Nog een keer kijken we nog rond in het romaanse dorpskerkje van Vic (departement Indre) en zijn bijzondere muurschilderingen.
Nu zien we enkele scenes die ook door de gewone gelovigen gemakkelijk konden worden gezien vanuit het kerkschip. De Bijbelse taferelen staan op de grote muur die schip van priesterkoor scheidt terwijl St. Martinus op de rechterzijmuur te zien is.
De tronende Christus wordt bovenaan geflankeerd door de apostelen links en rechts van hem. Onder die apostelreeks zijn een aantal verhalen te zien uit het zogenaamde 'kindsheidsevangelie'. Dit wil zeggen over de geboorte wat er kort daarvoor en daarna gebeurde.
Naar het altaar kijkend zien we rechts onder de apostelen twee scènes met Maria in de hoofdrol. Er is helemaal rechts het bezoek van de engel Gabriël aan Maria zoals het te lezen is in het evangelie van Lucas (1, 26-38) en dat we ook kennen als de 'boodschap aan Maria'. Links daarvan is er een minder bekend verhaal uit een apocrief tekst, nl. het proto-evangelie van Jacobus. Daarin wordt vertelt dat wanneer ontdekt werd dat Maria zwanger was, zij zich moest rechtvaardigen voor de hogepriesters en schriftgeleerden. De vinger die terechtwijst en de onderdanige Maria.
Aan de linkerkant staat onder een deel van de apostelen het kindje Jezus centraal, met rechts hem zittend op de schoot van Maria alsof hij op een troon zetelt, boven hem de ster die de wijzen uit het oosten de weg toont naar de Heiland. Onmiddellijk bij Maria en Jezus vallen herders op hun knieën neer terwijl achter hen de drie koningen of wijzen op hun paarden het kerstekind naderen. Picturaal valt het op hoe de schilder twee paardenpoten laat de boord van het tafereel doorbreken.

















