Posts tonen met het label Lucasevangelie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lucasevangelie. Alle posts tonen

16 juli 2026

Sporen van middeleeuwse vroomheid en kunde - Sint Maartenskerkje van Vic - 3 -

Nog een keer  kijken we nog rond in het romaanse dorpskerkje van Vic (departement Indre) en zijn bijzondere muurschilderingen.
Nu zien we enkele scenes die ook door de gewone gelovigen gemakkelijk konden worden gezien vanuit het kerkschip. De Bijbelse taferelen staan op de grote muur die schip van priesterkoor scheidt terwijl St. Martinus op de rechterzijmuur te zien is.
De tronende Christus wordt bovenaan geflankeerd door de apostelen links en rechts van hem. Onder die apostelreeks zijn een aantal verhalen te zien uit het zogenaamde 'kindsheidsevangelie'. Dit wil zeggen over de geboorte wat er kort daarvoor en daarna gebeurde. 
Naar het altaar kijkend zien we rechts onder de apostelen twee scènes met Maria in de hoofdrol. Er is helemaal rechts het bezoek van de engel Gabriël aan Maria zoals het te lezen is in het evangelie van Lucas (1, 26-38) en dat we ook kennen als de 'boodschap aan Maria'. Links daarvan is er een minder bekend verhaal uit een apocrief tekst, nl. het proto-evangelie van Jacobus. Daarin wordt vertelt dat wanneer ontdekt werd dat Maria zwanger was, zij zich moest rechtvaardigen voor de hogepriesters en schriftgeleerden. De vinger die terechtwijst en de onderdanige Maria.
(eigen foto )


Aan de linkerkant staat onder een deel van de apostelen het kindje Jezus centraal, met rechts hem zittend op de schoot van Maria alsof hij op een troon zetelt, boven hem de ster die de wijzen uit het oosten de weg toont naar de Heiland. Onmiddellijk bij Maria en Jezus vallen herders op hun knieën neer terwijl achter hen de drie koningen of wijzen op hun paarden het kerstekind naderen. Picturaal valt het op hoe de schilder twee paardenpoten laat de boord van het tafereel doorbreken.

(eigen foto)


29 juni 2026

Sporen van middeleeuwse vroomheid en kunde - Gargilesse Dampiere - 2 -

In een vorig bericht maakten we kennis met het romaanse kerkje van Gargilesse Dampiere maar het beste moet dan nog komen. 
Er is onder de kerk een crypte die helemaal beschilderd is met fresco's uit de 13e eeuw. Deze fragiele kunstwerken zijn er meestal nog goed bewaard, ondanks vochtigheid en schimmelvorming. Hier zien we scenes die verwijzen naar het laatste oordeel en naar de kindsheidsverhalen uit het evangelie. 
(hoofdnis in crypte kerk Gargilesse - laatste oordeel - eigen foto)


Een van de zijtaferelen toont hoe Maria wordt verbeeld als de nieuwe Eva. De eerste Eva (onderste niveau) heeft door haar ongehoorzaamheid (het plukken van de verboden vrucht) het lijden in de wereld gebracht (cfr. boek genesis 2 en 3) en Maria bovenaan links gehoorzaamt aan de engel , en rechts als vervolg van een stripverhaal, bezoekt ze haar zwangere nicht Elisabeth (Lc. 1).

(fresco's met beneden Adam en Eva en boven Maria - kerk Gargilesse - eigen foto)

En een iets minder goed bewaarde fresco toont Maria met baby Jezus op een ezel, verwijzend naar de vlucht naar Egypte na het bezoek van de drie wijzen (Mt. 2).
(vlucht naar Egypte - fresco in kerk van Gargilesse - eigen foto)


Deze kerk vormt een buitengewoon geheel dat getuigt van de geloof en de vakmanschap uit de middeleeuwen, maar die ons nog tot op vandaag kunnen ontroeren. 

23 juni 2026

Sporen van middeleeuwse vroomheid en kunde - Gargilesse Dampierre -1-

 
(eigen foto - kerk Gargilesse)

In het kleine dorpje Gargilesse Dampierre in het zuiden van het departement Indre, niet zo ver van Châteauroux, staat een fors romaans kerkje binnen de ommuring van een kasteeldomein, gebouwd in de 12e eeuw. 
De sobere buitenmuren doen niet vermoeden welke oude schoonheden zich verschuilen daarachter. 


De kerk heeft een beschilderd absisplafond met een majesteitelijke, zegenende Christus in een purperen gewaad (koninklijke kleur en tegelijk verwijzend naar de bespotting van de gevangen Jezus cfr. Marcus 15,16-20 en vergelijkbaar Mt. 27 en Joh. 19)), in een mandorla dat symbool staat voor het samenkomen van twee werelden (de hemelse en de aardse).
(plafond absis kerk Gargilesse - eigen foto)


Rondom rond worden pilaren versierd met gebeeldhouwde kapitelen die verwijzen naar Bijbelse taferelen. Ik heb ze niet geteld, maar er zouden 120 zo'n beeldige kapitelen zijn. Wel worden daar ook de vierentwintig oudsten voorgesteld, zoals beschreven in het boek van de Openbaring (Apoc. 4, 4) : "(En ik zag) rondom de troon vierentwintig tronen en op die tronen vierentwintig oudsten gezeten, gekleed in witte gewaden en met gouden kronen op hun hoofden".
(oudste uit het boek Apocalyps - kapiteel in kerk Gargilesse - eigen foto)

(Maria bezoekt Elisabeth cfr Lc 1 - kapiteel in kerk Gargilesse - eigen foto) 




5 juni 2026

Troyes - liturgische kledij uit de sacristie van de kathedraal

 
In de voorbije maand bezocht ik de stad Troyes, voor vele mensen uit Vlaanderen en Nederland een eerste halte (bij heenreis) of een laatste halte (op de terugweg) tijdens een reis richting Zuid-Frankrijk of de Middellandse Zee gebieden. De kathedraal St. Petrus en St. Paulus was zelfs op een grijze, regenachtige dag best indrukwekkend. 
Tijdens dit bezoek was er nog een aangename verrassing in de vorm van een tijdelijke tentoonstelling over liturgische gewaden en de geloofssymbolen die daarop te lezen zijn.
Er stonden meerdere kazuifels, dalmatieken en koorkappen gemaakt tussen de 18e eeuw en nu. Een overzichtelijke tentoonstelling met korte begeleidende teksten.
Uit de vele mooie stukken wil ik er hier twee tonen, twee keer een kazuifel.

Eerst een met op de buikkant de afbeelding van de heilige Augustinus (bisschop met mijter en staf en kerkleraar met een boek in zijn hand) en onderaan de afbeelding van een brandend hart, hét symbool bij uitstek voor Augustinus die in het eerste hoofdstuk van zijn "Belijdenissen" de bekende zin schreef : Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U.
(eigen foto)



Het tweede wat ik hier toon is het centrale rugmotief van een kazuifel. We zien een afbeelding met het verhaal van de Emmaüsgangers (Lucas 24) wiens ogen opengaan als hun 'toevallige reisgenoot' brood breekt en de wijn aanreikt. Dan herkennen ze Jezus. Het gebeurt al niet zo vaak dat deze scène op een kazuifel wordt verbeeld én zeker niet zoals in Troyes te zien is.
De leerlingen zijn in het Lucasevangelie anoniem, maar op de kazuifel zien we langs de ene kant een oudere apostel die nauw aansluit bij de iconografie van Petrus en langs de andere kant een jonge vrouw die associaties oproept met Maria Magdalena. Een kazuifel met een aparte lezing dus van het Emmaüsverhaal, alsof de belangrijkste Paasgetuigen Petrus zijn (en bij uitbreiding de kerkleiders) én de vrouw met een bijzonder statuut : hoer en heilige, zondares en vriendin van Jezus... Het instituut Kerk enerzijds én anderzijds de vrouw met een grote emotionele betrokkenheid t.o.v. Jezus.
Ik zal het Emmaüsverhaal vanaf nu met andere oren beluisteren en op een andere manier overwegen...
(eigen foto)


15 februari 2026

Ceci est

 In 2008 maakte de Belgische artiest Fabrice Samyn een bijzondere installatie met als titel : ceci est.
In de Villa Empain zag ik in november 2025 dat werk tijdens een tentoonstelling rond het thema 'vuur'.
In een donkere nis is een gouden pateen te zien die rust op een zeer dunne sokkel. De pateen is een voorwerp dat in de katholieke liturgie wordt gebruikt om de gezegende hostie (het lichaam van Christus) op te leggen. Bij de consecratie zegt de priester 'dit is mijn lichaam' (of in het Frans : Ceci est mon corps), naar de woorden die Jezus uitsprak tijdens het laatste avondmaal (cf. Lc. 22, 19). Vanuit een zeer bepaalde hoek wordt een lichtstraal geprojecteerd op de pateen die voor een reflectie zorgt op de muur. Deze reflectie heeft de vorm van een vlam. De vlam komt als uit het niets.
(Fabrice Samyn : Ceci est -  eigen foto)


De artiest zegt zelf op zijn website dat er verschillende 'lezingen' mogelijk zijn en dat alle lezingen hun waarde hebben.
We mogen aan de Heilige Geest denken die op Pinksteren in de vorm van een vlam boven de hoofden van de apostelen verscheen.
We mogen denken aan de transsubstantiatie leer, die stelt dat tijdens de consecratie in de mis de hostie verandert van brood tot lichaam van Christus.
We mogen ook denken aan de recente kunsthistorische stromingen waarbij men voorwerpen die men ergens 'vindt' in een kunstcontext plaatst waardoor het tot kunstobject wordt verheven, de zogenaamde 'ready mades'.
Creatief en boeiend hoe hedendaagse kunstenaars omgaan met de katholieke rituelen en liturgische voorwerpen en zo gelovigen laten nadenken over vertrouwde handelingen.

9 februari 2026

Met een ladder de drempel over - uitsmijter -

 Als 'uitsmijter' van deze reeks berichten over de expo Faith No More in ABBY (Kortrijk, tot en met 1 maart) een uittreksel uit een tekst van Luca Fallica die abt is van de abdij van Montecassino (regio Lazzio in Italië). Deze abdij is door de heilige Benedictus zelf gesticht in 529, dus straks 1500 jaar geleden. De abt van Montecassino wil in aanloop naar dat jubeljaar nadenken over wat de kern is van het monastieke ideaal van Benedictus. Hij vraagt zich daarbij ook af wat een benedictijns klooster wilt zijn. Het is een gemeenschap op een bepaalde plaats. Daar verzamelen mensen die God zoeken en daar moet/kan/zal het gebeuren.
Abt Fallica komt zo bij de droom van Jacob met de ladder en engelen. Bij het ochtendgloren komt de aartsvader wakker en zegt : "Waarlijk, de Heer is op deze plek! En ik wist het niet..."(Gen. 28,16). Dit is de plek is in de Latijnse Bijbelvertaling, de zogenaamde Vulgaat : locus iste...
"Locus iste is inderdaad een passende devies (voor het jubileumjaar) . Volgens de Vulgaat is dit de uitroep van Jakob na zijn visioen in Bethel : "Waarlijk, de Heer is op deze plek! En ik wist het niet.(...) Wat een ontzagwekkende plaats is dit! Dit is werkelijk het huis van God, de poort van de hemel." (Gen. 28,16-17)
Wat Jakob in zijn droom op deze plaats aanschouwde, was een ladder die op de aarde rustte, terwijl de top ervan tot in de hemel reikte. De heilige Benedictus neemt dit beeld in zijn Regel over, om er, geheel in de lijn van de traditie, het zinnebeeld en de metafoor van de weg van de nederigheid van te maken. Op deze ladder klim je door te dalen, en daal je door te klimmen, terwijl het besef groeit: 'God is op deze plaats en ik wist het niet.'.
Tot dan toe was Jakob eigenlijk de enige protagonist in zijn eigen (zelf uitgedachte) levensproject. God was vrijwel afwezig gebleven in zijn verhaal. Slechts één keer komt Gods naam voor in de cyclus van Jakob, met name op het moment dat Jakob bij zijn oude, blinde vader Isaak met een list -hij doet zich voor als zijn tweelingbroer Esau- de zegen ontfutselt. Isaak is verbaasd dat Esau zo snel terugkomt met het gevraagde wild. Maar Jakob reageert zonder blikken noch blozen: 'De Heer, uw God, heeft mijn jacht begunstigd.'(Gen. 27,20) Dit is de enige passage waarin Jakob de naam van God uitspreekt, maar tevergeefs, want hij gebruikt die om Isaak te misleiden en zijn leugen kracht bij te zetten.
Pas later komt God in de geschiedenis van Jakob binnen met de waarheid van zijn Naam. Na het visioen in Bethel en nadat hij het woord van God heeft gehoord, roept Jakob uit: 'Waarlijk, de Heer is op deze plaats! En ik wist het niet.'(Gen.28,16) 
Jakob ontdekt iets nieuws, iets wat hij nog niet besefte: de aanwezigheid van God in zijn leven. Een verticale lijn dwarst plotseling het horizontale vlak van zijn leven, zoals ook het beeld van de ladder die hij aanschouwt, dit doet. Elk klooster zou dat ook moeten zijn: een plaats waar God wordt gezocht, ontmoet en verheerlijkt, maar ook een teken van deze goddelijke 'verticaliteit' die het 'platte niveau' van de menselijke gebeurtenissen doorkruist." (uit De Kovel, nr. 90, blz. 82-83)
Vanuit twee ideeën uit deze overweging kijk ik nog even terug op de expo in ABBY.
Er is de ontdekking van Jakob dat God er is, zonder dat hij zich er van bewust was. Na de droom komt hij tot dit besef. Het is heel vaak in de Bijbel dat mensen tot het besef komen van Gods Aanwezigheid nà de feiten. Ik denk aan Elia die het voorbijgaan van God beseft na een stille bries (1 Kon. 19) of aan de leerlingen van Emmaüs die Jezus herkennen als hij verdwijnt bij het breken van het brood (Luc. 24). Nog meerdere andere verhalen zouden we hier kunnen in herinnering brengen. Het vraagt openheid en kwetsbaarheid om de tekenen te zien van Gods Aanwezigheid, en kunst zoals die te zien is in ABBY kan ook zo vindplaats zijn voor wie onbevangen rondkijkt. Locus iste... En God laat zich als het ware slechts zien vanop de rug!!! Al te strakke uitspraken over God zijn dan ook uit den boze.
(Don Giovanni Vl.Opera -©Annemie Augustijns)

En ten tweede is de idee van de verticaliteit die plots de horizontaliteit van ons leven doorbreekt. Onze samenleving is gefocust op het platte niveau van de materialiteit. Alleen het meetbare en zichtbare, het in geld omrekenbare wordt serieus genomen. Tot dit ééndimensionale mensbeeld botst met grenzen zoals ziekte, dood,  depressiviteit, wanhoop, geweld en de mens van zijn materialistische voetstuk valt. Hier denk ik spontaan aan de recent operavoorstelling van Don Giovanni (Mozart) in de Vlaamse Opera in Gent, waar in de slotscène Don Giovanni probeert via een ladder naar de Commendatore te kruipen, maar neerstort in een poel van vuur. 
De verticaliteit in ons leven ontkennen kan zware gevolgen hebben.
De Godzoekers die monniken zijn zeggen ons dan : de plek waar we leven is de hemel, het arcadia, maar we moeten dan wel onze oogkleppen afleggen, uit ons harnas stappen, voorbij onze eigen schaduw durven springen.

29 december 2025

Kerstmis géén idylle

 De zeemzoete muziekjes in elk stadscentrum, de overdaad aan lichtjes én aan eet-en drinkkramen, de schaatspistes en ander plezier willen misschien doen vergeten dat het kerstverhaal (ooit de aanzet van heel dit commercieel en citymarkteting circus) géén idylle is.
(Beate Heinen : Flucht 1979
©Beate Heinen)


In het meest recente nummer van het monastieke tijdschrift "De Kovel" rond het thema incarnatie citeert Peter Nissen de Duitse pastoraaltheologe Hildegund Keul :
"De kerststal is geen idylle, geen utopie van een perfect gezin met decoratieve accessoires zoals zachtaardige herders, juichende engelen, beeldschone vrouwen en rijkelijk versierde koningen. De protagonisten vertolken veeleer aangrijpende dingen over hoe God en de mensen omgaan met de kwetsbaarheid  van het menselijk leven. Kerstmis maakt van 'kwetsbaarheid' het sleutelwoord van de christelijke godsdienst."

God kwam in de wereld als dakloze (er was geen plaats in de herberg Lc. 2,7) en werd na korte tijd ook een vluchteling (vlucht naar Egypte Mt. 2,13-23) ...
En wij nu!!!
Over de menswording van God, de incarnatie, zijn er in het laatste nummer van "De Kovel" boeiende artikels te lezen, zoals dit korte citaat al aangeeft. In deze kersttijd aan te bevelen lectuur.

15 november 2025

Beelden die spreken - Straatsburgse prikkels - 1 -



(Markus Lüpertz : Herte
-eigen foto)
God is onzienbaar voor onze ogen maar dankzij zijn Zoon weten we dat we hem werkzaam kunnen zien doorheen mensen en hun werken. Ook kunstwerken kunnen ons anders leren kijken en luisteren naar de Bijbelse verhalen. 
Zo zag ik eind september in het museum voor moderne en hedendaagse kunst (MAMC) in Straatsburg een sculptuur van de hedendaagse Duitse kunstenaar Markus Lüpertz (1941) die onmiddellijk aanspreekt. Een naakte jonge man draagt op zijn schouders een jong schaap. Een herder dus die direct doet denken aan een gelijkenis van Jezus over God die altijd opnieuw zoekt om wat verloren is terug te vinden. Het hoofdstuk 15 van het Lucas evangelie vertelt via drie verhalen hoe God begaan is met het verlorene (het weggelopen schaap, het zoekgeraakte geldstuk en de twee zonen).

Fascinerend is hier bij deze sculptuur de naaktheid van de herder. Wie wil herderen en anderen hoeden doet dit best vanuit zijn eigen kwetsbaarheid. De eigen naaktheid en broosheid beleven kan de goed bedoelende herder bewaren voor betutteling van (of dwingelandij over) het verloren schaap. 

Het beeld van de goede herder die het schaap terugbrengt sluit natuurlijk ook aan bij de psalm 23, met het bekende beginvers: de Heer is mijn herder... 
Deze woorden mogen ons evenwel niet in slaap sussen, zoals dichter Michel van der Plas (1927-2013) schrijft. Geloof, zeker in onze dagen, is een blijvende uitnodiging én uitdaging. Het herderschap van God vraagt ook om zelf te volharden in verlangen en hoop.
Twee kunstenaars die onze blik openen op het herder-zijn van God voor elk van ons vandaag.

PSALM

De Heer is mijn verder. Hij laat mij missen:
roes, aarde, nu. Laat mij te weinig zijn
en wensen. Drijft mij op naar duisternissen
van bos en braakland, in een perk van pijn.

Is mijn elders. Laat hemelen verhalen,
de macht, de glorie. En houdt mij doodsbang
over mijn dorst gebogen. Zendt zijn stralen
bij mondjesmaat. En wacht, mijn leven lang.

Mijn vijand drinkt en doezelt voor mijn ogen.
De kinderen zingen van een vergezicht.
De Heer is mijn eenmaal. Ik moet nog hoger.

Zijn heil en zegen zullen op mij jagen,
mijn leven lang. Ik zal het dwingelandslicht
zien, haten en verlangen, al mijn dagen.
(uit: van der Plas, Michiel, De oevers bekennen kleur. Verzamelde gedichten., uitg. Lannoo, Tielt, 1994, blz. 121)

1 november 2025

Zalig de armen...

 Het hoogfeest van Allerheiligen is in deze donker wordende dagen een bemoediging want God is nabij bij armen en al die anderen die in de zaligsprekingen worden genoemd ook al zijn ze maatschappelijk van weinig tel en aanzien en ook al worden de tijden duister. Het evangelie van dit feest laat de zaligsprekingen van Jezus opklinken (Mt. 5, 3-10 en Lc. 6,20-23). Zalig de armen, zalig de zachtmoedigen, zalig de barmhartigen, zalig die rechtvaardigheid betrachten, zalig de vredelievenden, zalig de treurenden, zalig de zuiveren van hart, zalig de vervolgden...
Hierbij kan je luisteren naar een strijkkwartet dat de titel meekreeg : The Beatitudes (Engels voor de zaligsprekingen) en gecomponeerd werd door de Russische componist Vladimir Martynov (1946). De repetitieve muziek doet ook denken aan de herhaling van 'zalig zij...' en nodigt uit om niet met ons verstand, maar met ons hart te luisteren naar de muziek én naar Jezus pleidooi voor de zachte krachten in onszelf en in onze samenleving. Alleen die zachte krachten kunnen helen, heel maken, heiligen en de duivelse kring van onrecht en geweld doorbreken.




29 september 2025

Groots al knielend - 1 - Bijbelse gronden

In de Bijbel is nergens een bepaalde houding voorgeschreven om te bidden, maar drie houdingen komen vaakst voor : knielen, staan en liggen. De meest voorkomende gebedshouding binnen de christelijke kerken is het knielen en het staan. In de katholieke liturgie wordt er liggend gebeden bij de wijding van een priester, bisschop of abt/abdis of bij een professie (plechtig afleggen van de kloostergeloften) van een monnik/moniale. 
De knielende houding is er een van zichzelf klein maken voor het aanschijn van God. Voor een aantal tijdgenoten een verachtelijke houding: de mens mag en moet recht staan. Maar wie gelooft dat hij leeft in een groter verbond/verband beseft ook dat hij of zij niet alles zelf in handen heeft. Bidden als aanbidding of als smeekbede wordt vaak gedaan al knielende. 
Het knielen vinden we meermaals terug in de Bijbel. Hier enkele passages, eerst uit het Eerste Verbond:
*De tempel van Jeruzalem is afgewerkt, de ark van het verbond wordt in het heilige der heiligen geplaatst en dan spreekt koning Salomo een lang smeekgebed uit ten overstaan van heel het volk. Op het einde van dit gebed lezen we: "Tijdens dit hele smeekgebed lag Salomo geknield voor het altaar van de HEER, met zijn handen ten hemel geheven." (1 Kon. 8, 54) De wellicht grootste koning van het Eerste Verbond vindt het niet beneden zijn stand om te knielen.
*De profeet Daniël leefde aan het Babylonische hof tijdens de ballingschap en verkrijgt een hoge positie. Anderen zijn jaloers en zetten een valstrik op zodat ze Daniël in diskrediet kunnen brengen. Er was een periode van dertig dagen afgekondigd waarin men enkel mocht bidden tot de koning en tot geen enkele andere god. "In zijn bovenvertrek had hij in de richting van Jeruzalem open vensters. Daar knielde hij neer, bad tot zijn God en prees hem, precies zoals driemaal per dag zijn gewoonte was." (Daniël 6, 11)
In het Tweede Verbond lezen we dat Paulus ook soms knielend bidt en dat ook aanbeveelt:
*Paulus trekt na zijn bekering rond in Klein-Azië (huidige Turkije, Syrië en Libanon). Op een bepaald ogenblik besluit hij terug naar Jeruzalem te gaan. In Milete houdt hij een emotionele afscheidsrede, en
"Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden." (Hand. 20, 36).
*In de brief aan de Efeziërs stelt hij dat hij het mysterie van de verlossing door Jezus Christus heeft gepredikt. Hij bidt dan opdat alle christenen dit mysterie ten volle zouden leren kennen. Dat begint zo: 
"Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest..." (Ef. 3, 14-16)
(Anonieme meester : Christus 
in de hof van olijven ca. 1500-1525
©MSK)


In de evangeliën is er onrechtstreeks sprake van knielen, als de duivel Jezus bekoort in de woestijn. Satan belooft Hem macht over de gehele wereld als Jezus neervalt in aanbidding voor hem. Knielen als een houding van aanbidding (Mt. 4, 9).
Jezus zelf wordt heel uitdrukkelijk biddend op zijn knieën voorgesteld na het Laatste Avondmaal als Hij in doodstrijd verkeert in de tuin op de Olijfberg. "Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem. Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen hen: 'Bid dat jullie niet in beproeving komen.' En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde neer om te bidden." (Lc. 22, 39-41)

Knielend bidden is dan ook binnen stappen in een lange traditie die ruimer is dan de monotheïstische religies. De hervormer Calvijn zou ergens gezegd hebben dat knielen niet noodzakelijk is om te bidden, maar dat voor een innerlijke toeleg de knielende houding ons kan helpen. In volgende berichten wil ik enkele spirituele persoonlijkheden laten getuigen over het belang voor hen van het knielen.
 

31 juli 2025

In Memoriam Jos Stroobants

De Leuvense dichter Jos Stroobants is begin juli op 77-jarige leeftijd overleden. Als dichter, muzikant en beeldend artiest was hij ook betrokken bij de Universitaire Parochie in Leuven en bij gelegenheid schreef hij ook voor de abdij van Keizersberg. In Leuven was ook de uitvaartdienst in de kerk van het begijnhof.
(Jos Stroobants - ©Diepenbeek nu)

In de dagelijkse gebeden van de kerk wordt tijdens de vespers (het avondgebed) altijd weer het danklied van Maria gebeden, het Magnificat (cfr. Lucas evangelie 1, 46-55). Een lied als gelovige  terugblik op de voorbij dag. In 1994 schreef Jos Stroobants een gedicht met de titel "Magnificat". In dankbaarheid voor zijn humane verzen die doordrongen zijn van verbondenheid met de natuur, met de cultuurgeschiedenis en met het God zoeken wil ik nu dit vers delen. Een vers vol van godsverlangen, van vervulling vereend in verwachting, van mens met God verbonden en van God zo menselijk ineen.
Een vers dat voor mij ook een variante is op psalm 139, de psalm waarin de dichter het mysterie van zijn leven geborgen weet in het mysterie van God.

MAGNIFICAT
     een liefdeslied / een huwelijkslied
     op de melodie 'Comt nu met sangh'

"Bladstille nacht, wind over water,
zachter geweld van sneeuw in maart
vogels in mei, herfstregen later..."
Zo ligt jouw stem in mij bewaard:
beelden verzonnen, namen voor jou,
vermoeden ongehoord,
onuitgesproken woord.

Stem die mij zong in den beginne,
die mij gekneed heeft, mij gevormd,
adem in mij, warmte vanbinnen,
stilte en trilling, bries en storm,
blijf in mij woeden, blijf met mij gaan,
plant diep jouw droom in mij,
word onuitroeibaar jij.

Dwars door het dak vallen de sterren,
deuren gaan open, nacht verwaait.
Raak mij voorgoed -dichtbij en verre
hoor ik jouw lied, een vuur dat laait.
Maak mij bewoonbaar, fluister mijn naam
aleer je binnengaat,
mij eind'lijk leven laat.
(uit: Stroobants, Jos, Tijd opent zich als nieuwe wijn. Uitg. P, Leuven, 2021, blz. 68)

17 juli 2025

h3h - A Deeper Shade of Soul - 1 -

Nog tot en met 3 augustus kan je in het Noord-Brabantse Oosterhout op een bijzondere locatie een bijzondere tentoonstelling zien die een brug bouwt tussen hedendaagse beeldende kunsten en religie.
Op een steenworp van elkaar liggen drie abdijen in de zogenaamde heilige driehoek (h3h) : Onze Lieve Vrouwabdij bewoond door zusters benedictinessen, Sint-Catharinadal bewoond door zusters Norbertinessen en Sint-Paulusabdij gesticht door benedictijnen maar nu bewoond door de communauté du Chemin Neuf. Deze zomer voor de vierde keer wordt een biënnale, een tweejaarlijkse tentoonstelling georganiseerd op de terreinen van deze drie locaties. Na de beginnende edities rond geloof, hoop en liefde is het thema nu A Deeper Shade of Soul (een diepere zielskleur). De titel verwijst naar een popsong uit 1990 van de Utrechtse band Urban Dance Squad. Curator Nanda Janssen verzamelde twintig kunstenaar die elk op hun eigen wijze zochten om bezieling, kloosterleven en actualiteit te verkennen en te vervlechten.
Zo'n tentoonstelling biedt een verscheidenheid waarbij de ene bezoeker meer geraakt wordt door dit en de andere door dat. Hier en in volgende berichten enkele indrukken over deze veelkleurige expositie die zoekt naar een diepere zielskleur. 
De locatie ligt op 70 km. boven Antwerpen en op slechts 50 km. boven Turnhout. Een daguitstap vol uitnodigingen om nieuw te kijken en kleur te zoeken in ons leven.

(foto : Marc Deconinck)

De Onze Lieve Vrouweabdij is een slotklooster en de zusters stellen voor de h3h-biënnale hun tuin open. Kunstenares Jenna Kaës vroeg aan de zusters een passende tekst te kiezen om op de tijdelijke toegangspoort naar de kloostertuin aan te brengen. De zusters kozen een tekst van de middeleeuwse mystica Hadewych, nl. een gedicht waarvan de eerste regel nogal eens wordt geciteerd. Via dit gedicht nodigt de artieste (en met haar de zusters) wie de kloostertuin binnenstapt uit om zich bewust te worden van een grotere dimensie waarbinnen ons leven zich afspeelt. 

Een fragmentje uit het gedicht XXII van Hadewych:


Alle dinghe syn my te inghe       

 
(detail poort - eigen foto)
Alle dinghe
 
Syn mi te inghe!
 
Ic ben soe wyt!
 
 
 
Om een ongescepen
 
Hebbic begrepen
 
In ewigen tyt.
 
 
 
Ic hebt gevaen.
 
Het heeft mi ontdaen
 
Widere dan wyt!
 
 
 
Mi es te inghe
 
Al el!
 
Dat wetti wel
 
Ghi dies oec daer syt.


De componist-muzikant Cosmo Sheldrake nodigt tijdens de wandeling in de tuin ons uit naar de diepe oceanen. We horen een compositie van hem gebaseerd op de geluiden die bijvoorbeeld walvissen, bultruggen of orka's maken. Deze muziek vervlecht de zorg voor het klimaat en het bedreigde leven in de oceanen met de gedragen stilte van het benedictijnse leven. Ik zie ook een verband met de inzet die wijlen paus Franciscus bepleitte voor onze planeet  in o.a. zijn encycliek 'Laudate Si'. De compositie van Sheldrake is ook als het ware een hedendaagse muzikale variatie op de uitnodiging van Jezus tot zijn apostelen : 'vaar nu naar het diepe' (Lc 5,4). Vertrouw erop dat je zult leven dank zij de weidse zee. 



Tweemaal een wijdheid die aansluit bij het diepmenselijke verlangen naar onbegrensdheid. Twee maal een verklanking van een diepere zielskleur die verborgen zit onder de grijsheid van onze kleine willetjes.


 

27 juni 2025

Bijbelse marginalen : de dragers van de lamme man

 De verhalen in de Bijbel zijn bevolkt met honderden personages, waarvan er een aantal hoofdrolspelers zijn, te beginnen bij Adam en Eva, over Abraham, Jacob, Mozes enzovoort tot Jezus en Paulus in het Tweede Testament. Naast die hoofdrolspelers zijn er vaak anonieme figuren die echter even belangrijk zijn voor het Bijbelse verhaal.
Zo bijvoorbeeld de vier vrienden van een verlamde man die hun vriend tot bij Jezus brengen opdat Hij hem zou genezen. Bij Marcus (2, 1-12) en bij Lucas (5,17-26) lezen we dat de toeloop naar het huis waar Jezus was zo groot was, dat zij met hun draagbaar niet konden naderen. Dan maar enkele tegels gewipt uit het platte dak en hun vriend naar beneden laten glijden tot voor de voeten van Jezus.
De Noord-Ierse schrijver en Nobelprijswinnaar literatuur 1995 Seamus Heaney (1939-2013) schreef naar aanleiding van dit verhaal een vers dat de focus legt op de vier vrienden die de lamme hebben gedragen tot bij Jezus.
Als wij verlamd worden door angst of moedeloosheid (wat kunnen we in 's hemelsnaam doen tegen de kringloop van geweld in Gaza of Oekraïne of Soedan of tegen de dwaasheid en mensonterende potentaten die regeren in de VS of Rusland of Turkije of ...) , dan moeten we ook misschien gedragen worden door lichtende en moedige mensen die vanuit veerkracht en vertrouwen hun leven leven vrij van angst en tegen de wind durven staan.
Dan gebeuren er nog wonderen.

MIRAKEL

Niet degene die zijn bed oppakt en loopt
Maar diegenen die hem altijd hebben gekend
En hem binnendragen -

Hun schouders verstijfd, de pijn en de buiging diep gekluisterd
In hun rug, de handvatten van de draagbaar
Glibberig van het zweet. En niet ophouden

Tot hij vastgebonden is, kantelbaar gemaakt
En opgetild tot aan het pannendak, dan neergelaten voor de genezing.
Wees aandachtig voor hen die staan te wachten

Tot het branden van de gevierde touwen is gekoeld,
Tot hun ijlhoofdigheid en ongeloof
Voorbij is, voor diegenen die hem altijd hebben gekend.

(Heany, Seamus - in : De prangende verbeelding. Kopstukken van de naoorlogse Ierse poëzie. Gedichten gekozen en vertaald door Peter Flynn & Joris Iven. Leuven, uitg. P, 2013, blz. 72)

(houtsnijwerk Herman Falke scj
©Gerardus Magazine 2018-2)


6 april 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 7 -

 


Hoe we kunnen luisteren wil ik verder nog exploreren aan de hand van het boek Luisteroefeningen. Over aandacht en ontvankelijkheid van de filosofe Miriam Rasch (uitg. De bezige bij, Amsterdam, 2024, 222 p.). Als filosofe gaat Rasch te rade bij collega's, zoals ook bij de Russische literatuurcriticus en filosoof Mikhail Bakhtin (1895-1975) die bekend is om zijn 'dialogisme'. Daarin stelt hij dat alles en iedereen slechts kan begrepen worden door hun relaties met anderen. "De relatie tussen zelf en ander krijgt bij Bachtin een literaire glans. Uitwisseling is volgens hem niet beperkt tot mensen maar is inherent aan de taal en aan het denken zelf, aan bewustzijn. We ademen de ander in, de cultuur, de geschiedenis, de woorden. En ademhaling is geen transmissie, maar eerder een holistisch of atmosferisch spel. Het andere stroomt in mijzelf, en ikzelf stroom uit naar de buitenwereld. Het is een gebeuren in de tijdruimte, een beweging en een voortschrijden. Het woord dat ik uitadem is altijd al ingeademd, aldus Bachtin. " (a.w. , blz. 93).
(Michael Bahktin - ©Wikipedia)

Omdat taal, denken, spreken en luisteren voor hem altijd een sociaal fenomeen zijn stelt hij ook dat er niet zomaar één stem bestaat, maar dat alles polyfoon of meerstemmig is. Er is in onszelf een innerlijk zeggen (niet één innerlijke stem) waarin steeds andere stemmen mee murmelen. "In plaats van een lineair model hebben we te maken met een kluwen, als een bolletje wol waar de poes mee heeft gespeeld." (a.w. blz. 94). "Zo'n kluwen aan relaties betekent ook dat er sprake is van een machtsdynamiek. Sommige stemmen klinken luider dan andere, naar de een luisteren we wel en naar de andere minder. (...)Maar even belangrijk is het dat de stemmen die in zo'n kluwen worden gesmoord niet voorgoed verdwijnen. Meerstemmigheid brengt een inherente rebellie met zich mee." (a.w. blz. 95). Het spel van de meerdere stemmen zorgt voor een voortdurende beweging waarbij iedere stem verlangt gehoord te worden. "Als je verlangt van de ander, daarboven of hierbeneden, dat meerstemmigheid de ruimte krijgt, dan zul je dat zelf ook moeten betrachten. Niet per se door te spreken, maar door die ruimte te openen. 
Subversiviteit betekent ook dat dat wat niet in de hokjes past zich mag uitleven. (...) Het is dat wat een sluitend systeem onmogelijk maakt. Het 'exiled excess', kun je zeggen, krijgt daarmee een centrale rol. Of beter gezegd: een decentrerende rol, want dit overschot - het verontreinigde, onverstaanbare, vervreemdende, ofwel niet-totaliseerbare- zit overal. In mij, in de ander en in de taal die we gebruiken."(a.w., ibidem). 
Bakhtin stelt in zijn dialogisme dat er geen laatste woord bij een dialoog. "Wat niet wil zeggen dat er volgens hem van begrip en gemeenschap geen sprake kan zijn. Sterker nog, het dialogische principe maakt begrip en gemeenschap levend. Maar zodra een dialoog een conclusie krijgt, houdt hij op dialoog te zijn. Hij is oneindig of hij is niet, zoals de mens dat is, zoals de meerstemmige veelheid van mensen dat moet zijn.
Alles goed en wel, maar hoe breng je dat in de praktijk? Bij Simons [Anton Simons, filosoof die Rasch eerder aanhaalde] vond ik een intrigerende stelregel die ik graag tot motto verhef: 'Overal waar de wetenschap verklaart', schrijft hij, en 'het onbekende terugbrengt tot het bekende, gaat Bachtin juist andersom te werk. De eenheid van het werk wordt uitgeleverd aan de veelheid van krachten.' Andersom, dat wil zeggen: het onbekende wordt niet teruggebracht tot het bekende, maar het bekende tot het onbekende. Is dat niet waar het om gaat bij luisteren, of het nu leeg is of vol? Het bekende terugvoeren op het onbekende." (a.w., blz. 96)
In de Bijbel zijn er vele situaties waarin iemand van het bekende wordt weggeleid naar het onbekende. Ik denk aan Mozes bij de brandende braamstruik (zie een van vorige berichten)(Ex. 3,1-6). Ik denk aan Jezus die in zijn dorp waar hij opgroeide het woord neemt in de synagoge en waar de toehoorders in hem alleen maar de zoon van de timmerman konden zien (het onbekende werd teruggebracht tot het bekende) (Lc. 4, 16-29 of Mt. 13, 54-58). Of ik denk aan de Emmausgangers die uit hun 'bekende' verhaal werden weggerukt naar een onbekende oneindige openheid (Lc.24,13-51).

Wat ik onder anderen meeneem van Bakhtin (via Rasch) is dat, eenmaal we het geklop hebben gehoord en hebben open gedaan, we uitgenodigd worden tot een dialoog zonder einde, een dialoog die ons hart en bestaan voedsel geeft : 'Ik zal met hem maaltijd houden en hij met mij.' (Apoc. 3,20) 

27 februari 2025

Barmhartigheid in Antwerpen - 1 -

 Nog tot 31 augustus is er in het MAS (museum aan de stroom) in Antwerpen een mooie tentoonstelling onder de titel : Compassion. Over de vele gezichten van medeleven.
De aandacht gaat uit naar het altruïsme van de mensen, gebaseerd op biologische aspecten maar veelal geïnspireerd door filosofische of religieuze overtuigingen (islam, hindoeïsme, jainisme, christendom). Maar overal duiken vragen op hoe écht altruïstisch we wel of niet zijn (onze hemel verdienen, ons geweten sussen, onze handen zo weinig mogelijk vuil maken). 
In heel deze expo komen de zeven werken van barmhartigheid (of sedert paus Franciscus acht, met zorg voor het klimaat) op verschillende manieren aan bod via fotografie (Stephan Vanfleteren), via schilderkunst (Breughel of Géricault...), via beeldhouwkunst en installaties. De zeven werken van barmhartigheid vinden hun grond in de rede van Jezus zoals we die lezen bij Matteus hfst. 25, 31-46. De nadruk ligt erop dat we ons laten aanspreken door de nood van de anderen, niet dat we iets goeds doen in de hoop op een beloning...
(Stephan Vanfleteren : Burying the dead - eigen foto)


(inspirerende voorbeelden-
eigen foto)

Maar ook komt de vraag naar boven : zijn die werken geen brandjes blussen terwijl er iets fundamenteels structureels moet veranderen?
Aandacht voor activisme, hulporganisaties en mecenaat verbreedt onze blik. Acties als Broederlijk Delen of Welzijnszorg zien we via affiches, alsook o.a. Dom Helder Camara.
Belangrijk om ons medelevend in te zetten is vaak ook het zien van een goed voorbeeld (vb. pater Damiaan) of het geïnspireerd worden door een prikkelend verhaal (vb. de barmhartige Samaritaan) (cfr. Lucas evangelie 10, 25-35).



(De barmhartige Samaritaan 
 links schoolprent, rechts doek uit 17e eeuw
eigen foto)


1 februari 2025

Kerstmis gaat niet over

We hebben een nieuwe agenda in gebruik genomen en/of op ons mobieltje een nieuw jaar geactiveerd. De feestdrukte is weer wat gaan liggen. 
De kerstverhalen bij Lucas vermelden nog twee momenten na de geboorte 
waarbij Jozef en Maria de joodse gebruiken opvolgen. 
De achtste dag ontvangt het kind een naam 
en wordt de jongen besneden en 
de veertigste dag is er een rituele reiniging van de moeder 
en een 'toeheiliging' van de eerstgeborene aan God in de tempel. 
De kerk viert de besnijdenis van Jezus op 1 januari 
en de toeheiliging aan God in de tempel 
op 2 februari (Maria Lichtmis)(zie Lc. 2, 22-35).
Bij die toeheiliging verschijnt een oude man, Simeon, 
die na de ontmoeting met het pasgeboren kind 
aangeeft dat hij nu in vrede kan gaan 
omdat zijn diepste verlangen is vervuld. 
"Laat nu, Heer, uw dienaar gaan in vrede".
Maar dichter Bertus Aafjes (1914-1993) hertaalt 
dit evangelievers in een bundel uit 1951, 
en jammer genoeg is nog elk woord van dit gedicht 
nog altijd brandend actueel.
Zo ontdekken we dat Kerstmis nog niet over gaat 
en een feest is met een opdracht, 
dat kerst vieren een werkwoord is 
waar nog veel werk aan is.

LAAT NU UW DIENAAR GAAN

Laat nu uw dienaar gaan in onrust, Heer:
hij vraagt geen vrede in een tijd van waan.
Wie waarheid spreekt vermorzelt zich de tong.
Beangstigd is mijn hart om de miljoenen
die lispelen hun zachte leugentaal,
de ritseltaal, het nachtkleed van de hoer,
die na de menigvuldigheid der daden
zich hult in het geruis der lieve leugens.

Mijn hart weent als een hond die wordt gestraft,
wanneer ik zie wat ik niet vroeg te zien:
mensheid die met de punten van het zwaard
elkander kust, elkaar te sterven kust.

(uit: Het evangelie volgens dichters. Bloemlezing uit de Nederlandstalige poëzie. Samengesteld door Patrick Lateur en Stefan van den Bossche. Uitg. Lannoo/Atlas,1999, blz.36)
(Hannah en Simeon met Jezuskind in de tempel
olieverfschilderij Marc Deconinck 1997
Osdorp Amsterdam Pauluskerk
foto: Ronny Bruneel)


9 december 2024

Proef en geniet ... : toeleven naar Kerstmis - 2 -

 De psalm 34 waarover ik al heb geschreven in een vorig bericht, is een abc-gedicht of geleerder uitgedrukt een acrostichon. Elk vers of deel van het gedicht begint met een volgende letter van het alfabet. 
(Hebreeuws alfabet)

Dit betekent alvast dat de psalm geen spontaan gebed is, maar een zeker schools of minstens 'gemaakt'  karakter heeft. De schrijver geeft de lezer / bidder / gebruiker van de psalm met deze abc-vorm ook een geheugensteuntje zodat men de tekst gemakkelijker kan memoriseren of zoals het Frans zo mooi zegt : apprendre par coeur...(het leren met je hart). En ook wil de dichter die een acrostichon maakt meestal aangeven dat hij/zij in deze verzen een volheid wil uitdrukken. Alle letters betekenen zoveel als alle aspecten van een ervaring uitdrukken of bezingen. Benoît Standaert denkt dat in deze psalm de vraag centraal staat naar het goede leven en duurzame vreugde in het leven (zie hieronder bij lamed en mem).
Op de website 'Bijbel in 1000 seconden' lees ik een vrije, eigentijdse verwoording van deze psalm mét de Hebreeuwse letters voor elk vers zodat wij als gewone stervelingen toch enig inzicht kunnen krijgen van de opbouw van deze psalm.
Hieronder deze versie...

 Dichter bij de tijd (Bewerking: C. Leterme)
  alef Ik wil God altijd loven, steeds een lied voor Hem zingen. 
bet Ik juich voor God. Mensen die Hem trouw zijn, luisteren naar Hem vol blijdschap. 
gimel Zing samen met mij voor God. Laten we Hem samen loven. 
dalet Toen ik God riep, gaf Hij me antwoord. Hij bevrijdde me van mijn angsten. 
he Mensen die naar Hem opzien, stralen van geluk. 
zajin Toen ik, arme mens, tot God riep, antwoordde Hij. Hij heeft me gered. 
chet De engel van God beschermt hen die Hem respecteren. Zo brengt Hij redding. 
tet Proef en geniet: God is zoet. De mensen die bij Hem schuilen zijn gelukkig.
jod Heb eerbied voor God, Wie Hem respecteert, komt niets tekort. 
kaf Overmoedige leeuwen lijden gebrek en honger, maar wie God zoekt, ontbreekt niets. 
lamed Kom, vrienden, luister naar me. Ik zal jullie vol respect voor God onderwijzen. 
mem Wil er iemand lang leven en gelukkig zijn? 
nun Vertel dan geen kwaad van anderen, vertel geen leugens.
samech Doe geen kwaad, maar wees goed. Tracht in vrede te leven. 
ajin God ziet wie goed leeft, Hij luistert als iemand om hulp roept. 
pe Maar slechte mensen keert God zijn rug toe. Niemand zal nog aan hen denken.
tsade God luistert als mensen roepen om hulp. Hij redt hen uit hun nood. 
qof Als je hart gebroken is, is God nabij. Hij bevrijdt al wie zich vernederd voelt. 
resj Hoe groot de moeilijkheden ook zijn van goede mensen, God bevrijdt hen telkens opnieuw. 
sjin Hij waakt zelfs over hun beenderen. Niet één ervan wordt gebroken. 
taw Het kwaad zal boze mensen zelf doden, omdat ze goede mensen afwijzen. 
 God redt mensen die Hem dienen. Wie bij Hem schuilt, moet niet bang zijn. 
(De vreemde 'vette' woorden zijn een fonetische weergave van de letters uit het Hebreeuwse alfabet.)
Copyright: C. Leterme

De centrale vraag is dus de zoektocht naar een gelukkig leven, niet naar een maatschappelijk gelukt leven. Dat zijn twee heel verschillende belevingen. 
(Fra Angelico in San Marco klooster Firenze
Jezus predikt de bergrede)
Ida Gerhardt zegt het in vers 13 als volgt: Zou niet elk mens het leven begeren, duurzaam willen zien op zijn vreugden?
Huub Oosterhuis maakt van vers 12-13 deze vertaling: Luistert naar mij, mensen, gij allen: als jullie goed willen leven, volle dagen, zo gelukkig als maar kan.
De bidder in psalm 34 getuigt evenwel dat hij in zijn armoede, verdrukking, vernederingen  en angsten God heeft leren kennen. Hij weet dus dat geluk en vreugde niet altijd voor het rapen liggen en dat er altijd schaduwkanten zijn in het leven.
 Deze psalm klinkt door in de bekende uitspraak van Jezus in de bergrede : zalig de armen (van geest) ...(Matt. 5,3 en Luc. 6,20). In die zaligsprekingen klinkt Jezus heel uitdrukkelijk als een "anawim" (zie vorig bericht).