Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen

28 juli 2026

Een gebed aan zee

 De in Amerika geboren Nederlandse dichter Lloyd Haft (1946)heeft het boek der psalmen bewerkt tot eigenzinnige verzen. Soms staat zijn versie dicht bij het origineel, soms is het een heel vrije herdichting. 
In deze vakantieperiode zijn velen aan zee en daarbij dacht ik aan dit gebed/vers.
(eigen foto juli 2017)


Zo hier staat hij zoals de psalmdichter bij de zee 
en al kijkend over deze oneindige 
altijd andere oneindigheid 
die voor hem zoals voor de psalmdichter 
veellagig spreekt over 'God',
herschrijft hij psalm 93.

NAAR PSALM 93

Is zoveel luister
niets dan kleed?
Als dit uw hulsel is -
hoe sterk moet u dan schuilen!
Sterk is ook de aarde,
eeuwig haast als u:
vanouds is hier de plaats waar u
zou kunnen komen.
Golven slaan,
razen omhoog,
raken u niet :
uw stilte
die niemand ziet, ligt hoger.
Over de golven uitziend
denk ik aan de velen
die hier al ongehoord van u getuigden.
Ook ik getuig: onwankelbaar
is uw verborgenheid.

(uit: Haft, Lloyd, De psalmen in bewerking. Amsterdam, Uitg. Querido, 2003, blz. 102)




















4 mei 2026

Alle zintuigen open...

(eigen foto - 1 augustus 2025)

Ik ben er even tussenuit, tot begin juni. 
De volgende verzen uit het zogenaamde "Zonnelied" 
van Franciscus van Assisi 
passen bij zo'n rustpauze. Alle zintuigen open,
de fysieke én de spirituele zintuigen... 


Wees geprezen, mijn Heer met al uw schepselen,

vooral door mijnheer broeder zon,
die de dag is en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en straalt met grote pracht;
van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.
Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind
en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,
door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,
die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur,
door wie Gij voor ons de nacht verlicht;
en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,
die ons voedt en leidt,
en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

(deze vertaling vond ik bij kerknet)

Tot begin juni...

22 april 2026

Credo in kwatrijnen

 In een vorig bericht las ik een credo van de dichter Kees Hermis, een vers dat leest los van alle theologische of liturgische jargon. Nu een andere 'theopoëtica', zoals Hans Groenewegen (1956-2013) dit noemt in zijn boek "De lezer van poëzie en mystiek" (Historische uitgeverij, 2015). Daar las ik een vers van Guillaume van der Graft (1920-2010), maar hier klinken liturgische associaties mee, niet verwonderlijk voor een dichter-dominee.
Het gedicht heeft als titel "Pasen" en past dan ook helemaal in deze paastijd.


PASEN

Wij geloven met hart en mond
het woord dat gestorven is
in stilte en duisternis
het zaad dat kiemt in de grond.

Wij geloven met hand en tand
het brood van de heilige dis
dat met Pasen geboren is,
de wijn onze bloedverwant.

Wij geloven met hart en ziel
het hart en de ziel van hem
die brak in onze stem
en opstaat uit onze keel.
(uit : Groenewegen, Hans, De lezer van poëzie en mystiek, Rijswijk, 2015, blz. 232)

Het eerste kwatrijn verwijst naar Goede Vrijdag en naar de metafoor van het graan dat sterft in de grond opdat het vrucht zou opleveren, een beeld dat Christus meermaals heeft gebruikt, meest expliciet in   Joh. 12,24. Dan verwijst het tweede kwatrijn naar het laatste avondmaal, de heilige dis met brood en wijn... Het derde kwatrijn heeft het over een gebroken stem en opstanding, het passeren van het Woord Gods door dood naar opstanding toe.  

16 april 2026

Credo in sonnetvorm

 De Nederlandse beeldhouwer en dichter Kees Hermis (1941-vandaag jarig!) leerde ik kennen dankzij een nummer uit de reeks "Dichter" (uitgeverij Plint) rond het thema 'geloof'.
Grasduinend in dat nummer zie je hoe dit woord zovele verschillende interpretaties oproept. Het sonnet van Hermis kan mij bekoren omdat het verschillende facetten van het christelijke geloof verwoordt zonder dat het in kerkelijke, liturgische of dogmatische taal verzandt.
De laatste strofe sluit naadloos aan bij de Paaservaring die we in deze weken vieren en gedenken.
(eigen foto)


CREDO

Geloof is een manier van leven
door de nacht op weg naar licht
tussen weten en niet weten
dromen doen vooruit gericht

Geloof is waken en niet wijken
voor wat doof maakt en verblindt
hoopvol naar de sterren kijken
in verwondering als een kind

Geloven is een kaars aansteken
en de stilte niet verbreken
die door tijd is aangeraakt

Tegen hoofd en rede in
uitzien naar elk nieuw begin
dat aan de dood een einde maakt.

(Hermis, Kees, uit : Dichter nr. 20 Geloof, uitg. Plint, blz. 23)

11 april 2026

PASEN in woord

 Hét feest der feesten voor alle christenen
mag gevierd worden in muziek, beeld en woord.
Hier een vers van Hubert van Herreweghen (1920-2016) uit zijn bundel Karakol (Lannoo, 1995, blz. 11).
Je kan in dit gedicht twee delen onderscheiden met de vierde strofe als scharnier, waardoor het merelverhaal tot metafoor wordt en zo iets vertelt over elk mensenleven.

MEREL OP BEVROREN PASEN
(Hubert van Herreweghen
©dbnl.org)


De kop in de krop gestopen,
lange tijd zat hij doodstil
in de linde, al in de knop,
nog zonder blad.

(Een grap, een opgezette vogel?
Een vogel als vogelschrik
door tuinders in de strop gehangen?)

Zwart zonder gezng en
hoe een merelman kan zitten
als 't hem niet zint,
wintermoe en nog geen klaarte in zicht.

-Kind,
wij weten van die dagen,
de loden ziel, de dode zinnen,
als 't vormloos beest komt aangekropen,
dat zwelt naarbinnen
door de reten-

En toen bewoog hij,
zachtmoedig en vervaarlijk
viel hij  met twee vleugelen open
met een slag van de wind
opwaarts gedragen
over de daken.

Dan vloog hij,
zoals wij hopen
namaals te ontwaken,
waarlijk.

Pasen, het feest waarbij wij hopen te ontwaken, waarlijk te ontwaken.
Pasen, het feest waarbij wij hopen te ontdooien en te vliegen.

25 december 2025

Nu komt de Heiland

 Vredevol kerstfeest gewenst aan ieder die dit bericht leest,
toevallige passant of regelmatige bezoeker van deze blog.

(glasraam met kerstscène
in de kerk van Ter Kameren Brussel
  eigen foto)


Op zo'n dag past feestelijke muziek van J.S. Bach.
Een trio voor orgel BWV 660 gebaseerd op een courant
adventslied in lutherse kringen : Nun komm, der Heiden Heiland,
gespeeld door Dimitri Ushakov.


Daarbij nog een vers van Erik Van Ruysbeek 
over Bach en over vrede...

BACH

Onpeilbare, ondoordringbre vrede
weeft aureolen om elk ding
van innige tonentinteling
en wijdingsvolle murmlende gebeden.

Het orgel speelt. De tijd is weggegleden,
achter haar sluiers schuilt herinnering,
een tijdloos nu ruist zonder rimpeling
doorheen de ruimten en de zekerheden.

O rust der volle ziel, eenheid van 't leven
in 't onverstoorbaar evenwicht van 't lot,
mij werd uw klaar bezit nog niet gegeven

noch de gena van een sereen genot.
O vrede, daal in mij en laat mij hoger zweven
van alle smart ontdaan in 't evenwicht van God.
(uit: Was alles maar Bach. Zesenveertig gedichten over Johann Sebastian bijeengebracht door René Smeets., uitg. P, Leuven, 2021, blz. 66)

15 november 2025

Beelden die spreken - Straatsburgse prikkels - 1 -



(Markus Lüpertz : Herte
-eigen foto)
God is onzienbaar voor onze ogen maar dankzij zijn Zoon weten we dat we hem werkzaam kunnen zien doorheen mensen en hun werken. Ook kunstwerken kunnen ons anders leren kijken en luisteren naar de Bijbelse verhalen. 
Zo zag ik eind september in het museum voor moderne en hedendaagse kunst (MAMC) in Straatsburg een sculptuur van de hedendaagse Duitse kunstenaar Markus Lüpertz (1941) die onmiddellijk aanspreekt. Een naakte jonge man draagt op zijn schouders een jong schaap. Een herder dus die direct doet denken aan een gelijkenis van Jezus over God die altijd opnieuw zoekt om wat verloren is terug te vinden. Het hoofdstuk 15 van het Lucas evangelie vertelt via drie verhalen hoe God begaan is met het verlorene (het weggelopen schaap, het zoekgeraakte geldstuk en de twee zonen).

Fascinerend is hier bij deze sculptuur de naaktheid van de herder. Wie wil herderen en anderen hoeden doet dit best vanuit zijn eigen kwetsbaarheid. De eigen naaktheid en broosheid beleven kan de goed bedoelende herder bewaren voor betutteling van (of dwingelandij over) het verloren schaap. 

Het beeld van de goede herder die het schaap terugbrengt sluit natuurlijk ook aan bij de psalm 23, met het bekende beginvers: de Heer is mijn herder... 
Deze woorden mogen ons evenwel niet in slaap sussen, zoals dichter Michel van der Plas (1927-2013) schrijft. Geloof, zeker in onze dagen, is een blijvende uitnodiging én uitdaging. Het herderschap van God vraagt ook om zelf te volharden in verlangen en hoop.
Twee kunstenaars die onze blik openen op het herder-zijn van God voor elk van ons vandaag.

PSALM

De Heer is mijn verder. Hij laat mij missen:
roes, aarde, nu. Laat mij te weinig zijn
en wensen. Drijft mij op naar duisternissen
van bos en braakland, in een perk van pijn.

Is mijn elders. Laat hemelen verhalen,
de macht, de glorie. En houdt mij doodsbang
over mijn dorst gebogen. Zendt zijn stralen
bij mondjesmaat. En wacht, mijn leven lang.

Mijn vijand drinkt en doezelt voor mijn ogen.
De kinderen zingen van een vergezicht.
De Heer is mijn eenmaal. Ik moet nog hoger.

Zijn heil en zegen zullen op mij jagen,
mijn leven lang. Ik zal het dwingelandslicht
zien, haten en verlangen, al mijn dagen.
(uit: van der Plas, Michiel, De oevers bekennen kleur. Verzamelde gedichten., uitg. Lannoo, Tielt, 1994, blz. 121)

18 september 2025

Vormgegeven gebed

 Onlangs bezocht ik (opnieuw na véle jaren) het Kröller-Müller Museum in Nederland (park de Hoge Veluwe, Otterlo). De rijke kunstminnende Hélène Müller verzamelde een grote collectie met vooral schilderijen en tekeningen, maar ook een aantal sculpturen. De stichting die haar werk verderzette, kocht later ook vooral beelden aan die meest in de tuinen rond het museum staan. Binnen in de museale ruimte staan een aantal 'intiemere' beelden, waaronder een werk van de Spaanse artiest Julio Gonzales (1876-1942), die vooral werkt met losse stroken ijzer en deze construeert tot schetsmatige figuren. Gonzales omschreef zijn werk zelf als 'tekenen in de ruimte'.
In Otterlo zag ik dit werk, dat zelfs zonder het titelplaatje te bekijken duidelijk een suggestie maakt. Een geknielde figuur met lange haren die haar lichaam voorover strekt. Titel van het werk bevestigt mijn intuïtie : "La prière" (het gebed).

(Julio Gonzales : Het gebed 1936 - eigen foto)


Gonzales tekent in de ruimte een stuwing van de grond naar omhoog, een verlangen naar voren en boven, een loskomen van de aarde. Maar om dit verlangen vorm te geven, heeft de maker wel zeer aards materiaal nodig.
Zo herken ik in dit beeld een betrachting die altijd onvervuld zal blijven, een verlangen dat nooit volledig tot vervulling kan/zal komen. Zo dichtte Guido Gezelle deze bekende verzen die met woorden het onvervulbare verlangen dat het hart vormt van elk gebed proberen uit te zeggen. Een beeldend kunstenaar en een dichter zoeken elk met hun eigen middelen het gebed als diepste verlangen van de mens vorm te geven.

GIJ BADT OP EENEN BERG ALLEEN

Gij badt op eenen berg alleen,
en... JESU, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden:
de wereld wilt mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn oogen sla;
en arm als ik en is er geen,
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

(uit: Gedichten Gezangen Gebeden, 1862)

19 augustus 2025

Orewoet in museum Parcum - 1 -

 Nog tot en met 9 november kan je in de Abdij van Park (Leuven) de expo bezoeken met als sprekende titel : Ecstasy & Orewoet.
Ecstasy (XTC) verwijst naar de drugs die heden ten dage vaak ingenomen worden om tot een verandering van bewustzijn te komen. Via deze (en andere drugs) proberen mensen de sleur van het dagdagelijkse te doorbreken en buiten zichzelf te treden.
Orewoet is een Middelnederlands woord dat gebruikt werd door mystici in de 12e-13e-14e eeuw om hun overweldigende drang naar eenwording met Christus te benoemen. De hedendaagse drang naar buitengewone ervaringen en de middeleeuwse zucht naar christelijke mystieke ervaringen naast elkaar plaatsen biedt een nieuw perspectief op toen én op nu!!
Nadat Jezus zich aan de middeleeuwse mystica geopenbaard heeft als zoete vervullende liefde, komt de ontnuchtering dat Hij niet altijd nabij voelt en de mens denkt zijn liefdesverdriet niet te boven te komen. In lied 24 zegt Hadewijch het dan zo :
"ende nu so hevet geworpen neder
dat hi en waent vercomen weder,
hen si al onversien,
bi orewoede van minnen, maget gescien."
(of omgezet in hedendaags Nederlands:
en die ze nu zo diep heeft neergeworpen
dat hij er niet meer bovenop denkt te komen,
tenzij totaal onverwacht,
door razende begeerte naar minne, misschien."
(Hadewijch, Liederen, Historische Uitgeverij,2009, blz. 198-199)

In het middeleeuwse Brabant  en Luik leefden begijnen, kloosterzusters en andere 'mulieres religiosae' die zochten naar mystieke eenwording met Christus. Hun zoektocht is gedocumenteerd in levensverhalen, brieven, liederen en getuigenissen en werd inspiratiebron voor uitbeeldingen allerhande. Deze drang wordt in de tentoonstelling geplaatst naast de vele vormen van hedendaagse zoektocht naar trance, extase en het ontsnappen aan het eigen ik. Hoe verschillend de beeldtaal en de vormen ook schijnen, toch ziet de bezoeker parallellen tussen toen en nu.
Bijzonder aan de Middeleeuwse extatische vrome vrouwen is dat hun trances niet zo kortstondig waren als voorheen. Een extatische toestand kon uren en soms dagen duren. En daarbij komt dat zij ook zelf vaak hun ervaringen beschreven. Later zal het de Karmel-mystici uit het 16e eeuws Spanje ook overkomen (vb. St. Jan van het Kruis en Theresa van Avila). Vandaar dat we ook naast vrouwen uit de Lage Landen ook enkele keren Theresa van Avila zien passeren in deze tentoonstelling.
Zoals het schilderijtje uit ca. 1650 waarbij het kindje Jezus met een gouden pijl het hart van de bewusteloze Theresa doorboort. Deze scene heeft Theresa zelf beschreven in haar autobiografie. Zo'n ervaringen waren ook bekend bij de mystici uit de Lage Landen. De biddende heeft het gevoel overvallen te worden door Gods liefde alsof ze geraakt wordt door een bliksemschicht (vb. vita Beatrijs van Nazareth).
(eigen foto)





15 augustus 2025

De zwarte Madonna van Halle

 Op dit Maria hoogfeest kijk ik even naar een bijzonder cultusbeeld van Onze Lieve Vrouw, nl. de zogenaamde Zwarte Madonna die al eeuwen lang vereerd wordt in het Brabantse stadje Halle.
(©VisitHalle.be)


Het beeld werd in 1267 geschonken aan Halle door de graven van Henegouwen, die het zelf via via geërfd hadden van Elisabeth van Hongarije (of van Thüringen) (1207-1231). Deze koningin werd tijdens haar leven al bekend om haar onverschrokken zorg voor de zieken en armen en al vlug na haar dood werd ze heilig verklaard.
Het beeld van de zwarte madonna staat in de Sint-Martinusbasiliek, die werd ingezegend in 1410. Vooral nadat in 1489 bij een beleg van de stad stad en kerk gevrijwaard werden van grote vernielingen, werd dit toegeschreven aan de tussenkomst van Maria. In de basiliek ziet men nog de kanonballen die door de mantel van de Madonna zouden zijn opgevangen. De Madonna zelf zou dan zwart geworden zijn door de kruitsporen.
Halle en de Madonna werden vaak ingezet door politieke leiders die bij haar beeld om haar voorspraak baden.
Al deze elementen vinden we terug in een gedicht van Achilles M. Surinx. We lezen er verwijzingen naar deze geschiedenis én we gaan als het ware met de dichter mee bidden bij dit beeld.

HALLE

Ik knielde voor het hoogaltaar en
keek naar je op, Zwarte Madonna.
Jouw gelaat verhulde de zachte ogen van
een moeder met een zogend kind, terwijl
kroon en praalkleed je koninklijk tooiden.

Ik knielde op de uitgesleten stenen trappen,
waar ik sporen voelde van zovelen eerder:
Albrecht, Isabella, Karel en Filips; stout,
schoon of braaf, rijk, mooi of arm; ze waren
altijd blijven komen. Moeders en rijpe dochters
zochten bij jou de troost die ze ontbeerden.
Geuzen en veroveraars werden afgehouden,
getuigen 32 ijzeren ballen uit kanonnen.
Naalden, valken, kwade gedachten,
een gewisse dood, je wist met alles raad.

Verlos mij van mijn vruchteloos verdriet!
Misschien zijn wonderen weer in de lucht,
is er genade voor wonden diep vanbinnen,
mogen oude vrijheden bestaansrecht hebben.
Nooit heb ik te veel gezien, te veel gehoord.

(uit: Surinx, Achilles M., Wat het voorstelt. Gedichten 1989-2017., Wevelgem, uitg. Aleph, blz. 89)

31 juli 2025

In Memoriam Jos Stroobants

De Leuvense dichter Jos Stroobants is begin juli op 77-jarige leeftijd overleden. Als dichter, muzikant en beeldend artiest was hij ook betrokken bij de Universitaire Parochie in Leuven en bij gelegenheid schreef hij ook voor de abdij van Keizersberg. In Leuven was ook de uitvaartdienst in de kerk van het begijnhof.
(Jos Stroobants - ©Diepenbeek nu)

In de dagelijkse gebeden van de kerk wordt tijdens de vespers (het avondgebed) altijd weer het danklied van Maria gebeden, het Magnificat (cfr. Lucas evangelie 1, 46-55). Een lied als gelovige  terugblik op de voorbij dag. In 1994 schreef Jos Stroobants een gedicht met de titel "Magnificat". In dankbaarheid voor zijn humane verzen die doordrongen zijn van verbondenheid met de natuur, met de cultuurgeschiedenis en met het God zoeken wil ik nu dit vers delen. Een vers vol van godsverlangen, van vervulling vereend in verwachting, van mens met God verbonden en van God zo menselijk ineen.
Een vers dat voor mij ook een variante is op psalm 139, de psalm waarin de dichter het mysterie van zijn leven geborgen weet in het mysterie van God.

MAGNIFICAT
     een liefdeslied / een huwelijkslied
     op de melodie 'Comt nu met sangh'

"Bladstille nacht, wind over water,
zachter geweld van sneeuw in maart
vogels in mei, herfstregen later..."
Zo ligt jouw stem in mij bewaard:
beelden verzonnen, namen voor jou,
vermoeden ongehoord,
onuitgesproken woord.

Stem die mij zong in den beginne,
die mij gekneed heeft, mij gevormd,
adem in mij, warmte vanbinnen,
stilte en trilling, bries en storm,
blijf in mij woeden, blijf met mij gaan,
plant diep jouw droom in mij,
word onuitroeibaar jij.

Dwars door het dak vallen de sterren,
deuren gaan open, nacht verwaait.
Raak mij voorgoed -dichtbij en verre
hoor ik jouw lied, een vuur dat laait.
Maak mij bewoonbaar, fluister mijn naam
aleer je binnengaat,
mij eind'lijk leven laat.
(uit: Stroobants, Jos, Tijd opent zich als nieuwe wijn. Uitg. P, Leuven, 2021, blz. 68)

11 juli 2025

De vier seizoenen volgens de dichter

 De vier seizoenen zijn in de kunst een steeds terugkomende item.
Een beeldspraak voor het verloop van het mensenleven.
Een spiegel voor de mens en zijn drang om een verhaal te maken
van het grillige verloop van het menselijke bestaan.
In de muziek kennen we Vivaldi en zijn vier jaargetijden. 
In de schilderkunst zijn er veel werken rond dit thema.
In de poëzie lezen we hier een vers van Aart van der Leeuw (1876-1931), een rondedans waarbij de dichter uitkomt bij de vier seizoenen die een duurzaamheid vertonen als 'bewegend maar zekere decor' van ons voorbijgaande leven. Een uitnodiging om ons bestaan te plaatsen in een ons overstijgende samenhang.


DE JAARGETIJDEN

Lente, de blonde.
Winter en zomer.
(Aart van der Leeuw
©Aart van der Leeuw Genootschap)
Najaar, de dromer.
Innig verbonden
Dansen hun ronde.

Al de bezonde,
Zwellende kelken,
't Rijpen, verwelken,
Elk heeft zijn stonde
In deze ronde.

Wanneer de monden
Van deze teersten
Lachten zij 't eerste?
Wanneer begon de
Dans in het ronde?

Aan welke wonde
Zullen zij sterven,
Dorren, verderven?
Wie zal verkonden
't Einde der ronde?

Ik zal verzwonden
Zijn en verloren,
Wordt van mijn sporen
Geen meer gevonden,
Danst nog hun ronde.
(uit : Vanderghote, Paul, Gensters van licht, Uitg. Halewijn, Antwerpen, 2012, blz. 152)

3 juli 2025

Het zware werk om te geloven

 Geloof wordt vaak voorgesteld als de aanname van een reeks stellingen en overtuigingen 
en het volgen van bepaalde morele regels.
De kerk heeft zichzelf lang vastgereden in deze voorstellingen van geloof. 
Nu leren we ontdekken, soms schoorvoetend, met vallen en opstaan, 
dat geloof vertrekt vanuit een levenshouding.
Geloof betekent vertrouwen schenken, zich toevertrouwen aan,
op weg gaan zonder zekerheden behalve dat er Een met ons gaat.
Een levenshouding die elke dag werk vraagt 
omdat we uitgedaagd worden 
om het centrum van ons leven buiten onszelf te leggen.
Het klinkt soms zwaar op de hand, maar het is de noodzakelijke arbeid om tot nieuw leven te komen. Niet voor niets vergelijkt de dichter Huub Oosterhuis het geloof met een geboorte. Voor de bevalling er is, wordt de hoogzwangere vrouw in de 'arbeidkamer' gebracht.

Het lied, gebed, gedicht van Oosterhuis is en blijft een dagelijkse opgave. Geloof als levenbarende openheid. En bij het leven horen veel vraagtekens, onzekerheden, hard werk.

KOM IN MIJ

Kom in mij, win, ontwapen mij.
Zie mij, doe mij aan.
Weersta mij, wacht mij, delf in mij.
Ontdooi mijn naam,
ontraadsel mijn bestaan.

Kom in mij, maak geluid in mij,
dood is diep in mij,
versteend mijn stem - ontsta in mij
doe pijn, doorgloei mij,
leef mij, licht in mij.

Kom uit mij, scheur mij, kind van mij,
mens in mij ontwaak.
Ontvang mij, overschaduw mij.
En ga met mij
waar niemand met mij gaat.
(uit: Vanderghote, Paul, Gensters in het licht., uitg. Halewijn, Antwerpen, 2012, blz.112)

De dochter van de dichter zingt dit lied.
Zie deze link :


27 juni 2025

Bijbelse marginalen : de dragers van de lamme man

 De verhalen in de Bijbel zijn bevolkt met honderden personages, waarvan er een aantal hoofdrolspelers zijn, te beginnen bij Adam en Eva, over Abraham, Jacob, Mozes enzovoort tot Jezus en Paulus in het Tweede Testament. Naast die hoofdrolspelers zijn er vaak anonieme figuren die echter even belangrijk zijn voor het Bijbelse verhaal.
Zo bijvoorbeeld de vier vrienden van een verlamde man die hun vriend tot bij Jezus brengen opdat Hij hem zou genezen. Bij Marcus (2, 1-12) en bij Lucas (5,17-26) lezen we dat de toeloop naar het huis waar Jezus was zo groot was, dat zij met hun draagbaar niet konden naderen. Dan maar enkele tegels gewipt uit het platte dak en hun vriend naar beneden laten glijden tot voor de voeten van Jezus.
De Noord-Ierse schrijver en Nobelprijswinnaar literatuur 1995 Seamus Heaney (1939-2013) schreef naar aanleiding van dit verhaal een vers dat de focus legt op de vier vrienden die de lamme hebben gedragen tot bij Jezus.
Als wij verlamd worden door angst of moedeloosheid (wat kunnen we in 's hemelsnaam doen tegen de kringloop van geweld in Gaza of Oekraïne of Soedan of tegen de dwaasheid en mensonterende potentaten die regeren in de VS of Rusland of Turkije of ...) , dan moeten we ook misschien gedragen worden door lichtende en moedige mensen die vanuit veerkracht en vertrouwen hun leven leven vrij van angst en tegen de wind durven staan.
Dan gebeuren er nog wonderen.

MIRAKEL

Niet degene die zijn bed oppakt en loopt
Maar diegenen die hem altijd hebben gekend
En hem binnendragen -

Hun schouders verstijfd, de pijn en de buiging diep gekluisterd
In hun rug, de handvatten van de draagbaar
Glibberig van het zweet. En niet ophouden

Tot hij vastgebonden is, kantelbaar gemaakt
En opgetild tot aan het pannendak, dan neergelaten voor de genezing.
Wees aandachtig voor hen die staan te wachten

Tot het branden van de gevierde touwen is gekoeld,
Tot hun ijlhoofdigheid en ongeloof
Voorbij is, voor diegenen die hem altijd hebben gekend.

(Heany, Seamus - in : De prangende verbeelding. Kopstukken van de naoorlogse Ierse poëzie. Gedichten gekozen en vertaald door Peter Flynn & Joris Iven. Leuven, uitg. P, 2013, blz. 72)

(houtsnijwerk Herman Falke scj
©Gerardus Magazine 2018-2)


21 juni 2025

Tekenen van hoop

 

Wijlen paus Franciscus vroeg in de aanloop naar het heilig jaar 2025 om gevoelig te zijn voor de tekenen van hoop in onze wereld.
 Soms kunnen kunstenaars ons helpen onze ogen en ons hart open te houden voor zo'n tekenen.
Hier bijvoorbeeld de Poolse dichter Stanislaw Baranczak (1946-2014) met dit maartse gedicht.

4-3-80 : MISSCHIEN TOCH
       (uit Winterdagboek)

Eigenlijk zou ik iets moeten doen, ze op een of andere manier moeten
waarschuwen, ze met zwaaiende armen te hulp schieten, schreeuwen
stop, dat heeft geen zin, maar als ik zie
hoe in het grauwe maartse park tussen de rijen kale acacia's
de jongen die voor mij loopt, tweemaal zo jong
en echt als ik, eerst schuchter dan vermetel
zijn arm om het middel van het meisje slaat, alsof hun nooit
iets zou kunnen overkomen, alsof zij niet datzelfde moment,
zij ook, afliepen op ...

denk ik dat er misschien toch nog ergens hoop is

(uit: Na de dood stond ik midden in het leven. Kopstukken van de naoorlogse Poolse poëzie.  vertaling : Maarten Tengbergen. Uitg. P, Leuven, 2008, blz. 272)

14 juni 2025

Waar Hij wilt

 Het Pinksterfeest is het feest waarin die mysterieuze goddelijke Geest, onzichtbaar, onvatbaar, onvoorspelbaar zijn inspirerende, daadkrachtige, verbindende invloed toont. Hoe anders, hoe onverwacht ook, toch is Hij de gemeenschappelijke adem van alle gelovigen. 
Zoals de ademhaling lucht haalt van buiten en in ons tot levenskracht wordt, zo een deel van onszelf wordt, zo is ook de Pinkstergeest niet alleen en niet in de eerste plaats een vreemd gegeven buiten ons om, maar een levenslucht in onszelf. De Vlaamse dichter Felix Timmermans schreef er een vers over dat uitgegeven werd in de bundel 'Adagio' die kort na zijn dood postuum verscheen (1947).
Dit vers blijft na bijna tachtig jaar nog altijd levensnabij klinken.


De Geest waait waar hij wil
(glasraam kerk Taizé)
en staat nooit stil.
Nu eens bij u, dan bij een ander.
Waarom bezien wij zoo elkander?
Zie, wat bij u is, is bij mij.
't Komt uit hetzelfde klaar getij,
gelijk de waatren van de beken
zich voeden aan denzelfden stroom
of uit dezelfde bronne breken.
Wij zijn de takken van één boom,
van 't zelfde huis de gangen,
de aders van het eendre bloed.
En of de geest van vlam en zangen
bij u nu, dan bij mij verwijlt,
of weer verterend naar een ander ijlt,
Hij is in ons! In ons! Zoo is het goed!
En laat ons zwijgen en verlangen.

(uit: Timmermans, Felix, Adagio, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, 1981, blz. 22)

Uit de ene bron stromen vele beken. 
Aan de ene stam komen vele takken.
In het ene huis zijn er vele gangen.
In het ene lichaam vloeit het bloed door vele aders.
Het doet me zo denken aan de wapenspreuk van de nieuwe paus,
Leo XIV : In Illo Uno Unum, in de Ene zijn wij één.
De ene Geest die zorgt voor een veelkleurig christendom.
Dat moet gevierd worden...

8 juni 2025

Met twaalf begonnen...

 Pinksteren wordt soms het geboortefeest van de Kerk genoemd. De twaalf apostelen in onzekerheid en vertwijfeling bijeen worden begeesterd naar buiten gedreven om te vertellen wat hen is overkomen, wat zij hebben ontvangen om niet. De twaalf apostelen, verwijzend naar de twaalf stammen van Israël, getuigen voor een groep mensen die van alle windstreken bijeenkwamen in Jeruzalem. 
De vormen van getuige-zijn in de loop der eeuwen nogal veranderd en elke tijd zoeken christenen naar de gepaste woorden, beelden en middelen om hun verhaal door te geven. Wie enige jaren op zijn teller staan heeft, weet nog van grote processies met vaandels, beelden en fanfares. Dat is nu gekrompen, sommigen zouden zeggen verschrompeld. 
Maar de pauskeuze heeft ons ook geleerd dat de beleving van het roomse geloof nogal verschillend kan zijn van regio tot regio. Toch belijden allen tijdens de geloofsbelijdenis "ik geloof in de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk". Over kerk-zijn in deze veranderende tijden schreef Jan Veulemans onderstaand gedicht. Het evoluerende perspectief op geloof, kerk en geloofsgetuigenis is goed te volgen. Adieu het rijke Roomse leven met zijn hevige vaandels, welkom de gemeenschap die stem geeft aan de sprakelozen en luistert naar wie weent.

(El Greco : Pinksteren
©Prado Madrid)
UNAM SANCTAM

Met velen op weg naar het heil
geloof als voorheen onvolkomen
zelfs geen offergaven geen schaal
alleen de olie van dromen
alleen zijn belofte verbaal
van wederkomen.

In een tocht zonder hevige vaandels
langs groenakkers en gemis
het manna soms onherkenbaar
de bijbel de erfenis
en het nooit gestolde woord
van die was en is.

Kerk zijn: elkander dragen
beklag en argwaan ten spijt
stem zijn voor sprakelozen
aandachtig oor voor wie schreit
verband zien tussen dagen
en eeuwigheid.

Die heil heeft aangezegd
-het kruis een niet te schenden teken-
is met ons op een smaller pad,
wij zullen huiswaarts uitgeweken
heldere kinderen zijn
en spreken.
(uit : Gensters in het licht. 80 gedichten uit de Lage Landen belicht door Paul Vanderghote. Keuze en redactie: Piet Thomas en Lucien Declerck. Uitg. Halewijn, Antwerpen, 2012, blz.142)

2 juni 2025

Wachten op de Geest

Net voor zijn Hemelvaart geeft Jezus zijn leerlingen de opdracht de belofte af te wachten die de Vader hen zal zenden (Handelingen 1,4). De apostelen wachten dan tien dagen en dit wachten werd niet teleurgesteld. Ik wil hier luisteren naar iemand die in zijn leven geleerd heeft te wachten. 
(Abdellatif Laâbi 2011)

De Marokkaanse-Franse schrijver Abdellatif Laâbi (1942) werd in zijn geboorteland Marokko vervolgd, negen jaar gevangen gehouden, en koos na zijn vrijlating voor een 'vrijwillige' ballingschap in Frankrijk. In zijn gedichten klinkt die periode van opsluiting vaak (indirect) door zoals in een gedicht dat hij publiceerde in 2005, ruim 20 jaar na zijn gevangenschap. Zijn schrijverschap bood hem de veerkracht om altijd weer verder te gaan. In het wachten zelf -en wat is een celstraf uitzitten anders dan wachten- vindt hij zijn kracht. Het wachten is hem een leerschool. Voor ons, christenen, die ons soms verweesd voelen in een wereld die ons opsluit binnenkamers als wachters bij het boek, kan dit vers van Laâbi een signaal van hoop zijn en vertrouwen geven en ons de kracht geven om ons open te stellen voor het onverwachte verwachte.

Of je nu schrijft of niet
je bent hier aanwezig
trouw aan het wachten dat haast nooit teleurstelt.
Daarvan
kan je zeggen dat je houdingen
en betekenissen hebt uitgeput
je vulde er tot aan de rand
alle kruiken mee
Als de bries komt
kan je ruimschoots in je levensonderhoud voorzien
en bij gelegenheid je te zorgeloze naasten
bijstaan
Het wachten
is je grote leerschool
Op een zwart bord
staat te lezen
"Weldra sluiten de klassen"
Het opschrift dateert niet van vandaag
Het gaat terug tot je prehistorie
Toch ben je hier nog
of je nu schrijft of niet
trouw aan het wachten dat haast nooit teleurstelt.
(uit: Laâbi, Abdellatif, Het continent van de gave. Keuze, vertaling en nawoord door Bart Vonck, Leuven, uitg.P, 2013, blz.165)

Laat het duidelijk zijn dat er veel toespelingen in dit gedicht staan die mij zelf heel onduidelijk zijn, maar het gaat mij om de teneur van het geheel: een soort lofzang op het wachten dat een leerschool is én dat haast nooit teleurstelt.
Laat ons zo biddend, verlangend, geduldig wachten op de belofte van de Vader.

29 mei 2025

Hemelvaart

Het feest van de Hemelvaart van Jezus is voor ons, Westerse mensen van de 21ste eeuw, niet zo gemakkelijk. Dit feest sluit aan bij wat we lezen in het eerste hoofdstuk van de Handelingen der Apostelen. Dichter Michel van der Plas kan ons misschien een weg wijzen bij de benadering van dit verhaal en deze feestdag. Voor hem is het een feest van de hoop dat Jezus eens door ons gevonden zal worden. Dat vinden van Jezus is in feite de hemel open vinden.
Hij verwoordt dit in een soort Te Deum-gebed. Het Te Deum kennen we van de nationale feestdag, maar het is een hymne van lof en dank met wortels in de 4e/5e eeuw. Het wordt in de kloosters die leven volgens de regel van Benedictus gezongen op zondagmorgen als afsluiting van de nachtwake. 

TE DEUM

U God zou ik zo graag hebben geprezen,
u Heer beleden; met de hele aarde
en al uw engelen; maar ik zocht naar de
geheimen van uw onnaspeurbaar wezen
en vond geen waarheid die u evenaarde,
hier, nu, en bleef gevangen in mijn vrezen
voor doem en dood, en hield me vast aan deze
ruimte en tijd die u voor mij uitspaarde.

Ik bid u, Christus, die ik na blijf staren
sinds u, wanneer, waarom, zijt opgevaren,
maar die zult komen om mij vrij te kopen :
wil mij tenminste deze dag bewaren.
O, als ik toch op u zou mogen hopen
en u eens vinden, en uw hemel open.

(uit: van der Plas, Michel, De oevers bekennen kleur. Verzamelde gedichten., uitg. Lannoo, Tielt, 1994, blz. 308)

Een hoopvol Hemelvaartfeest gewenst...
(Rembrandt : Hemelvaart 
©Alte Pinakothek München)