Posts tonen met het label aandacht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aandacht. Alle posts tonen

14 oktober 2025

Groots al knielend - 2 - Timothy Radcliffe

 Timothy Radcliffe (1945) is een Engelse dominicaan, die zijn orde heeft geleid van 1992 tot 2001 en die door paus Franciscus tot kardinaal werd gecreëerd in december 2024. De paus moest even van de regels afwijken omdat Radcliffe géén bisschop was. De ordo praedicatorum (orde van de predikers) heeft als missie het geloof te verdiepen en te verkondigen, dus zou je dominicanen kunnen omschrijven als welbespraakte studaxen. Als dominicaan had Radcliffe zich al heel positief uitgelaten over homoseksualiteit en over een meer barmhartige houding ten opzichte van gescheiden gelovigen, naast zijn hartstochtelijke inzet voor meer sociale rechtvaardigheid. In de aanloop naar de synode van oktober 2024 heeft de dominicaan, op vraag van de paus, een driedaagse retraite gehouden voor de synodedeelnemers. 
(Timothy Radcliffe december 2023
©fenwickfriars instagram)


Een maand eerder, in september 2024 sprak deze eminente dominicaan tot het congres van alle benedictijner-abten. Naar het einde van zijn toespraak toe weidt hij uit over het thema aanbidding.
"Aanbidding is een diep instinct in de mensheid. Dom Bede Griffiths beschrijft een moment van openbaring toen hij als schooljongen 's avonds een leeuwerik hoorde zingen :'alles werd stil in de langzame zonsondergang en door het floers van de naderende duisternis die alles ging bedekken. Ik voel nog het ontzag dat over me kwam, het gevoel dat ik op de grond moest knielen alsof ik in de aanwezigheid van een engel had gestaan. Ik durfde nauwelijks omhoog naar de lucht te kijken, want het leek alsof dat slechts een voorhangsel was voor Gods gezicht.'
De grote kerkhistoricus Peter Brown groeide op als protestantse jongen in Dublin maar liet de geloofspraktijk los. Wat hem terugbracht was het reciteren van de koran tijdens een bezoek aan Iran en de viering van de Eucharistie de dag daarna. Hij ving een glimp op van schoonheid en besefte toen wat hij gemist had in zijn leven : aanbidding. Etty Hillesum, de Joodse mystica, die in Auschwitz vermoord werd, schreef: 'Het was alsof mijn lichaam bedoeld en gemaakt was om te kunnen knielen. Soms, in momenten van diepe dankbaarheid, voel ik een diepe drang om te knielen." 
Ik (=Radcliffe zelf) heb een kleine vergelijkbare ervaring van wat ze bedoelde. Na een zware operatie vanwege kanker kon ik twee jaar niet knielen. Dat was een diep gemis." (cfr. Benedictijns Tijdschrift 2025, nr. 2, blz. 58)
Een letterlijk en figuurlijke grote mijnheer als Radcliffe voelt zich niet te groot, ondanks zijn eruditie en zijn vooraanstaande positie, om te knielen én toe te geven dat hij het gemist heeft tijdens zijn periode van revalidatie. Wie het Woord bestudeert en verkondigt moet dus ook tijd nemen om zijn relatie met de Ene te bewaren en te verdiepen, niet alleen met zijn verstand maar ook met zijn biddende hart.

29 augustus 2025

Orewoet in museum Parcum - 3 -

 In de bijzondere tentoonstelling "Ectasy&Orewoet" (nog tot 9 november in Abdij van Park, Leuven) worden we binnen gevoerd in een wereld van passionele vrouwen (en enkele mannen) die hun leven inrichten in functie van hun passioneel verlangen. 
Een vorm van vernieting (loslaten en verlies van het ego) kan tot extase leiden en tot het verdwijnen (voor even) van de grens tussen ego en iets/Iemand allesoverstijgends. Vaak wordt deze ervaring beschreven als een storm. Dit beeld is meerlagig en zit vol contrasten: innerlijk/uiterlijk ; aanwezigheid/afwezigheid ; pijn/vreugde ; dood/leven ; bittere liefde/zoete liefde ; het niets/het al. Taal schiet tekort om deze ervaringen te verwoorden en ook beelden blijven beperkt.
Het doet mij denken aan de godservaring van de profeet Elia waarbij de meerlagigheid mooi verwoord werd in 1 Koningen 19, 11-13 :
"Kom naar buiten, zei de Heer, en treed hier op de berg voor mij aan. En daar kwam de Heer voorbij. Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de Heer uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de Heer bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de Heer bevond zich niet in die aardbeving. Na de aardbeving was er vuur, maar de Heer bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht."
Vuur, stormwinden, aardbevingen, stilte : allerlei aspecten van een overweldigende Godsontmoeting bij Elia én bij de middeleeuwse mystica's. Vele beelden, vele woorden maar allen ontoereikend om deze ervaringen uit te drukken. De zachte bries...daar gaat het uiteindelijk over.
En dit aanvoelen is ook aanwezig bij hedendaagse kunstenaars om hun extatische zoeken uit te beelden.
Dome Wood maakt olieverfschilderijen opgebouwd uit geometrische patronen en vormen die volgens de artiest de mens kunnen helpen om een diepere staat van bewustzijn te bereiken, een vierde dimensie. Waar de christelijke Godzoekers mediteren bij een kruisbeeld met de vijf wonden van Christus, nodigt Wood de hedendaagse mens uit met grote aandacht zich over te geven aan deze doeken, met als gemeenschappelijke titel : 'The Containment of the Inner' (het omsluiten van het innerlijke).
(Dome Wood - eigen foto)


Artiest Emma Talbot maakte een drieluik op zijde met als titel 'The age of the reaper' (het tijdperk van de oogst). De vrouwelijke figuur zien we in verschillende situaties, maar in het middendeel bovenaan zien we een zwarte opening, een leeg gat en de vrouw die binnengluurt. Talbot wil de toeschouwer uitnodigen om in het eigen leven ruimte te maken voor introspectie en de sprong te wagen in het ongewisse zodat er nieuwe perspectieven kunnen ontspringen voor de zoekende mens.
(The Age of the Reaper detail - eigen foto)


Deze expositie lijkt mij dan ook een aansporing om te blijven zoeken naar wat ons overstijgt, om iets groters na te streven en daartoe ons verlangen te voeden en ons innerlijke vuur zuurstof te geven.


27 juli 2025

h3h - A Deeper Shade of Soul - 3 -

 Voor een derde maal wil ik enkele kunstwerken belichten uit de expositie in de kloosterdriehoek van Oosterhout (NL), nog tot en met 3 augustus te zien. Vergankelijkheid, dood en nieuw leven zijn constante thema's in het christelijke leven, want juist de dood en verrijzenis van Jezus staat centraal in het geloof. Meerdere artiesten hebben rond dit thema gezocht naar eigen beelden.
In de kerk van Sint-Catharinadal staat een grote installatie, ontworpen door Jonas Wijtenburg, waarop Vincent de Boer gedurende de duur van de expositie de namen kalligrafeert van alle overleden zusters sedert de stichting van dit klooster in 1271. Zo sluit deze artiest aan bij enkele kloosterlijke gewoontes. De gestorven voorgangers worden op de verjaardag van hun overlijden in herinnering gebracht. Daarnaast hebben tot ver na de middeleeuwen kloosterlingen in hun scriptoria teksten, boeken en documenten overgeschreven. 
(eigen foto)


In de Sint-Paulusabdij heeft Inge van Genuchten in de schuur de installatie "Duin der dagen" opgesteld. Ook deze installatie groeit tijdens de expositie. Er stroomt onafgebroken een straal fijne zandkorrels naar beneden. Op de vloer ontstaat zo een steeds groter wordende duin. In de bijbel gaat het vaak over zand. God belooft Abraham een nageslacht zo talrijk als de zandkorrels aan de zee (Gen. 22,17 ; Gen. 32,13). De psalmist zegt in psalm 139 "Hoe moeilijk zijn uw gedachten voor mij, God, wat een machtig geheel. Ga ik ze tellen, ze zijn zo talrijk als het zand aan de zee."(vertaling : Oosterhuis en van der Plas). Zand is ook symbool voor vergankelijkheid en onstabiliteit, zoals in de vergelijking die we lezen bij Mattheus over het bouwen op de rots of op zandgrond (Mt. 7, 24-27). Deze laatste connotatie doemt ook op bij het zien van de installatie van van Genuchten... we zien een soort reuze-zandloper waarbij de tijd ons ongrijpbaar door de vingers glipt en waarbij wij als mens slechts een nietig korreltje zijn in deze 'Duin der dagen'.
(Inge van Genuchten : Duin der Dagen - eigen foto)


Nog in de Sint-Paulusabdij, in de vroegere pottenbakkerij zijn er een reeks heel aparte kunstwerken te zien van Patrick Neu. Glazen bekers of roemers zijn op zich al heel fragiel, maar de kunstwerken versterken nog het gevoel van broosheid. Met behulp van rook schildert Neu heel accuraat bekende schilderijen na. Bosch, Bouts, Holbein, Rubens met werken als het laatste oordeel of de val der engelen enz... worden teruggebracht tot heel kleine afbeeldingen, uitgekrast in een laagje roet. Hoe vergankelijker kan het nog???
(Patrick Neu - eigen foto)



Het besef van vergankelijkheid en eindigheid geeft aan het leven van de mens een diepere zielskleur. Dat beleven kloosterlingen en artiesten en dat geven ze door in deze bijzondere tentoonstelling.

14 april 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 9 -

 


In een laatste bericht voor het Paasfeest zoek ik nog even hoe we luisterend kunnen horen dat er geklopt wordt aan de deur van ons hart. Nog eenmaal luister ik naar filosofe Miriam Rasch in haar boek Luisteroefeningen. Over aandacht en ontvankelijkheid (uitg. De Bezige Bij, Amsterdam, 2024, 222 p.).
Naar het einde van haar onderzoek naar het luisteren brengt Rasch ons in contact met het gedachtengoed van Hartmut Rosa. "Resonantie is tegenwoordig een populair begrip, niet in de laatste plaats door het werk van cultuursocioloog Hartmut Rosa, die het de afgelopen jaren onvermoeibaar op de kaart heeft gezet als waarde die in technologische tijden onder druk staat. Resonantie ontstaat volgens hem als je wordt getroffen door iets wat van buiten komt, zoals een muziekstuk, landschap of ander mens. Het is een moment van aanraking. Je moet er iets mee, dat voel je, en dat kan tot op zekere hoogte ook, al kun je dat wat je raakt nooit volledig bezitten. Nee, dat andere is juist 'onbeschikbaar', aldus Rosa, het zal altijd voor een deel aan je grip ontsnappen. Je kunt bijvoorbeeld een elpee of een foto bezitten, maar de muziek of zonsondergang die de resonantie hebben opgeroepen niet."(a.w., blz. 188).


We leven in een tijd van alsmaar sneller en van alsmaar meer verschillende fenomenen die onze aandacht vragen. "Rosa wijst er terecht op dat versnelling en versnippering invreten op de ervaring van resonantie. Die vraagt juist om vertraging en een zekere concentratie. (...) Om resonantie te ervaren moet je goed leren luisteren, stelt Rosa. Hij heeft het regelmatig over de noodzaak om aandacht te hebben voor het appel dat uitgaat van de wereld. 'Resonantie ontstaat alleen met een tegenover dat als het ware 'met een eigen stem spreekt'... En sterker nog, ik moet die stem kunnen begrijpen als stem die tot mij spreekt, en dus in zekere zin ook responsief is.' (...) Resonantie is een ontmoeting van discipline en overgave, een vreemde paradox waarin het actieve en passieve samen opgaan. Iets van buiten raakt je, dat moet je overkomen, maar vervolgens roept het 'zelfeffectiviteit' op, zoals Rosa dat noemt: het vermogen om te reageren en met je handelen iets te bewerkstelligen. Voor resonantie zijn beide nodig, dat wat van buiten komt en dat wat bestaat in jezelf. Maar het begint met de aanraking door iets waar je geen controle over hebt." (a.w. blz. 188-189).
Rasch werkt deze ideeën nog even verder uit en komt tot een vaststelling die haar blij maakt. "Ik was verheugd te ontdekken dat de etymologie van waarnemen verwijst naar 'aandacht schenken, zorg dragen voor'. 'Waar' betekent zorg, aandacht, opmerkzaamheid, in de zin van willen beschermen of behoeden, zoals ook terug te horen is in 'waarschuwen' en 'verwaarlozen'. (...) Waarnemen is in de kern een zaak van aandacht en aandacht heeft zowel met concentratie te maken als met zorg."(a.w., blz.194).
Zo komt Rasch bij het einde van haar onderzoek naar luisteren. Ze probeert enkele wezenlijke dingen samen te zetten. "Luisteren, de aandachtige waarneming van een auditieve informatiebron die in veel gevallen vluchtig, onzichtbaar en onherhaalbaar is, is op z'n hoogst een beweging naar het weten toe. Vertrekkend vanuit het onbekende - en daar noodzakelijkerwijs naar terugkerend, of in eindigend. Omdat dialoog nu eenmaal onafwerkbaar is. (...)
Luisteren, het open, zintuiglijke luisteren dat zich verhoudt tot het hier en nu, tot mezelf en de specifieke ander die bij me is, is daarmee eerst en vooral een les in de omgang met het onbekende. Het onbekende daarbuiten, en hierbinnen. Misschien is dat waarom veel mensen zich er niet aan wagen."(a.w., blz. 207)
In de allerlaatste bladzijden raakt Rasch nog een belangrijk aspect aan van het aandacht schenken als luisteraar. "Aandacht schenken is immers een actieve handeling. De aandachtige luisteraar komt niet alleen iets halen, zoals kennis, maar wil allereerst iets geven. Dit schenken interesseert me. Wat wordt hier eigenlijk weggegeven? Het klinkt alsof het moet gaan om een kostbaar goed. Maar wat de luisteraar schenkt is het niets, namelijk een doelloosheid die open en vrij is. Op de een of andere manier komt dit geschenk van niets me enorm zwaarwichtig voor. Misschien omdat het gepaard gaat met vertrouwen. Uiteraard kan dat vertrouwen geschonden worden, elke keer opnieuw. Maar is het daarom ook niet zo'n waardevol geschenk? De controle wordt losgelaten en bij de ander neergelegd. Geven betekent ook : uit handen geven. (...) 'Aandacht is de zeldzaamste en zuiverste vorm van vrijgevigheid', aldus Simone Weil. Aandacht en vrijgevigheid zijn met elkaar verbonden in het schenken."(a.w.,  blz. 208).

Wat ik onthoud uit deze ideeën van Rosa en Rasch is dat wij het niet zelf in handen hebben maar dat het begint buiten ons om. We kunnen getroffen worden door wat van buiten onszelf komt ('de klop op de deur' en 'de stem' die onze aandacht vraagt). Als dat wat van buiten ons komt, resoneert in ons worden we gestimuleerd om daarop te antwoorden. Ons eerste antwoord is aandacht schenken en zo een relatie van vertrouwen aangaan. Het geschenk van de aandacht is een doelloze openheid. Om niet. 
Zoals Jezus bij de zending van de apostelen zegt : "Voor niets heb gij ontvangen, voor niets moet gij geven." (Mt. 10,8)
Luisteren naar het kloppen aan de deur van ons hart is bijzonder. Het is, zoals Rasch bij herhaling stelt tegelijk actief en passief.
"Luisteren is gratis. Wat je ermee weggeeft, het niets, heb je nooit bij elkaar verdiend en kun je ook niet kwijtraken. Het is een onuitputtelijke overvloed." (a.w.,  blz. 208-209)
Luisteren is loskomen van onszelf (sterven aan onszelf) om
te ontvangen in veelvoud. "Als de graankorrel niet valt in de aarde en sterft, dan blijft hij alléén; maar als hij sterft draagt hij overvloedig vrucht." (Jo. 12, 24).
Al luisterend komen we bij de kern van het Pascha van Jezus...

11 april 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 8 -


 In de zoektocht hoe we God kunnen horen kloppen blijf ik verder lezen in het boek van Miriam Rasch Luisteroefeningen. Over aandacht en ontvankelijkheid (uitg. De Bezige Bij, Amsterdam, 2024, 222 p.).
In een vorig bericht leerden we de Russische filosoof Mikael Bakhtin kennen en zijn 'dialogisme'. 
Waartoe moeten we leren luisteren? Wat staat er bij luisteren op het spel? "Luisteren doe je omdat je niet weet wat er gaat komen, anders werkt het niet heel anders dan een algoritme op zoek naar bevestiging. De dialoog met zijn werveling van stemmen is het toneel van wrijving, die volgens Bachtin tot een 'gebeurtenis' kan uitgroeien, die filosofische uitdrukking van het nieuwe, van iets wat zich onttrekt aan de bekende categorieën." (a.w., blz. 101). Deze gebeurtenis gaat niet over iemand al dan niet begrijpen. Meestal gebeurt er net iets omdat we elkaar mis verstaan. 
(©Kootching)

"Luisteren niet om te begrijpen, maar om het onbegrijpelijke te aanvaarden, om de enige overeenkomst te leren kennen die we met elkaar delen: dat we allemaal het andere herbergen, zoals we bacteriën in onze darmen herbergen en microplastics in ons bloed.
Ik vermoed dat dit vraagt om een houding van niet-weten, wat in de psychoanalyse en het boeddhisme, maar ook in kunst en wetenschap belangrijk is. (...) Niet-weten staat niet ten dienste van weten, schrijft Jan Oegema in 'De stille stem', zoals niet alle wachten uit is op verwerven. Hij somt een aantal kenmerken op: verwondering, nieuwsgierigheid, het toelaten van onzekerheid en twijfel, een zekere behoedzaamheid en voorzichtigheid en ten slotte 'bevreemding over de automatismen van het bewustzijn, leidend tot regelmatig optredende haperingen bij het gebruik van de eerste persoon enkelvoud'. Dat wijst er ook op dat niet-weten niet noodzakelijk leeg is, het kan net zo goed overstromen van volheid. 'Niet-weten schept een ruimte waarin in zekere zin alles mogelijk is, omdat niks per definitie vastligt', zo beschrijft  psychoanalyticus Arthur Eaton het begrip. Het is waar het gebeuren de ruimte krijgt.
Hoe luister je dan, als niet-weter? In het boek 'The Wisdom of Not-Knowing' [van Arthur Eaton] lees ik over iets wat 'het derde oor' wordt genoemd. (...) Het derde is te begrijpen als dat wat niet in de binaire hokjes past, het is het overschot daarvan of misschien de relatie zelf tussen luisteraar en beluisterde. Het derde oor heeft naar analogie met 'het derde oog' ook iets met intuïtie te maken, de intuïtie die het nieuwe mogelijk maakt door te putten uit de bronnen van het oude." (a.w. blz.104-105).

Hier onthoud ik dat luisteren tot een 'gebeurtenis' kan leiden, en welke gebeurtenis is omvattender dan Hem te mogen ontmoeten die heeft aangeklopt?
En ook dat we al luisterend ontdekken wat wij, mensen, met elkaar gemeenschappelijk hebben, nl. dat we allemaal het andere herbergen. Alleen is de schrijfster wat beperkt om dat in enkel materialistische zin met voorbeelden te voorzien (bacteriën en microplastics).
En natuurlijk denk ik bij het 'niet-weten' aan het middeleeuwse mystieke geschrift "De wolk van niet-weten".

6 april 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 7 -

 


Hoe we kunnen luisteren wil ik verder nog exploreren aan de hand van het boek Luisteroefeningen. Over aandacht en ontvankelijkheid van de filosofe Miriam Rasch (uitg. De bezige bij, Amsterdam, 2024, 222 p.). Als filosofe gaat Rasch te rade bij collega's, zoals ook bij de Russische literatuurcriticus en filosoof Mikhail Bakhtin (1895-1975) die bekend is om zijn 'dialogisme'. Daarin stelt hij dat alles en iedereen slechts kan begrepen worden door hun relaties met anderen. "De relatie tussen zelf en ander krijgt bij Bachtin een literaire glans. Uitwisseling is volgens hem niet beperkt tot mensen maar is inherent aan de taal en aan het denken zelf, aan bewustzijn. We ademen de ander in, de cultuur, de geschiedenis, de woorden. En ademhaling is geen transmissie, maar eerder een holistisch of atmosferisch spel. Het andere stroomt in mijzelf, en ikzelf stroom uit naar de buitenwereld. Het is een gebeuren in de tijdruimte, een beweging en een voortschrijden. Het woord dat ik uitadem is altijd al ingeademd, aldus Bachtin. " (a.w. , blz. 93).
(Michael Bahktin - ©Wikipedia)

Omdat taal, denken, spreken en luisteren voor hem altijd een sociaal fenomeen zijn stelt hij ook dat er niet zomaar één stem bestaat, maar dat alles polyfoon of meerstemmig is. Er is in onszelf een innerlijk zeggen (niet één innerlijke stem) waarin steeds andere stemmen mee murmelen. "In plaats van een lineair model hebben we te maken met een kluwen, als een bolletje wol waar de poes mee heeft gespeeld." (a.w. blz. 94). "Zo'n kluwen aan relaties betekent ook dat er sprake is van een machtsdynamiek. Sommige stemmen klinken luider dan andere, naar de een luisteren we wel en naar de andere minder. (...)Maar even belangrijk is het dat de stemmen die in zo'n kluwen worden gesmoord niet voorgoed verdwijnen. Meerstemmigheid brengt een inherente rebellie met zich mee." (a.w. blz. 95). Het spel van de meerdere stemmen zorgt voor een voortdurende beweging waarbij iedere stem verlangt gehoord te worden. "Als je verlangt van de ander, daarboven of hierbeneden, dat meerstemmigheid de ruimte krijgt, dan zul je dat zelf ook moeten betrachten. Niet per se door te spreken, maar door die ruimte te openen. 
Subversiviteit betekent ook dat dat wat niet in de hokjes past zich mag uitleven. (...) Het is dat wat een sluitend systeem onmogelijk maakt. Het 'exiled excess', kun je zeggen, krijgt daarmee een centrale rol. Of beter gezegd: een decentrerende rol, want dit overschot - het verontreinigde, onverstaanbare, vervreemdende, ofwel niet-totaliseerbare- zit overal. In mij, in de ander en in de taal die we gebruiken."(a.w., ibidem). 
Bakhtin stelt in zijn dialogisme dat er geen laatste woord bij een dialoog. "Wat niet wil zeggen dat er volgens hem van begrip en gemeenschap geen sprake kan zijn. Sterker nog, het dialogische principe maakt begrip en gemeenschap levend. Maar zodra een dialoog een conclusie krijgt, houdt hij op dialoog te zijn. Hij is oneindig of hij is niet, zoals de mens dat is, zoals de meerstemmige veelheid van mensen dat moet zijn.
Alles goed en wel, maar hoe breng je dat in de praktijk? Bij Simons [Anton Simons, filosoof die Rasch eerder aanhaalde] vond ik een intrigerende stelregel die ik graag tot motto verhef: 'Overal waar de wetenschap verklaart', schrijft hij, en 'het onbekende terugbrengt tot het bekende, gaat Bachtin juist andersom te werk. De eenheid van het werk wordt uitgeleverd aan de veelheid van krachten.' Andersom, dat wil zeggen: het onbekende wordt niet teruggebracht tot het bekende, maar het bekende tot het onbekende. Is dat niet waar het om gaat bij luisteren, of het nu leeg is of vol? Het bekende terugvoeren op het onbekende." (a.w., blz. 96)
In de Bijbel zijn er vele situaties waarin iemand van het bekende wordt weggeleid naar het onbekende. Ik denk aan Mozes bij de brandende braamstruik (zie een van vorige berichten)(Ex. 3,1-6). Ik denk aan Jezus die in zijn dorp waar hij opgroeide het woord neemt in de synagoge en waar de toehoorders in hem alleen maar de zoon van de timmerman konden zien (het onbekende werd teruggebracht tot het bekende) (Lc. 4, 16-29 of Mt. 13, 54-58). Of ik denk aan de Emmausgangers die uit hun 'bekende' verhaal werden weggerukt naar een onbekende oneindige openheid (Lc.24,13-51).

Wat ik onder anderen meeneem van Bakhtin (via Rasch) is dat, eenmaal we het geklop hebben gehoord en hebben open gedaan, we uitgenodigd worden tot een dialoog zonder einde, een dialoog die ons hart en bestaan voedsel geeft : 'Ik zal met hem maaltijd houden en hij met mij.' (Apoc. 3,20) 

30 maart 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur ? - 6 -

 


Hier wil ik verder lezen in het boek van Miriam Rasch "Luisteroefeningen. Over aandacht en ontvankelijkheid. (uitg. De Bezige Bij, Amsterdam, 2024, 222 p.)
Luisteren is open staan voor het onverwachte (zie vorig bericht), maar dat is niet zo evident. Rasch heeft het hier over de filosoof Emmanuel Levinas die de ontmoeting met de ander ziet als het begin van de ethiek, meer nog als het begin van alles. "De Ander (met een hoofdletter, dus haast als iets metafysisch) doet in die ontmoeting een appel op mij dat ik niet kan negeren. (...) In de dagelijkse omgang met de ander zijn we meestal niet zo bezig met ontmoeting of ethiek maar, aldus Levinas, vooral met categoriseren en gelijkmaken. We wissen de andersheid van de ander uit door haar in te passen in dat wat we al kennen en weten, onze 'totaliteit'. We laten graag overeenstemming prevaleren boven verschil, kun je ook zeggen, hebben het niet zo op met dat wat overschiet.
In plaats van ons open te stellen voor de ander, reduceren we haar via het beeld dat we van haar hebben letterlijk en figuurlijk tot een plaatje." (a.w. blz. 89) Voor Rasch voldoet dit niet helemaal en vindt bij Lisbeth Lipari een uitweg. "Misschien ligt het nog anders, suggereert Lipari, en gaat het er niet om dat er eerst een appel wordt gedaan (door de ander) waarop dan een antwoord volgt (van het ik), maar moet het luisteren, oftewel een ontvangende houding, aan dat alles voorafgaan. Kunnen appel en antwoord niet plaatsvinden zonder dat luisteren, of nog anders gezegd, maakt luisteren in de eerste plaats de ontmoeting mogelijk." (a.w. blz. 90). Het luisteren waar Levinas en Lipari op doelen als een antwoord op het nog-niet-gezegde is moeilijk anders denkbaar dan leeg zijn.
(©123RF)

In het dialoogmodel creëert de luisterende ontmoeting een tussenruimte. Elke relatie is een band waarbij elk ik mede verantwoordelijk is voor de ander. "Je maakt zelf het ene uiteinde van een relatie uit en bent daarmee of je het wil of niet, schatplichtig aan de andere kant. (...) Of in de woorden van Buber :
 Bij zichzelf beginnen, maar niet bij zichzelf eindigen; 
van zichzelf uitgaan, maar niet naar zichzelf toe streven; 
zichzelf zijn, maar niet met zichzelf bezig zijn.
Ik lees deze woorden als een ademhaling. De borst gaat op en neer, naar buiten en weer naar binnen. Ertussen is een ruimte. Ik lees het ook als een beschrijving van hoe luisteren voorafgaat aan het spreken van de ander en dat spreken mogelijk maakt. Hoe je moet luisteren naar de stem van de ander zoals die opklinkt in jezelf. Want het 'exiled excess' die nooit helemaal te doorgronden rest, zit ook in jezelf. Als de ander een iemand is, wat ben ik dan op mijn beurt? 'Ik is een ander', zoals Arthur Rimbaud schreef." (a.w. blz.92)

Ik onthoud hier dit : ons oefenen in luisteren naar de andere laat ons ontdekken dat we al luisterend een ruimte ontdekken in onszelf waar de stem van de ander/Ander opklinkt. Veel dichter bij het vers van het boek der Openbaring kunnen we niet komen, dunkt mij?
En wat mij ook bekoort is de idee dat God misschien wel in ons leven die verbannen overschot is, de exiled excess in ons leven en in onze samenleving..., de vluchteling en banneling.

26 maart 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 5 -

 


Als we zijn stem horen én de deur openen, zal Hij binnenkomen. Twee voorwaarden, twee engagementen van onzentwege. We worden dus gevraagd om onze oren open te houden, om te luisteren. En daarna om ons open te stellen voor Hij die klopt.
Vorig jaar publiceerde filosoof en essayist Miriam Rasch een boek dat ons misschien mee kan helpen. Titel en ondertitel geven al aan waarover het gaat : Luisteroefeningen. Over aandacht en ontvankelijkheid (uitgegeven bij De Bezige Bij, Amsterdam, 2024, 222 p.)
De insteek is niet religieus, maar ze cirkelt rond thema's als aandacht vragen en aandacht geven in een tijd waar de (sociale) media bol staan van mensen die willen spreken en gehoord worden, maar waar de auteur zich altijd weer afvraagt: wie luistert naar al die input en welk luisteren doet recht aan de verzuchtingen van de spreker/boodschapper en worden we niet zelf spreker als we een bericht delen? Altijd weer speelt ook de polarisering van, in en door de sociale media mee in haar verhaal. 
Maar ik vond ook veel inspiratie om beter te luisteren naar de stem die achter onze deur vraagt om binnen te mogen.

Nadat Rasch een aantal modellen over communicatie heeft besproken blijft ze met vragen zitten omdat de meeste theorieën impliciet een bedrijfsmodel hanteren. Beter luisteren om betere werknemers te bekomen die beter presteren. Hoe zorg je ervoor dat de ander niet slechts een rol mag komen spelen, maar waarlijk de ruimte krijgt om zelf iemand te zijn? Blijven we niet te gemakkelijk in ons eigen zitje en luisteren we niet te zeer vanuit ons eigen perspectief?  "Het perspectief ligt aan de kant van 'ons', waarin 'de ander' misschien niet wordt opgevat als gevaar maar vaak wel als fascinerende exoot" (a.w., blz.84) Via letterkundige Krista Ratcliffe komt Rasch er op uit dat in het beste geval een dialoog of debat een proces is van denkbewegingen die kan leiden tot een wederzijdse verstandhouding, tot een soort synthese. "Ratcliffe wijst er echter op dat er in dat proces van denkbewegingen altijd noodgedwongen iets achterblijft, iets wat ten behoeve van de synthese moet worden weggedrukt. Ze noemt dat het exiled excess, het overschot dat wordt uitgebannen. Het is dat wat we terzijde schuiven of waar we overheen praten ten gunste van een conclusie die eensgezind mag heten.
Juist in dat wat we wegdrukken ligt heel veel besloten, aldus Ratcliffe, zoals onze ideeën over de ander, over wie we zelf zijn, over dat wat wel of geen plaats heeft in de dominante cultuur" (a.w. blz. 84-85) Luisteren vraagt om onze impliciete aannames bloot te leggen. Het vraagt "om doelloosheid, een lege ruimte waarin alles plaats kan hebben. (...) [Het is] de oren gespitst houden voor dat wat je niet verwacht en niet begrijpt, dat wat zich niet laat opnemen in een synthese, dat wat ander is." (a.w., blz. 85-86)
Is God niet vaak een 'exiled excess'??? Bij de vele mensen die soms heel hardnekkig hun anti-religiositeit en hun anti-kerksheid blijven uitroepen? Eensgezindheid lijkt in het publieke debat vaak maar mogelijk als God niet ter sprake komt. 
Maar ook bij christenen : onze aannames over de God van Jezus Christus kunnen ons evenzeer parten spelen om te horen waar God ons aanspreekt. Het lijkt zo gemakkelijk gezegd en gelezen, maar is niet altijd even gemakkelijk te doen, wat in de constitutie van het Tweede Vaticaans Concilie staat over de kerk die ten allen tijde de opdracht heeft de tekenen van de tijd te doorzoeken en te interpreteren in het licht van het evangelie. Vergeten we niet de uitspraken van Jezus in zijn rede over het laatste oordeel  (Matteus 25, 31-46). De Oordeler en Herder scheidt de schapen van de bokken en beiden vragen zich af : wanneer zagen we u hongerig, naakt, gevangen etc... 

Uit deze luisteroefeningen onthoud ik dat "onze" Godsbeelden ons ook kunnen verhinderen om God te horen aankloppen : dat lijkt me een eerste belangrijke idee om te 'werken' aan onszelf naar Pasen toe.

22 maart 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 4 -

 

De tijd naar Pasen toe daagt gelovigen uit om hun geloof intenser te beleven en te verdiepen. Als we beseffen dat Hij, de Andere, bij ons aanklopt en ons wil de weg tonen naar meer vrijheid, dan is het zaak om zijn aankloppen te horen. Daartoe kan deze voorbereidingstijd naar Pasen ons op weg helpen. 
Met Roger Burggraeve hebben we in een vorig bericht het aankloppen van de Andere benoemd als het 'ambetante geheugen' zoals bij Mozes. Hier is een andere gids die het eveneens over het geheugen heeft, is Erik Varden in zijn boek uit 2020 : De eenzaamheid doorbreken. Over christelijk gedenken. (uitg. Berne Media). Varden, agnostisch opgegroeid en bekeerd tot het Rooms-Katholicisme op zijn 19e, treedt in 2002 (28 jaar) toe tot de trappistengemeenschap van Mount St. Bernard (Gr.-Br). In 2015 wordt hij daar gekozen tot abt, maar in oktober 2019 wordt hij door paus Franciscus benoemd tot bisschop van Trondheim (Noorwegen). Vanuit een artikel verschenen in "De Kovel" nr. 86 (januari 2025, blz. 46-53)) over dit boek ontdekken we nog een manier van goddelijk aankloppen. Het artikel is van de hand van Marianne van Reenen, die de Nederlandse vertaling verzorgde en daaruit zullen we hieronder ook citeren.
Vorig jaar december stond de 'Warmste week' in Vlaanderen in het teken van 'eenzaamheid'. Erik Varden vertrekt ook vanuit deze ervaring van eenzaamheid. "Eenzaamheid wordt vaak de ziekte van deze tijd genoemd. Veel mensen hebben niet langer het gevoel ergens bij te horen. (...) Varden ziet haar in de eerste plaats als een existentieel probleem, waarmee ieder mens vroeg of laat te maken krijgt. Het gaat hier om een ervaring die net zo universeel is als honger en dorst en die ons zo diep raakt dat we vaak niet weten hoe we erover moeten praten." (o.c. blz. 48)
(Erik Varden - ©Catholic News Agency)


Waar krijgen we woorden aangereikt om deze fragiele ervaring meer nabij te komen? De christelijke traditie kan ons daarin een weg tonen.
Volgens vroeg-christelijke schrijvers zoals Athanasius of Augustinus begint het bij de schepping van de mens, door God geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. "Naar Gods beeld geschapen zijn - mens zijn - betekent dat je in het diepst van je wezen ernaar verlangt de grenzen van het menselijke bestaan te overschrijden om deel te krijgen aan het goddelijk leven." (o.c. blz. 49). Onze ervaring van eenzaamheid, een soort on-af zijn, kan in ons de herinnering wakker maken aan dat ingeschapen verlangen.
Augustinus becommentarieerde tijdens zijn priesterlijke leven alle psalmen en ooit bestudeerde ik zijn commentaar op psalm 4. 
Het vers 7 daaruit is door Ida Gerhardt als volgt vertaald : "Steeds heet het : wie biedt ons uitzicht?. Doe Gij opgaan over ons uw lichtend aanschijn, Jahwe."  Augustinus preekte in het Latijn en volgde een tekstvariant van de Vulgata Clementina waarin het vers 7 zo klinkt :"Quis ostendit nobis bona? Signatum est in nobis lumen vultus tui, Domine." of dicht bij deze tekst : wie toont ons het goede? Het licht van uw gelaat, Heer, is gestempeld in ons (hart). Augustinus zegt daarbij dat we zijn als een muntstuk. Als Jezus zegt dat we aan de keizer moeten geven wat hem toekomt (een geldstuk met zijn beeltenis) en aan God wat Hem toekomt (cfr. Mc. 12, 13-17 e.a.)  dan is het voor Augustinus duidelijk dat ons diepste hartsverlangen neigt naar eenheid met God. 
Ook Varden toont hoe de ervaring van eenzaamheid onze herinnering aan een onszelf overschrijdend leven wakker maakt. "Dat verlangen ontluikt in de zintuigen. Athanasius ziet ons lichaam als een speciaal instrument bij 'onze zoektocht om een mensgeworden God te kennen en lief te hebben'. Of, zoals Rilke dichtte : 'Ich aber weiss, dass ich aus Sehnsucht bin'. " (o.c. blz. 50)  Voor Varden is het zonneklaar : "Juist seculiere, 'zintuigelijke' kunst kan op een bijzondere manier tot uitdrukking brengen waar mensen naar verlangen."  Zo'n ervaring van artistieke schoonheid opent ons hart... "Als we ons eenmaal van schoonheid bewust zijn, beseffen we dat we deel uitmaken van een grotere werkelijkheid die zelfs tijd en ruimte kan overstijgen. Schoonheid wekt de mens uit de verdoving van zijn cynisme." (o.c. blz. 51)
Hoe wordt geklopt aan de deur van ons hart? Door de 'zintuigelijke' seculiere kunst die het diepste menselijke verlangen uitdrukt.

17 maart 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 3 -

 

In deze aanloop naar Pasen worden we uitgenodigd om ons eigen christelijke leven wat meer au sérieux te nemen, door aandacht te geven aan de stem van God in ons dagelijkse leven. Want Hij staat aan de deur van ons hart en wil maaltijd bij ons houden...
Waar en hoe kunnen we deze stem horen en dat kloppen op de deur van ons hart?
Nog een tweede keer wil ik ten rade gaan bij Roger Burggraeve in zijn boek : Hoog tijd voor een andere God. Bijbels diepgronden naar de ziel van ons mens-zijn. (uitg. Davidsfonds, Leuven, 2015). In het laatste hoofdstuk van zijn zoeken naar een andere God komt de schrijver uit bij de figuur van Jezus die het godsbeeld binnenstebuiten keerde...God woont niet in de hoge hemel! Jezus verkondigt de naderende komst van het rijk Gods. Hij gebruikt daarvoor verhalen, vergelijkingen, parabels en hij handelt daarvoor als leraar en dienaar. Maar ook als wonderdoener, en dat ligt voor ons in de 21ste eeuw wel moeilijker. "Mirakels verbinden wij met fenomenen die volgens de gekende natuurwetten niet verklaard kunnen worden. Het valt echter op dat Jezus nergens thaumaturg wordt genoemd en dat het evangelie ook niet spreekt over thaumata, wonderen in de strikte zin van het woord. Het gaat veeleer om het heersen over de machten van kwaad en duisternis. Het Griekse woord dat de synoptische evangeliën voor 'wonder' gebruiken, is precies daarom niet thauma, maar dunais.
De zogenaamde wonderen zijn met andere woorden dynamische uitingen, krachtdaden die ingaan tegen het negatieve, tegen het kwaad. Ziekte betekende in die tijd vaak in de greep zijn van duistere krachten. Jezus' wonderen zijn uitingen van de strijd tegen de machten van het kwaad, tegen afhankelijkheid en vervreemding, tegen bezetenheid. Hij bevrijdt mensen van boze demonen - Satan, Beëlzebub, Legioen werden ze in die tijd genoemd (Mt.10,25; 12,24.27; Mc 3,22 ...) - waardoor ze genezen worden, dat wil zeggen verlost van de neerhalende krachten die hen verhinderen ten volle te leven. In de synoptische evangelies staat het Rijk Gods dus nooit voor eender welk heersen van God. God wordt reëel door de strijd tegen het negativisme dat mensen ziek maakt, vernedert, 'ont-bindt'. " (o.c p. 184-185)
Welk godsbeeld zit achter de verkondiging (in woord én daad) van Jezus? Burggraeve vat dit zo samen : "Hij verkondigt geen afstandelijke God, geen neutraal wezen dat als hoogste 'zijn' de oorsprong is van alles, maar een God die zijn majesteit loslaat en begaan is met het lagere, het kleine, de mens, zijn schepping. (...) Het blijft natuurlijk een metafoor, een beeld :'God in den hoge' die afstand doet van zijn macht. Maar we hebben zo'n metafoor nodig, omdat wij in ons spontaan denken altijd uitgaan van goden die machtig zijn. Het is een worsteling die in elke religieuze traditie aanwezig is en die samenhangt met het natuurlijke, spontane godsbegrip. (...) Ook moderne goeden : vedetten uit de media, de sport of de showwereld, worden altijd voorgesteld als helden, straffe gasten, onkwetsbare wezens." (o.c. blz. 188)
Burggraeve toont dan dat Jezus' godsbeeld wortelt in het Oude Testament en dat centraal een boodschap staat van mededogen en barmhartigheid. Vanuit de kritische bedenkingen van zijn vriend, de filosoof Emmanuel Levinas, verwoordt Burggraeve ook dat christenen moeten opletten om zich niet te beperken tot de werken van barmhartigheid. 
(©Broederlijk Delen)

"Het christendom dreigt eenzijdig te worden door alleen de werken van barmhartigheid te beoefenen. Nochtans zit de woede van God over het aangedane kwaad diep verankerd in de Bijbelse traditie zoals we onder meer ontdekten in het verhaal van Sodom. Ook Jezus heeft zich op bepaalde momenten kwaadgemaakt. De verontwaardiging, de woede om het onrecht heeft dezelfde wortel als het mededogen. We worden 'tot in ons ingewand' geraakt om in gang te schieten, om voor het slachtoffer op te komen, om een oordeel uit te spreken, om halt toe te roepen aan het kwaad dat mensen elkaar aandoen. (...) In de verhalen van de profeten lezen we hoe zij zich boos maken om onrechtvaardige toestanden die ze aan de kaak willen stellen. Het is 'godgeklaagd' dat 'een arme verkocht wordt voor een paar schoenen' lezen we bij de profeet Amos. In de christelijke traditie noemen we dat 'de heilige woede van God'. Te vergelijken met 'de woede in de buik' bij Dorothee Sölle (in hoofdstuk 8)." (o.c. blz. 198-199)

Waar kunnen we God aan onze deur horen kloppen? Doorheen de schreeuw van wie onrecht wordt aangedaan overal in onze wereld.
Zoals in de campagne Broederlijk Delen tegen giftige pesticiden in de landbouw overal ter wereld (niet enkel in Europa).

11 maart 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 2 -

 

Hoe kunnen we horen als er aan de deur van ons hart wordt geklopt en er iemand ons van de andere kant vraagt om binnen te mogen komen?

Ik hoor en zie dan mensen verwonderd denken : hoe weten we dat God aan onze hartendeur staat? Die oude man met de lange witte baard? Die hippie met lange haren, een lange baard, op sandalen en met een lang Midden-Oosters gewaad? Ik maak er even een karikatuur van, maar daarmee proberen we er onderuit te komen. Daarom ga ik even ten rade in de Bijbel waar God vaak tot de mens spreekt, en voor een betrouwbare lezing laat ik mij leiden door Roger Burggraeve en zijn boek : Hoog tijd voor een andere God. Bijbels diepgronden naar de ziel van ons mens-zijn. (Uitg. Davidsfonds,2015).
In de eerste bladzijden van het boek waarschuwt hij de lezer : "We mogen deze teksten dus lezen als een literair genre met een bepaalde stijl. We moeten wel op zoek gaan naar de boodschap die zich manifesteert doorheen een menselijke vorm. We kunnen niet voort zonder de lezer en degene die interpreteert. In het besef dat we iets uitleggen dat niet van ons komt. Zonder interpretatie licht de boodschap niet op." (o.c. p.17) 
Hij wijst op de poëtische en spirituele lagen die altijd meeklinken in Bijbelse verhalen. Bijbelse teksten louter letterlijk lezen gaat volledig voorbij aan waartoe ze opgetekend zijn. Hij citeert hierbij zijn geliefkoosde filosoof Emmanuel Levinas : "De idolatrie bestaat erin de tekst te herleiden tot gebeurtenissen en anekdotes die door individuen uit het verleden beleefd werden, in plaats van er de profetie voor mensen in te proeven, namelijk de geboorte van een boodschap voor allen, dus de stem van God die in haar extreme directheid allerlei kronkelpaden volgt..."  (o.c. p. 19) 
Via interpretatie komen we op het spoor van het Woord van God, dat tot inwendige heiligheid leidt.

Maar hoe klopt God aan de deur van ons hart? Daar schrijft Burggraeve boeiende zaken wanneer hij bespreekt hoe God zich aan Mozes openbaart in de brandende doornstruik in de woestijn (cfr. boek Exodus hfst.3). 
(schilderij van Herman Falke scj 
©heilige willibrord deurne.nl)

De figuur van Mozes is in zekere zin een heel moderne figuur, een mens met vele identiteiten. Geboren Hebreeër, aangenomen Egyptenaar (na de vondst van het mandje door een Egyptische prinses) en schoonzoon van de nomadische priester Jetro. Mozes ziet bij een bezoek aan de bouwplaats waar de Hebreeërs dwangarbeid verrichtten hoe een Hebreeër wordt neergeslagen. In een impulsieve reactie doodt Mozes op zijn beurt de Egyptische opzichter. Daarom vlucht hij de woestijn in. Daar in de woestijn bouwt hij een nieuw leven op en huwt er een vrouw uit het nomadische volk van Midjan. Hij laat er zijn Hebreeuwse en Egyptische verleden achter zich tot hij geconfronteerd wordt met een ongewoon natuurfenomeen : "Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan. Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn en kwam hij bij de berg van God, de Horeb. Toen verscheen hem de engel van Jahwe, in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik. Mozes keek toe en zag dat de doornstruik in lichterlaaie stond en toch niet verbrandde." (Ex. 3,1-2)
Burggraeve zegt hierover : "Jahwe wordt hier voorgesteld als het ambetante geheugen van de mens. Mozes heeft zijn verleden willen verdringen, maar er is iets blijven smeulen dat nu opflakkert. Het brandende braambos is de veruitwendiging van een innerlijk vuur. Het was al aanwezig toen hij de Egyptenaar doodde, maar was daarna weer gedoofd. God is de ziel, het inwendig vuur van de mens, de Oneindige die zich in het eindige nestelt, die de mens tot in zijn ingewand omwoelt." (o.c. blz. 168-169)
Hoe klopt God aan onze deur? Via onder anderen ons ambetante geheugen...


7 maart 2025

Hoort wie klopt daar aan de deur? - 1 -

 


In de veertig dagen naar Pasen toe, 
worden allen die christen proberen te zijn 
opgeroepen om zich méér intens naar Christus te keren 
en zo zichzelf voor te bereiden om het Paasverhaal 
in eigen leven méér en bewuster kansen te geven.
De volgende berichten op deze blog zullen als uitgangspunt hebben een vers uit het boek van de Openbaring van Johannes (Apocalyps) :
"Zie, ik sta aan de deur en ik klop; 
indien iemand mijn stem hoort en de deur opent, 
zal ik bij hem binnenkomen en 
ik zal met hem maaltijd houden 
en hij met mij." (Apoc. 3,20)
Ons voorbereiden op Pasen is ook luisteren naar zijn stem.
In dit en volgende berichten zal deze inzet om de stem te proberen horen van de Andere telkens weer geprikkeld worden, dat is toch de bedoeling.

Dit eerst 'hoor-bericht' is een citaat uit de toespraak die kardinaal Bergoglio hield in de voorbereidende vergaderingen van het conclaaf van 2013, waar hij uiteindelijk tot paus Franciscus zou worden gekozen. Elke kardinaal kreeg vier minuten spreektijd om zijn gedachten te delen met de collega's kardinalen van het kiescollege over de richting die de nieuw te kiezen paus best zou uitgaan. Die toespraak kan je nu lezen als de 'programmaverklaring' van zijn pontificaat.
 " Als de kerk naar zichzelf  gaat verwijzen, wordt ze ziek. Het kwaad dat door de tijd heen geschiedt in kerkelijke instellingen heeft zijn wortel in dat verwijzen naar zichzelf en in een soort van theologisch narcisme. In het boek van de Openbaring zegt Jezus dat Hij aan de deur staat en klopt. Het is duidelijk dat de tekst verwijst naar zijn kloppen aan de buitenkant om naar binnen te kunnen komen. Maar ik denk aan die keren dat Jezus klopt van binnenuit opdat we Hem naar buiten zouden laten gaan. Een Kerk die naar zichzelf verwijst houdt Jezus binnen zichzelf en laat Hem niet naar buiten.

 Als de Kerk naar zichzelf verwijst gaat zij onbewust geloven dat zij haar eigen licht is; zij houdt op het mysterium lunae (het mysterie van de maan) (die niet uit zichzelf schijnt maar het licht van de zon weerspiegelt (noot van de vertaler)) te zijn en bezwijkt aan die hele erge kwaal die de geestelijke wereldlijkheid is (die volgens Henri de Lubac sj de ergste kwaal is die de Kerk kan overkomen)."

(Kardinaal Bergoglio 11 maart 2013 
twee dagen voor zijn verkiezing tot paus
©Trouw)

Deze tekst heeft het over binnen en buiten 
en over zien en gezien worden. 
Wat zegt ons dit citaat van kardinaal Bergoglio?
En laten we het nu hebben met deze tekst
als bron voor ons eigen denken en gelovig leven 
én niet als maatstaf om het beleid van 
paus Franciscus af te meten... Dat mag ook, maar dan
laten we een kans liggen om onszelf onder het licht
van Christus te plaatsen ter voorbereiding van Pasen.
In een andere context dus wel...

Is er in ons leven plaats en tijd 
om het kloppen op de deur te horen, 
van buiten naar binnen 
én van binnen naar buiten?  
Hoe en waar 
kunnen we de vragende aanwezigheid van Jezus 
in ons leven en in onze samenleving ervaren?


21 februari 2025

Kerk St. Eustache in Parijs - 3 -

 Bij een bezoek aan de grote centrumkerk Saint Eustache in Parijs zag ik een rijke schat aan kunstwerken overal verspreid in de kerkruimte, kunstwerken afkomstig uit heel verscheidene periodes van de late middeleeuwen tot nu.
Na het 'kristallen' Christuscorpus van Pascal Convert, wil ik nu even stilstaan bij een ander modern kunstwerk van de Amerikaanse beeldende kunstenaar Keith Haring (1958-1990), de Triptiek van het leven van Christus.
(Tryptiek van het leven van Christus 
door Keith Haring - eigen foto)

De kunstenaar heeft in zijn korte leven zich uitdrukkelijk opgeworpen als activist voor de rechten van de AIDS-patiënten. Hijzelf is enkele weken na de voltooiing van deze triptiek gestorven aan deze ziekte. Deze triptiek is in brons gegoten en met wit bladgoud bedekt. Er bestaan negen exemplaren waaronder dus één in de St. Eustache in Parijs. 
Een vriend van Haring maakte een bekisting in de vorm van een iconentriptiek en vulde deze met klei. De terminaal zieke kunstenaar maakte in de klei met een mes te tekening, zonder bibberen en zonder correcties. 
Het middenpaneel toont bovenaan een kruis, een hart en dé typische gezichtsloze stralende baby van Haring gekoesterd in een paar armen. De 'radiant baby' was voor Haring een uitdrukking van onschuld, puurheid en goedheid, een teken van hoop. Het kruis verwijst naar het geloof en het hart naar de liefde... de drie grote deugden zoals o.a. Paulus die bezingt in de eerste brief aan de Korintiërs.  Onder de baby kunnen we in het midden een aantal grote druppels of vlammen zien... de vurige tongen van Pinksteren???
Het rechterluik toont bovenaan duidelijk een engel met in de middenstrook een springende of vliegende (???) figuur waarin we een verwijzing kunnen zien naar de verrijzenis. Het linkerluik toont onder de bovenste engel, die als het ware het spiegelbeeld is van die van het rechterluik, een duidelijk vallende engel. We kunnen hier denken aan de vele voorstellingen van het laatste oordeel waarbij aan de rechterhand van Christus de 'gezegenden' opstijgen naar de hemel terwijl aan zijn linkerhand de 'gedoemden' neervallen in de hel.
De benedenstrook vormt over de drie luiken heen één geheel van lichamen die heftig gebaren, vaak met een vuist in de lucht. Zijn deze vuisten een teken van onmacht en boosheid omwille van onrecht of strekken ze zich juist hoopvol uit naar een reddende aanwezigheid van boven? Zijn de tranen in het centrale gedeelte dan uitingen van verdriet en verbolgenheid die opstijgen naar de stralende, hoopgevende baby (het Christuskind???)?
(Radiant Baby - Keith Haring)


Het werk kreeg als titel : het leven van Christus. Maar ik moet toch ook denken aan Paulus' zogenaamde hooglied van de liefde (1 Kor. 13) dat zo eindigt (Naardense bijbelvertaling) :
"Toen ik een klein kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, redeneerde ik als een kind ;
toen ik een man werd, heb ik afgelegd wat des kinds was.
Ja, nù kijken we met een spiegel in een raadsel,
maar dàn : van aangezicht tot aangezicht!!
Nù ken ik ten dele, 
dàn zal ik ten volle kennen,
zoals ik ten volle wordt gekend.
Zo blijft het dan : geloof, hoop, liefde -
deze drie, maar de grootste van deze is de liefde!"

Zoals je merkt, als je met aandacht en openheid van hart begint deze hedendaagse triptiek te beschouwen, wordt het een aanzet tot bezinning en gebed, tot een innerlijke confrontatie met ons eigen (on)geloof en onze hoop. 

24 juli 2024

Licht voor zonnebaders

 Vele mensen trekken deze zomer weer op zoek naar de zon en voor velen is die zon de enige vakantieambitie. Liggen in de zon. Zonnebaden. Dat is voor hen puur genieten.
We kunnen van deze zonnekloppers nog wel iets leren als we de dichter Hans Andreus mogen geloven.
Zoals we al weten uit vorige berichten op deze blog, is het licht voor deze dichter een kracht die ons wil omarmen, een persoon bijna die ons wil dragen en omkleden, een god die ons wil doordringen. 

LIGGEN IN DE ZON

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt.

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.

(uit: Andreus, Hans, Verzamelde gedichten.  Uitg. Bert Bakker, Amsterdam, 1985, blz. 18)

Het zonnebaden is voor de dichter een totaalervaring; elk zintuig wordt hierbij aangesproken en leidt hem tot vervoering, tot een staat van verdwazing. Maar midden de tweede strofe beseft hij dat dit zo dwaas nog niet is. Hij 'weet' in de derde strofe en dat weten is wel iets bijzonder. Het begint als niet weten, evolueert naar alléén weten tot het weten van alles wat ik weten wil. Door stil te liggen, zomaar in de zon, ontdekt de dichter het onverklaarbare wonder van het licht dat hem voldoende is, meer moet hij niet weten.
(©Belvilla)
Is dat ook niet bidden? Zomaar er zijn in een Aanwezigheid, onder een warme lichtende gloed en je eigen leven laten doorlichten en doorgloeien om te vermoeden, te ontdekken, te ervaren dat dat goddelijke licht volstaat.


Jezuïet Paul Vanderghote bespreekt dit vers in zijn boek "Gensters in het licht" (uitg. Halewijn, 2012, blz. 78-79) en verwijst daar naar Franciscus en zijn zonnelied. Hij waarschuwt dat een 'geestelijke' blijdschap geen zweverig gedoe mag zijn en besluit : "Om een zonnelied te zingen zonder valse tonen is het raadzaam eerst de weldaad te hebben geproefd van te liggen in de zon."
En van een heel andere orde (én ook weer niet) is de wekelijkse column van Christophe Vekeman in De Standaard Weekblad. Op 13 juli laatst had hij het ook net over de zonnekloppers. Daar schrijft hij: "Het is de contemplatie, niet de recreatie, waar het om gaat. (...) Wij op het strand aanbidden en zijn toegewijd en bewijzen dag na dag dat liggen een vorm van knielen kan zijn. (...) Ach, als we dit gevoel maar konden vasthouden, met ons zouden kunnen meenemen of voor altijd kunnen verwerven, hoe stralend zou onze toekomst eruitzien!"
Driemaal een uitnodiging tot beschouwend zonnebaden, letterlijk en/of figuurlijk, in deze vakantietijd.

9 mei 2024

Vuur-licht voor Pinksteren - 1 -

 In  de Paastijd nam ik je mee met Huub Oosterhuis en zijn Lied aan het Licht en ik wil nog even in de 'licht'-sfeer blijven met enkele gedichten van een andere Nederlandse dichter die ook sterk aangetrokken was tot licht, nl. Hans Andreus (1926-1977).
Over de betekenis van het licht voor deze dichter is er al veel inkt gevloeid alsook over de al dan niet religieuze betekenis ervan.
Als gelovige lees ik hier, zoals bij Oosterhuis, in het licht over een God, wie of wat die dan ook verder is. 
Een kleine bundel "De witte netten van zon en maan" uit 1974 bevat een vers dat ik gepast vind in deze tijd tussen de hemelvaart van Jezus en het Pinkstergebeuren. 
De leerlingen zijn wat uit hun lood geslagen want Jezus, die ondanks zijn dood, blijkbaar toch nog bij hen was, is nu voor altijd uit hun ervaringswereld verdwenen. Er is een ervaring van verlies en gemis. Ze trekken zich terug en komen samen in besloten kring. Zoals rouwenden leven ze geslagen en op zichzelf en in hun verlies gekeerd. Ze doorleven het verlies van hun geliefde leraar en meester; ze leven van herinneringen aan betere, lichtere tijden.
Hun hart is verward.
En dan lees ik hier graag volgend gedicht van Andreus
(© Henry Shelton, Ascension, 2010)


GEBED VOOR HET HART

Licht,
verlicht

ook het hart
in m'n lijf,

het heeft 
van haast niets

dan verlies
geleefd -

keer het naar
je toe.

(uit: Andreus, Hans, Verzamelde gedichten, uitg. Bert Bakker, Amsterdam, 1985, blz. 871)
Een gebed om licht en om aandacht voor het licht, om bekering naar het licht toe.