Posts tonen met het label boek Koningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek Koningen. Alle posts tonen

9 februari 2026

Met een ladder de drempel over - uitsmijter -

 Als 'uitsmijter' van deze reeks berichten over de expo Faith No More in ABBY (Kortrijk, tot en met 1 maart) een uittreksel uit een tekst van Luca Fallica die abt is van de abdij van Montecassino (regio Lazzio in Italië). Deze abdij is door de heilige Benedictus zelf gesticht in 529, dus straks 1500 jaar geleden. De abt van Montecassino wil in aanloop naar dat jubeljaar nadenken over wat de kern is van het monastieke ideaal van Benedictus. Hij vraagt zich daarbij ook af wat een benedictijns klooster wilt zijn. Het is een gemeenschap op een bepaalde plaats. Daar verzamelen mensen die God zoeken en daar moet/kan/zal het gebeuren.
Abt Fallica komt zo bij de droom van Jacob met de ladder en engelen. Bij het ochtendgloren komt de aartsvader wakker en zegt : "Waarlijk, de Heer is op deze plek! En ik wist het niet..."(Gen. 28,16). Dit is de plek is in de Latijnse Bijbelvertaling, de zogenaamde Vulgaat : locus iste...
"Locus iste is inderdaad een passende devies (voor het jubileumjaar) . Volgens de Vulgaat is dit de uitroep van Jakob na zijn visioen in Bethel : "Waarlijk, de Heer is op deze plek! En ik wist het niet.(...) Wat een ontzagwekkende plaats is dit! Dit is werkelijk het huis van God, de poort van de hemel." (Gen. 28,16-17)
Wat Jakob in zijn droom op deze plaats aanschouwde, was een ladder die op de aarde rustte, terwijl de top ervan tot in de hemel reikte. De heilige Benedictus neemt dit beeld in zijn Regel over, om er, geheel in de lijn van de traditie, het zinnebeeld en de metafoor van de weg van de nederigheid van te maken. Op deze ladder klim je door te dalen, en daal je door te klimmen, terwijl het besef groeit: 'God is op deze plaats en ik wist het niet.'.
Tot dan toe was Jakob eigenlijk de enige protagonist in zijn eigen (zelf uitgedachte) levensproject. God was vrijwel afwezig gebleven in zijn verhaal. Slechts één keer komt Gods naam voor in de cyclus van Jakob, met name op het moment dat Jakob bij zijn oude, blinde vader Isaak met een list -hij doet zich voor als zijn tweelingbroer Esau- de zegen ontfutselt. Isaak is verbaasd dat Esau zo snel terugkomt met het gevraagde wild. Maar Jakob reageert zonder blikken noch blozen: 'De Heer, uw God, heeft mijn jacht begunstigd.'(Gen. 27,20) Dit is de enige passage waarin Jakob de naam van God uitspreekt, maar tevergeefs, want hij gebruikt die om Isaak te misleiden en zijn leugen kracht bij te zetten.
Pas later komt God in de geschiedenis van Jakob binnen met de waarheid van zijn Naam. Na het visioen in Bethel en nadat hij het woord van God heeft gehoord, roept Jakob uit: 'Waarlijk, de Heer is op deze plaats! En ik wist het niet.'(Gen.28,16) 
Jakob ontdekt iets nieuws, iets wat hij nog niet besefte: de aanwezigheid van God in zijn leven. Een verticale lijn dwarst plotseling het horizontale vlak van zijn leven, zoals ook het beeld van de ladder die hij aanschouwt, dit doet. Elk klooster zou dat ook moeten zijn: een plaats waar God wordt gezocht, ontmoet en verheerlijkt, maar ook een teken van deze goddelijke 'verticaliteit' die het 'platte niveau' van de menselijke gebeurtenissen doorkruist." (uit De Kovel, nr. 90, blz. 82-83)
Vanuit twee ideeën uit deze overweging kijk ik nog even terug op de expo in ABBY.
Er is de ontdekking van Jakob dat God er is, zonder dat hij zich er van bewust was. Na de droom komt hij tot dit besef. Het is heel vaak in de Bijbel dat mensen tot het besef komen van Gods Aanwezigheid nà de feiten. Ik denk aan Elia die het voorbijgaan van God beseft na een stille bries (1 Kon. 19) of aan de leerlingen van Emmaüs die Jezus herkennen als hij verdwijnt bij het breken van het brood (Luc. 24). Nog meerdere andere verhalen zouden we hier kunnen in herinnering brengen. Het vraagt openheid en kwetsbaarheid om de tekenen te zien van Gods Aanwezigheid, en kunst zoals die te zien is in ABBY kan ook zo vindplaats zijn voor wie onbevangen rondkijkt. Locus iste... En God laat zich als het ware slechts zien vanop de rug!!! Al te strakke uitspraken over God zijn dan ook uit den boze.
(Don Giovanni Vl.Opera -©Annemie Augustijns)

En ten tweede is de idee van de verticaliteit die plots de horizontaliteit van ons leven doorbreekt. Onze samenleving is gefocust op het platte niveau van de materialiteit. Alleen het meetbare en zichtbare, het in geld omrekenbare wordt serieus genomen. Tot dit ééndimensionale mensbeeld botst met grenzen zoals ziekte, dood,  depressiviteit, wanhoop, geweld en de mens van zijn materialistische voetstuk valt. Hier denk ik spontaan aan de recent operavoorstelling van Don Giovanni (Mozart) in de Vlaamse Opera in Gent, waar in de slotscène Don Giovanni probeert via een ladder naar de Commendatore te kruipen, maar neerstort in een poel van vuur. 
De verticaliteit in ons leven ontkennen kan zware gevolgen hebben.
De Godzoekers die monniken zijn zeggen ons dan : de plek waar we leven is de hemel, het arcadia, maar we moeten dan wel onze oogkleppen afleggen, uit ons harnas stappen, voorbij onze eigen schaduw durven springen.

29 september 2025

Groots al knielend - 1 - Bijbelse gronden

In de Bijbel is nergens een bepaalde houding voorgeschreven om te bidden, maar drie houdingen komen vaakst voor : knielen, staan en liggen. De meest voorkomende gebedshouding binnen de christelijke kerken is het knielen en het staan. In de katholieke liturgie wordt er liggend gebeden bij de wijding van een priester, bisschop of abt/abdis of bij een professie (plechtig afleggen van de kloostergeloften) van een monnik/moniale. 
De knielende houding is er een van zichzelf klein maken voor het aanschijn van God. Voor een aantal tijdgenoten een verachtelijke houding: de mens mag en moet recht staan. Maar wie gelooft dat hij leeft in een groter verbond/verband beseft ook dat hij of zij niet alles zelf in handen heeft. Bidden als aanbidding of als smeekbede wordt vaak gedaan al knielende. 
Het knielen vinden we meermaals terug in de Bijbel. Hier enkele passages, eerst uit het Eerste Verbond:
*De tempel van Jeruzalem is afgewerkt, de ark van het verbond wordt in het heilige der heiligen geplaatst en dan spreekt koning Salomo een lang smeekgebed uit ten overstaan van heel het volk. Op het einde van dit gebed lezen we: "Tijdens dit hele smeekgebed lag Salomo geknield voor het altaar van de HEER, met zijn handen ten hemel geheven." (1 Kon. 8, 54) De wellicht grootste koning van het Eerste Verbond vindt het niet beneden zijn stand om te knielen.
*De profeet Daniël leefde aan het Babylonische hof tijdens de ballingschap en verkrijgt een hoge positie. Anderen zijn jaloers en zetten een valstrik op zodat ze Daniël in diskrediet kunnen brengen. Er was een periode van dertig dagen afgekondigd waarin men enkel mocht bidden tot de koning en tot geen enkele andere god. "In zijn bovenvertrek had hij in de richting van Jeruzalem open vensters. Daar knielde hij neer, bad tot zijn God en prees hem, precies zoals driemaal per dag zijn gewoonte was." (Daniël 6, 11)
In het Tweede Verbond lezen we dat Paulus ook soms knielend bidt en dat ook aanbeveelt:
*Paulus trekt na zijn bekering rond in Klein-Azië (huidige Turkije, Syrië en Libanon). Op een bepaald ogenblik besluit hij terug naar Jeruzalem te gaan. In Milete houdt hij een emotionele afscheidsrede, en
"Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden." (Hand. 20, 36).
*In de brief aan de Efeziërs stelt hij dat hij het mysterie van de verlossing door Jezus Christus heeft gepredikt. Hij bidt dan opdat alle christenen dit mysterie ten volle zouden leren kennen. Dat begint zo: 
"Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest..." (Ef. 3, 14-16)
(Anonieme meester : Christus 
in de hof van olijven ca. 1500-1525
©MSK)


In de evangeliën is er onrechtstreeks sprake van knielen, als de duivel Jezus bekoort in de woestijn. Satan belooft Hem macht over de gehele wereld als Jezus neervalt in aanbidding voor hem. Knielen als een houding van aanbidding (Mt. 4, 9).
Jezus zelf wordt heel uitdrukkelijk biddend op zijn knieën voorgesteld na het Laatste Avondmaal als Hij in doodstrijd verkeert in de tuin op de Olijfberg. "Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem. Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen hen: 'Bid dat jullie niet in beproeving komen.' En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde neer om te bidden." (Lc. 22, 39-41)

Knielend bidden is dan ook binnen stappen in een lange traditie die ruimer is dan de monotheïstische religies. De hervormer Calvijn zou ergens gezegd hebben dat knielen niet noodzakelijk is om te bidden, maar dat voor een innerlijke toeleg de knielende houding ons kan helpen. In volgende berichten wil ik enkele spirituele persoonlijkheden laten getuigen over het belang voor hen van het knielen.
 

29 augustus 2025

Orewoet in museum Parcum - 3 -

 In de bijzondere tentoonstelling "Ectasy&Orewoet" (nog tot 9 november in Abdij van Park, Leuven) worden we binnen gevoerd in een wereld van passionele vrouwen (en enkele mannen) die hun leven inrichten in functie van hun passioneel verlangen. 
Een vorm van vernieting (loslaten en verlies van het ego) kan tot extase leiden en tot het verdwijnen (voor even) van de grens tussen ego en iets/Iemand allesoverstijgends. Vaak wordt deze ervaring beschreven als een storm. Dit beeld is meerlagig en zit vol contrasten: innerlijk/uiterlijk ; aanwezigheid/afwezigheid ; pijn/vreugde ; dood/leven ; bittere liefde/zoete liefde ; het niets/het al. Taal schiet tekort om deze ervaringen te verwoorden en ook beelden blijven beperkt.
Het doet mij denken aan de godservaring van de profeet Elia waarbij de meerlagigheid mooi verwoord werd in 1 Koningen 19, 11-13 :
"Kom naar buiten, zei de Heer, en treed hier op de berg voor mij aan. En daar kwam de Heer voorbij. Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de Heer uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de Heer bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de Heer bevond zich niet in die aardbeving. Na de aardbeving was er vuur, maar de Heer bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht."
Vuur, stormwinden, aardbevingen, stilte : allerlei aspecten van een overweldigende Godsontmoeting bij Elia én bij de middeleeuwse mystica's. Vele beelden, vele woorden maar allen ontoereikend om deze ervaringen uit te drukken. De zachte bries...daar gaat het uiteindelijk over.
En dit aanvoelen is ook aanwezig bij hedendaagse kunstenaars om hun extatische zoeken uit te beelden.
Dome Wood maakt olieverfschilderijen opgebouwd uit geometrische patronen en vormen die volgens de artiest de mens kunnen helpen om een diepere staat van bewustzijn te bereiken, een vierde dimensie. Waar de christelijke Godzoekers mediteren bij een kruisbeeld met de vijf wonden van Christus, nodigt Wood de hedendaagse mens uit met grote aandacht zich over te geven aan deze doeken, met als gemeenschappelijke titel : 'The Containment of the Inner' (het omsluiten van het innerlijke).
(Dome Wood - eigen foto)


Artiest Emma Talbot maakte een drieluik op zijde met als titel 'The age of the reaper' (het tijdperk van de oogst). De vrouwelijke figuur zien we in verschillende situaties, maar in het middendeel bovenaan zien we een zwarte opening, een leeg gat en de vrouw die binnengluurt. Talbot wil de toeschouwer uitnodigen om in het eigen leven ruimte te maken voor introspectie en de sprong te wagen in het ongewisse zodat er nieuwe perspectieven kunnen ontspringen voor de zoekende mens.
(The Age of the Reaper detail - eigen foto)


Deze expositie lijkt mij dan ook een aansporing om te blijven zoeken naar wat ons overstijgt, om iets groters na te streven en daartoe ons verlangen te voeden en ons innerlijke vuur zuurstof te geven.


17 augustus 2023

Ingebed in wassende woorden : dichter Roelof ten Napel over gebed - 4 -

 


Doorheen Het Woedeboek zoekt dichter Roelof ten Napel hoe hij zich kan verhouden tot de god van zijn streng-protestantse vader, die zijn zoon niet kan aanvaarden omwille van zijn geaardheid.
Welke god is er dan nog? De dichter verlaat zijn thuisgemeenschap en voelt zich in een woestijn, verlaten en verweesd.
Hij voelt zich wellicht een beetje als de profeet Ezechiël die op een bepaald moment een visioen krijgt dat midden de woestijn dorre beenderen weer vlees krijgen en tot leven komen (Ezechiël 37).

PSALM (in de woestijn)

de aarde scheurt open en een man valt erin weg,
een ander klimt naar boven.

ik zie hem en herken hem,
de vader van de vader van mijn vader.

we staren samen naar een dode tak
(Elia icoon
©abdij Tongerlo)
in het zand.

hij vertelt dat god
niet de wolk was, noch de vuurkolom,

maar de man aan de overkant
die haast wegkijkt -

die met zijn vinger in de lucht schrijft,
een steeds nauwere schaduw laat.

mijn mond is droog, hij brengt me
naar een steen met water -

terwijl ik neerkniel en drink
blijft hij op de uitkijk staan
(uit: Het woedeboek, blz.38)

De dichter heeft een wat dubbele houding tegenover zijn voorvaderen. Ze blijven zijn gids maar toch stoot hij hen af.
Zijn woestijnervaring hangt hij ook op aan de ervaring van de profeet Elia (1 Koningen 19) die depressief is omdat zijn zending maar niet blijvend lijkt te slagen. Na een succesvol optreden tegen 'afgodendienaars' op de berg Karmel (dwz hij doodde de priesters van het heiligdom aldaar) moet hij op de vlucht voor koningin Izebel, die de profeet wil doden. Na veertig dagen wordt Elia uit zijn schuiloord, zijn grot gelokt. Daar zijn er de 'klassieke' godsverschijnselen: een stormwind, een aardbeving, vuur, maar voor Elia is het duidelijk dat god niet in al dat natuurgeweld is. En dan is er een stille, nauwelijks voelbare bries. In die stille leegte komt god aan de profeet voorbij. Hij bedekt zijn gezicht en pas daarna kijkt Elia op naar "de man aan de overkant" dicht Ten Napel.
Met recht kan je dit gedicht lezen als een psalm... een dichterlijk zich uitspreken tegenover dé Ander. Ook al keert de dichter zich af van de god van zijn voorvaderen, toch blijft hij ook in verbinding ermee. 

19 maart 2023

Pelgrimsweg naar Pasen - 5 -

 


Tram 25 klimt in Brussel na het Liedtsplein nog hoger de stad in naar de volgende halte Lefrancq. Dichter Tijl Nuyts verbindt deze halte met het voornaamste pelgrimsdoel van de Islam, Mekka. Voor Nuyts is het de gelegenheid om enkele filosofen en theologen uit de voorbije zestig jaar samen te brengen die in hun werken ook ruime aandacht hebben besteed (of nog besteden) aan de plaats van religie in onze samenlevingen. Wat die geleerden ook allemaal zeggen is blijkbaar uiteindelijk ondergeschikt aan het beleven van het grote gebod : bemin de anderen zoals jezelf, of ook : doe goed aan wie naast je in nood is. In die noodlijdende ander kan je misschien wel een engel ont-moeten...

LEFRANCQ - MEKKA

Laatst zag je Jürgen Habermas, Charles Taylor,
Judith Butler en Cornel West in de tram.
Er werd gekeuveld over religie
in de openbare sfeer, heel informeel, heel gezellig.

Habermas las voor uit de allerliberaalste grondwet
terwijl Taylor en Butler elkaar het woord doorspeelden
als een glibberige vis. Cornel West zong de blues, de ogen gesloten.
Later stapten ook Talal Asad en Saba Mahmood op. Ze wierpen een munt
in Wests hoed en mengden zich in het gesprek, dat je meermaals
naar je toe trachtte te trekken. 'Op dat punt ben ik het met jullie eens, maar-'

Toen er een stilte viel
en de lunchpakketten werden bovengehaald,
ving je andere stemmen op, heel zacht, nauwelijks hoorbaar,
als terloops zuchtjes wind uit ronde ventilatieroosters.
 
Je begreep er niet veel van,
maar wat je hebt onthouden is
dat je je plaats altijd moet afstaan
aan bejaarden en zwangere vrouwen.

Ook wanneer de bejaarde in kwestie het einde voelt naderen
of de vrouw waarvan sprake zwanger is van een grote engel.
(uit: Nuyts, Tijl, Vervoersbewijzen, 2021, blz. 39)

Er is veel te zeggen over deze drukte op tram 25 maar ik stel voor dat je zelf op het web even de namen intikt om te ontdekken hoe zij zich verhouden tot religie en samenleving. 
Bij de vrouw die zwanger is van een engel denken we natuurlijk aan Maria en het feest van Maria Boodschap dat we in deze dagen vieren (Maria die ook haar plaats heeft in de Islam).
(Mekka ©Wikipedia)


En wij? Maar als doordenkertje en stof voor meditatie wil ik ingaan op de stilte die viel en hoe dan nauwelijks hoorbaar een zuchtje wind ervaren werd. Zo kom ik bij de profeet Elia (in de Islam bekend als Ilyas of Iljas)  en zijn Godservaring zoals die is beschreven in het eerste boek Koningen, 19 (11-13)(vertaling hier volgens Naardense bijbel).
"Hij(God) zegt : ga naar buiten en ga op de berg staan voor het aanschijn van de ENE! Ziedaar, de ENE die voorbijtrekt, en een geestesstorm geweldig en sterk, die bergen verscheurt en steenblokken verbrijzelt voor het aanschijn van de ENE uit; maar niet in die geestesstorm is de ENE - , na de geestesstorm een aardbeving, maar niet in de aardbeving is de ENE. Na de aardbeving een vuur maar niet in het vuur is de ENE; na het vuur de stem van een zachte stilte. Het gescheidt als Elia dat hoort dat hij zijn aanschijn omhult met zijn luisterrijke mantel. Hij gaat naar buiten en blijft staan in de ingang van de spelonk; en ziedaar, tot hem een stem die zegt: waarom ben je hier, Elia?"
Waarom ben ik hier in de stilte na alle gedoe van het dagelijkse leven? Een vraag  die zeker past op onze pelgrimstocht naar Pasen toe.

22 oktober 2022

Op zoek naar licht in donkerwordende dagen -1-

 Nog tot 23 oktober is er in het Noord-Brabantse Breda een fotofestival rond de overkoepelende titel "Theatre of Dreams".
In de Grote Kerk werden door de fotografe Newsha Tavakolian een aantal fotografen samengebracht met als rode draad Space to Breathe.
De Grote Kerk is omgevormd tot een ruimte waar mensen kunnen en mogen ademen. Zouden niet elk kerkgebeuren zo'n ruimte om te ademen moeten creëren? 
En wat gebeurt dan bij de mens? Hij ontdekt in zichzelf veerkracht, hij ontdekt in zichzelf een lichtpunt.
De Geest van God wordt in de Bijbel soms aangeduid als een ademtocht ("de stem van een zachte stilte" 1 Koningen 19,12), als een windstoot ("een ruisen zoals van een geweldig gedreven ademen" Handelingen 2, 2). Mensen zoals Elia die depressief is of de apostelen die het niet meer zien zitten na de dood en hemelvaart van hun Meester en bezieler vinden dan als het ware een tweede adem en ze veren op uit hun moedeloosheid. 
Deze veerkracht ziet de Mexicaanse fotograaf Yael Martinez (°1984) bij families die getroffen zijn door het drugsgeweld in hun land. Om deze innerlijke kracht nog meer te visualiseren perforeert hij foto's en laat licht schijnen doorheen de kleine gaatjes. Zo ademen ze teder licht. Hoe broos alles ook lijkt, toch ligt daar de kiem van veerkracht.
De foto's ontroerden mij dan ook mateloos. Ze werden mij tot een soort icoon.

(eigen foto)




10 februari 2022

Raam met uitzicht - 3 -

 In de twee vorige berichten op deze blog verkende ik een vers van de dichter Jos Stroobants uit het gedicht Perspectief uit de bloemlezing "Tijd opent zich als nieuwe wijn" (uitgeverij P, Leuven, 2021, blz. 155). 
De beelden en het inzicht dat ik meen te ontdekken daarin maken bij mij verbanden wakker met bijbelse verhalen. En is de Bijbel niet  bij uitstek een boekenreeks die beelden aanreikt om de tijd telkens weer bewoonbaar te maken. Wetenschap biedt inzicht in onze wereld en onze levens, maar inzichten alleen maken onze tijd nog niet bewoonbaar. Verhalen reiken zuurstof aan, zeker de Bijbelse verhalen via de rijke variatie aan beelden.  Openheid versus geslotenheid, bescherming versus onbeschermd leven en altijd weer vernieuwen...
Het eerste beeld dat de dichter ons aanreikt als poging om de tijd bewoonbaar te maken is dat van een mantel.
In de Bijbel zien we twee verschillende manieren waarop een mantel ter sprake wordt gebracht. De mantel als elementaire bescherming van  onze naaktheid en de mantel als sociaal symbool en teken. Ik neem hier telkens de vertaling van de Naardense Bijbel.
De mantel staat voor de kleding van de mens die zich zo probeert te beschermen tegen de natuurelementen. Volgens Genesis 3,21 maakt God zelf voor de eerste mensen "mantels van huid en kleedt hen aan" net voor hij hen verdrijft uit de hof van Eden.
(De dronkenschap van Noach
Bernardino Luini ca. 1510-151
Brera collectie Milaan)

 In Genesis 9 wordt verteld over de zondvloed en hoe daarna Noach een wijngaard aanplant, zich dronken drinkt en naakt in zijn tent zijn roes uitslaapt. Zijn zonen Sem en Jafet dekken hun vaders naaktheid toe met een mantel, terwijl hun broer Chaam alleen maar vaststelt en niets doet om zijn vaders naaktheid te bedekken. In het boek Exodus worden tijdens de woestijntocht regels opgemaakt voor het sociale leven van het Joodse volk.  Bij het lenen van zilvergeld aan een arme lezen we dan : "Als je als pand de mantel van je naaste te pand neemt : voor de thuiskomst van de zon zul je die naar hem laten terugkeren; want dàt is zijn bedekking, dàt alleen; dàt is zijn mantel voor zijn huid; waarin zal hij anders slapen? " (Ex. 22,25-26; zie ook Dt. 24,12-13). Later in de teksten van Deuteronomium komt een oproep om zich te bekeren tot een godwelgevallig leven. Volg Gods voorbeeld, zegt de schrijver : Hij is "een dader van recht aan wees en weduwe; een die een zwerver-te-gast liefheeft en hem brood en een mantel geeft" (Dt. 10,18). 
Maar in verschillende Bijbelse verhalen wordt de mantel ook tot een teken en symbool waarmee de drager zich onderscheidt van anderen.  Meestal is de mantel een teken van uitverkiezing voor een taak. Aartsvader Jacob/Israël verwekte bij meerdere vrouwen in het totaal 12 zonen maar hij "heeft Jozef liefgehad boven al zijn zonen, omdat hij de zoon van zijn grijsheid is; hij heeft voor hem gemaakt een veelkleurige mantel." (Genesis 37,3). Jacob wist het niet, maar zijn lievelingszoon zal inderdaad blijken verkoren te zijn voor de redding van zijn familie. In de organisatie van het Joodse leven zal een speciale mantel het zichtbare teken zijn van de bijzondere uitverkiezing van de hogepriesters bij de eredienst : in Exodus 28 worden de gewaden van de hogepriester beschreven met o.a. een versierde mantel.
(icoon : hemelvaart van Elia en
Elisa ontvangt profetenmantel
©Art Eindhoven)


Maar ook de profeten onderscheiden zich soms met een mantel. Elia bedekte zich met zijn mantel tijdens de Godsopenbaring voor een grot in de woestijn. "Na de aardbeving een vuur maar niet in het vuur is de Ene; na het vuur de stem van een zachte stilte. Het geschiedt als Elia dat hoort dat hij zijn aanschijn omhult met zijn luisterrijke mantel." ( 1 Koningen 19,12-13).  Na die ontmoeting gaat Elia terug naar de bewoonde wereld en hij zoekt Elisja, de zoon van Sjafat, die uitverkoren wordt tot opvolger van Elia. "Elia steekt naar hem over en werpt zijn luisterrijke mantel over hem heen". (1 Kon. 19,19). Wanneer Elia later op spectaculaire wijze naar de hemel gevoerd wordt, neemt Elisa als leerling de mantel over van Elia. Zo wordt hij de nieuwe profeet voor het volk. "En het geschiedt: terwijl zij voortgaan, gaande en sprekend, ziedaar een wagen van vuur en die maken scheiding tussen hen tweeën ; in de storm klimt Elia op ten hemel. (...) Hij heft de mantel van Elia op die van hem afgevallen is. " (2 Koningen 2,11 en 13).Ook bij latere profeten krijgt een mantel een eigen rol, meestal een mantel gemaakt uit dierenhuiden. Zo wil de profeet een teken zijn waarmee hij de onrechtmatig verkregen rijkdom aanklaagt. Dat blijkt uit een toespraak van de profeet Zacharia waarin hij een beeld oproept dat de gezondene van God zal opkomen voor ware gerechtigheid en tegen valse profeten : "Geschieden zal het te dien dage: ze zullen zich schamen, die profeten, ieder voor zijn visioen, om dat profeteren van hem; en nooit meer zullen ze voor hun huichelarij zich kleden in een harige mantel!"(Zacharia 13,4) 
Als Johannes de Doper dan optreedt, kleedt hij zich als een profeet : "Hij, Johannes, heeft zijn kleed gehad uit kameelharen, met een gordel van huid om zijn lende." (Matteüs 3, 4)
De mantel als bescherming, als veiligheid maar ook de mantel als teken van de profeet die waarschuwt tegen valse veiligheid. 
En als de tijd nu eens bewoonbaar was -
een mantel veiligheid, een open raam,
(Jos Stroobants, Tijd opent zich als nieuwe wijn, blz. 155)
Over het tweede element waarmee de tijd bewoonbaar kan worden gemaakt, een open raam, zal ik hier niet uitbreiden. Ik verwijs naar andere berichten op deze blog onder het label 'open raam'.
In een volgende bericht ga ik verder met de volgende lijnen van het gedicht van Stroobants.

13 september 2020

God dichten tot Hij opengaat -16-

 De bloemlezing "Van God los", samengesteld door Koen Stassijns en Ivo Van Strijtem (Lannoo, 2011) bevat ontzettend veel mooie verzen over religie in al zijn aspecten. Een van de teerste vind ik onderstaande korte vers van de Nederlandse dichteres M. Vasalis.

In een kwetsbare vlinder die zomaar voorbijvliegt ziet de dichteres God geopenbaard, maar tegelijk beseft ze hoe broos en vluchtig dat is, hoe een donkere schaduw hangt over de frisheid. Deze enkele lijnen nodigen uit om oplettend ze zijn voor wat zomaar aan ons voorbijkomt in de natuur maar even zo goed via mensen ; zo kan God ons nabij komen...

De zomerwei des ochtends vroeg.

En op een zuchtje dat hem droeg

vliegt een geel vlindertje voorbij.


Heer, had het hierbij maar gelaten.

(Van God los, blz. 189)


(© ARK Natuurontwikkeling)

Zoals de profeet Elia Gods nabijheid beleefde : niet in storm of aardbeving of vuur.  "Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries." (Nieuwe Bijbelvertaling boek 1 Koningen 19,12), zo lees ik deze ervaring ook in het vers van Vasalis.

Maar in de laatste lijn verzucht de dichter: God, had het hierbij gelaten! Waarom ze dat zegt is niet zo duidelijk: een verlangen naar ongeschondenheid en eenvoud? een verwijt dat Hij zijn werk 'verknoeit' heeft doordat die broosheid alsmaar bedreigd en vernietigd wordt? een gevoel van onmacht omdat de natuur niet zo luchtig is als dat zomerochtendbeeld? We hebben er het raden naar en dat maakt juist de sterkte uit van dit gedicht. Als lezer worden we terug geworpen op onszelf. En als gelovige kan het verhaal van Elia ons hier ook een lezing voorstellen die best confronterend is.

Icoon profeet Elia
©Abdij van Tongerlo
Elia is moe van het tegen de stroom in roeien en van de confrontatie met de machthebber van zijn dagen, koning Achab en koningin Izibel. Hij trekt zich terug in een spelonk en daar beleeft hij sterke emoties en ervaringen: storm en vuur, maar daarin herkent hij zijn God niet. Dan volgt een zachte wind : daar is God volgens de vurige profeet Elia.  De stille bries lokt hem terug op pad om onrecht en machtsmisbruik terug te bestrijden. Deze frêle stille wind wordt de nieuwe levensadem van Elia, de kracht om zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Want, als er een iets duidelijk is uit de verhalen van Israël en van Jezus, dan is het dat de mens altijd weer en altijd weer opgeroepen wordt zich in te zetten voor anderen. 


In verband met deze passage raad ik een overweging aan van de Antwerpse historicus en protestantse theoloog Dick Wusten :

https://dick.wursten.be/preken/1kon19.htm