28 april 2026

Onderhandelen met God

(voorbede van Abraham -
prent gevonden
zonder verdere brongegevens
op het wereldwijde web)
In de verhalencyclus over Abraham in het eerste boek van de Bijbel komen meerdere merkwaardige passages voor. Een ervan is de goddelijke dreiging dat de steden Gomorra en Sodom zullen vernietigd worden omdat de inwoners de heilige gastvrijheid misbruiken, geen oog hebben voor de armen en leugenachtig leven (Genesis 18, 17-33). Abraham wil deze goddelijke dreiging afwenden. Zou God niet terugkomen op zijn besluit als er vijftig rechtvaardigen worden gevonden? En het werden er dan veertig, dertig, twintig, tien... Het afdingen stopt bij tien en volgens een Joodse traditie is de wereld nog niet verwoest omdat er nog tien rechtvaardigen ( tzaddikim) leven. 
Dit verhaal is ook de basis voor een gebed dat ik onlangs las bij het doorbladeren van een tijdschrift voor leidinggevenden binnen de Vlaamse katholieke jeugdbeweging K.S.A. (Golfslag jg. 5, sept. 1973). Ik stond versteld van de actualiteit van deze tekst. Daarom deel ik hem graag, en hij is zo opnieuw te bidden.

Heer onze God,
ook in onze wereld leven mensen die verder 
proberen te komen
dan de verdediging van eigen belang en positie.
Spaar onze bedreigde samenleving om hen
en breng ons leven in hun spoor.
Ook in onze wereld zijn er politici te vinden
die verder willen kijken dan de grenzen van hun land;
die graag uit de geschiedenis, uit de conferenties,
en uit het hart van de mens,
oorlog, afdreiging en geweld willen bannen.
Spaar onze verscheurde samenleving om hen
en help ons, in vrije verbroedering
bruggen bouwen.
Ook in onze wereld komen soms economen aan het woord
die er niet eerst op uit zijn,
westers of oosters, rood of geel belang te beveiligen
of te verwerven;
maar die de vruchten van de aarde
breder willen spreiden,
allen willen laten werken en leven.
Spaar onze onrechtvaardige samenleving om hen
en maak ons moedig voor het recht.
Ook in onze wereld komen we soms mensen tegen
die winstbelang durven relativeren;
die de onderschikking van de mens aan de produktie,
de reklame en het geld proberen te breken.
Spaar onze vedrukkingssamenleving om hen
en wijs ons de weg van de liefde
wanneer we naar de mensen toegaan.
Ook in onze wereld ontmoeten we soms mensen
die graag en goed zonder veel woorden
hun plicht en hun werk doen.
Spaar onze gemakzuchtige samenleving om hen
en wek in ons de trouw om wat nu moet en kan,
van dag tot dag.
Ook in onze wereld vind je mensen
die zorgen om wat ziek is,
niet voorbijgaan aan wie oud en moe is,
willen leven met wie gehandicapt is,
niet verder afduwen
wie al uit het raderwerk gevallen is.
Spaar onze genadeloze prestatiesamenleving om hen
en hoed ons voor valse prestatie en prestige.
Ook in onze wereld inspireert de houding van Jezus
mensen tot verkondiging van vrede en gerechtigheid,
van liefde en dienstbaarheid.
Spaar om deze, uwe mensen, onze samenleving
en bemoedig in ons het geloof in uw boodschap.
En mochten zij, Heer, niet zo talrijk zijn in onze ogen,
en mochten zij, Heer, geen genade vinden in onze ogen,
omdat ons oog ook niet zo best ziet
omdat ons hart zijn kritiek zo liefst 
op anderen verschiet.
En mochten zij, Heer, niet zo talrijk zijn in uw ogen
en mochten zij, Heer, geen genade vinden in uw ogen
omdat wat menselijk is zo moeilijk zuiver is
en van liefde zo vlug daalt tot bestendiging van het onrecht
en van strijd om het recht zo vlug in het zadel stijgt
van oorlog en van haat.

Verlos ons dan
om die Ene rechtvaardige,
die ons bestaan heeft gedeeld
om die Ene die kwam zoeken wat verloren was
om die Ene die alles wetend toch gehoopt heeft,
Jezus Christus, Uw Zoon.

(naar een idee van J.Beex)

22 april 2026

Credo in kwatrijnen

 In een vorig bericht las ik een credo van de dichter Kees Hermis, een vers dat leest los van alle theologische of liturgische jargon. Nu een andere 'theopoëtica', zoals Hans Groenewegen (1956-2013) dit noemt in zijn boek "De lezer van poëzie en mystiek" (Historische uitgeverij, 2015). Daar las ik een vers van Guillaume van der Graft (1920-2010), maar hier klinken liturgische associaties mee, niet verwonderlijk voor een dichter-dominee.
Het gedicht heeft als titel "Pasen" en past dan ook helemaal in deze paastijd.


PASEN

Wij geloven met hart en mond
het woord dat gestorven is
in stilte en duisternis
het zaad dat kiemt in de grond.

Wij geloven met hand en tand
het brood van de heilige dis
dat met Pasen geboren is,
de wijn onze bloedverwant.

Wij geloven met hart en ziel
het hart en de ziel van hem
die brak in onze stem
en opstaat uit onze keel.
(uit : Groenewegen, Hans, De lezer van poëzie en mystiek, Rijswijk, 2015, blz. 232)

Het eerste kwatrijn verwijst naar Goede Vrijdag en naar de metafoor van het graan dat sterft in de grond opdat het vrucht zou opleveren, een beeld dat Christus meermaals heeft gebruikt, meest expliciet in   Joh. 12,24. Dan verwijst het tweede kwatrijn naar het laatste avondmaal, de heilige dis met brood en wijn... Het derde kwatrijn heeft het over een gebroken stem en opstanding, het passeren van het Woord Gods door dood naar opstanding toe.  

16 april 2026

Credo in sonnetvorm

 De Nederlandse beeldhouwer en dichter Kees Hermis (1941-vandaag jarig!) leerde ik kennen dankzij een nummer uit de reeks "Dichter" (uitgeverij Plint) rond het thema 'geloof'.
Grasduinend in dat nummer zie je hoe dit woord zovele verschillende interpretaties oproept. Het sonnet van Hermis kan mij bekoren omdat het verschillende facetten van het christelijke geloof verwoordt zonder dat het in kerkelijke, liturgische of dogmatische taal verzandt.
De laatste strofe sluit naadloos aan bij de Paaservaring die we in deze weken vieren en gedenken.
(eigen foto)


CREDO

Geloof is een manier van leven
door de nacht op weg naar licht
tussen weten en niet weten
dromen doen vooruit gericht

Geloof is waken en niet wijken
voor wat doof maakt en verblindt
hoopvol naar de sterren kijken
in verwondering als een kind

Geloven is een kaars aansteken
en de stilte niet verbreken
die door tijd is aangeraakt

Tegen hoofd en rede in
uitzien naar elk nieuw begin
dat aan de dood een einde maakt.

(Hermis, Kees, uit : Dichter nr. 20 Geloof, uitg. Plint, blz. 23)

11 april 2026

PASEN in woord

 Hét feest der feesten voor alle christenen
mag gevierd worden in muziek, beeld en woord.
Hier een vers van Hubert van Herreweghen (1920-2016) uit zijn bundel Karakol (Lannoo, 1995, blz. 11).
Je kan in dit gedicht twee delen onderscheiden met de vierde strofe als scharnier, waardoor het merelverhaal tot metafoor wordt en zo iets vertelt over elk mensenleven.

MEREL OP BEVROREN PASEN
(Hubert van Herreweghen
©dbnl.org)


De kop in de krop gestopen,
lange tijd zat hij doodstil
in de linde, al in de knop,
nog zonder blad.

(Een grap, een opgezette vogel?
Een vogel als vogelschrik
door tuinders in de strop gehangen?)

Zwart zonder gezng en
hoe een merelman kan zitten
als 't hem niet zint,
wintermoe en nog geen klaarte in zicht.

-Kind,
wij weten van die dagen,
de loden ziel, de dode zinnen,
als 't vormloos beest komt aangekropen,
dat zwelt naarbinnen
door de reten-

En toen bewoog hij,
zachtmoedig en vervaarlijk
viel hij  met twee vleugelen open
met een slag van de wind
opwaarts gedragen
over de daken.

Dan vloog hij,
zoals wij hopen
namaals te ontwaken,
waarlijk.

Pasen, het feest waarbij wij hopen te ontwaken, waarlijk te ontwaken.
Pasen, het feest waarbij wij hopen te ontdooien en te vliegen.

8 april 2026

PASEN in beeld

 

(El Greco : de verrijzenis van Christus  - ©wikimedia)
275 x 127 cm  - 1596-1600  


El Greco trekt onze blik mee van beneden (de aarde) 
naar boven (de witte figuur van de verrezen Christus) 
en de figuren onder hem zijn duidelijk onderhevig 
aan een immense kracht. 
Laat ons in geloof onszelf openstellen voor de paaskracht van de Verrezene!

5 april 2026

PASEN in muziek

 Een zalig Paasfeest gewenst 
op de tonen van dit volkse blije paasgezang
voor alle trouwe en toevallige bezoekers 
aan deze blog...


                               (Koor de Karolingers tijdens de paasviering van 2025 
                                                    in de kruisherenkerk in Maaseik)


't Is Pasen en de zonne zendt

weer levenddoende kracht,
het nieuw geboren groen omtrent
dat in de weiden wacht.

Geen oude wet, geen zurend brood,
geen zonde meer die 't leven doodt.
't Is Pasen, 't is Pasen,
verrijzen wij,
met God verrijzen wij!


4 april 2026

Waarom hebt Gij mij verlaten ? - Jezus' Pascha - 4 -

 In vorige berichten hebben we geluisterd en gekeken hoe moderne en hedendaagse kunstenaars de Godverlatenheid van Jezus benaderen. Hier wil ik nog even een theologische stem laten klinken, nl. de Zwitserse priester Maurice Zundel (1897-1975). Deze eenvoudige priester, zonder enige bijzondere kerkelijke functie, werd door paus Paulus VI gevraagd in 1972 om de vastenbezinning te preken in het Vaticaan. Hij kon daar uitvoerig zijn visie op mens en geloof in de moderne samenleving uiteenzetten. De paus was danig onder de indruk dat hij Zundel uitdrukkelijk vroeg om deze preken te publiceren. Die uitgave (Die God, deze mens - bij Gooi&Sticht, 1978) vormde de basis voor een artikel dat ik pleegde voor het monastieke tijdschrift 'De Kovel' (nr. 90) rond het thema 'incarnatie'. Daaruit neem ik een passage over die nauw aansluit bij deze blogberichten over het lijden van Jezus. 

(detail Matthias Grünewald Isenheimerretabel 
 ©Wikiwand)


Zundel ziet in Jezus voor alles een persoon van de Drievuldigheid. 
Deze focus op de Drie-eenheid brengt Zundel evenwel in een moeilijk parket als hij in de passieverhalen geconfronteerd wordt met een angstige en lijdende Jezus. Hoe een alwetende, 'puur geestelijke' God te rijmen valt met een man van smarten is niet zo gemakkelijk met ons menselijke verstand te vatten. Maar de theoloog redeneert moedig verder :
"Wij moeten toegeven dat Jezus zich op bepaalde momenten niet van zijn goddelijkheid bewust is geweest. (...) De dood wordt - zoals Heidegger dit met ongekende kracht heeft onderstreept - een ongeluk dat anderen overkomt. Maar als de dag komt waarop zij zich voor mij verandert in een gebeurtenis, dan zal de dood een ander gezicht krijgen. Als ik er mij tenminste van bewust ben en als ik met alle vezels van mijn ziel aan het leven gehecht ben. (...) 
Zou men in de mensheid van Christus, tijdens zijn lijden - nogmaals, precies op het niveau van de experimentele kennis -, een vergelijkbare situatie kunnen veronderstellen en zich inbeelden - het woord van Paulus letterlijk nemend: "hij heeft zich voor ons tot zonde gemaakt"(2 Kor. 5,21)- dat het hier om een soort scrupule tot in het oneindige gaat? (...) Het geïncarneerde Woord ziet zich verworpen door mensen, bedrogen door die weigering waarmee zij zijn liefde beantwoordden. En dat gedurende de hele geschiedenis. Het bereikt zijn hoogtepunt in de kruisiging. Volledig solidair met de mensen. (...) In de coëxistentie in Jezus van een absolute heiligheid met een algehele menselijke verlatenheid schijnt zijn gruwelijke dood in tegenspraak met zijn wezen zelf als Woord in de Drie-eenheid." (uit Die God, deze mens, blz. 134-135) 
Voor Zundel is zijn dood een plaatsvervangende dood. "Zij dooft dus in Jezus niet de eis van onsterfelijkheid dat hij van nature is en die in zijn verrijzenis opnieuw zal bevestigd worden." Dat bracht Zundel er soms toe om een vreemde paradox te hanteren : de dood van Jezus is het grootste wonder en de verrijzenis is op een of andere manier heel natuurlijk.

De eenzaamheid van Jezus en zijn lijden door mensen aangedaan herdenken wij in deze Goede Week. De donkerste zinledigheid werd Hem niet gespaard en daarin is Hij volledig solidair geworden met ons, mensen.