ontwikkelen. Het stimuleert ook de verbeelding en creativiteit. Tegelijkertijd leert het zijn verhalen op een rijkere manier uit te drukken. Het verbetert het concentratievermogen, vermindert cognitieve stoornissen en kalmeert stress en angst. Beter nog, het bereid ons voor om de verschillende situaties die zich in het leven kunnen voordoen te begrijpen en er dus mee om te gaan." (alinea 16-17)
Maar er zijn redenen die verder reiken dan deze van het persoonlijke nut. Ik citeer uitgebreid de kernalinea van deze brief omdat hij gevat een boeiende benadering van literatuur aangeeft. 
(J.L. Borges ©The New Yorker) 


"Als ik aan literatuur denk, herinner ik me wat de grote Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges altijd tegen zijn studenten zei: het belangrijkste is om te lezen, om in direct contact te komen met literatuur, om ons onder te dompelen in de levende tekst die voor ons ligt, in plaats van ons te richten op ideeën en kritisch commentaar. En Borges legde dit idee uit aan zijn studenten door hen te vertellen dat ze in het begin misschien niet veel zouden begrijpen van wat ze lazen, maar dat ze in ieder geval "iemands stem" zouden horen. Dat is een definitie van literatuur die me erg aanspreekt: luisteren naar iemands stem. En laten we niet vergeten hoe gevaarlijk het is om niet meer te luisteren naar de stem van de ander die naar je roept. We raken meteen in een zelfgekozen isolement, we raken in een soort 'geestelijke' doofheid die ook onze relatie met onszelf en onze relatie met God negatief beïnvloedt, welke theologie of psychologie we ook hebben gestudeerd." (alinea 20)
Als paus probeert Franciscus via deze brief pastores en christenen te inspireren. Hij herinnert er daarbij aan dat paus Paulus VI in mei 1964 sprak tot de kunstenaars dat de kerk probeert de wereld van het onuitsprekelijke, van God, toegankelijk te maken. Hij vervolgde dan tot de artiesten met deze kernachtige uitspraak: "In deze operatie die de onzichtbare wereld omzet in toegankelijke en begrijpelijke formules, zijn jullie de meesters."
De paus citeert dan de dichter T.S. Eliot die de moderne religieuze crisis beschreef als een van wijdverspreid emotioneel onvermogen. Franciscus vervolgt dan : "In het licht van deze lezing van de werkelijkheid is het probleem van het geloof er vandaag niet in de eerste plaats een van meer of minder geloven in doctrinaire stellingen. Het is veeleer het onvermogen van veel mensen om geraakt te worden door God, door zijn schepping en door andere mensen. De taak is dus om onze gevoeligheid te genezen en te verrijken. Daarom antwoordde ik bij mijn terugkeer van de Apostolische reis naar Japan, toen mij gevraagd werd wat het Westen van het Oosten kon leren: "Ik denk dat het Westen een beetje poëzie mist." (alinea 20)
Deze kernidee over literatuur als luisteren naar een stem en als oefenen van onze gevoeligheid voor de/het andere vind ik ook tussen de regels van een vers van Roelof ten Napel (In het vlees. Gedichten., uitg. Hollands Diep, 2020, blz. 62).

SONNET  CXVIII

wat er gebeurt als een uitzicht of indruk je aanraakt,
zoals wanneer een oude man zijn oude mooie kleren aantrekt
en ermee naar een dorpsfeest gaat, alleen -
dat dat iets droevigs heeft -

als blijkt dat het niet alleen handen zijn die tasten,
als je beseft dat hij een samenzijn in zich draagt,

omdat vriendschap betekent niet meer te weten
wat sterven is, omdat ook wanneer de ander gaat,
je van hem blijft houden -
omdat het tussen vrienden de wereld is
die wegvalt -

wanneer zijn aanblik je aanraakt heeft dat te maken
met een leven lang geleden, dus
zwijg even, dit komt niet gauw weer terug 

23 oktober 2024

Broodnodig lezen als open raam - 3 -

 Ik wil verder lezen in de brief van paus Franciscus aan pastores én aan elke christen over het belang van literatuur . Eerst haalt hij persoonlijke ervaringen op om daarna de verbinding te leggen tussen de cultuur waarin we leven en de Bijbelse verhalen van God met de mensen. In zijn schrijven van 17 juli zoekt de paus te formuleren waarom aandacht voor literatuur aangemoedigd moet worden. De diepste reden is om te zoeken naar gepaste woorden voor de verkondiging van het Jezusverhaal. 
"De dringende taak van de verkondiging van het Evangelie in onze tijd vraagt een inzet zodat iedereen een Jezus Christus kan ontmoeten die vlees is geworden, mens is geworden, geschiedenis geworden is. We moeten er allemaal voor waken het 'vlees' van Jezus Christus nooit uit het oog te verliezen: dit vlees dat bestaat uit hartstochten, emoties, concrete verhalen, handen die aanraken en genezen, blikken die bevrijden en bemoedigen, gastvrijheid, vergeving, verontwaardiging, moed, onverschrokkenheid: in één woord, liefde." (alinea 14)
Typisch aan het christendom is het geloof dat God mens is geworden, dit wil zeggen zich heeft laten vinden in een mens. Hij is 'vlees' geworden, is 'geïncarneerd'.  Niet zonder reden wellicht heeft dichter Roelof ten Napel een van zijn dichtbundels uitgegeven onder de titel In het vlees (uitg. Hollands Diep 2020). Zijn worsteling met het (star protestantse) geloof van zijn jeugdjaren en met zijn homoseksualiteit levert heel wat prangende verzen op zoals onderstaand gedicht over medelijden. Een vers dat helpt om het 'vlees' van Jezus niet uit het oog te verliezen...
(David LaChappelle : Behold 2017
eigen foto)


SONNET XLVII

van je eigen pijn begrijpen dat hij stoppen zal,
begrijpen dat wat jou de tijd ontneemt, want
er lijkt niets te zijn dan leed,
voorbij kan gaan -

voelen dat er een volstrekt andere tijd bestaat
waar jij niet bij kan, waarin de pijn maar even is -

dat iemand je die geven kan, kan
troosten,

want medelijden was al nooit het ondergaan
in plaats van - alsof pijn te verdelen is -
het is bij je blijven, zodat je kan blijven duren,
kan proberen te merken hoe
de pijn vertrekt, zelfs als hij weer komt, dat
geleden pijn vertrokken blijft

(uit: Roelof ten Napel, In het vlees. gedichten, uitg. Hollands Diep, 2020, blz. 96)

17 oktober 2024

Broodnodig lezen als open raam - 2 -

 Op 17 juli schreef paus Franciscus een vurig pleidooi opdat pastores én alle christenen méér open zouden staan voor literatuur. Hij bracht eigen ervaringen in herinnering als aanloop (zie vorig bericht). Dan maakt hij ons erop attent dat de kerk vroeger ook voeling had met de gangbare cultuur. Vaak gebruikte de kerk de courante grammatica om het verhaal van Jezus te actualiseren.
Daarbij stelt hij een belangrijke (retorische) vraag: "Hoe kunnen we de harten van culturen bereiken als we de symbolen, boodschappen, creaties en verhalen waarmee ze hun mooiste ondernemingen en idealen, maar ook hun diepste geweld, angsten en passies hebben vastgelegd (...)negeren, afwijzen en/of het zwijgen opleggen?" 
Daarbij herinner ik mij dat in een Vlaamse parochiekerk de pastoor waarschuwde om de bloemlezing "Van God los", verschenen in 2011 bij Lannoo en samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, zeker niet te lezen. Dus, deze pauselijke oproep heeft zeker zin. 
Zelf heb ik in deze blog zeventien gedichten uit die bundel tegen het licht gehouden tussen 15 juni 2017 en 18 september 2020. Deze reeks kreeg als titel mee: God dichten tot Hij openbreekt. Ik vond de oproep van die pastoor echt beneden alles en die uitspraak had bij mij het omgekeerde effect.
De paus is heel formeel over literatuur : "Contact met verschillende literaire en grammaticale stijlen zal altijd helpen om de meerstemmigheid van de openbaring te verdiepen zonder deze te verarmen of te reduceren tot historische omstandigheden of mentale structuren." (alinea 10). De meerstemmigheid van het geloofsverhaal dient vol vertrouwen gehoord te worden en zo kan de veelkleurigheid van de hedendaagse cultuur helpen om niet té eenzijdig de getuigenissen van Bijbel en kerk overboord te gooien.

Als zijn grote voorbeeld haalt de paus de apostel Paulus aan die op de Atheense Areopagus getuigt over God: "In hem leven wij en bewegen wij en bestaan wij, zoals ook sommige van uw dichters hebben gezegd." (Handelingen 17,28). Paulus citeert de Griekse dichters Epimenides en Aratus van Silo. Franciscus zegt dan ook dat Paulus zich een lezer toont van poëzie. Hij zegt daarbij : "De Atheners noemen hem een spermologos, dwz een 'raaf, roddelaar, charlatan', maar letterlijk 'een oogster van zaden'. Wat zeker een belediging was, wordt paradoxaal genoeg een diepe waarheid. Paulus verzamelt de zaden van de heidense poëzie en gaat zo ver dat hij in deze oude poëzieteksten een ware preparatio evangelica ziet." (al.12)
 De waarde van de literaire cultuur is voor Franciscus, in de voetstappen van Paulus, is zonneklaar. "Wat deed Paulus? Hij begreep dat literatuur de afgronden in de mens blootlegt, terwijl de (Bijbelse) openbaring, en vervolgens de theologie, deze aangrijpen om te laten zien hoe Christus ze doorkruist en verlicht. Literatuur is daarom een poort naar deze afgronden, die de pastor helpt om een vruchtbare dialoog aan te gaan met de cultuur van zijn tijd." (al.13)   

In onze hedendaagse Nederlandstalige literatuur horen we vaak stemmen die soms heel dicht aanleunen bij de verhalen van de zoekende mens in de Bijbel. Zo verscheen in 2020 van de jonge dichter Roelof ten Napel een boeiende bundel bij uitgeverij Hollands Diep "In het vlees". De jonge homoseksuele schrijver zoekt zijn weg, weg uit de verstikkende protestantse opvoeding. Hij verwoordt angsten en twijfels, dromen en idealen die leven bij heel wat jonge mensen in deze tijden.
Zo ook bijvoorbeeld in dit vers uit die bundel (blz. 144):

SONNET XXXII

ongelovig?
alsof ik me voorstel
met wat ik niet meer ben,

als zeggen:
hallo, ik ben geen
steen - 

ik ben geen gelovige meer, maar
dat vormt me niet meteen
tot het omgekeerde -

het gaat me erom, misschien,
te zoeken naar
wat 'god' ooit betekend heeft, toen iemand het zei
zoals de eerste mens die iets zei
zoals 'au'

Zoals vele tijdgenoten zoekt de dichter hier niet naar definities en schema's, maar naar een ervaring, ook al doet die pijn ('au' zeggen?). En het gaat er niet om zich af te zetten tegen, zichzelf te definiëren met 'on-' of 'niet-', maar om te zoeken naar wat wel grond kan zijn van ontmoeting en gesprek. Een vers dat aan kan zetten tot gesprek en dat zaden kan bevatten van leven.

24 oktober 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 16 -




We komen aan het einde van onze zwerftocht in de poëziebundels van de jonge Nederlandse dichter Roelof ten Napel (1993). In zijn meest recente bundel Dagen in huis (Hollands Diep, 2021) zien we een jonge man die een nieuwe thuis blijkt te vinden én in de taal én in zijn (on)geloof én in zijn dagelijkse omgeving. 

(©Hollands Diep)
In dit gedicht lezen we een wel heel originele metafoor rond bidden. Met deze zal je nu ook ontdekken waarom ik deze reeks heb getiteld "ingebed in wassende woorden". Maar zelfs hier blijft de dichter ook Bijbelse woorden verweven in zijn verzen. 
In de Bergrede roept Jezus op om niet te bidden of te vasten voor het oog van de anderen, want God ziet in het verborgene. Maar die passage over het belang van het 'verborgen' leven begint met het geven van een aalmoes. De Naardense Bijbelvertaling zegt het zo : "Als je een (daad van) ontferming doet, moet je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet, opdat je ontferming er is in het verborgene; en je Vader die in het verborgene kijkt, zal je ervoor teruggeven!" (Matt. 6, 3-4).
Deze lange weg die via de verzen van ten Napel cirkelde rond de zin en plaats van het gebed sluit ik graag af met dit gedicht. Waar wijlen André Louf bidden noemde het blootleggen van de bron in je hart, gebruikt ten Napel een beeld dat aansluit bij de huidige belevingswereld van de Europese mens.

WAT IK BINNEN ONTVANGEN KAN


Het water, waar dan ook vandaan, wordt kort
door een paar zich wassende handen
onderbroken, voordat het weer wegstroomt,
ergens heen. Kraan, handen, wastafel, putje. Verder
stelsels pijpleidingen waarvan ik amper weet heb,
die ik eigenlijk maar aanneem.
Ze zijn hier van lood misschien,
we kregen een brief. Het water valt

langs mijn handen, raakt
mijn handen aan.
Hoe je je bidden voorstellen kan: het verborgene
even afgeleid, terwijl je
je handen erin terugbrengt
tot elkaar, je zelfs de ene niet laat weten
wat hij voor de ander doet.

(uit: Dagen in huis, blz. 24)
(Bill Viola : still uit zijn video Purification
-eigen foto- )


18 oktober 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed -15-

 


In zijn meest recente bundel Dagen in huis (Hollands Diep, 2021) bekijkt de dichter Roelof ten Napel zijn leven vanuit soms onverwacht invalshoeken. Ja, meer dan een gedicht heeft het zelfs over hoeken van kamers.
In die hoeken zitten soms wel heel bijzondere associaties verscholen die de lezer verrast doen opkijken.
 Zo ook in dit volgende vers.

IETS OVER HOEKEN

Het begin van een kamer : een hoek.
Waar bescherming groeit,
de omgeving voorzichtig, wordt
ontkend. Je verbergen is het vinden van
een zelf verborgen plaats,
en ik zou de eerste niet zijn die van bidden
zo'n plaats maakt, een binnen
dat zich niet bespieden laat.
Het vormt een kleine wand,
geeft je wat je niet anders dan aannemen kan:
wat zich niet wegneemt als jij je terugtrekt.
Bidden tast niet in het donker -
het merkt het donker op.

(uit: Dagen in huis, blz.43)

Dit vers is een ode aan het gebed en sluit naadloos aan bij de oproep van Jezus in de Bergrede om christelijk te leven, niet om te pronken en jezelf af te meten aan de anderen. Leven onder Gods oog is beseffen dat het donker ook leefbaar is want kans op ontmoeting met de ander/Andere.
"Wanneer je bidt, kom je binnenkamer in, sluit je deur en bid tot je Vader die er is in het verborgene; en je Vader die in het verborgene kijkt zal je ervoor teruggeven." (Matt. 6, 6 - Naardense bijbel). 
De kartuizers beleven dit evangeliewoord op een zeer expliciete manier. Hun kluizenaarsbestaan ver van alle publiciteit en stedelijkheid speelt zich af aan het oog onttrokken, in het verborgene, wat we konden zien in de documentaire film uit 2005 'Le grand silence'.

(kartuizer in zijn cel
still uit de filmdocumentaire
Le grand silence 2005)



12 oktober 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 14 -


 

In 2021 verscheen een derde dichtbundel van de dichter, schrijver en essayist Roelof ten Napel (1993) bij Hollands Diep (Amsterdam). De titel verwijst misschien mee naar de coronatijd maar hij is in elk geval ook 'rustiger' in vergelijking met zijn vorige bundels : Dagen in huis.
Doorheen het lezen van deze bundel krijg ik de indruk dat de dichter zich na woede over en afkeer voor de gemeenschap waarin hij is opgegroeid, nu wel begint thuis te voelen in een andere omgeving én ook meer thuis te voelen in zijn eigen leven. Op een minder emotionele manier komen wel thema's terug uit zijn vorige bundels zoals het geloof en zijn homoseksualiteit naast de natuur in zijn onmiddellijke omgeving. 
In tegenstelling tot de vorige bundels gebruikt de dichter nu wel hoofdletters, waardoor hij zijn verhaal als het ware in de taal met haar regels wil inpassen. De dringendheid waardoor geen plaats was voor al te veel regels, lijkt nu weg. Maar zelfs zonder die urgentie blijft zijn werk aandacht vragen, zij het op een meer subtiele manier.
Ook anders dan in zijn vorige bundels is het religieuze en Bijbelse nog aanwezig, maar niet meer zo massief, niet meer zo expliciet en niet meer zo veel.
In het bericht 12 uit deze reeks dichtte ten Napel al over biddende handen (vorige bundel In het vlees) en zo'n handen vinden we ook terug in zijn nieuwe bundel. Eenzelfde thema maar op een andere manier geleefd...
(Albrecht Dürer : Gevouwen handen
van een apostel
©Meister Drücke)


NOG IETS OVER HANDEN

De biddende handen zonder eigenaar
op een klein schilderij van Dürer
zijn niet gevouwen zoals ik ze leerde vouwen.
De vingertoppen zijn bijeengebracht
zoals je misschien een gewonde vogel zou verplaatsen,
secuur om hem niet méér te bezeren, dicht genoeg
om hem nog niet te laten vliegen.

(uit: Dagen in huis, blz. 20)

De kwetsbaarheid en de intentie van zorgende nabijheid maken dit vers tot een gebaar van warmmenselijkheid.
Er klinkt zoveel mededogen en barmhartigheid in dat het me doet denken aan de vele plaatsen in de Bijbel waar God genoemd wordt als barmhartig. In het Hebreeuws kan het woord dat we normaal vertalen als barmhartigheid ook vertaald worden als baarmoederlijkheid. Filosoof  en Levinaskenner Roger Burggraeve heeft er zelfs recent een boek over geschreven met als veelzeggende titel: Baarmoederlijkheid van mens en God (uitgeverij Halewijn). 
Dit vers is voor mij een oproep om in onze omgang met anderen nooit onze eigen gekwetsheid te vergeten, zodat we anderen ook met tederheid zouden benaderen.

6 oktober 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed -13-

 


Voor een laatste keer laat ik je kennis maken met een van de sonnetten uit de dichtbundel In het vlees (uitg. Hollands Diep, 2020) van de jonge dichter Roelof ten Napel.
Wie de vorige berichten heeft gelezen weet dat deze jonge man een liefde-haat-verhouding heeft met de christelijke god. Het gedicht van vandaag is een liedje dat wellicht teruggaat op een of ander lied dat de jongen Roelof zal gezongen hebben tijdens gebedsvieringen in zijn protestantse gemeenschap. Ik vermoed dan ook wel enige ironie in dit vers, wat het ook wel ontroerend maakt.  
In volgende berichten gaan we dan zien hoe in zijn derde dichtbundel het thema van het geloof en het gebed nog aan bod komt, maar dan weer op een heel andere manier.
Dus nu nog even dit sonnet.

SONNET LVII (liedje)
(icoon De Goede Herder
©Katholieke Charismatische Vernieuwing)


de heere jezus
heeft mijn hart,
daarom ben ik nergens
bang, want
mijn jezus
heeft mijn hart
in zijn hand -

de heere jezus
hoedt mijn hart
in het hart
van de woestijn -

mijn jezus heeft mijn hart

daarom ben ik
nergens bang
(uit: In het vlees, blz. 137

30 september 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 12 -

 


De mens is een tussenwezen, zowel vlees als 'geest', of zoals je het vanuit wetenschappelijk standpunt zou kunnen stellen : de mens is evolutionair bepaald met driften, instincten, hormonen, behoeften aan voeding en onderdak terwijl hij ook zich dank zij zijn spiegelneuronen zoekt te spiegelen aan andere 'goede'(?) en verstandige voorbeelden. De mens als rationeel dier: het verstand versus het dierlijke.
Maurice Zundel (+1975) noemde het evolutionair bepaalde deel van de mens zijn geprefabriceerde ik...een ik dat er is voordat men er zelf al iets over kan zeggen. Voor hem is de figuur van Christus de wegwijzer die ons uitnodigt ons geprefabriceerde ik te overstijgen en zo tot heling te komen en tot vrijheid. 
Aan dit alles denk ik bij het twintigste sonnet van Roelof ten Napel in zijn bundel In het vlees (uitg. Hollands Diep, 2020).

SONNET XX

(still uit film Au revoir les enfants
©gettyimages)
we vouwden onze handen, deden
onze ogen dicht, en één van ons
sprak - 


wat jammer, denk ik nu, dat dat
met god te maken had -

dieren, met hun gegrom
in hun harten geborgen,
wat weten zij ervan
of ze hier kunnen blijven? ik wil
stil kunnen zijn, al weet ik niet meer
waarom - mijn handen in elkaar gelegd,
of in mijn schoot, mijn ogen

omhoog - de lucht
rustig vannacht
(uit: In het vlees, blz. 83)

Gebed als een moment van stil vallen en afstand nemen van jezelf om te zien hoe dierlijk we soms leven, maar ook om te ervaren hoe we verlangen naar iets onbestemds dat stilte vereist.

24 september 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 11 -

 


Roelof ten Napel schreef in zijn tweede dichtbundel In het vlees verder aan zijn zoektocht om zijn gelovige opvoeding een plek te geven in zijn leven. Hij doet dat in een hele reeks sonnetten die een eigenzinnige variant zijn op het klassieke sonnet. 
(Roelof ten Napel  ©Hollands Diep)


Hier toont hij zich een soort Dante die midden zijn levensweg zich afvraagt waar hij staat. Maar bovenal bekent ten Napel hier dat hij blijft bidden. Merkwaardig gegeven en hier terug -zoals in vorige sonnetten- een heen en weer geslingerd zijn tussen geloof en niet-geloof.
Wat mij bijblijft hier is vooral de bedenking in de voorlaatste regel : ik bid om op te merken, om bewust en aandachtig te zijn.
Ook ben ik ontroerd bij de overtuiging van de dichter dat geen enkel gebed 'verloren' gaat: er blijft altijd ergens iets achter (regel 7).

SONNET CXVI

ik keek je vanuit de wereld aan, en sprak tot je -
mijn woorden verlieten mijn mond niet, en toch
gingen ze ergens heen, van mij vandaan, vanuit de wereld
uit de wereld weg -

ik ben niet gestopt met geloven, het kan me gewoon
weinig schelen of je bestaat -
wat ik zei bleef altijd ook ergens achter -

ja, ik ben bekend geraakt met de grens van de wereld,
en stel geen vragen meer
over wat zich achter mijn rug bevindt,
ik weet  dat wanneer ik spreek
ik het niet maar zelf ben die me hoort,

en misschien bid ik vooral om op te merken
wie elders achtergebleven is
(uit: In het vlees, blz. 38)

18 september 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 10 -

 


In zijn tweede dichtbundel In het vlees blijft dichter Roelof ten Napel zoeken naar zijn eigenheid in reactie op het beklemmende geloof van zijn vader. Christelijke bijeenkomsten benadrukken altijd dat men samen komt in de naam van god. Maar die naam van god wordt ook gebruikt om ten strijde te trekken (letterlijk of overdrachtelijk) tegen wie anders denkt. 

Dat strijdlustige gebruik van de naam van god is géén voorrecht van de IS of islam-terroristen want zelfs in de Psalmen klinkt er bij momenten oorlogszucht door.
Zo bijvoorbeeld in psalm 20 (alle vertalingen van de Naardense Bijbel) :
Moge de naam van Jacobs God je als een burcht beschermen!
We zullen het vaandel heffen in de naam van onze God.(vs. 2 en 6) ;
of in psalm 86 (vs.12) wordt deze ambitie uitgezongen : Ik wil glorie geven aan uw naam voor eeuwig! of in psalm 143,11 verzucht de schrijver: Om uws naams wil, Ene, doe mij leven, gij die rechtvaardig zijt, gun mijn ziel uittocht uit benauwing!.


Zoals in een vorig bericht ademt ook dit sonnet een wel en niet-sfeer uit, iets van tegelijk geloven en niet-geloven.

SONNET XC

welke god is die naam nog waard, welk volk - welke naam
is het nog waard om te noemen alsof er iets goeds mee wordt bedoeld?
welke naam is het nog waard om te roepen alsof je iets goeds verwacht?
alsof het niet straks al zal gaan klinken als een strijdkreet -

alsof je geen naam kunt geven aan datgene waarvan je
je eigen naam verwacht, niet in staat bent te noemen
wat jou noemen moet, wat moet zorgen dat jij heet-

mijn god, ik roep niet jou aan, maar wat er in jouw naam
beloofd verborgen zit,

ik hoef geen heilig volk, alsof dat geen woorden zijn voor wie zich -
zelf de macht geeft, maar ik ben niet in staat te ontkennen
welke hoop er in mij blijkt te leven - niet in de woorden zelf, maar in
wat ondanks de woorden, door de woorden, genoemd
probeert te worden
(uit : In het vlees, blz. 102) 

In streng protestantse middens noemt men hun eigen gemeente nog altijd het uitverkoren volk,  door god geheiligd. Maar de dichter hoort vooral een agressieve ondertoon en voelt zich onbenoemd. Tegelijk ervaart hij dat er in hem een hoop leeft een spoor te vinden naar wie/wat woordeloos genoemd wil worden. 

12 september 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 9 -

 


In zijn tweede dichtbundel In het vlees (uitg. Hollands Diep, 2020) blijft de dichter Roelof ten Napel een eigen weg en eigen stem zoeken als 'gelovige', als homoseksueel en als dichter. 
Enkele sonnetten thematiseren uitdrukkelijk deze zoektocht naar zijn eigen identiteit, waaronder het volgende.

SONNET XXXII

ongelovig?
alsof ik me voorstel
met wat ik niet meer ben,

als zeggen:
hallo, ik ben geen
steen -

ik ben geen gelovige meer, maar
dat vormt me niet meteen 
tot het omgekeerde -

het gaat me erom, misschien,
te zoeken naar
wat 'god' ooit betekend heeft, toen iemand het zei
zoals de eerste mens die iets zei
zoals 'au'
(uit: In het vlees. blz. 144)
(miniatuur uit Très riches heures
du Duc de Berry)


De dichter komt hier dicht bij een groot misverstand rond (on)geloof. Het christelijke geloof is geen theorie of leerstelsel dat je met je verstand aanneemt of dat je afwijst; het is een relationeel gegeven zoals in de laatste strofe van dit sonnet wordt gesuggereerd. Spreken doen we als mens altijd in relatie tot een ander/Ander. Altijd opnieuw is geloven terug zoeken naar dat eerste contact want de Ander/de andere kunnen en mogen we niet opsluiten in een 'leer' of een 'concept'.
In de vier evangeliën komen er slechts enkele gebeden voor van mensen tot Jezus en daarvan vind ik het bijzonderste evangelische gebed dit wat we lezen bij Marcus hoofdstuk 9 (24). De vader van een zieke ('bezeten' jongen) vraagt om zijn zoon te genezen. 
Jezus zegt aan de wanhopige vader dat alles mogelijk is voor wie gelooft, en dan reageert de man : "ik geloof - help mij in mijn ongeloof!".
Dit gebed zouden we als christen elke dag moeten bidden opdat we elke dag zouden blijven beseffen dat geloof een relationeel zoeken is dat iedere dag moet hernomen worden, zoals mensen iedere dag opnieuw moeten zoeken om hun geliefden te beminnen.

6 september 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 8 -

 


(Fra Angelico : Sint Dominicus
©Wikipedia)
De tweede poëziebundel van Roelof ten Napel In het vlees blijft verslag uitbrengen van de worsteling van de dichter met zijn geloof en zijn seksualiteit. Met de titel verwijst de dichter ook naar de proloog van het evangelie van Johannes waarin  gezegd wordt: het woord is vlees geworden (Jo. 1,14). In het archaïsche Nederlands dat in sommige protestantse middens nog wordt gebruikt spreekt men dan ook dat god in het vlees is gekomen...
De met zijn gelovige verleden worstelende dichter heeft in een sonnet het gebed nu juist tot thema van zijn 'meditatie' of 'mini-poëtisch-essay' gemaakt. Het spreekt voor zich en behoeft geen verdere commentaar want we stuiten op grenzen in ons denken zoals de dichter zegt.


SONNET LXIV

misschien is het gebed wat zich blijft verzetten
tegen wat zichzelf het denken noemt, tegen
wat zichzelf in leven waant,
tegen het idee dat wat waar is zonder ons zou kunnen -

misschien bevindt zich in het gebed iets
wat tegen het denken in
kan omgaan met pijn, hebben we voor pijn gebeden nodig

om ons er, zelfs onbegrepen,
in te begeven -

zelfs wanneer ik naast je sta kan ik niet zeggen
dat je pijn zich hier bevindt, er valt niets van te begrijpen -
misschien heet het daarom geen denken als ik om je geef,
als ik alsnog niet ontkennen kan
wat je door niets hier wordt aangedaan
(uit: In het vlees. Gedichten, blz. 129)

31 augustus 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 7 -

 


Twee jaar na Het Woedeboek (80 blz.) verscheen al een nieuwe dichtbundel van Roelof ten Napel met de prangende titel In het vlees (uitgeverij Hollands Diep, Amsterdam, 2020), een lijvig boekwerk van 155 genummerde pagina's met nog eens 40 ongenummerde pagina's voor een tweede deel met als titel : II het uitschot Iskariot. Over dat tweede deel gaat het hier niet omdat er nergens daarin het gebed gethematiseerd wordt.
Het eerste deel heeft als titel : I het intieme, wrede : confessies en bestaat uit genummerde 'sonnetten', maar de nummering met Romeinse cijfers heeft geen ordening. De bundel opent met sonnet XLV, waarna LXXII en dan IX enzovoort. Ook met de sonnetten zelf is er iets aan de hand. Het zijn inderdaad allemaal 14 regelige gedichten, maar de klassieke deling 4-4-3-3 is helemaal losgelaten alsook de inhoudelijke omslag na de achtste regel. De dichter plaatst zich met grote eigenzinnigheid in de traditie. 
In het dankwoord op het einde blijkt dat hij zich ook inhoudelijk plaatst in een lange traditie met vooral aandacht voor Augustinus (Confessiones), Kierkegaard, Montaigne, Musil, Murdoch en anderen.
In Het Woedeboek vertolkte ten Napel de woede uit de titel heel beheerst, maar zijn gevecht met zijn seksualiteit en zijn geloof hakken in het vlees. De titel en ondertitel liegen dan ook niet : In het vlees het initieme, wrede : confessies. Pijn in zijn verschillende gedaantes (lichamelijk, psychisch, spiritueel, sociaal) en wat die betekent en hoe ermee om te gaan vormt het hoofdthema van deze bundel. Elk sonnet is als het ware een overdenking of zo je wil, een poëtisch mini-essay. Het relationele, wat in een gebed bepalend is, ontbreekt meestal in deze bundel. 
Hier een eerste sonnet, waarin de dichter het over zijn eigen pijn heeft terwijl hij Christus aan zijn kruis bekijkt.
(centrale luik uit Isenheimer-retabel
door Matthias Grünewald ca. 1511-1517
©Kunstkopie)



SONNET LII

man, naakt gemaakt, bloed in zijn haar,
met handen en voeten aan kruishout genageld -
een krachtig beeld, ja.

maar dat hij het leed der wereld draagt?

een wreed soort marteling:
mensen niet slechts te laten lijden, maar hen hun leed,
tegelijk, te ontzeggen -

ik sta aan de voet van het kruis
en kijk omhoog, en zie
de ogen van de zoon van god, door hem verlaten -
ik kijk hem aan en zeg hem
dat mijn leed het mijne was, en niemand het wegnam,
er niemand anders was in wiens handen ik
mijn geest bevelen kon.
(uit: In het vlees. Gedichten., blz. 148)

De dichter stelt zichzelf voor aan de voet van het kruis en spreekt tot 'de zoon', hij die zoon is van een man die zich de woordvoerder van god wist in de familie.
Het zichzelf inbeelden deel te hebben aan een evangelische scène is iets wat Ignatius van Loyola in zijn 'Geestelijke oefeningen' als leidraad meegeeft om vanuit de overdenking tot een gebed te komen.
Dus eerst zien en beleven en dan spreken tot, net zoals in dit vers.

27 augustus 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 6 -

 


In deze reeks sta ik nog eenmaal stil bij een vers uit de eerste dichtbundel van Roelof ten Napel, Het Woedeboek, uitgegeven bij Hollands Diep in 2018.

Het is een mooie intieme tekst, waarin iedereen zich kan herkennen met kinderlijk naïeve vragen en veel vertrouwen.

GEBED (avondgebed)

een bladzij van het nachtboek slaat om
en ik ben moe, en trek uit mijn lichaam weg.

van waar kwam mijn geluk vandaag? hoe vlug
ging het voorbij? ik ging erin op en bleef erin

achter, zoals het licht in de dag nu is achtergebleven,
waar het stilstaat, en in de kamers hangt.

waar blijven we, terwijl de tijd
aan ons voorbijgaat? we weten het niet,

en nu ben ik hier, dicht bij mijn grond, gebogen -
dat ik toch morgen bij me terug mag komen,

mij weer ontvangen mag, als was ik nooit
ergens anders geweest.
(uit: Het Woedeboek, blz. 39)

(Arent de Gelder : Simeon en Hannah fragment
ca. 1700-1710 ©Wikipedia)
Het is een mijmering over slaap en tijd vol poëzie en verwondering. Mij brengt het ook de lofzang van Simeon in gedachten, zoals die is beschreven bij Lucas (2, 29-32) en zoals die elke avond wordt gebeden en gezongen in kloosters en abdijen.
 Daarin vraagt de oude Simeon om in vrede te mogen rusten omdat hij licht heeft gezien dat straalt voor iedereen en heil brengt, goed is dus, voor iedereen. Dankbaarheid op het einde van een dag in een besef dat geluk en licht ons zomaar komen aangewaaid. Er is ons zoveel gegeven om niet en het is niet evident. Dit diepe religieuze besef zindert bij alles in dit vers.

23 augustus 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 5 -

 


De dichter Roelof ten Napel voelt zich verstoten door zijn thuisgemeenschap omwille van zijn homoseksuele geaardheid. De streng protestantse bijbellezing staat een aanvaarding van zijn 'zondig' gedrag in de weg. In zijn dichtbundel Het woedeboek (uitg. Hollands Diep, 2018) schrijft ten Napel zijn frustraties en woede van zich af, doch slechts een heel enkele keer komt die diepste reden expliciet naar boven. In dat vers ziet hij zich zoals de gevangen genomen Christus geplaatst voor Pilatus, die zal zeggen : ziehier de mens, ecce homo.
De dichter staat daarmee in een indrukwekkende traditie van kunstenaars die zichzelf met Christus vereenzelvigen (vooral in de schilderkunst vb. Gauguin, Corinth,...).
Dit vers staat in het derde deel van de bundel, na het uitspreken van zijn gemis van zijn vertrouwde omgeving (eerste deel), na het zich wenden tot de god die hij verstoot via psalmen en gebeden (middendeel). Het derde deel biedt ruimte aan de ontdekking van nieuwe aspecten van zijn bestaan, ver van zijn thuis en in de nabijheid van nieuwe liefdes.

JONGEN
(Lovis Corinth : Ecce Homo
eigen foto)


je zegt dat ik een koning ben,
maar ze hebben een wet, en naar die wet
moet ik sterven - waarom
ondervragen ze me nog?

ik zag je en ik sprak ervan -
waarom slaan ze me? ze vroegen naar mijn
afkomst, en ik zweeg, nu schijnt
een nul van doorns rond mijn hoofd -

zie hier, een zoon - ik hield
van het begin af van je stem, mijn
lief - je zegt

dat we koningen zijn, maar dat ons rijk
nog komen moet, en tilt me op - als kon ik het
misschien in de verte al zien
(uit: Het Woedeboek, Hollands Diep, 2018, blz. 58)

De dichter herneemt voor een deel het gesprek tussen Pilatus en Jezus en de hogepriesters, maar het is dubbel (zie Joh. 18, 29 e.v. en 19; Mat. 27). Het geloof van zijn voorvaderen heeft ook een wet die homo's buitensluit, dus sociaal doodt.
En dan komt zijn geliefde in beeld : ik hield al van je, van je stem (zoals bij de geliefden in het Hooglied) en het koninkrijk waarin homo's aanvaard worden moet nog komen, zoals het Rijk Gods volgens Jezus ook nog moet komen.
Met de laatste lijn komt de voorloper van Christus, Mozes, in beeld omdat hij het beloofde land enkel kon zien vanuit de verte...(Deut. 34, 1-5).


17 augustus 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 4 -

 


Doorheen Het Woedeboek zoekt dichter Roelof ten Napel hoe hij zich kan verhouden tot de god van zijn streng-protestantse vader, die zijn zoon niet kan aanvaarden omwille van zijn geaardheid.
Welke god is er dan nog? De dichter verlaat zijn thuisgemeenschap en voelt zich in een woestijn, verlaten en verweesd.
Hij voelt zich wellicht een beetje als de profeet Ezechiël die op een bepaald moment een visioen krijgt dat midden de woestijn dorre beenderen weer vlees krijgen en tot leven komen (Ezechiël 37).

PSALM (in de woestijn)

de aarde scheurt open en een man valt erin weg,
een ander klimt naar boven.

ik zie hem en herken hem,
de vader van de vader van mijn vader.

we staren samen naar een dode tak
(Elia icoon
©abdij Tongerlo)
in het zand.

hij vertelt dat god
niet de wolk was, noch de vuurkolom,

maar de man aan de overkant
die haast wegkijkt -

die met zijn vinger in de lucht schrijft,
een steeds nauwere schaduw laat.

mijn mond is droog, hij brengt me
naar een steen met water -

terwijl ik neerkniel en drink
blijft hij op de uitkijk staan
(uit: Het woedeboek, blz.38)

De dichter heeft een wat dubbele houding tegenover zijn voorvaderen. Ze blijven zijn gids maar toch stoot hij hen af.
Zijn woestijnervaring hangt hij ook op aan de ervaring van de profeet Elia (1 Koningen 19) die depressief is omdat zijn zending maar niet blijvend lijkt te slagen. Na een succesvol optreden tegen 'afgodendienaars' op de berg Karmel (dwz hij doodde de priesters van het heiligdom aldaar) moet hij op de vlucht voor koningin Izebel, die de profeet wil doden. Na veertig dagen wordt Elia uit zijn schuiloord, zijn grot gelokt. Daar zijn er de 'klassieke' godsverschijnselen: een stormwind, een aardbeving, vuur, maar voor Elia is het duidelijk dat god niet in al dat natuurgeweld is. En dan is er een stille, nauwelijks voelbare bries. In die stille leegte komt god aan de profeet voorbij. Hij bedekt zijn gezicht en pas daarna kijkt Elia op naar "de man aan de overkant" dicht Ten Napel.
Met recht kan je dit gedicht lezen als een psalm... een dichterlijk zich uitspreken tegenover dé Ander. Ook al keert de dichter zich af van de god van zijn voorvaderen, toch blijft hij ook in verbinding ermee.