Op vakantie buiten het lichtmorsende Vlaanderen kan het gebeuren dat we de sterrenpracht ontdekken in een donkere nacht, eventueel na een lange kleurrijke zonsondergang. Die intense ervaring bracht én brengt mensen tot een besef van nietigheid, 'een kiezel in de diepte van de azuren hemel' volgens de Griekse dichter Elytis (1911-1996 ; Nobelprijs literatuur 1979) of zoals de psalmendichter eeuwen geleden schreef : "Als ik kijk naar de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren die Gij hebt bevestigd, wat is dan de mens, dat Gij aan hem denkt, de zoon van Adam, dat hij U ter harte gaat." (vertaling door Oosterhuis en van der Plas).
De dichter Felix Timmermans raakte ook begeesterd door de avondpracht en de stilte van de nacht en de hemelpracht van de sterren in zijn bundel Adagio (blz 27, uitg. Standaard Uitgeverij, 1981).
Een stilmakende meditatie, een uitnodiging tot verwondering en vertraging, een stamelend gebed... hoe je het ook noemen wilt.
Waar de zon is heengegaan
wordt de hemel goud bemaald,
met het goed der regenbogen
vol gegoten en bestraald.
Heel den einder zegepraalt !
Hoor of er geen engelenstemmen,
harpen of bazuinen gaant !
Doch de stilte, haast beklemmend,
blijft om d'hoge bomen staan.
't Feest verkwijnt, de kleuren slinken. . .
Alles heeft daar naar gewacht.
D'aarde slaapt vol donkre kracht,
milde sterren blinken
en de melkweg nevelt zacht.
'k Voel mij diep in God verdrinken
Ach, hoe heilig is de nacht.











