2 februari 2026

Met een ladder de drempel over -6-

 Deze verkenning van de expo Faith No More. Rituals for Uncertain Times (ABBY Kortrijk tot en met 1 maart) loopt op zijn einde.
Onze onzekere tijden zijn drempeltijden en vormen een liminale ruimte tussen gisteren en morgen. 
Hoe leven zonder verlamd te worden door angst of roekeloos door eigendunk? Hoe geraken we deze drempel(s) over? Dat is stappen in de onzekerheid, maar in het geloof dat wij er niet alleen voor staan. We kunnen medestanders ontdekken die durven hun oude status, rol en functie los te laten om zonder masker te staan. 
De ladder van het gebed opgaan kan ons brengen bij een mysterieuze Aanwezigheid die ons bestaan stelt in een groter geheel.
Rabbijn Sacks schrijft vanuit zijn Joodse traditie naar aanleiding van de droom van Jakob over de ladder :
"Het gebed heeft twee dimensies, de ene is mysterieus en de andere niet. Er zijn eenvoudigweg te veel gevallen waarin ons gebed werd verhoord om te ontkennen dat bidden invloed op ons lot heeft. (...) In tijden van crisis schreeuwen we het uit vanuit het diepst van onze ziel, en er gebeurt iets. Soms worden we ons daarvan pas later bewust, als we erop terugkijken. Het gebed doet iets met de wereld, maar het is een mysterie hoe dat werkt.
Er is echter een tweede dimensie die niet mysterieus is. Bidden verandert niet zozeer de wereld, bidden verandert onszelf. Het Hebreeuwse lehitpalel, 'bidden', is een wederkerend werkwoord, wat inhoudt dat het een handeling beschrijft die naar onszelf verwijst. Letterlijk betekent het 'zichzelf beoordelen'. Het betekent: ontsnappen aan de gevangenis van het zelf en van buitenaf zicht krijgen op de wereld inclusief onszelf. Bidden is waar de hardnekkige eerste persoon enkelvoud, het 'ik' voor een ogenblik stilvalt en we beseffen dat wij niet het middelpunt van het universum zijn. Er is een werkelijkheid buiten ons. Dit is een ogenblik van transformatie."
(Sacks, Jonathan, Genesis boek van het begin, uitg. Skandalon, Middelburg, 2020, blz.166-167)
(kapel ABBY
eigen foto)

De expo in ABBY zoekt hoe kunstenaars de spanningen die worden opgeroepen door het leven in drempeltijden verbeelden. We zijn geneigd bij veranderingen altijd eerst te denken: wat betekent dit voor mij. Maar kunstenaars kijken verwonderd toe en proberen ons meer te tonen dan er te zien is. Zo lijken zij op de biddende Jakob en alle biddende zoekers. "Als we zouden ophouden te vragen 'wat betekent dit voor mij?' zouden we gaan inzien dat we zijn omgeven door wonderen: er is de vrijwel oneindige complexiteit en schoonheid van de natuur; er is het woord van God, het belangrijkste erfgoed voor ons als joden, de bibliotheek van boeken die wij de Bijbel noemen; en er is het ongekende drama van rampen en successen die, verspreid over veertig eeuwen, het joodse volk zijn overkomen. (...) Soms is er een grote crisis nodig om ons te laten beseffen hoe zelfgericht we waren. De enige vraag die sterk genoeg is om ons bestaan zin te geven, is niet 'Wat heb ik nodig van het leven?' maar 'Wat heeft het leven van mij nodig?' Dat is de vraag die we horen als we echt bidden. Bidden is meer luisteren dan spreken, luisteren naar wat God hier en nu van ons vraagt. Als we die stilte in de ziel kunnen laten ontstaan, ontdekken we dat we niet alleen zijn. (...) Meer dan dat bidden God verandert, verandert het ons. Het laat ons zien, voelen, weten dat 'God op deze plaats is'. Hoe komen we tot dit bewustzijn? Door voorbij de eerste persoon enkelvoud te gaan, zodat we net als Jakob voor een ogenblik kunnen zeggen : 'Ik heb geen weet van ik'. In de stilte van het 'ik' ontmoeten we het 'Gij' van God. " (Sacks, ibidem, blz. 167)
Deze ont-eigening, dit loskomen van ons ik, kunnen we ook oefenen in de expo in ABBY wanneer we op het einde van het parcours in de kapelruimte ons laten meevoeren door dansers die heel de duur van de tentoonstelling een performance brengen bedacht door Tino Sehgal (1976).
God is op deze plaats, midden onze wereld, in deze drempeltijden. Als we de ladder van het gebed beklimmen kunnen we de drempel over.

28 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 5 -

 Een trap of een ladder is voor een cultureel antropoloog een liminale ruimte, een overgangssituatie tussen een vertrouwde omgeving en een nieuwe, nog onbekende toekomst. De tentoonstelling Faith No More in ABBY (Kortrijk, tot en met 1 maart) kunnen we ook zien als een verkenning van de drempeltijd waarin wij nu als maatschappij leven. Overgangstijden die onzeker maken en ons laten balanceren tussen hoop en angst, tussen oude rituelen en nieuwe nog te ontginnen vormen. 
Het eerste deel van de expo kreeg als titel 'Inferno', verwijzend naar de neerdrukkende zorgen en naar de apocalyptische rampscenario's omdat het vertrouwde uiteenvalt, terwijl het tweede deel van de expo genoemd is 'Arcadia', een paradijselijke toestand van één moment of lange duur. Tussen deze twee delen is een gang (een liminale ruimte opnieuw!) waarin onder anderen een kopergravure te zien is naar Maarten de Vos verbeeldend de Bijbelpassage van de droom van Jakob die een ladder ziet op de aarde met engelen die op- en neergaan daarlangs (cfr. Genesis 28, 10-22) (zie tweede bericht uit deze reeks).
(Maxim Frank : Echelle #14
eigen foto)

We zagen in het eerste deel van de expo twee ladders (Anderson en Abramovic). In de 'arcadia'-zalen zien we nog een ladder, maar dan wel een heel aparte. De ladder is gemaakt door de Brusselse artiest Maxim Frank (1985). Deze kunstenaar bekijkt alledaagse voorwerpen en verkent de grenzen van hun nut en ontdekt zo ook hun symbolische kracht. De ladder dient om twee verschillende niveaus met elkaar te verbinden, er is een hoger en een lager. In zijn werken heeft Maxim Frank vaak een ladder gemaakt die schijnbaar nutteloos is. Zijn website tonen meerdere nutteloze, maar daarom niet zinloze ladders ( https://maximfrank.com/). In de expo in Kortrijk zien we Echelle #14, waar een ladder een kronkelend symbool wordt van oneindigheid. De trap die ons menselijke bestaan opentrekt naar een open ruimte en die we kunnen associëren met de jakobsladder. Onze kronkelwegen als mens op zoek naar hoger, beter, meer leiden ons naar een openheid waarvan we begin noch einde zien. De weg naar arcadia is voor Frank best avontuurlijk en doet beroep op onze menselijke capaciteit om ons nuttigheidsstreven te overstijgen. Wie alleen denkt en leeft in termen van geld, 'doelen' en eendimensionaal streven zal nooit arcadia bereiken.

22 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 4 -

 In vorige berichten stelde ik dat de tentoonstelling  Faith No More in ABBY (Kortrijk, nog t.e.m. 1 maart) onze overgangstijd probeert te vatten via kunstwerken allerhande. Het verhaal van Jakob die alleen, op de vlucht, in de nacht, in een droom een ladder ziet met engelen (Gen. 28, 10-22) is in de expo te zien, naast een aantal andere ladder-kunstwerken. 
(Abramovic :
Double Edge
eigen foto)
Vorige keer stond ik stil bij een koperen ladder van Alice Anderson, nu wil ik een geheel andere ladder uit de expo naar voren brengen, het kunstwerk Double Edge van Marina Abramovic (1946).

In de jaren 90 maakte ze een reeks 'Objects for Human Use', waarin alledaagse voorwerpen worden omgevormd tot sculpturen die onze grenzen testen. We zien in de expo een ladder met messen en Abramovic wil dat wij in gedachten de ladder sport voor sport beklimmen, bij voorkeur blootvoets. Zo wil ze ons laten nadenken over lichamelijk en mentaal lijden,  over de keuze om pijn te ondergaan of te vermijden en over de ervaring van vrijheid en zelfbeheersing. 
In onze drang om hogerop te komen, -en we moeten hier deze metafoor niet louter  denken als een religieus verlangen naar een 'hemel', we mogen elke ambitie naar 'hoger' in gedachten nemen-,  moeten we ook pijn doorstaan. Hoe ver willen we gaan? Hoeveel mag onze ambitie naar de top (waar die ook ligt) of naar de eerste of de machtigste positie ons kosten aan lichamelijke en/of mentale pijn? Offeren we daarvoor onze gezondheid, ons gezin, onze vrienden, onze menselijkheid op? Of gaan we juist meer bewust omgaan met de grenzen en beperkingen van onszelf en anderen omdat we ook anderen die ervaring van vrijheid en voldoening willen gunnen? 
De ladder als overgang krijgt bij Abramovic wel een heel scherpe betekenis.

18 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 3 -

 Levend in liminale tijden, zoals ik in vorige berichten stelde, voelen we ons kwetsbaar en onzeker. De gekende maatschappij die ons normaal houvast biedt verbrokkelt en we weten niet altijd goed wat ons overkomt. Wat we dachten veilig en zeker te zijn, blijkt soms juist heel gevaarlijk. In het Bijbelboek Genesis zien we Jacob, op de vlucht, alleen, tijdens de nacht, dromend over een ladder met engelen (zie vorig bericht), dus ook in een liminale situatie. In de expo in ABBY (Faith No More; nog tot en met 1 maart) zien we tijdens het voorgestelde parcours meerdere ladders. 
(©consultancy.nl)

In het dagelijkse leven verdwijnen ladders meer en meer uit het zicht, dank zij liften en veranderende  leefomstandigheden. Maar de ladder blijft in onze taal overeind  als beeld om het verschil in maatschappelijke niveaus te verwoorden en te overwinnen. We proberen hoger te klimmen op de maatschappelijke ladder, in de hiërarchie van een bedrijf, bij sportcompetities,... We vergelijken elkaars positie op een denkbeeldige schaal, trap of ladder en we kijken meestal met een tikkeltje jaloersheid naar wie 'hoger' staat dan wijzelf. Een ladder is, zoals in een vorige bericht ook vermeld, een fysieke liminale ruimte, een overgangsgebied tussen een beneden en een boven. In deze drempeltijden gebruiken artiesten dan ook soms de ladder om een statement te maken over onze tijd.
(Alice Anderson
LADDER 
-memorised object series
- eigen foto) 

Zo zien we in Kortrijk een werk van de Franse Alice Anderson (1972), nl. een in koper gewikkelde ladder. Zij is geboeid door de snelle technologische evoluties, waarbij koper een essentiële geleider is om data door te geven (nu neemt de glasvezelkabel deze geleiding meer en meer over). Sinds 2010 wikkelt Anderson alledaagse objecten en technologische apparaten in met koperdraad. Zo ontstaan bijna rituele sculpturen. In de alchemie staat koper ook symbool voor schoonheid, verbinding en de kracht van transformatie. Zo wordt een ladder tot een spiritueel object, een brug tussen het aardse en het hogere, tussen materie en bewustzijn.
De koperen ladder van Anderson wordt zo in zekere zin een hedendaagse verbeelding van de droom van Jakob, waarbij we dromen dat alle heil zal komen van de technologische vernieuwingen.

14 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 2 -

 In vorig bericht kon je kennismaken met Jonathan Sacks die ons het concept liminaliteit verduidelijkt heeft. Drempelervaringen kunnen een communitas doen ontstaan waarin rol, rang, status en functie wegvallen en waar we achterblijven zonder masker en toegeschreven identiteit. 
In zijn bespreking van het boek Genesis noemt Sacks de figuur van Jakob de man van de nacht. "In de nacht ontvangt hij zijn grootse visioen van de ladder en de engelen. In de nacht worstelt hij met een onbekende tegenstander. Hij sterft in ballingschap, aan het begin van de lange, donkere nacht van slavernij. Jakobs grote kracht is dat hij niet opgeeft." (Sacks, Jonathan, Genesis, boek van het begin, blz. 158)
Na een ruzie met zijn broer Esau moet Jakob vluchten voor de wraakzucht van zijn broer. Hij wil zijn toevlucht zoeken bij zijn oom Laban. 
   "Op zijn tocht kwam hij bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenen 
    die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die 
   op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhooggaan en afdalen. Ook zag hij de HEER bovenaan staan...
  Toen werd Jakob wakker. 'Dit is zeker', zei hij, 'op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.' Eerbied vervulde hem. 'Wat een ontzagwekkende plaats is dit,' zei hij, 'dit is niets anders dan 
  het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn." (Genesis 28,11-17)
Sacks (*) leest hierin dat Jakob zich in een liminale ruimte bevindt, een overgangsgebied tussen het huis waarvan hij wegvlucht en de bestemming die hij nog niet heeft bereikt. 
Jakob is alleen, op reis, in de nacht zoals 22 jaar later opnieuw zal gebeuren wanneer hij met een vreemdeling zal worstelen. Jakob wordt gevormd door deze liminale ontmoetingen, wanneer hij het meest kwetsbaar is en open staat voor het onverwachte.
Sacks benadrukt dat in de Joodse traditie de ladder uit Jakobs droom in verband wordt gebracht met het gebed. Wij die bidden staan op aarde, maar onze gebeden reiken tot aan de hemel. Er bestaat een dieptestructuur van het gebed : omhooggaan - staan in de Aanwezigheid - afdalen. Het gebed is een ladder die reikt van de aarde tot de hemel. Langs deze ladder van woorden, gedachten en gevoelens verlaten we geleidelijk de zwaartekracht van de aarde. Vanuit de wereld rondom ons, die we met onze zintuigen waarnemen, bewegen we ons naar bewustwording van wat de aarde te boven gaat: de Schepper van de aarde. Aan het einde van deze opgang staan we in ons volle bewustzijn in de aanwezigheid van God. Daarna keren we langzaam naar de aarde terug, naar onze aardse beslommeringen, naar de arena van acties en interacties waarin we leven. Maar wanneer het gebed zijn werk heeft gedaan, zijn we niet meer dezelfde als ervoor. Want we hebben, net als Jakob, ervaren dat God op deze plaats aanwezig is zonder dat we het wisten.
Toen Jakob uit zijn droom ontwaakte, besefte hij : God is op deze plaats. De hemel is niet ergens anders maar hier - zelfs als we alleen zijn en bang. We hoeven het alleen maar te beseffen. En we kunnen engelen worden, Gods vertegenwoordigers en gezanten.
In de expo in ABBY kan je een kopergravure zien van de droom van Jakob naar Maarten de Vos (ca. 1580).
De commentaartekst in de bezoekersgids gaat wel heel kort door de bocht door te stellen dat voor christenen deze ladder een lineaire weg is naar verlossing. De meeste christelijke spirituele meesters benadrukken dat de geestelijke groei nooit tot een verworven niveau komt, telkens weer kan je als het ware van de ladder naar beneden tuimelen. Het beeld van de ladder is wel een dankbaar pedagogisch hulpmiddel om zoekende gelovigen te inspireren.
(eigen foto)


In een tentoonstelling over onze liminale tijden past dus zeker deze uitbeelding van de drempelervaring van Jakob en zijn ladderdroom.


*hier volg ik in grote lijnen wat Sacks schrijft in zijn commentaar van Genesis, blz. 157 e.v.)

8 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 1 -

 Nog tot 1 maart kan je in het Kortrijkse museum ABBY de tentoonstelling Faith No More. Rituals for Uncertain Times bezoeken. Het is een boeiende tentoonstelling die laatmiddeleeuwse kunstwerken naast eigentijdse artefacten plaatst vanuit de idee dat wij nu, zoals in de late middeleeuwen, in onzekere tijden leven. 
We lezen in de bezoekersgids: 
"Klimaatverandering, oorlogen, spanningen tussen landen, razendsnelle technologische veranderingen en sociale onrust zorgen ervoor dat velen zich verloren voelen. Soms lijkt het alsof we afglijden naar een apocalyptisch toekomstbeeld. (...) Eeuwenlang bood religie een kader om het leven te begrijpen... Vandaag is die vanzelfsprekende rol van religie verdwenen. Waar vinden we nu nieuwe vormen van houvast, verbondenheid en hoop? Hoe geven we onze angsten en verlangens een plek? Deze tentoonstelling vertrekt vanuit die zoektocht."
In de antropologie zou men zeggen dat we ons bevinden in een liminale ruimte, dit is een overgangsgebied tussen twee afgebakende ruimtes. Deze ruimtes kunnen zowel fysiek zijn (vb. gangen, trappenhuizen, bruggen,...) als symbolisch (vb. overgangsrituelen zoals studentendoop, huwelijksviering, priesterwijding,...). Liminaliteit is dus een overgangsfase tussen het oude en het nieuwe. Liminaliteit betekent dat men zich tussen twee werelden bevindt of op de drempel van een overgang. De term liminaliteit is immers afgeleid van het Latijnse limes, wat drempel betekent.
(Victor Turner
©Department of
Antropology
University
of Virginia)

De Franse etnoloog Arnold van Gennep (1873-1957) bestudeerde onder andere de overgangsrituelen zoals die vorm kregen in de folklore. De Schotse culturele antropoloog  Victor Turner (1920-1983) werkte bepaalde ideeën van van Gennep verder uit, vooral over de liminale fase.
De gehele tentoonstelling in ABBY zou je gerust ook kunnen de titel meegeven : leven in een liminale ruimte. 
De Joodse rabbijn Jonathan Sacks (1948-2020) was een geestelijke en filosoof én tot aan zijn dood lid van het Britse Hogerhuis. Hij heeft het n.a.v. zijn commentaar op het Bijbelboek Genesis en de figuur van Jakob ook over liminaliteit. Daarover zegt hij: 
"Liminaliteit is de ruimte tussen twee toestanden of gebieden, tussen
(Jonathan Sacks
©ABC News)

waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat. Het staat voor overgangssituaties die worden gekenmerkt door onzekerheid en kwetsbaarheid. Turner betoogt dat liminaliteit licht werpt op het fundamentele onderscheid tussen maatschappij (een plaats met structuur en hiërarchie waarin iedereen zijn of haar rol heeft) en 'communitas' (een gemeenschap van aan elkaar gelijke individuen). Liminaliteit is een ervaring van communitas, waarbij rol, rang, status en functie wegvallen en we zonder uiterlijke kenmerken achterblijven als ziel of zelf, zonder masker of toegeschreven identiteit."
(Sacks, Jonathan, Genesis, boek van het begin, uitg. Skandalon, Middelburg, 2020, blz.162 voetnoot 5).
Vanuit een cultureel antropologische hoek mogen we zeggen dat onze wereld zich in liminaliteit bevindt, een overgangstijd waarin de maatschappij als vormgevende structuur verbrokkelt en we op zoek zijn naar communitas van gelijke, zoekende individuen, op de drempel van een nieuwe tijd.
In volgende berichten wil ik vanuit deze achtergrond enkele kunstwerken uit de tentoonstelling nader bekijken.


2 januari 2026

Nu het oude jaar voorbij is...

Das alte Jahr vergangen ist;
Wir danken Ihr, Herr Jesu Christ,
Dass du uns in so gross Gefahr
Bewahrt hast lange Zeit und Jahr."

Dat is de eerste strofe van een Luthers koraal voor bij de jaarwisseling. Johann Sebastian Bach heeft deze tekst meerdere keren aangegrepen, twee keer voor een vierstemmige koraalversie en een maal voor een orgelbewerking.
De jaarwisseling biedt gelegenheid tot melancholisch of anderzijds terugblikken op het voorbije jaar en tot hoopvol bidden voor een gezegend nieuw jaar. In de orgelbewerking van Bach klinkt een reflectie op de vergankelijkheid van de tijd.
Hieronder kan je een bewerking horen voor piano vierhandig, gemaakt door de componist Gyorgi Kurtag en gespeeld door Esther Ropon en Ernst Surberg.


Een bijzondere anekdote over dit koraal is vermeldenswaard.
Bach schreef dit werk in het protestantse Weimar, maar enkele kilometer verder ligt het toen katholieke Erfurt, dat relatief tolerant was voor protestanten. In 1712 ontstond een conflict over dit lied.
Een groep protestantse schooljongens stapte al zingend door de stad en zong deze koraal. Juist als ze voorbij het huis van een katholiek passeerden zongen ze uit volle borst de derde strofe, met daarin deze woorden : 'bescherm ons, Heer, voor de pauselijke leer en afgoderij'. Was het toeval of was het kwajongensopzet? 
Hoe dan ook, dit viel in verkeerde aarde. Dit was de start van een jarenlang conflict over godsdienstvrijheid, belediging en dit lied.
Maar laat ons hier het houden bij de eerste (zie hierboven) en tweede strofe die als volgt klinkt :
"Wij bidden u, o eeuwige Zoon
Van de Vader op zijn hoogste troon,
Wil toch uw arme christenheid
Bewaren voor alle tijd."