Posts tonen met het label Johannesevangelie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Johannesevangelie. Alle posts tonen

9 juli 2026

Sporen van middeleeuwse vroomheid en kunde - Sint Maartenskerkje in Vic - 2 -

 In een vorig bericht werd je al binnengevoerd in het romaanse kerkje van Vic (departement Indre). Laat ons nu even dichter een aantal fresco's bekijken. Een groot deel van de beschilderingen waren niet zichtbaar voor de gelovigen, want ze vulden de muren van de ruimte tussen de gelovigen en de absis met het altaar, dat is een soort priesterkoor. Dus vele van die fresco's waren bedoeld als meditatiestof voor de priester en diaken.
Deze reeks muurschilderingen vormen een soort stripverhaal en een van de hoofdthema's is het lijdensverhaal van Christus, met de intocht in Jeruzalem op palmzondag, het laatste avondmaal met voetwassing en aankondiging door Jezus van het verraad van Judas, de kruisiging en kruisafneming. Bij momenten slaagt de schilder er wonderwel in om emoties te suggereren.
De scene van het Laatste Avondmaal toont wat we lezen in het evangelie van Mattheüs : " 's Avonds gingen Jezus en de leerlingen samen eten. Onder het eten zei Jezus : 'Luister goed naar mijn woorden : één van jullie zal mij uitleveren.' De leerlingen werden heel verdrietig en vroegen allemaal aan Jezus : 'Ben ik het? Neen toch, Heer.' Jezus antwoordde : 'Eén van jullie nam net iets uit de schaal, tegelijk met mij. Dat is de man die mij zal uitleveren." (Mt. 26, 20-23)(vertaling : Bijbel in gewone taal). We zien op de schildering de verwarring onder de apostelen door hun blikrichting en  de houding van hun handen.
(Laatste Avondmaal - kerkje Vic - eigen foto)


Een andere episode uit het Laatste Avondmaal wordt ook verbeeld, namelijk de voetwassing én dat speciaal van Petrus, omdat hij net protesteerde : "U mag mijn voeten beslist niet wassen. Nooit! Jezus zei : 'als ik je voeten niet mag wassen, kun je niet bij mij horen.' Toen zei Petrus : 'Heer, was dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!' " (Jo. 13, 8-9) (vertaling Bijbel in gewone taal). De armen van Petrus geven mooi uitdrukking aan het protest van Petrus.
(voetwassing van Petrus - kerkje Vic - eigen foto)


En dan is er het verraad van Judas, door middel van een kus. Deze verraderskus kennen we in ons spraakgebruik als de ' Judaskus'. (cfr. Mc 14,45 en Mt. 26,49). Het indringende ogenspel in Vic is impressionant. 
(Judaskus - kerkje Vic - eigen foto)

In een volgende bericht wil ik nog enkele delen van de muurschilderingen in Vic onder de aandacht brengen.





ûs 

23 juni 2026

Sporen van middeleeuwse vroomheid en kunde - Gargilesse Dampierre -1-

 
(eigen foto - kerk Gargilesse)

In het kleine dorpje Gargilesse Dampierre in het zuiden van het departement Indre, niet zo ver van Châteauroux, staat een fors romaans kerkje binnen de ommuring van een kasteeldomein, gebouwd in de 12e eeuw. 
De sobere buitenmuren doen niet vermoeden welke oude schoonheden zich verschuilen daarachter. 


De kerk heeft een beschilderd absisplafond met een majesteitelijke, zegenende Christus in een purperen gewaad (koninklijke kleur en tegelijk verwijzend naar de bespotting van de gevangen Jezus cfr. Marcus 15,16-20 en vergelijkbaar Mt. 27 en Joh. 19)), in een mandorla dat symbool staat voor het samenkomen van twee werelden (de hemelse en de aardse).
(plafond absis kerk Gargilesse - eigen foto)


Rondom rond worden pilaren versierd met gebeeldhouwde kapitelen die verwijzen naar Bijbelse taferelen. Ik heb ze niet geteld, maar er zouden 120 zo'n beeldige kapitelen zijn. Wel worden daar ook de vierentwintig oudsten voorgesteld, zoals beschreven in het boek van de Openbaring (Apoc. 4, 4) : "(En ik zag) rondom de troon vierentwintig tronen en op die tronen vierentwintig oudsten gezeten, gekleed in witte gewaden en met gouden kronen op hun hoofden".
(oudste uit het boek Apocalyps - kapiteel in kerk Gargilesse - eigen foto)

(Maria bezoekt Elisabeth cfr Lc 1 - kapiteel in kerk Gargilesse - eigen foto) 




22 april 2026

Credo in kwatrijnen

 In een vorig bericht las ik een credo van de dichter Kees Hermis, een vers dat leest los van alle theologische of liturgische jargon. Nu een andere 'theopoëtica', zoals Hans Groenewegen (1956-2013) dit noemt in zijn boek "De lezer van poëzie en mystiek" (Historische uitgeverij, 2015). Daar las ik een vers van Guillaume van der Graft (1920-2010), maar hier klinken liturgische associaties mee, niet verwonderlijk voor een dichter-dominee.
Het gedicht heeft als titel "Pasen" en past dan ook helemaal in deze paastijd.


PASEN

Wij geloven met hart en mond
het woord dat gestorven is
in stilte en duisternis
het zaad dat kiemt in de grond.

Wij geloven met hand en tand
het brood van de heilige dis
dat met Pasen geboren is,
de wijn onze bloedverwant.

Wij geloven met hart en ziel
het hart en de ziel van hem
die brak in onze stem
en opstaat uit onze keel.
(uit : Groenewegen, Hans, De lezer van poëzie en mystiek, Rijswijk, 2015, blz. 232)

Het eerste kwatrijn verwijst naar Goede Vrijdag en naar de metafoor van het graan dat sterft in de grond opdat het vrucht zou opleveren, een beeld dat Christus meermaals heeft gebruikt, meest expliciet in   Joh. 12,24. Dan verwijst het tweede kwatrijn naar het laatste avondmaal, de heilige dis met brood en wijn... Het derde kwatrijn heeft het over een gebroken stem en opstanding, het passeren van het Woord Gods door dood naar opstanding toe.  

5 maart 2026

Biddend groeien naar Pasen met Thomas Merton - 3 -

 

Pasen is het centrale feest voor elke christen en de Kerk stelt voor om in de veertig dagen voor dit feest onszelf in te stellen daarop door het goede te doen aan onze naaste én door meer aandacht te besteden aan het gebed.
Laten we in deze voorbereidingstijd luisteren hoe een van de bekendste bidders van de 20ste eeuw, Thomas Merton,  ons daarbij kan inspireren.
"Heer, Gij hebt de kreet van mijn hart gehoord omdat Gij het zelf waart die het uitschreeuwde in mijn hart.
Vergeef me dat ik trachtte uw aanwezigheid op te roepen in mijn eigen stilte. Gij bent het die mij moet verwekken in uw eigen stilte! Alleen deze nieuwheid kan mij behoeden voor blinde afgoderij! 
Gij wordt niet gevonden in de Tempel door louter de geldwisselaars uit te drijven.*
Gij wordt niet gevonden op de berg telkens er een wolk verschijnt.** De aarde verzwolg hen die wierook offerden zonder dat ze gevonden werden, zonder dat ze geroepen werden, en zonder dat ze gekend werden door U***." (uit : In gesprek met de Stilte, 2003, blz. 81)

*Merton verwijst hier naar een evangelieverhaal waarbij Hij uit de tempel van Jeruzalem geldwisselaars wegjaagt zie: Mc.11,15-17 ; Mt. 21,12-13 ; Joh. 2, 14-16
**Merton maakt hier allusie op het gebeuren van de transfiguratie. Jezus gaat met drie apostelen een berg op om te bidden, daar wordt zijn figuur stralend vol licht, verschijnen Mozes en Elia en komt er een wolk het gebeuren overschaduwen zie Lc. 9, 28-36, Mc. 9, 2-8 en Mt. 17, 1-8
***Hier heeft Merton het over een passage uit het boek Numeri, waarbij een aantal Joden afvallig worden van Mozes en deze opstandigheid bekopen met hun leven omdat hun wierookoffer niet werd aanvaard door God zie Numeri 16

In dit gebed zien we hoe Merton bidt met en vanuit zijn dagelijkse omgang met de Bijbel. De Bijbelse verhalen zijn zo niet langer oude verhalen van buiten maar weerspiegelen een innerlijke avontuur van de verlangende christen.

30 november 2025

Nova et vetera - expo in Abby - 1 -

 De Latijnse woorden 'nova et vetera' hebben hun oorsprong in het Mattheüsevangelie (15,32) : "Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt."
Aan deze passage dacht ik bij het bezoek aan de veelzijdige en inspirerende tentoonstelling die nog tot 1 maart 2026 te zien is in het Kortrijkse museum ABBY. De titel van de expo "Faith No More. Rituals for Uncertain Times."  De curatoren zelf noemen hun expo een tentoonstelling over apocalyptisch denken, (wan)hoop en troost in de middeleeuwen en vandaag.
Maar de saus die alles bindt is het christelijke verhaal van de lijdende Christus en de overweldigende beelden van het boek van de Openbaring (Apocalyps). 
In de tentoonstelling zien we oude beelden naast heel nieuwe kunstwerken: nova et vetera! Het voorgestelde parcours begint bij het inferno en gaat dan over naar arcadia. Het scheppingsverhaal, de zondeval en de zoektocht naar verdwenen onschuld, de ontdekking dat alles ijdel is en de wanhoop van de lijdende mens (en Christus) voeren naar de apocalyps van toen en van nu. Via de gang van kennis en wijsheid gaan we dan van het donker naar het licht. Zo komen we in arcadia met thema's als eeuwigheid, wedergeboorte, viering, hoop en nieuwe verhalen.
Deze droge opsomming klinkt saai, maar de voortdurende wisselwerking tussen oude kunst (13e-17e eeuw) en hedendaagse kunstwerken brengt telkens nieuwe prikkels tot reflectie en meditatie. De spiegel die ons wordt voorgehouden kan lang nawerken bij mensen die met een openheid van geest deze expo bezoeken. Een aanrader als je het mij vraagt (en ook als je het mij niet vraagt).
In deze advent kan het helpen onze zintuigen aan te scherpen om te ontdekken dat de woorden van Johannes de Doper ook nu nog actueel zijn : 'Midden onder u staat Hij die gij niet kent' (Jo. 1, 26).
Hier een voorproefje van de expo.
(eigen foto)

Op de langste wand is er een houtsnede van Albrecht Dürer (de bewening van Christus, ca. 1497)) en deels achter de handen van de centrale sculptuur een Lamentatie door een onbekend Antwerpse schilder (ca. 1515). Op de rechterwand een werk van dit jaar van de Zuidafrikaanse artiest Kendell Geers (Stations of the Cross 5102) .
We zien er de voetafdrukken van de artiest in koolstof en op de zijkant de kruiswoorden van Jezus : Eloi Eloi Lama Sabahtani (Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten) (cfr. Mt. 27,46 ; Mc. 15,34 en Ps. 22, 1). Centraal is er het levensgrote beschilderde bronzen beeld van Tony Matelli : Sleepwalker (de slaapwandelaar).
Beeld van onszelf in onze tijd? Het verdriet om God die dood is; de voetstappen van wie zich stappend afvraagt waar God blijft; de kwetsbare man die op de tast verder wandelt zonder te zien waarheen zijn stappen hem brengen. 
Beeld van onszelf en ons sluimerend verlangen naar heling?

20 november 2025

Groots al knielend - 5 - Maurice Zundel



De Zwitserse priester Maurice Zundel (1897-1975) heb ik hier al meerdere malen aan het woord gelaten (zie vb. bericht 10 augustus 2025 en daarna), maar hier past hij nogmaals. 
Nu horen we hem mediteren over die bijzondere scène tijdens het Laatste Avondmaal waarbij Jezus de voeten wast van zijn apostelen (Jo. 13,1-11). 
In deze evangelietekst staat niet letterlijk dat Jezus knielt, maar het is natuurlijk de evidentie zelve dat je om iemands voeten te wassen, moet neerknielen voor die persoon. Het woord knielen wordt even later wel expliciet gebruikt als Jezus in doodstrijd verkeert in de hof van Olijven (zie vorige bericht in deze reeks).
(muurschilderij Sankt Martinskirche Münstermaifeld 1396
©beeldmeditaties.nl)


 "Jezus zit op de knieën voor dat Rijk van God dat wij moeten worden
en een ander rijk van God is er niet.
Het Rijk van God, dat is het koningschap van de Liefde van God
in het meest intieme van onszelf.
En helemaal alleen kan God dit Koninkrijk niet verwezenlijken.
Als het anders was, zou Jezus niet voor zijn leerlingen neergeknield zijn opdat dit koninkrijk echt zou bestaan! 
Hij heeft onze instemming nodig. 
Het hart van Judas moet zich openen,
het hart van Petrus moet aanvaarden,
de harten van Jakobus en Johannes moeten wakker worden,
al de anderen moeten uit hun slaap opstaan
en dat ja uitspreken zonder hetwelk er niets tot stand kan komen.
En het is om deze instemming uit te lokken,
om elk van zijn leerlingen, en met hen ook ons,
aandachtig te maken voor dat innerlijk Rijk,
dat Jezus op zijn knieën zit.
Nooit heeft de mens zoveel eer toebedeeld gekregen.
Nooit werden aan de menselijke vrijheid zulke weidse afmetingen toegekend
als in dit neerknielen van de Heer voor zijn leerlingen
en ook voor ons!."
(uit: Zundel, Maurice, Een andere kijk op de mens. Woorden gekozen door Paul Debains., uitg.Abdij Bethlehem, 2003, blz. 187)
Een knielende houding is hier niet louter én zelfs niet in de eerste plaats een houding van gebed, maar een levenshouding van openheid naar de tekenen van God in ons leven en van dienstbaarheid waardoor we in Jezus' voetstappen treden. 
Jezus zegt na de voetwassing tot zijn apostelen, en over hun schouders heen tot allen die Jezus volgenswaardig vinden : 
"Begrijpen jullie wat ik gedaan heb? Jullie zeggen altijd 'meester' en 'Heer' tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie gedaan heb, moeten jullie ook doen. Waarachtig, ik verzeker jullie : een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt." (Jo. 13, 12-17)
En Zundel zegt dat we slechts door onze instemming deze houding kunnen verwerven. Dan wordt ons knielen het begin van onze innerlijke vrijheid. 

4 augustus 2025

Zaaien met tranen

 Wij als christen gelovigen voelen ons verweesd en onzeker in deze tijden waar we ons verhaal met God en Jezus zien afketsen op onverschilligheid, argwaan, vooroordelen en dorre wetenschappelijkheid. Als we ons kleine leven afzetten op de tijdslijn van het Eerste en Tweede Testament en daarna, dan zien we dat gelovigen heel vaak leefden als minderheden in een vijandige omgeving. De situatie in West-Europa tijdens de twintigste eeuw was voor de kerk vrij uitzonderlijk. Tot kort na Wereldoorlog II kon de kerk een zware stempel drukken op de samenleving en deze machtspositie leek haar nogal evident. Nu ontstaat er een situatie waarin de christen gelovigen zichzelf terugvinden waar Christus ze ook zag : als zout (teveel zout is ongezond en verpest de smaak) of als gist (een kleine hoeveelheid kan een brood doen rijzen of bier op smaak brengen), als bron (klein begin van een soms grote stroom). 
Psalm 126 zingt ook deze tweespalt uit : de droefheid omdat de inzet schijnbaar zonder resultaat is en de hoop/het verlangen dat er vruchten zouden zijn voor iedereen. In het eerste deel zingt de dichter over de terugkeer uit ballingschap, maar het tweede deel toont dat dit een wens is, dat de ballingschap nog gaande is. 
Meerdere keren heeft de Nederlandse dichter Huub Oosterhuis vanuit deze psalm geschreven. Een van deze liederen laat ik hier horen, gezongen door de kleinkunstzangeres Lenny Kuhr. "De steppe zal bloeien" gaat over vertrouwen en geloof, over dood en verrijzenis, over overgave en ommekeer.
Maar ook aan het Jezuswoord bij Johannes kunnen we denken : "Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft ze alleen, maar indien ze sterft brengt ze veelvoudig vrucht voort."(Jo. 12,24-25).



11 mei 2025

Ik zal jou niet zijn

 In de paastijd wordt gelezen uit de eerste brief van Johannes, waarin Gods liefde bezongen wordt, maar ook wordt gelezen uit het meest bijzondere boek uit de Bijbelbibliotheek, nl. het Hooglied.
Want in de christelijke traditie wordt dit Lied der Liederen gelezen als een lied over de liefde tussen God en mens. Het mag voor mij daarnaast ook gelezen worden als loflied op elk menselijk liefdesverhaal.
De dichter Mark Insingel publiceerde in 2005 bij het Gentse Poëziecentrum een bundel met 21 liefdesgedichten. Hierbij het laatste vers uit deze bundel dat in zijn veelgelaagdheid zeker ook past in de paastijd.


(Fra Angelico - Maria Magdalena
ontmoet Jezus in de tuin
johannes 20
eigen foto febr. 2020)
Dat ik bij jou kon zijn-
en ik wil jou niet zijn,
ik wil jou bijna zijn.

Wie ben ik zonder jou
dan wie ik ben? Zoals
jij bent word ik ontkend.

Zoals ik ben, zoals
ik niemand ben. Wil mij,
dan ben ik wie jij wil.

Behalve jou, behalve die
jij bent, die ben ik niet,
en niemand kan die zijn.

Kan ik jou bijna zijn,
dan kan ik bij jou zijn,
en zal ik jou niet zijn.

(uit : Insingel, Mark, Niets. 21 liefdesgedichten, Gent, Uitg. Poëziecentrum, 2005, blz. 27)

29 april 2025

Ik ben het Licht der wereld

 Tijdens de voorbije paasnacht werd overal ter wereld 
het paasvuur aangemaakt en 
daarmee dan de paaskaars ontstoken. 
Deze kaars die in elke kerk prominent vooraan staat 
gedurende de Paastijd doet ons herinneren 
aan de uitspraak van Jezus : Ik ben het licht van de wereld 
(cfr. Johannesevangelie 8, 12). 
Tegelijk is het een stille oproep om zelf licht te zijn 
in onze eigen kleine wereld, want het Licht 
is mede afhankelijk van ons, om zich te verspreiden.
Dat is ook de teneur van een kort vers 
van de dichter Bernard Dewulf (1960-2021). 
Ik lees het als een oproep en uitnodiging 
van de Verrezene aan mij. 
Misschien herken je dit ook bij jezelf?

(Parijs Boulevard Arago 
23 dec. 2024 - eigen foto)
LICHT


Ik schijn maar waar ik val.
Nu toevallig op een muur.
Ik mag dan wel het licht zijn,
als niets mij terugstuurt
kan niemand mij ooit zien.

(uit: Dewulf, Bernard, Licht dat naar ons tast. Verzamelde gedichten. Uitg. Atlas, Antwerpen, 2024, blz. 216)

14 april 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 9 -

 


In een laatste bericht voor het Paasfeest zoek ik nog even hoe we luisterend kunnen horen dat er geklopt wordt aan de deur van ons hart. Nog eenmaal luister ik naar filosofe Miriam Rasch in haar boek Luisteroefeningen. Over aandacht en ontvankelijkheid (uitg. De Bezige Bij, Amsterdam, 2024, 222 p.).
Naar het einde van haar onderzoek naar het luisteren brengt Rasch ons in contact met het gedachtengoed van Hartmut Rosa. "Resonantie is tegenwoordig een populair begrip, niet in de laatste plaats door het werk van cultuursocioloog Hartmut Rosa, die het de afgelopen jaren onvermoeibaar op de kaart heeft gezet als waarde die in technologische tijden onder druk staat. Resonantie ontstaat volgens hem als je wordt getroffen door iets wat van buiten komt, zoals een muziekstuk, landschap of ander mens. Het is een moment van aanraking. Je moet er iets mee, dat voel je, en dat kan tot op zekere hoogte ook, al kun je dat wat je raakt nooit volledig bezitten. Nee, dat andere is juist 'onbeschikbaar', aldus Rosa, het zal altijd voor een deel aan je grip ontsnappen. Je kunt bijvoorbeeld een elpee of een foto bezitten, maar de muziek of zonsondergang die de resonantie hebben opgeroepen niet."(a.w., blz. 188).


We leven in een tijd van alsmaar sneller en van alsmaar meer verschillende fenomenen die onze aandacht vragen. "Rosa wijst er terecht op dat versnelling en versnippering invreten op de ervaring van resonantie. Die vraagt juist om vertraging en een zekere concentratie. (...) Om resonantie te ervaren moet je goed leren luisteren, stelt Rosa. Hij heeft het regelmatig over de noodzaak om aandacht te hebben voor het appel dat uitgaat van de wereld. 'Resonantie ontstaat alleen met een tegenover dat als het ware 'met een eigen stem spreekt'... En sterker nog, ik moet die stem kunnen begrijpen als stem die tot mij spreekt, en dus in zekere zin ook responsief is.' (...) Resonantie is een ontmoeting van discipline en overgave, een vreemde paradox waarin het actieve en passieve samen opgaan. Iets van buiten raakt je, dat moet je overkomen, maar vervolgens roept het 'zelfeffectiviteit' op, zoals Rosa dat noemt: het vermogen om te reageren en met je handelen iets te bewerkstelligen. Voor resonantie zijn beide nodig, dat wat van buiten komt en dat wat bestaat in jezelf. Maar het begint met de aanraking door iets waar je geen controle over hebt." (a.w. blz. 188-189).
Rasch werkt deze ideeën nog even verder uit en komt tot een vaststelling die haar blij maakt. "Ik was verheugd te ontdekken dat de etymologie van waarnemen verwijst naar 'aandacht schenken, zorg dragen voor'. 'Waar' betekent zorg, aandacht, opmerkzaamheid, in de zin van willen beschermen of behoeden, zoals ook terug te horen is in 'waarschuwen' en 'verwaarlozen'. (...) Waarnemen is in de kern een zaak van aandacht en aandacht heeft zowel met concentratie te maken als met zorg."(a.w., blz.194).
Zo komt Rasch bij het einde van haar onderzoek naar luisteren. Ze probeert enkele wezenlijke dingen samen te zetten. "Luisteren, de aandachtige waarneming van een auditieve informatiebron die in veel gevallen vluchtig, onzichtbaar en onherhaalbaar is, is op z'n hoogst een beweging naar het weten toe. Vertrekkend vanuit het onbekende - en daar noodzakelijkerwijs naar terugkerend, of in eindigend. Omdat dialoog nu eenmaal onafwerkbaar is. (...)
Luisteren, het open, zintuiglijke luisteren dat zich verhoudt tot het hier en nu, tot mezelf en de specifieke ander die bij me is, is daarmee eerst en vooral een les in de omgang met het onbekende. Het onbekende daarbuiten, en hierbinnen. Misschien is dat waarom veel mensen zich er niet aan wagen."(a.w., blz. 207)
In de allerlaatste bladzijden raakt Rasch nog een belangrijk aspect aan van het aandacht schenken als luisteraar. "Aandacht schenken is immers een actieve handeling. De aandachtige luisteraar komt niet alleen iets halen, zoals kennis, maar wil allereerst iets geven. Dit schenken interesseert me. Wat wordt hier eigenlijk weggegeven? Het klinkt alsof het moet gaan om een kostbaar goed. Maar wat de luisteraar schenkt is het niets, namelijk een doelloosheid die open en vrij is. Op de een of andere manier komt dit geschenk van niets me enorm zwaarwichtig voor. Misschien omdat het gepaard gaat met vertrouwen. Uiteraard kan dat vertrouwen geschonden worden, elke keer opnieuw. Maar is het daarom ook niet zo'n waardevol geschenk? De controle wordt losgelaten en bij de ander neergelegd. Geven betekent ook : uit handen geven. (...) 'Aandacht is de zeldzaamste en zuiverste vorm van vrijgevigheid', aldus Simone Weil. Aandacht en vrijgevigheid zijn met elkaar verbonden in het schenken."(a.w.,  blz. 208).

Wat ik onthoud uit deze ideeën van Rosa en Rasch is dat wij het niet zelf in handen hebben maar dat het begint buiten ons om. We kunnen getroffen worden door wat van buiten onszelf komt ('de klop op de deur' en 'de stem' die onze aandacht vraagt). Als dat wat van buiten ons komt, resoneert in ons worden we gestimuleerd om daarop te antwoorden. Ons eerste antwoord is aandacht schenken en zo een relatie van vertrouwen aangaan. Het geschenk van de aandacht is een doelloze openheid. Om niet. 
Zoals Jezus bij de zending van de apostelen zegt : "Voor niets heb gij ontvangen, voor niets moet gij geven." (Mt. 10,8)
Luisteren naar het kloppen aan de deur van ons hart is bijzonder. Het is, zoals Rasch bij herhaling stelt tegelijk actief en passief.
"Luisteren is gratis. Wat je ermee weggeeft, het niets, heb je nooit bij elkaar verdiend en kun je ook niet kwijtraken. Het is een onuitputtelijke overvloed." (a.w.,  blz. 208-209)
Luisteren is loskomen van onszelf (sterven aan onszelf) om
te ontvangen in veelvoud. "Als de graankorrel niet valt in de aarde en sterft, dan blijft hij alléén; maar als hij sterft draagt hij overvloedig vrucht." (Jo. 12, 24).
Al luisterend komen we bij de kern van het Pascha van Jezus...

17 januari 2025

Christelijke eenheid... (1)

 De gehele geschiedenis door van de kerk als gemeenschap van leerlingen van Jezus Christus is gekenmerkt door verschillende accenten en interpretaties van de evangelieverhalen. Zo ontstonden altijd weer nieuwe gemeenschappen die zich niet konden vinden in de apostolische traditie van de Roomse christenen. Deze verscheidenheid was heel vaak aanleiding tot bittere conflicten die heel dikwijls met geweld werden aangepakt. De inquisitie is er het symbool van.
Waar een aantal protestantse kerkgemeenschappen en anglicanen al in de 19e eeuw deze verdeeldheid betreurden en een jaarlijkse week van gebed voor eenheid organiseerden, werd pas negentig jaar geleden (1935) van katholieke kant bij dit initiatief aangesloten.
Dit hebben we te danken aan de Franse priester Paul Couturier  (1881-1953), die in 1923 werd gevraagd zich te bekommeren om de Russische ballingen in en rond Lyon, mensen die na de Oktoberrevolutie en de machtsovername door de communisten gevlucht waren. Zo ontdekte hij de rijke orthodoxe traditie. Hij bouwde vele contacten op die hem tijdens het interbellum tot katholiek aanspreekpunt maakten voor de niet-katholieke christenen. 


De Roomse kerkleiders hebben zich heel lang heel terughoudend opgesteld ten aanzien van de oecumenische beweging. Met de oecumene willen de verschillende christelijke geloofsdeterminaties elkaar beter leren kennen en naar elkaar toegroeien, in het besef dat deze verdeeldheid geen al te beste getuigenis is voor het evangelie.
Het tweede Vaticaanse concilie publiceerde in 1964 een decreet over de deelname van katholieken aan de oecumenische beweging. 
Dit decreet zette de deur open naar een minder krampachtige houding ten aanzien van niet-katholieke christenen. Maar de weg naar meer eenheid is nog lang.
Van 18 tot 25 januari is er nu opnieuw de gebedsweek voor de eenheid van de christenen. Het thema dit jaar is een zin uit het Johannesevangelie :"opdat zij allen één mogen zijn" (Jo. 17,21), een zinsnede uit het zogenaamde hogepriesterlijke gebed van Jezus, een bede die nog immer actueel is. 

28 augustus 2024

Het evangelie ver-dicht en ver-beeld - bij El Greco 2

 In een vorig bericht heb ik via El Greco en Simon Vestdijk stil gestaan bij de 'ontkleding van Christus', het moment in het lijdensverhaal waar de soldaten Christus aan de beul zullen overleveren, maar dan twisten over de kleren van de veroordeelde, een extraatje op hun gewone soldij.
Nu wil ik het daaropvolgende tafereel in het passieverhaal belichten, weer aan de hand van een schilderij gemaakt in 1600 door El Greco  (1541-1614) en een gedicht, ditmaal van de Nederlandse dichter Pierre H. Dubois (1917-1999).
Het schilderij dat momenteel in het museum van Athene hangt stelt de kruisiging van Jezus voor, op een rotsblok en in de achtergrond een stad in het donker en met aan zijn voeten de maagd Maria, Maria Magdalen en de apostel Johannes, zoals het in het evangelie van Johannes ook verteld wordt (Joh. 19, 25-27).
(El Greco : Kruisiging met de maagd Maria en Sint Jan de evangelist ©Pinterest)



Dubois schrijft dit sonnet met duidelijk El Greco voor ogen en als beschouwer laveert hij tussen hoop en onrust. De grauwe realiteit van deze marteldood roept wisselende emoties op, die ook te zien zijn in de heftige luchten en de verschillende blikken van wie onder het kruis staan. Het kwatrijn beschrijft eerst het schilderij om dan na de twee kwatrijnen om te slaan naar het poëtische ik en zijn gevoelens.

EL GRECO OP GOEDE VRIJDAG

Een grauwe lucht verwisselt steeds van toon
en wordt door jacht na jacht uiteengereten.
De hemel schijnt door wolken somber-schoon.
Antieke tors in wind en weer vervreten,

zo hangt, gestorven aan zijn kruis, Gods Zoon.
De blikken zijn aan 't loden lijk geketend.
De woeste heuveltop maakt ook de hoon
wanhopig en gemarteld en onwetend.

En 'k vraag waarom, als uit zijn eigen braaksel
de mens ten hemel staart, de kreet niet klinkt:
'Dode Zoon Gods, zo vreselijk is Uw raadsel,

dat door Uw dood - Uw eigen hulploos maaksel -
mijn hoop, gekoesterd door een diep instinkt,
voortaan tot gruwelijke onrust wordt verminkt.'
(uit: Het evangelie volgens dichters. Bloemlezing uit de Nederlandstalige poëzie. Samengesteld door Patrick Lateur en Stefan van den Bossche. Uitg. Lannoo, Tielt, 1999, blz. 206)

22 augustus 2024

Het evangelie ver-dicht en ver-beeld - bij El Greco 1

 In de kunsten zoeken artiesten wat de evangelieverhalen kunnen betekenen. Schilders doen het al schilderend, dichters al dichtend. En soms dichten poëten bij een beeld.
De Nederlandse dichter Simon Vestdijk (1898-1971)schreef een vers bij het grote doek van de Grieks-Spaanse schilder El Greco (1541-1614) El expolio (de ontkleding van Christus)  (1577-1579) dat geschilderd werd voor de kathedraal van Toledo. 
El Greco schilderde een rustige Christus wiens verlichte gezicht naar de hemel is gericht in felrood gewaad, omringd door een reeks harde, grimmige hoofden met elk een eigen persoonlijkheid. Aan zijn voeten zien we links hoe een timmerman het kruis klaarmaakt waaraan hij zal sterven en rechts de drie Maria's die droevig toekijken.
(El Greco : El expolio - ©museodelprado.es)


En de dichter Vestdijk focust zich ook op deze tweedeling boven en beneden, met in de eerste twee terzinen de vraag of Christus zich kon/mocht/wilde redden uit zijn lot of niet. De twee laatste terzinen proberen te achterhalen wat er omgaat bij de moeder van Jezus. Menselijker wijze is de kruisdood die zal volgen op deze ontkleding een falen en dat besef doorademt heel het gedicht van Vestdijk. De dichter verwijst daarbij ook naar de evangeliepassage waarin de soldaten zijn kleren in vieren verdeelden (cfr. Joh. 19,23). Ook al kan een schilderij geen geluid maken, toch weet de dichter de hectiek die Christus omringt mooi te verwoorden : kletteren, twisten, schetteren in contrast met de ingetogenheid van Christus en Maria.
Twee benaderingen, gespreid over vier eeuwen, maar allebei met een heel menselijke inslag, allebei denkend over de menselijkheid en goddelijkheid van Christus.

DE ONTKLEDING CHRISTI

 Naar El Greco

'Kan hij de soldeniers die rond hem kletteren
En twisten om 't eigendom van zijn kleed
Niet met één heffen van zijn blik verpletteren?

Moet hij den laffen aanloop tot een wreed
Voldongen doem als heil'gen plicht betrachten,
Is hij moede voltrekker-zélf van 't leed?'

Voelde er zoo eene onder haar die wachtten
Met hem tezamen op 't einde? Ontstraalden
Haar and're dan berustende gedachten

Waarvan men later wonderen verhaalde?
Zij stond als moeder vroom in 't woeste schetteren,
Maar vrouw is zij geweest den held, die faalde!
(Vestdijk, Simon in : Het evangelie volgens dichters. Bloemlezing uit de Nederlandstalige poëzie. Samengesteld door Patrick Lateur en Stefan van den Bossche., uitg. Lannoo, Tielt, 1999, blz. 182)

14 juli 2024

Geloof versus twijfel

Voor veel mensen is het duidelijk : wie gelooft, heeft zekerheid. De gelovige WEET, op een andere manier dan de wetenschapper, maar hij heeft een kennis die klaarheid schept in het leven. Dat christelijke weten is dan vaak gestoeld op een nauwe interpretatie van de bijbelboeken en/of de kerkelijke leer. 
Geloofsartikelen en bijbelse verhalen zijn evenwel de neerslag van geloofservaringen. In deze levenservaringen kunnen we onze eigen levens spiegelen en zo mede zoeken hoe we God misschien kunnen ont-dekken in onze eigen hedendaagse levens. Het vroegere halsstarrige memoriseren van de catechismus met zijn vraag- en antwoord-schema versterkte de idee dat een gelovige bepaalde dingen moest weten, dat geloven betekent om bepaalde 'weetjes' te aanvaarden. De diepere realiteit van het geloof ging verloren. Eerst is er leven, dan pas komt de leer. 
Deze catechismuservaringen leidden tot de idee dat geloven geen twijfel duldt, want als geloof een aanname is van bepaalde weetjes, is twijfel niet langer geloven. Terwijl juist geloof en twijfel twee kanten zijn van eenzelfde medaille, zoals in dit eenvoudige vers van Bette Westera heel mooi verwoord wordt.
Het christelijke geloof zal ook slechts blijven als het een leven blijft en niet louter én niet in de eerste plaats een doctrine.

ZONDER TWIJFEL

Zonder wegen geen verdwalen.
Zonder zon geen lelijk weer.
Geen gezondheid zonder kwalen
en geen minder zonder meer.
Geen beneden zonder boven
en geen achter zonder voor.
Zonder twijfel geen geloven.
Zonder stilte geen gehoor.

(uit: Geloof. Dichter nr. 20 , gedichten voor kinderen van 6 tot 106, uitgeverij Plint, 2021, blz. 94)
(Caravagio : De ongelovige Thomas
©Wikipedia)


Daarom zijn de apostelen Thomas en Petrus mij zo dierbaar, omdat ze binnen het Bijbelse verhaal tonen hoe twijfel en geloof met elkaar verbonden zijn: de ongelovige Thomas die twijfelde aan de verrijzenisverhalen van zijn bent-genoten (Joh. 20, 25-29) en Petrus die dreigde te verdrinken omdat zijn vertrouwen in Jezus' woord afbrokkelde (Matt. 14, 22-36). De aarzelende gelovigen waren leerlingen van Jezus. Zo kan ik, met mijn twijfels en vragen, ook leerling zijn van Hem.

1 juni 2024

Over licht dat uitnodigt - Bernard Dewulf - 1 -

 In de voorbije Paastijd heb ik me laten leiden door 'licht-verzen'. Christus die zichzelf het Licht der wereld noemt (Joh. 8, 12) biedt ons een metafoor aan om te ontdekken wat en wie God is. Dat licht is een veelzijdig gebeuren dat altijd weer anders aan ons verschijnt.
Dichters Oosterhuis en Andreus reikten ons woorden aan. Hier nog een andere dichter die het vaak heeft over 'licht' en ook vaak over geloven, ook al is dat geloof een aftastend en vaak afwerend gegeven. Bernard Dewulf (1960-2021) schreef voor alles essays over kunst, maar zijn verzen werden postuum verzameld en uitgegeven in een bundel met de titel "Licht dat naar ons tast" (uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2023).
Uit deze bundel stel ik je nu en in volgende berichten enkele verzen voor die voor mij als gelovige stof tot ruminatio (herkauwen) zijn en kunnen aanzet vormen voor gebed.
Voor de heropening van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen in september 2022 had Dewulf in de laatste maanden van zijn leven een aantal verzen geschreven, vertrekkend vanuit de collectie van het KMSK. Een van deze zogenaamde museumverzen is het volgende...

LICHT

Ik schijn maar waar ik val.
Nu toevallig op een muur.
Ik mag dan wel het licht zijn,
als niets mij terugstuurt
kan niemand mij ooit zien.

(uit: Licht dat naar ons tast, blz. 216)

Geloven en lief hebben bestaan slechts in een relationeel proces. Het licht van Jezus kan slechts gezien worden als het via ons zijn en handelen wordt terug gestuurd. Zo verzengend en verblindend licht kan zijn, zo ook is het afhankelijk van  ons om zichtbaar te worden in onze samenleving. Gave en opgave, uitnodiging en uitdaging.
(Koksijde kerk O.L.Vr. ter duinen
eigen foto december 2023)


9 mei 2024

Vuur-licht voor Pinksteren - 3 -

 Of de Nederlandse dichter Hans Andreus christengelovige is of niet, vele van zijn verzen zijn wel doordrongen van het christelijke gedachtengoed.
Zo ook het titelloze gedicht waarmee ik de Paasperiode 2024 wil afsluiten.
Het gaat er over het laatste en het eerste... zoals onder anderen bij Lucas waar Jezus zegt : "en zie: er zijn laatsten die eersten zullen zijn en eersten die laatsten zullen zijn!" (Lc. 13,30) en bij het begin van het boek der Openbaring :"Ik ben de eerste en de laatste"  (Apoc. 1,17) en in de slotverzen van hetzelfde boek "Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde." (Apoc. 22, 13).
Over de liefde zijn er veel passages te citeren vooral uit het evangelie van Johannes, de eerste brief van Johannes en Paulus in zijn eerste  brief aan de Korintiërs. "Al spreek ik in de talen van de mensen en de engelen, als ik de liefde niet heb...." (1 Kor. 13).
Laat ons nog eenmaal lezen bij en bidden met Hans Andreus.
(glasraam in Anglicaanse kerk
All Saint's Church Goodmeyes, Ilford
ontworpen door Henry Shelton
©facebook)


Licht, leer me
het laatste
en eerste :

de liefde
die ik nog
mis

want voor wie ook
en die ook
jou is.

(uit : Andreus, Hans, Verzamelde gedichten, Uitg. Bert Bakker, Amsterdam, 1985, blz. 843)



5 mei 2024

Paaslicht voor onze tijden - 6 -

 De paastijd mondt zo dadelijk uit in de Pinkstergave en onze dialoog met het Lied aan het Licht van Huub Oosterhuis komt bij de laatste twee regels van het vers.

Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van Hem die leeft.

Voor wie vertrouwd is met de poëtische taal van Oosterhuis en/of vertrouwd met Bijbelse beeldspraak, zal van in de eerste lijnen reeds 'God' gelezen hebben bij het woord 'licht'. Maar toch bouwt de dichter zijn lied op naar deze twee laatste lijnen en onthult nu zelf om wie het bij hem gaat. Jezuïet Paul Vanderghote merkt dan ook fijnzinnig bij dit lied op: "Weliswaar heeft de dichter de volledige toedracht niet expliciet verklaard van het begin af. Mag dat juist niet als zijn verdienste aangerekend worden? Literair is dit als bewerker van 'suspense' te waarderen. Maar vooral is het de meest geschikte betoogtrant als wij over het mysterie dat God is, dan toch iets proberen te zeggen." (uit: Gensters in het licht. 80 gedichten uit de Lage Landen belicht door Paul Vanderghote, uitg. Halewijn, 2012, blz. 119).

(Fabrice Samyn : Untitled
uit de reeks Burning is Shining 2016
eigen foto september 2021)
In deze twee slotlijnen resoneren heel veel Bijbelwoorden mee.
Zonder volledig te zijn zet ik er hier enkele op een rijtje.
"Ik ben de alfa en de omega, zegt God de Heer, hij die is en die was en die komt, de albeheerser." (Apoc. 1,8)
"Johannes aan de zeven kerken in Asia : genade en vrede zij u van hem die is en die was en die komt (...) en van Jezus Christus (...) de eerstgeborene van de doden."(Apoc. 1,5)
En nog uit het begin van het boek der Openbaring :
"[Ik, Johannes, geraakte in geestesvervoering en hoorde achter mij een luide stem als een bazuin en ik keerde mij om om te zien wie met mij sprak] En toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten, maar hij legde zijn rechterhand op mij, zeggend: vrees niet, ik ben de eerste en de laatste." (Apoc. 1,17)
En natuurlijk laat de evangelist Johannes Jezus enkele keren in zijn verhaal zichzelf benoemen als het licht. "Jezus zegt : Ik ben het licht der wereld; wie mij volgt zal niet wandelen in het duister, neen, die zal het licht des levens hebben." (Joh. 8, 12)
Met dit laatste citaat uit het Johannes evangelie zien we ook hoe de dichter vanuit dit vers gedacht heeft. Het eerste woord van zijn gedicht is "licht" en het laatste is "leeft".
Met Pasen vieren we als christenen het Leven en ons geloof in de verrijzeniskracht en veerkracht die uitgezaaid is midden (kruis)dood en de uitzichtloosheid van het graf. Met dit Lied aan het Licht worden we genood lichtdragers en lichtbrengers en lichtgetuigen te zijn. Soms komen we iemand tegen waarbij we denken: welke stralende persoon is dat! 
We worden vanuit de Paasverhalen en via dit gedicht van Oosterhuis aangespoord om zelf stralende mensen te worden, elke dag opnieuw. Geen betogen over maar leven met en vanuit. 

21 april 2024

Paaslicht voor onze tijden - 4 -

 Terwijl de Paastijd groeit naar Pinksteren toe, blijven we het Lied aan het Licht van Huub Oosterhuis herkauwen. We laten ons nu aanspreken door het tweede deel van de tweede strofe uit dit Lied aan het Licht.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Het licht werd in de vorige regels bezongen als een kracht en toeverlaat, een licht dat overwint. Een lied dus zinderend van geloof in de Paaskracht. Maar hier wordt ons een ander aspect van het licht getoond, de broosheid en kwetsbaarheid. Het licht is 'kind in mij'...het is een levende realiteit die echter voor zijn groei afhankelijk is van mijn inzet en zorg en van mijn koesterkracht.
De dichter houdt hier een soort pleidooi om het kind in ons niet te laten verstikken en om met een onbevangen blik rond te kijken en ons te verwonderen over de (on)herbergzaamheid van onze wereld. 
Zoals het Johannes evangelie begint met het licht dat in de wereld komt, maar er niet is aangenomen, zo is de kruisdood van Jezus het ultieme resultaat van deze niet-aanvaarding én zo is het Paaslicht het antwoord dat God met zijn licht en woord blijft aankloppen.
(kind in de gazastrook 2024
©SOS Kinderdorpen)


De verzuchting en het verlangen die er spreekt uit deze verzen is anno 2024 brandend actueel... 
Is er op deze aarde een plaats waar mensen kunnen leven in hun waarde en in vrede? Het zwakke lichtkind lijkt verloren gelopen te zijn op deze aardkloot en wil via mijn ogen zoeken naar een veilige plek. Ik moet mee op zoek om van deze aarde een wereld te maken van licht voor ieder mensenkind. Elk van ons wordt via dit lied uitgedaagd om zelf lichtdrager te worden opdat iedere mens haar of zijn naam in vrede kan dragen. Geloven vandaag betekent ook inzet voor vrede en gerechtigheid in de grote samenleving opdat er licht zou schijnen voor elke mens waar ook ter wereld.

31 maart 2024

Paaslicht voor onze tijden - 1 -

 Iets langer dan gedacht heb ik aan de blog niet kunnen werken wegens verhuizen...
Maar nu met het feest van Pasen verrijst mijn blog weer uit het donker op. Tijdens de Paaswake wordt met het nieuwe licht de paaskaars ontstoken en dan zo de kerk binnengedragen. Tot drie maal toe wordt dit licht verwelkomd met de acclamatie : 'Licht van Christus. Wij danken God'.
Het licht dat de onzekere duisternis doorbreekt is een sterk symbool voor wie Christus wil zijn in ons leven. In het Johannes evangelie (8,12) zegt Jezus over zichzelf trouwens "Ik ben het licht der wereld".
Op Pasen past dan ook dit mooie lied aan het licht van Huub Oosterhuis, in bijgaande link gezongen door zijn dochter Trijntje bij de 85ste verjaardag van haar vader.
Een lichtend Paasfeest gewenst!

 

23 augustus 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 5 -

 


De dichter Roelof ten Napel voelt zich verstoten door zijn thuisgemeenschap omwille van zijn homoseksuele geaardheid. De streng protestantse bijbellezing staat een aanvaarding van zijn 'zondig' gedrag in de weg. In zijn dichtbundel Het woedeboek (uitg. Hollands Diep, 2018) schrijft ten Napel zijn frustraties en woede van zich af, doch slechts een heel enkele keer komt die diepste reden expliciet naar boven. In dat vers ziet hij zich zoals de gevangen genomen Christus geplaatst voor Pilatus, die zal zeggen : ziehier de mens, ecce homo.
De dichter staat daarmee in een indrukwekkende traditie van kunstenaars die zichzelf met Christus vereenzelvigen (vooral in de schilderkunst vb. Gauguin, Corinth,...).
Dit vers staat in het derde deel van de bundel, na het uitspreken van zijn gemis van zijn vertrouwde omgeving (eerste deel), na het zich wenden tot de god die hij verstoot via psalmen en gebeden (middendeel). Het derde deel biedt ruimte aan de ontdekking van nieuwe aspecten van zijn bestaan, ver van zijn thuis en in de nabijheid van nieuwe liefdes.

JONGEN
(Lovis Corinth : Ecce Homo
eigen foto)


je zegt dat ik een koning ben,
maar ze hebben een wet, en naar die wet
moet ik sterven - waarom
ondervragen ze me nog?

ik zag je en ik sprak ervan -
waarom slaan ze me? ze vroegen naar mijn
afkomst, en ik zweeg, nu schijnt
een nul van doorns rond mijn hoofd -

zie hier, een zoon - ik hield
van het begin af van je stem, mijn
lief - je zegt

dat we koningen zijn, maar dat ons rijk
nog komen moet, en tilt me op - als kon ik het
misschien in de verte al zien
(uit: Het Woedeboek, Hollands Diep, 2018, blz. 58)

De dichter herneemt voor een deel het gesprek tussen Pilatus en Jezus en de hogepriesters, maar het is dubbel (zie Joh. 18, 29 e.v. en 19; Mat. 27). Het geloof van zijn voorvaderen heeft ook een wet die homo's buitensluit, dus sociaal doodt.
En dan komt zijn geliefde in beeld : ik hield al van je, van je stem (zoals bij de geliefden in het Hooglied) en het koninkrijk waarin homo's aanvaard worden moet nog komen, zoals het Rijk Gods volgens Jezus ook nog moet komen.
Met de laatste lijn komt de voorloper van Christus, Mozes, in beeld omdat hij het beloofde land enkel kon zien vanuit de verte...(Deut. 34, 1-5).