Posts tonen met het label geloof en ongeloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof en ongeloof. Alle posts tonen

22 september 2026

Hij doet het weer...

Twee jaar na zijn 'outing' als katholiek gelovige met zijn boek "Tot God" publiceerde Christophe Vekeman opnieuw een boek met als titel : Het gebeurt, het gebeurt elke dag... De dag van uitgave was 8 september 2026, volgens de katholieke kalender het feest van de geboorte van Maria. 
De geboorte van het nieuwe boek werd mee begeleid door onder anderen een boeiend gesprek op de Nederlandse zender EO in podcastformule met interessante insteken en gesprekslijnen. In afwachting dat ik zijn nieuwe boek gelezen heb en hier mijn leeservaring zal delen verwijs ik graag naar deze podcast, een rit van ruim 1u15min., maar dank zij het retorische talent en de humor van Vekeman verveelt het niet. Wees daar maar zeker van!

 

14 augustus 2026

Los Domingos - De zondagen -film over roeping

 In een vorig bericht heb ik reeds de boeiende, respectvolle, open film over een religieuze roeping anno nu aangekaart. Ik kom graag nog even terug op 'Los Domingos' omdat een lied van de Australische dichter, singer-songwriter Nick Cave prominent meespeelt en nog in mijn hoofd blijft spelen. De hoofdfiguur Ainara is lid van een jeugdkoor waar ze ook een vriendje heeft en we zien dit koor bij het instuderen van het lied "Into  my arms" waarin afscheid, liefde en vertrouwen vertolkt worden.
Hierbij kan je dit lied beluisteren.



En net de dag dat ik de film zag, was er op de Plint Poëziekalender een vers van Bette Westera dat nauw aansluit bij het zoeken naar wat een roeping is of kan zijn en welke plaats geloof kan/mag innemen in ons leven.

ZONDER TWIJFEL

Zonder wegen geen verdwalen.
Zonder zon geen lelijk weer.
Geen gezondheid zonder kwalen
en geen minder zonder meer.
Geen beneden zonder boven
en geen achter zonder voor.
Zonder twijfel geen geloven.
Zonder stilte geen gehoor.
(uit : Dichter nr. 20 , blz. 94 - uitg. Plint)

Zo blijft de film bij mij nog naneuriën.

4 augustus 2026

Wat krijgen we nu? Een film over roeping!


Op dit moment loopt in de art cinema's in Vlaanderen de bijzondere en intelligente Spaanse film 'Los Domingos'. Daarin zien we hoe een meisje, Ainara, op het einde van haar middelbare school wil intreden in een contemplatief slotklooster en hoe haar omgeving daarop reageert. 
Hoe zou jij reageren mocht je dochter of je nicht of je vriendin meedelen dat ze zich geroepen voelt tot een besloten leven van gebed, gehoorzaamheid en soberheid? Is dit meisje op zoek naar troost omdat haar gelovige moeder nog niet zolang geleden is overleden? Wordt ze geïndoctrineerd door de nonnen van het klooster waar ze heen wilt? Is ze nog niet te jong en moet ze niet eerst 'de wereld' leren kennen, het uitgangsleven als student en de liefde van een jongen? Zou ze haar intellectuele talenten niet beter inzetten voor een verantwoordelijke studierichting en job? Is ze niet 'gek' en moet ze niet psychiatrisch behandeld worden? 
(still uit de film Los Domingos)
Met al deze vragen worstelen de personages in de film. De regisseur Alauda Ruiz de Azua toont de groeiende familiale spanningen rond Ainara zonder zelf een duidelijk standpunt te verdedigen pro of contra de keuze van het meisje. De jonge actrice Blanca Soroa weet op een subtiele manier met blikken en kleine gebaren de twijfels, de religieuze en andere verliefdheid, het zoeken naar erkenning en respect over te brengen. Een sterke scène is het wanneer Ainara na de uitvaart van haar grootmoeder in de kerk haar verwarring wenend en verwoordt via het gebed van overgave van Charles de Foucauld. Haar tante, een vurige atheïste, probeert tevergeefs haar nichtje op andere gedachten te brengen, maar ziet ook hoe Ainara innerlijke rust en geluk vindt in het religieuze. Haar vader is ook vertwijfeld maar wil voor alles dat zijn dochter gelukkig is.

Zonder grote gestes doet de film ons nadenken over persoonlijke vrijheid, tolerantie, conformisme, indocrinatie en het intieme geloofsproces van (jonge) mensen. 
Gelovigen zowel als ongelovigen worden aangesproken in deze film omdat hij juist met veel respect de verschillende standpunten in beeld brengt. Voor mij een absolute aanrader en een verademing omdat er niet geschermd wordt met het grote gelijk.

16 april 2026

Credo in sonnetvorm

 De Nederlandse beeldhouwer en dichter Kees Hermis (1941-vandaag jarig!) leerde ik kennen dankzij een nummer uit de reeks "Dichter" (uitgeverij Plint) rond het thema 'geloof'.
Grasduinend in dat nummer zie je hoe dit woord zovele verschillende interpretaties oproept. Het sonnet van Hermis kan mij bekoren omdat het verschillende facetten van het christelijke geloof verwoordt zonder dat het in kerkelijke, liturgische of dogmatische taal verzandt.
De laatste strofe sluit naadloos aan bij de Paaservaring die we in deze weken vieren en gedenken.
(eigen foto)


CREDO

Geloof is een manier van leven
door de nacht op weg naar licht
tussen weten en niet weten
dromen doen vooruit gericht

Geloof is waken en niet wijken
voor wat doof maakt en verblindt
hoopvol naar de sterren kijken
in verwondering als een kind

Geloven is een kaars aansteken
en de stilte niet verbreken
die door tijd is aangeraakt

Tegen hoofd en rede in
uitzien naar elk nieuw begin
dat aan de dood een einde maakt.

(Hermis, Kees, uit : Dichter nr. 20 Geloof, uitg. Plint, blz. 23)

2 februari 2026

Met een ladder de drempel over -6-

 Deze verkenning van de expo Faith No More. Rituals for Uncertain Times (ABBY Kortrijk tot en met 1 maart) loopt op zijn einde.
Onze onzekere tijden zijn drempeltijden en vormen een liminale ruimte tussen gisteren en morgen. 
Hoe leven zonder verlamd te worden door angst of roekeloos door eigendunk? Hoe geraken we deze drempel(s) over? Dat is stappen in de onzekerheid, maar in het geloof dat wij er niet alleen voor staan. We kunnen medestanders ontdekken die durven hun oude status, rol en functie los te laten om zonder masker te staan. 
De ladder van het gebed opgaan kan ons brengen bij een mysterieuze Aanwezigheid die ons bestaan stelt in een groter geheel.
Rabbijn Sacks schrijft vanuit zijn Joodse traditie naar aanleiding van de droom van Jakob over de ladder :
"Het gebed heeft twee dimensies, de ene is mysterieus en de andere niet. Er zijn eenvoudigweg te veel gevallen waarin ons gebed werd verhoord om te ontkennen dat bidden invloed op ons lot heeft. (...) In tijden van crisis schreeuwen we het uit vanuit het diepst van onze ziel, en er gebeurt iets. Soms worden we ons daarvan pas later bewust, als we erop terugkijken. Het gebed doet iets met de wereld, maar het is een mysterie hoe dat werkt.
Er is echter een tweede dimensie die niet mysterieus is. Bidden verandert niet zozeer de wereld, bidden verandert onszelf. Het Hebreeuwse lehitpalel, 'bidden', is een wederkerend werkwoord, wat inhoudt dat het een handeling beschrijft die naar onszelf verwijst. Letterlijk betekent het 'zichzelf beoordelen'. Het betekent: ontsnappen aan de gevangenis van het zelf en van buitenaf zicht krijgen op de wereld inclusief onszelf. Bidden is waar de hardnekkige eerste persoon enkelvoud, het 'ik' voor een ogenblik stilvalt en we beseffen dat wij niet het middelpunt van het universum zijn. Er is een werkelijkheid buiten ons. Dit is een ogenblik van transformatie."
(Sacks, Jonathan, Genesis boek van het begin, uitg. Skandalon, Middelburg, 2020, blz.166-167)
(kapel ABBY
eigen foto)

De expo in ABBY zoekt hoe kunstenaars de spanningen die worden opgeroepen door het leven in drempeltijden verbeelden. We zijn geneigd bij veranderingen altijd eerst te denken: wat betekent dit voor mij. Maar kunstenaars kijken verwonderd toe en proberen ons meer te tonen dan er te zien is. Zo lijken zij op de biddende Jakob en alle biddende zoekers. "Als we zouden ophouden te vragen 'wat betekent dit voor mij?' zouden we gaan inzien dat we zijn omgeven door wonderen: er is de vrijwel oneindige complexiteit en schoonheid van de natuur; er is het woord van God, het belangrijkste erfgoed voor ons als joden, de bibliotheek van boeken die wij de Bijbel noemen; en er is het ongekende drama van rampen en successen die, verspreid over veertig eeuwen, het joodse volk zijn overkomen. (...) Soms is er een grote crisis nodig om ons te laten beseffen hoe zelfgericht we waren. De enige vraag die sterk genoeg is om ons bestaan zin te geven, is niet 'Wat heb ik nodig van het leven?' maar 'Wat heeft het leven van mij nodig?' Dat is de vraag die we horen als we echt bidden. Bidden is meer luisteren dan spreken, luisteren naar wat God hier en nu van ons vraagt. Als we die stilte in de ziel kunnen laten ontstaan, ontdekken we dat we niet alleen zijn. (...) Meer dan dat bidden God verandert, verandert het ons. Het laat ons zien, voelen, weten dat 'God op deze plaats is'. Hoe komen we tot dit bewustzijn? Door voorbij de eerste persoon enkelvoud te gaan, zodat we net als Jakob voor een ogenblik kunnen zeggen : 'Ik heb geen weet van ik'. In de stilte van het 'ik' ontmoeten we het 'Gij' van God. " (Sacks, ibidem, blz. 167)
Deze ont-eigening, dit loskomen van ons ik, kunnen we ook oefenen in de expo in ABBY wanneer we op het einde van het parcours in de kapelruimte ons laten meevoeren door dansers die heel de duur van de tentoonstelling een performance brengen bedacht door Tino Sehgal (1976).
God is op deze plaats, midden onze wereld, in deze drempeltijden. Als we de ladder van het gebed beklimmen kunnen we de drempel over.

14 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 2 -

 In vorig bericht kon je kennismaken met Jonathan Sacks die ons het concept liminaliteit verduidelijkt heeft. Drempelervaringen kunnen een communitas doen ontstaan waarin rol, rang, status en functie wegvallen en waar we achterblijven zonder masker en toegeschreven identiteit. 
In zijn bespreking van het boek Genesis noemt Sacks de figuur van Jakob de man van de nacht. "In de nacht ontvangt hij zijn grootse visioen van de ladder en de engelen. In de nacht worstelt hij met een onbekende tegenstander. Hij sterft in ballingschap, aan het begin van de lange, donkere nacht van slavernij. Jakobs grote kracht is dat hij niet opgeeft." (Sacks, Jonathan, Genesis, boek van het begin, blz. 158)
Na een ruzie met zijn broer Esau moet Jakob vluchten voor de wraakzucht van zijn broer. Hij wil zijn toevlucht zoeken bij zijn oom Laban. 
   "Op zijn tocht kwam hij bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenen 
    die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die 
   op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhooggaan en afdalen. Ook zag hij de HEER bovenaan staan...
  Toen werd Jakob wakker. 'Dit is zeker', zei hij, 'op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.' Eerbied vervulde hem. 'Wat een ontzagwekkende plaats is dit,' zei hij, 'dit is niets anders dan 
  het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn." (Genesis 28,11-17)
Sacks (*) leest hierin dat Jakob zich in een liminale ruimte bevindt, een overgangsgebied tussen het huis waarvan hij wegvlucht en de bestemming die hij nog niet heeft bereikt. 
Jakob is alleen, op reis, in de nacht zoals 22 jaar later opnieuw zal gebeuren wanneer hij met een vreemdeling zal worstelen. Jakob wordt gevormd door deze liminale ontmoetingen, wanneer hij het meest kwetsbaar is en open staat voor het onverwachte.
Sacks benadrukt dat in de Joodse traditie de ladder uit Jakobs droom in verband wordt gebracht met het gebed. Wij die bidden staan op aarde, maar onze gebeden reiken tot aan de hemel. Er bestaat een dieptestructuur van het gebed : omhooggaan - staan in de Aanwezigheid - afdalen. Het gebed is een ladder die reikt van de aarde tot de hemel. Langs deze ladder van woorden, gedachten en gevoelens verlaten we geleidelijk de zwaartekracht van de aarde. Vanuit de wereld rondom ons, die we met onze zintuigen waarnemen, bewegen we ons naar bewustwording van wat de aarde te boven gaat: de Schepper van de aarde. Aan het einde van deze opgang staan we in ons volle bewustzijn in de aanwezigheid van God. Daarna keren we langzaam naar de aarde terug, naar onze aardse beslommeringen, naar de arena van acties en interacties waarin we leven. Maar wanneer het gebed zijn werk heeft gedaan, zijn we niet meer dezelfde als ervoor. Want we hebben, net als Jakob, ervaren dat God op deze plaats aanwezig is zonder dat we het wisten.
Toen Jakob uit zijn droom ontwaakte, besefte hij : God is op deze plaats. De hemel is niet ergens anders maar hier - zelfs als we alleen zijn en bang. We hoeven het alleen maar te beseffen. En we kunnen engelen worden, Gods vertegenwoordigers en gezanten.
In de expo in ABBY kan je een kopergravure zien van de droom van Jakob naar Maarten de Vos (ca. 1580).
De commentaartekst in de bezoekersgids gaat wel heel kort door de bocht door te stellen dat voor christenen deze ladder een lineaire weg is naar verlossing. De meeste christelijke spirituele meesters benadrukken dat de geestelijke groei nooit tot een verworven niveau komt, telkens weer kan je als het ware van de ladder naar beneden tuimelen. Het beeld van de ladder is wel een dankbaar pedagogisch hulpmiddel om zoekende gelovigen te inspireren.
(eigen foto)


In een tentoonstelling over onze liminale tijden past dus zeker deze uitbeelding van de drempelervaring van Jakob en zijn ladderdroom.


*hier volg ik in grote lijnen wat Sacks schrijft in zijn commentaar van Genesis, blz. 157 e.v.)

7 november 2025

Groots al knielend - 4 - Dietrich Bonhoeffer

 De Duitse lutherse theoloog en predikant Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) was een moedig man, die reeds twee dagen na de machtsovername door Hitler in een radiotoespraak waarschuwde (1 febr. 1933) om de Führer niet te verafgoden. Tot Hitler zelf zei hij dat hij zich bewust moest zijn van de beperking van zijn macht. Op dat moment werd de uitzending onderbroken. Bonhoeffer sloot zich aan bij de 'Bekennende Kirche', een groep protestantse theologen en gemeenten, die zich verzetten tegen staatsinmenging door de nazi's in hun kerkelijke zaken. Deze groep werd geïnspireerd door de grote theoloog Karl Barth.  
Voor Bonhoeffer was de kerk het lichaam van Christus en niet zomaar een plek waar over Christus gesproken wordt. Dat inzicht vraagt om een aangepast gedrag vol overgave en het zou een leidend idee zijn gedurende zijn gehele leven.
(Dietrich Bonhoeffer op bezoek bij Karl Barth - ©EDK)

In een meditatie van Dietrich Bonhoeffer over het vers van de profeet Jesaja : Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven (Jes. 9, 5), (vers dat in de kerstliturgie wordt gelezen als vooruitzegging van de komst van Jezus) horen we deze moedige man oproepen om te knielen bij het kerstekind. 
"Het gaat hier over de geboorte van een kind, niet over de revolutionaire daad van een sterke man, niet over de gedurfde ontdekking van een wijze, niet over het vrome werk van een heilige.
Wat koningen en staatslieden, filosofen en kunstenaars, godsdienststichters en moraalpredikers vergeefs proberen te bewerkstelligen, gebeurt nu door een pasgeboren kind. Als om de geweldigste menselijke inspanningen en prestaties te beschamen wordt hier een kind in het middelpunt van de wereldgeschiedenis geplaatst. Een kind, uit mensen geboren, een zoon, door God gegeven. Dat is het geheim van de verlossing van de wereld; heel het verleden en heel de toekomst ligt in dit gebeuren opgesloten. De oneindige barmhartigheid van de almachtige God daalt tot ons af in de gestalte van een kind, van zijn Zoon. (...)
Hoe willen wij dit kind ontmoeten? Zijn onze handen door de dagelijkse arbeid, die zij volbrachten, niet te stijf en te trots geworden om zich nog bij de aanblik van dit kind in gebed te vouwen? Dragen wij ons hoofd, dat zoveel moeilijke gedachten heeft moeten denken en zoveel problemen heeft moeten oplossen, niet te hoog, dan dat wij het voor het wonder van dit kind nog deemoedig zouden kunnen buigen? Kunnen we voor één keer al onze inspanningen, prestaties en gewichtigheden helemaal vergeten om met de herders en de wijzen uit het Oosten het goddelijk kind in de kribbe te aanbidden en daarin dankbaar de vervulling van ons hele leven te zien? Het is werkelijk een zeldzame aanblik, wanneer een sterk en trots man zijn knieën buigt voor dit kind, wanneer hij in ongekunstelde eenvoud in Hem zijn Heiland vindt en vereert, en er moet wel een meewarig hoofdschudden, misschien zelfs een boosaardig lachen door onze oude, wijze, ervaren en zelfverzekerde wereld gaan, wanneer zij de heilsroep van de gelovige christen hoort : 'Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven.'
(uit : Bonhoeffer Brevier samengesteld door Otto Dudzus, uitg. Ten Have n.v., Baarn, 1968, blz 503-504 passim)

Het contrast tussen de trotse zelfverzekerde mens die zijn eigen gedachtenwereld als enige norm neemt en het machteloze kind dat vraagt om verwonderd te blijven over het onzegbare is nog immer actueel. De moed die Bonhoeffer opbracht tegen de barbaarsheid van het nazisme was geworteld in zijn knielen voor een kind blijft - jammer genoeg- ook nog altijd actueel en inspirerend.   

4 augustus 2025

Zaaien met tranen

 Wij als christen gelovigen voelen ons verweesd en onzeker in deze tijden waar we ons verhaal met God en Jezus zien afketsen op onverschilligheid, argwaan, vooroordelen en dorre wetenschappelijkheid. Als we ons kleine leven afzetten op de tijdslijn van het Eerste en Tweede Testament en daarna, dan zien we dat gelovigen heel vaak leefden als minderheden in een vijandige omgeving. De situatie in West-Europa tijdens de twintigste eeuw was voor de kerk vrij uitzonderlijk. Tot kort na Wereldoorlog II kon de kerk een zware stempel drukken op de samenleving en deze machtspositie leek haar nogal evident. Nu ontstaat er een situatie waarin de christen gelovigen zichzelf terugvinden waar Christus ze ook zag : als zout (teveel zout is ongezond en verpest de smaak) of als gist (een kleine hoeveelheid kan een brood doen rijzen of bier op smaak brengen), als bron (klein begin van een soms grote stroom). 
Psalm 126 zingt ook deze tweespalt uit : de droefheid omdat de inzet schijnbaar zonder resultaat is en de hoop/het verlangen dat er vruchten zouden zijn voor iedereen. In het eerste deel zingt de dichter over de terugkeer uit ballingschap, maar het tweede deel toont dat dit een wens is, dat de ballingschap nog gaande is. 
Meerdere keren heeft de Nederlandse dichter Huub Oosterhuis vanuit deze psalm geschreven. Een van deze liederen laat ik hier horen, gezongen door de kleinkunstzangeres Lenny Kuhr. "De steppe zal bloeien" gaat over vertrouwen en geloof, over dood en verrijzenis, over overgave en ommekeer.
Maar ook aan het Jezuswoord bij Johannes kunnen we denken : "Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft ze alleen, maar indien ze sterft brengt ze veelvoudig vrucht voort."(Jo. 12,24-25).



3 juli 2025

Het zware werk om te geloven

 Geloof wordt vaak voorgesteld als de aanname van een reeks stellingen en overtuigingen 
en het volgen van bepaalde morele regels.
De kerk heeft zichzelf lang vastgereden in deze voorstellingen van geloof. 
Nu leren we ontdekken, soms schoorvoetend, met vallen en opstaan, 
dat geloof vertrekt vanuit een levenshouding.
Geloof betekent vertrouwen schenken, zich toevertrouwen aan,
op weg gaan zonder zekerheden behalve dat er Een met ons gaat.
Een levenshouding die elke dag werk vraagt 
omdat we uitgedaagd worden 
om het centrum van ons leven buiten onszelf te leggen.
Het klinkt soms zwaar op de hand, maar het is de noodzakelijke arbeid om tot nieuw leven te komen. Niet voor niets vergelijkt de dichter Huub Oosterhuis het geloof met een geboorte. Voor de bevalling er is, wordt de hoogzwangere vrouw in de 'arbeidkamer' gebracht.

Het lied, gebed, gedicht van Oosterhuis is en blijft een dagelijkse opgave. Geloof als levenbarende openheid. En bij het leven horen veel vraagtekens, onzekerheden, hard werk.

KOM IN MIJ

Kom in mij, win, ontwapen mij.
Zie mij, doe mij aan.
Weersta mij, wacht mij, delf in mij.
Ontdooi mijn naam,
ontraadsel mijn bestaan.

Kom in mij, maak geluid in mij,
dood is diep in mij,
versteend mijn stem - ontsta in mij
doe pijn, doorgloei mij,
leef mij, licht in mij.

Kom uit mij, scheur mij, kind van mij,
mens in mij ontwaak.
Ontvang mij, overschaduw mij.
En ga met mij
waar niemand met mij gaat.
(uit: Vanderghote, Paul, Gensters in het licht., uitg. Halewijn, Antwerpen, 2012, blz.112)

De dochter van de dichter zingt dit lied.
Zie deze link :


27 juni 2025

Bijbelse marginalen : de dragers van de lamme man

 De verhalen in de Bijbel zijn bevolkt met honderden personages, waarvan er een aantal hoofdrolspelers zijn, te beginnen bij Adam en Eva, over Abraham, Jacob, Mozes enzovoort tot Jezus en Paulus in het Tweede Testament. Naast die hoofdrolspelers zijn er vaak anonieme figuren die echter even belangrijk zijn voor het Bijbelse verhaal.
Zo bijvoorbeeld de vier vrienden van een verlamde man die hun vriend tot bij Jezus brengen opdat Hij hem zou genezen. Bij Marcus (2, 1-12) en bij Lucas (5,17-26) lezen we dat de toeloop naar het huis waar Jezus was zo groot was, dat zij met hun draagbaar niet konden naderen. Dan maar enkele tegels gewipt uit het platte dak en hun vriend naar beneden laten glijden tot voor de voeten van Jezus.
De Noord-Ierse schrijver en Nobelprijswinnaar literatuur 1995 Seamus Heaney (1939-2013) schreef naar aanleiding van dit verhaal een vers dat de focus legt op de vier vrienden die de lamme hebben gedragen tot bij Jezus.
Als wij verlamd worden door angst of moedeloosheid (wat kunnen we in 's hemelsnaam doen tegen de kringloop van geweld in Gaza of Oekraïne of Soedan of tegen de dwaasheid en mensonterende potentaten die regeren in de VS of Rusland of Turkije of ...) , dan moeten we ook misschien gedragen worden door lichtende en moedige mensen die vanuit veerkracht en vertrouwen hun leven leven vrij van angst en tegen de wind durven staan.
Dan gebeuren er nog wonderen.

MIRAKEL

Niet degene die zijn bed oppakt en loopt
Maar diegenen die hem altijd hebben gekend
En hem binnendragen -

Hun schouders verstijfd, de pijn en de buiging diep gekluisterd
In hun rug, de handvatten van de draagbaar
Glibberig van het zweet. En niet ophouden

Tot hij vastgebonden is, kantelbaar gemaakt
En opgetild tot aan het pannendak, dan neergelaten voor de genezing.
Wees aandachtig voor hen die staan te wachten

Tot het branden van de gevierde touwen is gekoeld,
Tot hun ijlhoofdigheid en ongeloof
Voorbij is, voor diegenen die hem altijd hebben gekend.

(Heany, Seamus - in : De prangende verbeelding. Kopstukken van de naoorlogse Ierse poëzie. Gedichten gekozen en vertaald door Peter Flynn & Joris Iven. Leuven, uitg. P, 2013, blz. 72)

(houtsnijwerk Herman Falke scj
©Gerardus Magazine 2018-2)


23 oktober 2024

Broodnodig lezen als open raam - 3 -

 Ik wil verder lezen in de brief van paus Franciscus aan pastores én aan elke christen over het belang van literatuur . Eerst haalt hij persoonlijke ervaringen op om daarna de verbinding te leggen tussen de cultuur waarin we leven en de Bijbelse verhalen van God met de mensen. In zijn schrijven van 17 juli zoekt de paus te formuleren waarom aandacht voor literatuur aangemoedigd moet worden. De diepste reden is om te zoeken naar gepaste woorden voor de verkondiging van het Jezusverhaal. 
"De dringende taak van de verkondiging van het Evangelie in onze tijd vraagt een inzet zodat iedereen een Jezus Christus kan ontmoeten die vlees is geworden, mens is geworden, geschiedenis geworden is. We moeten er allemaal voor waken het 'vlees' van Jezus Christus nooit uit het oog te verliezen: dit vlees dat bestaat uit hartstochten, emoties, concrete verhalen, handen die aanraken en genezen, blikken die bevrijden en bemoedigen, gastvrijheid, vergeving, verontwaardiging, moed, onverschrokkenheid: in één woord, liefde." (alinea 14)
Typisch aan het christendom is het geloof dat God mens is geworden, dit wil zeggen zich heeft laten vinden in een mens. Hij is 'vlees' geworden, is 'geïncarneerd'.  Niet zonder reden wellicht heeft dichter Roelof ten Napel een van zijn dichtbundels uitgegeven onder de titel In het vlees (uitg. Hollands Diep 2020). Zijn worsteling met het (star protestantse) geloof van zijn jeugdjaren en met zijn homoseksualiteit levert heel wat prangende verzen op zoals onderstaand gedicht over medelijden. Een vers dat helpt om het 'vlees' van Jezus niet uit het oog te verliezen...
(David LaChappelle : Behold 2017
eigen foto)


SONNET XLVII

van je eigen pijn begrijpen dat hij stoppen zal,
begrijpen dat wat jou de tijd ontneemt, want
er lijkt niets te zijn dan leed,
voorbij kan gaan -

voelen dat er een volstrekt andere tijd bestaat
waar jij niet bij kan, waarin de pijn maar even is -

dat iemand je die geven kan, kan
troosten,

want medelijden was al nooit het ondergaan
in plaats van - alsof pijn te verdelen is -
het is bij je blijven, zodat je kan blijven duren,
kan proberen te merken hoe
de pijn vertrekt, zelfs als hij weer komt, dat
geleden pijn vertrokken blijft

(uit: Roelof ten Napel, In het vlees. gedichten, uitg. Hollands Diep, 2020, blz. 96)

4 oktober 2024

Muziek waait door een open raam - 4 -

 De mooi uitgegeven bloemlezing van zesenveertig gedichten over Johann Sebastian Bach, bijeengebracht door René Smeets, werd uitgegeven door uitgeverij P in Leuven bij de jaarwende 2020-2021 naar aanleiding van 30 jaar uitgeverij. Het werk kreeg als titel :Was alles maar Bach.
Natuurlijk is er méér dan Bach maar deze bundel heeft als een van de laatste gedichten een vers met als titel : gebed na het beluisteren van Bach. Laat ik hier deze kleine reeks over muziek van Bach en poëzie afsluiten met dit vers van Bert Peleman (1915-1995).

GEBED NA HET BELUISTEREN VAN BACH

Gun mij de zegen, Heer,
van hen die zacht, onzegbaar teer,
Johan-Sebastiaan vertolken...
Gun mij het kolken van zijn gloed;
de wolkenstoet die door zijn hemel drijft.

Gun mij de vreugde die beklijft
en blijft tot in het stervensuur.
Gun mij Bachs muzikaal azuur,
de fonkeling van de saffier.

Gun mij het gaaf 'Bist Du bei mir'
om rustig dood noch hel te vrezen.
Laat Bach bestendig in mij wezen
belijdend, Heer, dat Gij verrezen zijt.

Maak mij deelachtig aan Uw heerlijkheid.
Zet blij mijn ziel vol hemelse koralen.
Leer mij als Bach te achterhalen
waar rein de Bron van alle Léven ligt.

Maak voor Uw aangezicht
Mijn sterrenbeeld : de Ram
getuige voor het 'Ad majorem Dei gloriam'!

(uit : Was alles maar Bach, blz. 65)

De dichter citeert de aria 'Bist du bei mir', die je hierbij kunt beluisteren, gezongen door bariton Klaus Mertens en begeleidt aan het orgel door Ton Koopman.


28 september 2024

Muziek waait door een open raam - 3 -

Christelijk geloven heeft te maken met vertrouwen in de  God van Jezus van Nazareth én vanuit dat vertrouwen ons te geven aan die Andere en de anderen rondom ons. Jezus vraagt ons ons hart te schenken en dan zal hij zijn licht laten schijnen en zal ons leven licht worden...  Onszelf verliezen, onze drang tot controle uit handen geven, ons dwingende verstand die eist dat we redelijk zijn (even onmogelijk als geloven dat Jezus verrezen is) loslaten. Daarover gaat het in een aria van Bach in zijn Mattheüspassie : "Ich will dir mein Herze schenken, senke dich, mein Heil, hinein."  Je kan luisteren naar de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven met sopraan Griet de Geyter.


En daarover schrijft dichter Willem de Mérode (1887-1939) bij dit vers uit de Bachpassie.
De kern van het christelijke leven laat zich hier dus vinden in muziek én in gedicht. Meerstemmig maar eensluidend evangelisch.

BACH

Het huis is donker, maar het raam
Opent op den kristallen hemel.
Doorschijnend deint 't bloedrood gewemel
Van wijnloof: zalig aardsche naam.
Wij kijken met onwillige oogen.
De lucht lijkt donkerder en dof,
En zilvergrijzig glanst de hof;
't Aardsch paradijs beheerscht het Hooge.

Dan dringt de hemel tot ons binnen,
Een stem verheft zich, wij beginnen
Met een ontspannen aangezicht
En vredig hart ons weg te schenken
En voelen ons van licht doordrenken
En gaan verloren in het licht.

(uit: Was alles maar Bach.  Zesenveertig gedichten over Johann Sebastian bijeengebracht door René Smeets, uitg. P, Leuven, 2020, blz. 51)

 

22 september 2024

Muziek waait door een open raam - 2 -

 Vertrouwen in de onzegbare en de onzienbare.  Je laten onderdompelen in een verhaal van eeuwen ver en toch ook een verhaal om nu te beginnen. Zoals echtelijke liefdestrouw onwezenlijk is, zo is muziek ook een uitnodiging om jezelf over te geven. Je kan en mag een partituur nog zo goed bestuderen en met je verstand analyseren, toch geeft de muziek zich slechts prijs in het zich overgeven aan de noten. Zoals Augustinus zei dat zingen tweemaal bidden is, zo ervaren vele mensen in het beluisteren van de muziek van Bach (én andere componisten natuurlijk ook) een verbondenheid voorbij de woorden. 
De Russische dichter Osip Mandelstam (1891-1938) schreef een vers over Bach dat gerust meerdere lezingen kan doorstaan, net zoals de muziek van Bach en de evangeliën uit de Bijbel. Veellagig zoals het leven zelf en zoals het vertrouwen in de Dragende waarover Jezus zegt dat we die Vader mogen noemen. In het gedicht wordt verwezen naar het gebruik dat de lutherse gemeenschap tijdens de dienst bepaalde liederen meezingt, wat natuurlijk iets anders oplevert dan een loepzuiver concert, met eventueel nog kindergeschrei er tussenin.

BACH

Slechts stof zijn de parochieleden.
Geen opsmuk hier, alleen een bord
Waarop met krijt staat aangegeven
Wat er van Bach gezongen wordt.

Geen wanklank valt voorgoed te weren
Uit kerken, van een feestgelag,
Maar jij blijft juichend triomferen,
O zeer bezonnen maestro Bach!

Toen jij je kleinzoons overstemde
Met een cantate, een koraal,
Zocht jij toen soms naar argumenten
Ter schraging van geloof, moraal?

Wat is muziek? Niets dan zestienden
En een complexe orgelzang,
De uiting van wat jou bezielde,
Jij eigenwijze oude man!

En van zijn sombere katheder
Vermengt een Luthers predikant
Het Woord met jouw muziek, betweter,
Onovertroffen querulant.

(uit : Was alles maar Bach. Zesenveertig gedichten over Johann Sebastian bijeengebracht door René Smeets, Uitg. P, Leuven, 2021, blz. 19)

Een zweem Bach mag hier dan ook niet ontbreken. Met onderstaande link hoor je de koraalprelude "Wachet auf, ruft uns die Stimme" BWV 645 gespeeld op orgel door Ton Koopman.



15 september 2024

Muziek waait door een open raam - 1 -

 In de vorige eeuw hebben te veel mensen een vertekend beeld gekregen van het christelijke geloof. De catechismus als vraag en antwoord-stelsel moest gekend zijn vooraleer iemand zijn vormsel mocht ontvangen. Alsof het christelijke geloof een kwestie is van kennis (én dan nog de juiste kennis!) terwijl wie de evangelieverhalen nauwgezet leest vooral ontdekt dat het gaat om vertrouwen. Zoals iemand aan zijn beminde zegt: ik geloof in je en daarom wil ik mijn verdere leven met jou op weg zijn. Ik vertrouw erop dat we er voor elkaar zullen zijn in goede en in mindere dagen.
Niemand die huwt, weet wat de toekomst zal brengen, maar er is het vertrouwen dat de andere ons niet in de steek zal laten. Hoe zot is dat! En toch...het gebeurt en ondanks de vele mislukkingen zijn er ook nog velen die elkaar blijven trouwen ver voorbij de eerste verliefdheden. Ver-trouwen... In zee gaan... Samen de oneindige zee opvaren... 
Geloven is elke dag weer ingaan op zo'n uitnodiging. Rationeel is dat zottemanswerk, maar wie zich verliest in de liefde en in het vertrouwen, die ontdekt dat het ondoenlijke doenlijk wordt. Zoals getrouwde mensen dit ervaren, zo ervaren gelovige mensen dat ook.
In een vers van Klaas De Jongh Ozn. klinkt die uitnodiging door vanuit een invention van J.S. Bach én via een open raam. Zo komt het psalmvers die dit blog zijn naam meegaf samen met een hedendaags vers én met maestro Bach. Hoe mooi is dat niet...




BACH MET UITZICHT OP ZEE

Ik doe de ramen open :
met Bach in mijn oren
komt de zee binnen
rimpelloos en grijs.

De boten liggen op hun zij
en ver is de vloed.

Terwijl wij allen wachten
bereiden de Inventionen ons voor
op de dingen die gaan komen
-kleine stappen op het toetsenbord
mijmerend in zichzelf-

Ook Bach hield de adem in.

(uit : Was alles maar Bach. Zesenveertig gedichten over Johann Sebastiaan bijeengebracht door René Smeets, Uitg. P, Leuven, 2021, blz. 61)

In het geloof is het zoals in dit vers: wachten, ons voorbereiden, open staan voor de dingen die gaan komen, de adem inhouden...
Tot Hij aanwezig komt voor onze zintuigen (Hij is er natuurlijk altijd al, maar onze zintuigen zijn er niet altijd...) 

9 september 2024

Een oud en nieuw verhaal

Mensen die open staan ervoor ervaren dat er méér leven is dan in de ratio en dan de ratio kan bevatten. Het rationele verhaal is erg éénduidig en eenzelvig. Het is gevangen in de beperking van de rede en is blind voor wat leeft buiten de rede. 
(Felix De Boeck
©FeliXart museum)

Wat buiten de rede te beleven is, is meerzinnig en meerduidig en laat zich best benaderen in beeldspraak, in metaforen en vergelijkingen. Zelfs Jezus kon slechts spreken over wat hem echt ter harte ging in vergelijkingen en parabels. Leerstellingen zijn maaksels om de gemeenschap van vertrouwenden te begeleiden en richting te geven. Uiteindelijk gaat het altijd om het vertrouwen in een ver-nabije vreemd-vertrouwde Andere die ons wil laten leven vanuit wijsheid en niet vanuit kennis. 
De begin dit jaar overleden dichter Fernand Florizoone (1925-2024) schreef over deze menselijke drang om God te benoemen vanuit het besef dat Hij/Zij... telkens weer ontsnapt aan de wurggreep van een naamgeving. Zijn gedicht heeft dan ook de passende titel "De onnoembare". In dit vers spreekt de dichter over God in de 'hij' vorm, vanuit een gangbare mannelijke gender-identiteit, maar door de titel zelf van het gedicht relativeert hij ook als het ware deze plaats in het mannelijke kamp. De dichter heeft wel twaalf regels nodig om die titel te verklaren...

DE ONNOEMBARE

Veraf als de pleiaden
en opwaaiend in het zand

hij schildert het koolwitje
en sluiert de geliefde

in een waterbel
laat hij zich raden

hij is de zang van het veld,
vertaalt zich in wijn en brood

zijn gelaat
is het watermerk van de menigte

boordevol is zijn adem
onzegbaar zijn naam.
(uit: Mesotten, Bart, Als Jij roept in de morgen. Tweehonderd religieuze gedichten ontbolsterd. Uitg. Halewijn, Antwerpen, 2010, blz. 134)  

Die onnoembare laat zich vinden in de natuur en schepping, in de gemeenschap van gelovigen ('brood en wijn') en in de medemensen ('zijn gelaat is het watermerk van de menigte').
Voor wie openstaat is alles 'boordevol' van zijn adem.
In de schilderijen van de Brusselse schilder Felix De Boeck (1898-1995) ademt er een sfeer van sacraliteit zonder concrete figuratie. Zo past een doek van deze schilder bij deze onnoembare.

30 juli 2024

Zoeken en ontdekken

 Binnen het christendom zoeken mensen hun eigen weg om de boodschap van Jezus in hun leven een plaats te geven. Deze zoektocht om Gods verhaal vorm te geven doorheen het leven kent vele wegen, met wel een van de meest bijzondere en duidelijkst uitgesprokene de weg van de monniken. Het monastieke leven heeft zijn wortels in de derde eeuw bij Antonius en zijn volgelingen die in de woestijnen van Egypte en de Sinaai als kluizenaars leefden. Nieuwelingen gingen raad vragen aan monniken die al langer in de eenzaamheid woonden. Die raadgevingen van deze woestijnvaders vonden hun weg in een verzameling gezegden, bekend als de 'Vaderspreuken' of vanuit het Grieks de 'Apoftegmata'.
(eigen foto hemel boven Amsterdam
25 december 2018 )


Een van deze spreuken vertelt over een monnik die onrustig is en God niet vindt in zijn kluis. Hij begint met rond te trekken naar andere kloosters en kluizenaars, maar na enige tijd gaat hij telkens weer verder omdat hij niet vindt wat hij zoekt. Tot hij terug bij zijn eigen kluis komt, er binnen treedt en tot het besef komt: hier is het dat ik God zal vinden. Hij vindt na al zijn omzwervingen rust. 
Met deze spreuk wil men de levensles meegeven dat je God, de hemel, je geluk, ...of hoe je het ook noemen wil, niet ver hoeft te zoeken.
In een gedicht van Eric van Os kunnen we in hedendaagse woorden eenzelfde uitnodiging lezen: zoek het niet te ver. De evangelische uitnodiging ligt besloten in heel alledaagse dingen.

DE VERBOUWING VAN DE HEMEL

Binnenkort zal de hemel bestaan
uit drie verdiepingen en een dakterras.
Hebben God en ik besloten.

De eerste verdieping wordt een speeltuin
voor zittenblijvers, wetenschappers
en Vietnamese hangbuikzwijntjes.

Alles wat je ooit bent kwijtgeraakt, vind je
terug op de tweede verdieping en op de derde
mag iedereen zijn grootste geluk inzaaien.

De nieuwe naam komt op het dakterras.
Hiervoor zijn veel ideeën binnengekomen.
God en ik hebben gekozen voor Aarde.

(uit: Geloof. in de reeks DICHTER, gedichten voor kinderen van 6 tot 106, nr. 20, Uitg. Plint, 2021, blz. 57)

In dit wat naïeve hedendaagse kindervers ligt de uitdaging om ons denken over de 'hemel' als de woonplaats van God te her-denken zodat we leren leven vanuit het besef dat we God mogen zoeken op de aarde, doorheen aardse activiteiten én dat Hij zich daar laat vinden ook!

14 juli 2024

Geloof versus twijfel

Voor veel mensen is het duidelijk : wie gelooft, heeft zekerheid. De gelovige WEET, op een andere manier dan de wetenschapper, maar hij heeft een kennis die klaarheid schept in het leven. Dat christelijke weten is dan vaak gestoeld op een nauwe interpretatie van de bijbelboeken en/of de kerkelijke leer. 
Geloofsartikelen en bijbelse verhalen zijn evenwel de neerslag van geloofservaringen. In deze levenservaringen kunnen we onze eigen levens spiegelen en zo mede zoeken hoe we God misschien kunnen ont-dekken in onze eigen hedendaagse levens. Het vroegere halsstarrige memoriseren van de catechismus met zijn vraag- en antwoord-schema versterkte de idee dat een gelovige bepaalde dingen moest weten, dat geloven betekent om bepaalde 'weetjes' te aanvaarden. De diepere realiteit van het geloof ging verloren. Eerst is er leven, dan pas komt de leer. 
Deze catechismuservaringen leidden tot de idee dat geloven geen twijfel duldt, want als geloof een aanname is van bepaalde weetjes, is twijfel niet langer geloven. Terwijl juist geloof en twijfel twee kanten zijn van eenzelfde medaille, zoals in dit eenvoudige vers van Bette Westera heel mooi verwoord wordt.
Het christelijke geloof zal ook slechts blijven als het een leven blijft en niet louter én niet in de eerste plaats een doctrine.

ZONDER TWIJFEL

Zonder wegen geen verdwalen.
Zonder zon geen lelijk weer.
Geen gezondheid zonder kwalen
en geen minder zonder meer.
Geen beneden zonder boven
en geen achter zonder voor.
Zonder twijfel geen geloven.
Zonder stilte geen gehoor.

(uit: Geloof. Dichter nr. 20 , gedichten voor kinderen van 6 tot 106, uitgeverij Plint, 2021, blz. 94)
(Caravagio : De ongelovige Thomas
©Wikipedia)


Daarom zijn de apostelen Thomas en Petrus mij zo dierbaar, omdat ze binnen het Bijbelse verhaal tonen hoe twijfel en geloof met elkaar verbonden zijn: de ongelovige Thomas die twijfelde aan de verrijzenisverhalen van zijn bent-genoten (Joh. 20, 25-29) en Petrus die dreigde te verdrinken omdat zijn vertrouwen in Jezus' woord afbrokkelde (Matt. 14, 22-36). De aarzelende gelovigen waren leerlingen van Jezus. Zo kan ik, met mijn twijfels en vragen, ook leerling zijn van Hem.

20 december 2023

Advent : strijden tegen verlangluiheid - 5 -

 
(©Pinterest)
De advent is een tijd van verlangen, maar verlangen is iets wat een rode draad is doorheen elk mensenleven. Verlangens worden al dan niet ingelost en verlangens groeien/evolueren mee met de mens doorheen de jaren. 

De dichter Jozef Deleu schreef onderstaand vers over verlangen, over de vele facetten die verscholen zitten in dat begrip. Elk verlangen is uiteindelijk een openheid op warmte, licht, voeding en groei. In dit miniatuur van enkele lijnen en woorden vinden we dit allemaal terug. Wat het betekent om te leven in verlangen, laat zich enigzins vermoeden in dit korte gedicht. Blijven verlangen en leven in het traag rijzende besef dat we uiteindelijk God enkel zullen kennen als de onkenbare, de Andere.

VERLANGEN

verlangen
gaapt
als een oven
hunkert
naar licht

brood rijst
traag
(uit: Deleu, Jozef, Het paard van mijn vader.
Miniaturen., uitg. Poëziecentrum, Gent, 2023, blz. 30)

3 december 2023

Advent : strijden tegen verlangluiheid - 1 -

 In het januarinummer van de Poëziekrant (2023/1) verscheen een interview van Koen Vergeer met schrijver/dichter Willem Jan Otten naar aanleiding van de 50ste verjaardag van zijn eerste publicatie. 
Op een bepaald moment wordt een vers geciteerd van  Chris Van Geel : "De oorzaak van verdriet is niet: / geen grote boom te zijn, noch op/ een slechte plek te staan, maar waar/ ook, op aantrekkelijke plaatsen/ of in drukke schaarste, niet/ te kunnen voelen het verborgen/ minste drinken van je wortelkroon" en de interviewer vraagt even verder aan Otten: "Wat is het verschil tussen missen en verlangen? Willem Jan Otten antwoordt dan: "Wanneer je het over verlangen hebt, kun je daarvoor ook heel vaak missen invullen. Dat heb ik gemerkt toen ik een boek van de Amerikaanse dichter Christian Wiman vertaalde. Mijn heldere afgrond heet dat. Dat is een fantastisch essay over de verschillen en overeenkomsten tussen poëzie en religie, in het licht van zijn eigen eindigheid. Ik vind het een van de grootste poëzie-essays van onze tijd."
(Willem Jan Otten ©Knack)
En dan komt het: tot hier was het als het ware de inleiding want we moeten uitkomen bij verlangluiheid. Ik citeer nu uitvoerig het interview omdat ik het zonde zou vinden om de nuances en het gedachtenparcours niet te delen.
"KV: In jouw essay schrijf je ergens 'ik weet terdege dat ik zowel als gelovige als als dichter niet radicaal genoeg verlang'. Wat is dan nog radicaler?

WJO: Dat zit al in die regels van Van Geel: dat minste drinken. En dat je dat niet voelt, terwijl je dat wel zou kunnen, of zelfs: moeten. Ja, dat is toch wel een beeld dat ik heb: dat je tekort kunt schieten op het gebied van verlangen. Je wéét dat je soms pertinenter verlangt, of heviger - en dan bedoel ik niet dat je gaat stalken of zo... Altijd loert het gevaar van verlanglui te worden. Het is vermoeiend, en het verplicht je ook.

KV: Is het misschien dat je toch in een permanente staat van ontvankelijkheid zou willen verkeren?

WJO: Het probleem is dat je afgeleid wordt, dat je verstrooid raakt. Dat je soms terugdeinst voor je nog verder gaat naar het centrum, naar je diepte, je verborgenste wortelkroon. Het is dat wat Denise Levertov schrijft:
Ik houd mijn zelf geen seconde
stil, het zwerft
naar alle kanten,
waar het maar kan.
Niet u,
ik ben afwezig.

Denise Levertov is een prachtige dichter. Ik ken haar werk al een jaar of twintig, maar ik heb haar nu eindelijk een beetje in mijn sterrenhemel opgehangen. Poëzie lezen gaat bij mij ook in vlagen. Die perioden van ontvankelijkheid, waar ik het eerder over had, betreffen ook het lezen van poëzie. Ik kan poëzie alleen lezen als ik 'aangesloten ben op poëzie'. Dus heel vaak ook niet. Ik wilde in dit boek ook een monumentje oprichen voor Van Geel, als wakkerkusser, en voor Tom van Deel, iemand die heel veel voor me betekend heeft en over wiens poëzie te licht gedacht wordt. Maar het is ook een poëziebelijdenis. Dat ik behoor tot de beoefenaars van de poëzie en dat dat een bepaalde levenshouding met zich meebrengt. Het is toch een gebrek aan verlangen als je niet merkt dat God simpelweg bestaat. In alles, ieder moment van de dag. Dat is wat Levertov zegt. Poëzie is er ook overal. Er is geen enkele reden om de poëzie van alles hier niet te ervaren en niet te zien. Het is over het algemeen toch jouw gebrek aan ontvankelijkheid. Ook de dorheidsperiodes, die onderga je vaak met een gevoel van ondankbaarheid bijna. Je kunt het niet helpen, maar misschien moet je er ook meer aan doen. In ieder geval moet je niet de schuld op de poëzie of op God gooien dat-ie er niet is."

De dichter en de gelovige Otten zeggen ons dat we soms verlanglui zijn en zo niet ontvankelijk zijn noch voor de poëzie van/in ons leven noch voor God 'die simpelweg bestaat'.
We kunnen en mogen dan ook de tijd die ons helpt voorbereiden op het kerstgebeuren een tijd noemen die ons verlangen doet aanscherpen. Dan zullen we misschien Gods bestaan ontdekken in de marginale weinigbetaalde hardwerkende herders van onze tijd en in wie zoekt naar wijsheid vandaag. Dan zullen we misschien de sterren zien die ons een weg wijzen in deze donkere tijden. Dan zullen we misschien méér mens worden en ontdekken dat de Menswording van God in Jezus geen idee of ideaal is maar iets wat ons verplicht, hoe vermoeiend dit ook is. Een advent die ons verlangen wakker schudt en wakker houdt.