Posts tonen met het label gebed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gebed. Alle posts tonen

4 mei 2026

Alle zintuigen open...

(eigen foto - 1 augustus 2025)

Ik ben er even tussenuit, tot begin juni. 
De volgende verzen uit het zogenaamde "Zonnelied" 
van Franciscus van Assisi 
passen bij zo'n rustpauze. Alle zintuigen open,
de fysieke én de spirituele zintuigen... 


Wees geprezen, mijn Heer met al uw schepselen,

vooral door mijnheer broeder zon,
die de dag is en door wie Gij ons verlicht.
En hij is mooi en straalt met grote pracht;
van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.
Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind
en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,
door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,
die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur,
door wie Gij voor ons de nacht verlicht;
en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,
die ons voedt en leidt,
en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

(deze vertaling vond ik bij kerknet)

Tot begin juni...

28 april 2026

Onderhandelen met God

(voorbede van Abraham -
prent gevonden
zonder verdere brongegevens
op het wereldwijde web)
In de verhalencyclus over Abraham in het eerste boek van de Bijbel komen meerdere merkwaardige passages voor. Een ervan is de goddelijke dreiging dat de steden Gomorra en Sodom zullen vernietigd worden omdat de inwoners de heilige gastvrijheid misbruiken, geen oog hebben voor de armen en leugenachtig leven (Genesis 18, 17-33). Abraham wil deze goddelijke dreiging afwenden. Zou God niet terugkomen op zijn besluit als er vijftig rechtvaardigen worden gevonden? En het werden er dan veertig, dertig, twintig, tien... Het afdingen stopt bij tien en volgens een Joodse traditie is de wereld nog niet verwoest omdat er nog tien rechtvaardigen ( tzaddikim) leven. 
Dit verhaal is ook de basis voor een gebed dat ik onlangs las bij het doorbladeren van een tijdschrift voor leidinggevenden binnen de Vlaamse katholieke jeugdbeweging K.S.A. (Golfslag jg. 5, sept. 1973). Ik stond versteld van de actualiteit van deze tekst. Daarom deel ik hem graag, en hij is zo opnieuw te bidden.

Heer onze God,
ook in onze wereld leven mensen die verder 
proberen te komen
dan de verdediging van eigen belang en positie.
Spaar onze bedreigde samenleving om hen
en breng ons leven in hun spoor.
Ook in onze wereld zijn er politici te vinden
die verder willen kijken dan de grenzen van hun land;
die graag uit de geschiedenis, uit de conferenties,
en uit het hart van de mens,
oorlog, afdreiging en geweld willen bannen.
Spaar onze verscheurde samenleving om hen
en help ons, in vrije verbroedering
bruggen bouwen.
Ook in onze wereld komen soms economen aan het woord
die er niet eerst op uit zijn,
westers of oosters, rood of geel belang te beveiligen
of te verwerven;
maar die de vruchten van de aarde
breder willen spreiden,
allen willen laten werken en leven.
Spaar onze onrechtvaardige samenleving om hen
en maak ons moedig voor het recht.
Ook in onze wereld komen we soms mensen tegen
die winstbelang durven relativeren;
die de onderschikking van de mens aan de produktie,
de reklame en het geld proberen te breken.
Spaar onze vedrukkingssamenleving om hen
en wijs ons de weg van de liefde
wanneer we naar de mensen toegaan.
Ook in onze wereld ontmoeten we soms mensen
die graag en goed zonder veel woorden
hun plicht en hun werk doen.
Spaar onze gemakzuchtige samenleving om hen
en wek in ons de trouw om wat nu moet en kan,
van dag tot dag.
Ook in onze wereld vind je mensen
die zorgen om wat ziek is,
niet voorbijgaan aan wie oud en moe is,
willen leven met wie gehandicapt is,
niet verder afduwen
wie al uit het raderwerk gevallen is.
Spaar onze genadeloze prestatiesamenleving om hen
en hoed ons voor valse prestatie en prestige.
Ook in onze wereld inspireert de houding van Jezus
mensen tot verkondiging van vrede en gerechtigheid,
van liefde en dienstbaarheid.
Spaar om deze, uwe mensen, onze samenleving
en bemoedig in ons het geloof in uw boodschap.
En mochten zij, Heer, niet zo talrijk zijn in onze ogen,
en mochten zij, Heer, geen genade vinden in onze ogen,
omdat ons oog ook niet zo best ziet
omdat ons hart zijn kritiek zo liefst 
op anderen verschiet.
En mochten zij, Heer, niet zo talrijk zijn in uw ogen
en mochten zij, Heer, geen genade vinden in uw ogen
omdat wat menselijk is zo moeilijk zuiver is
en van liefde zo vlug daalt tot bestendiging van het onrecht
en van strijd om het recht zo vlug in het zadel stijgt
van oorlog en van haat.

Verlos ons dan
om die Ene rechtvaardige,
die ons bestaan heeft gedeeld
om die Ene die kwam zoeken wat verloren was
om die Ene die alles wetend toch gehoopt heeft,
Jezus Christus, Uw Zoon.

(naar een idee van J.Beex)

24 maart 2026

Biddend groeien naar Pasen met Thomas Merton -6-

 

Thomas Merton (1915-1968) trad in bij de trappisten in de abdij Gethsemani (Kentucky) in december 1941. Zijn leven in dit slotklooster belette hem niet om deel te nemen aan het publieke en binnenkerkelijke debat over oorlog en vrede, over rassendiscriminatie in de VS, over de oecumene (naar elkaar toegroeien van de verschillende christelijke kerken) en over de dialoog met niet christelijke monniken (vooral het boeddhisme). Hij was zeer bezorgd over de nucleaire dreiging en de koude oorlog tussen het Westen en het communistische Oosten en steunde daarbij activistische priesters en nonnen in hun strijd voor ontwapening.
Deze inzet zette hemzelf ook op gespannen voet met zijn eigen roeping als monnik. Enerzijds wilde hij kluizenaar zijn, maar anderzijds wilde hij in dialoog zijn met iedere zoekende mens. Deze spanning klinkt door in het gebed van vandaag.
"Schenk ons voorzichtigheid in verhouding tot onze kracht,
wijsheid in verhouding tot onze kennis
en menselijkheid in verhouding tot onze rijkdom en macht.
Zegen ons vurig verlangen om de mensen van alle rassen en naties
te helpen om zich in vriendschap op weg te begeven 
langs het pad van gerechtigheid, vrijheid en blijvende vrede.
Verleen ons vooral het inzicht
dat onze wegen niet noodzakelijk uw wegen zijn,
dat wij niet volledig kunnen doordringen tot het mysterie
van uw raadsbesluiten
en dat de ware storm van ongekende krachten,
die nu over de wereld raast,
uw verborgen wil en uw onnaspeurlijke beslissingen mag openbaren.
Vergun ons uw aanschijn te zien
in het oplichten van deze kosmische storm,
Gij heilige God, die barmhartig zijt voor allen.
Laat ons vrede zoeken
waar die werkelijk gevonden kan worden!
In uw wil, God, ligt onze vrede! Amen."
(uit: In gesprek met de Stilte, 2003, blz. 119)
Hoe  dit gebed uit de jaren 1960 jammer genoeg nog niets aan actualiteit heeft verloren...

20 maart 2026

Biddend groeien naar Pasen met Thomas Merton - 5 -

 
(©NCR 11 03 2005 - ill: Pat Marrin)

Bidden is een ernstige zaak, maar de trappist Thomas Merton (1915-1968) toont ook dat de boog niet altijd gespannen moet staan.
Bidden is ons leven plaatsen in een niet egocentrisch perspectief, het is het zwaartepunt verleggen van onszelf naar een totaal Andere. Zo werkt bidden relativerend en als we onszelf kunnen relativeren, ontstaat ruimte voor humor. 

"Een litanie voor iedereen.
Alle heilige zielen,
bidt voor ons kerels,
alle karmelieten bid,
alle derde-ordelingen,
alle sodaliteiten,
alle altaarsociëteiten
alle actiegroepen,
alle inactieve groepen,
alle afgeranselde, opgesloten groepen,
alle haveloze groepen zonder geld,
bid voor de rijke trappistenkaasgroepen
vice versa
wederzijdse hulp,
amen, amen."
(uit: In gesprek met de Stilte, 203, blz. 115)

Merton gebruikt hier een eeuwenoude gebedsvorm, de litanie.
In het eerste deel komen enkele religieuze groepen voor, maar dan verschuift hij naar actiegroepen en naar marginalen van onze samenleving, waarbij hij zijdelings ook kritisch is voor de materiële zekerheden van zijn eigen kloosterorde. Humor en zelfkritiek samen in een gebed.

13 maart 2026

Biddend groeien naar Pasen met Thomas Merton - 4 -

 
(©ThomasMertonLegacy)

Gelovigen ontdekken vaak pas achteraf hoe God in hun leven aanwezig was en is en blijft. Deze godservaring, zoals bij Jakob en zijn droom met de ladder naar de hemel (zie Genesis 28 en zie deze blog in de berichten van januari) doet ook de monnik Thomas Merton biddend terugkijkend op zijn leven, zijn escapades met vrouwen, zijn jeugdjaren in Frankrijk en Engeland en zijn oversteek naar Amerika waar hij trappist werd in de abdij Gethsemane (Kentucky). 
Ons leven mogen we zo in ons gebed openvouwen voor Christus om te ontdekken hoe Hij aanwezig is bij ons, zelfs soms ondanks onszelf.
"Van in mijn wieg
heb ik U overal gekend, Christus.
Zelfs toen ik in zonde leefde
volgde ik uw weg
en wist ik dat Gij mijn wereld waart.
Gij waart mijn Frankrijk en mijn Engeland,
mijn oceanen en mijn Amerika.
Gij waart mijn leven en mijn ademtocht."
(uit : In gesprek met de Stilte, blz. 92)

Met deze woorden komt Merton in de buurt van wat psalm 139 uitzingt : "Heer, Gij doorgrondt en Gij kent mij(...)al mijn wegen zijn U vertrouwd. (...)Gij zijt die mijn kern hebt gevormd, die mij weefde in de schoot mijner moeder..." (vertaling Ida Gerhardt).

5 maart 2026

Biddend groeien naar Pasen met Thomas Merton - 3 -

 

Pasen is het centrale feest voor elke christen en de Kerk stelt voor om in de veertig dagen voor dit feest onszelf in te stellen daarop door het goede te doen aan onze naaste én door meer aandacht te besteden aan het gebed.
Laten we in deze voorbereidingstijd luisteren hoe een van de bekendste bidders van de 20ste eeuw, Thomas Merton,  ons daarbij kan inspireren.
"Heer, Gij hebt de kreet van mijn hart gehoord omdat Gij het zelf waart die het uitschreeuwde in mijn hart.
Vergeef me dat ik trachtte uw aanwezigheid op te roepen in mijn eigen stilte. Gij bent het die mij moet verwekken in uw eigen stilte! Alleen deze nieuwheid kan mij behoeden voor blinde afgoderij! 
Gij wordt niet gevonden in de Tempel door louter de geldwisselaars uit te drijven.*
Gij wordt niet gevonden op de berg telkens er een wolk verschijnt.** De aarde verzwolg hen die wierook offerden zonder dat ze gevonden werden, zonder dat ze geroepen werden, en zonder dat ze gekend werden door U***." (uit : In gesprek met de Stilte, 2003, blz. 81)

*Merton verwijst hier naar een evangelieverhaal waarbij Hij uit de tempel van Jeruzalem geldwisselaars wegjaagt zie: Mc.11,15-17 ; Mt. 21,12-13 ; Joh. 2, 14-16
**Merton maakt hier allusie op het gebeuren van de transfiguratie. Jezus gaat met drie apostelen een berg op om te bidden, daar wordt zijn figuur stralend vol licht, verschijnen Mozes en Elia en komt er een wolk het gebeuren overschaduwen zie Lc. 9, 28-36, Mc. 9, 2-8 en Mt. 17, 1-8
***Hier heeft Merton het over een passage uit het boek Numeri, waarbij een aantal Joden afvallig worden van Mozes en deze opstandigheid bekopen met hun leven omdat hun wierookoffer niet werd aanvaard door God zie Numeri 16

In dit gebed zien we hoe Merton bidt met en vanuit zijn dagelijkse omgang met de Bijbel. De Bijbelse verhalen zijn zo niet langer oude verhalen van buiten maar weerspiegelen een innerlijke avontuur van de verlangende christen.

28 februari 2026

Biddend groeien naar Pasen met Thomas Merton - 2 -


 In deze veertigdagentijd bereiden we ons voor op het Paasfeest, de herdenking van de doorgang van Jezus door lijden en dood naar nieuw leven. Gebed kan ons helpen om ons hart open te stellen voor dit mysterie en daarbij laten we ons inspireren door de trappist-monnik Thomas Merton.

"Wat is gemakkelijker dan samen met U te praten, God, over de drie kraaien die in de zon voorbijvlogen terwijl het zonlicht weerkaatste op hun rubberen vleugels? Of over het zonlicht dat bedaard door de kieren in de planken piept? Of over de krekels in het gras? Gij wordt geheiligd in hen als achter de blauwe heuvels mijn geest opgaat in uw bedoelingen met ons allen, die leven in hoop onder de slavernij van de verdorvenheid!
Gij hebt mij in deze stilte geroepen om dankbaar te zijn voor de stilte die ik heb en om die stilte aan te wenden om nog meer stilte te verlangen.
Hemel en aarde zijn vervuld van uw glorie en uw genade. Ik die niets ben, ben hier in deze stilte geplaatst om uw glorie en uw genade te aanschouwen en U te prijzen!"
(uit: In gesprek met de Stilte, 2003, blz.76)

Aanleiding voor dit gebed is een natuurobservatie...maar de monnik bidt met woorden die variëren op gebedsteksten die hij heel vaak gebruikt in de liturgie.
Zo sluit het gebed van Merton aan bij de psalmen die hij elke dag bidt. Psalm 19 begint bijvoorbeeld met (vertaling Ida Gerhardt) 'De hemel verkondigt de majesteit Gods, het zwerk meldt het werk zijner handen' en tijdens de vaste gezangen in de mis is er het in het 'Heilig' de zinsnede 'Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid'.
Bidden is zo op een persoonlijke manier de traditie herkauwen en opnieuw smeden en via eeuwenoude woorden jezelf verhouden tot het mysterie van de totaal Andere.

21 februari 2026

Biddend groeien naar Pasen met Thomas Merton - 1 -


 In de veertigdagentijd, de 'vasten', worden gelovigen uitgenodigd om zich voor te bereiden op het Paasfeest. In een prefatiegebed voor deze tijd (het gebed als aanloop naar het lied 'Heilig' en naar de consecratie) wordt de veertigdagentijd omschreven als "een tijd van meer toeleg op het bidden en grotere aandacht voor liefde tot de naaste"
In deze periode wil ik een aantal keren een gebed laten opklinken van de trappistenmonnik Thomas Merton (1915-1968) zoals die te vinden zijn in het boek In gesprek met de Stilte. Gebeden (zoals uitgegeven in 2002 in Nederlandse vertaling bij Uitgeverij Ten Have). Ik zal verder enkel nog naar de bladzijde verwijzen van deze uitgave.
"In zekere zin zijn wij voortdurend onderweg en trekken wij verder, alsof wij niet weten waar we heen gaan. In een ander opzicht hebben wij ons doel reeds bereikt.
Wij kunnen niet komen tot het volmaakte bezit van God in dit leven en daarom zijn wij onderweg en verkeren wij in duisternis. Maar wij bezitten Hem reeds door de genade en in die zin zijn wij aangekomen en wonen wij in het licht.
Maar ach, hoe ver moet ik gaan om U te vinden, in wie ik reeds ben aangekomen!"
(a.w. blz. 29)
Hier klinkt de paradoxale vaststelling door van elke gelovige levenservaring : de aanwezigheid van Iemand die zich moeilijk laat vastleggen. Zoals Jakob na zijn droom van de ladder met de opklimmende en neerdalende engelen zich realiseerde 'Dit is de plek waar God is' (zie ook deze blog de berichten van 14/1 tot 9/2/26), zo zegt hier de monnik die zich volgens de regel van Benedictus terugtrekt in een klooster om God te zoeken dat Hij er reeds is. In de veertigdagentijd worden we aangemoedigd om bewuster te leven in deze onbegrijpbare Aanwezigheid.
  

2 februari 2026

Met een ladder de drempel over -6-

 Deze verkenning van de expo Faith No More. Rituals for Uncertain Times (ABBY Kortrijk tot en met 1 maart) loopt op zijn einde.
Onze onzekere tijden zijn drempeltijden en vormen een liminale ruimte tussen gisteren en morgen. 
Hoe leven zonder verlamd te worden door angst of roekeloos door eigendunk? Hoe geraken we deze drempel(s) over? Dat is stappen in de onzekerheid, maar in het geloof dat wij er niet alleen voor staan. We kunnen medestanders ontdekken die durven hun oude status, rol en functie los te laten om zonder masker te staan. 
De ladder van het gebed opgaan kan ons brengen bij een mysterieuze Aanwezigheid die ons bestaan stelt in een groter geheel.
Rabbijn Sacks schrijft vanuit zijn Joodse traditie naar aanleiding van de droom van Jakob over de ladder :
"Het gebed heeft twee dimensies, de ene is mysterieus en de andere niet. Er zijn eenvoudigweg te veel gevallen waarin ons gebed werd verhoord om te ontkennen dat bidden invloed op ons lot heeft. (...) In tijden van crisis schreeuwen we het uit vanuit het diepst van onze ziel, en er gebeurt iets. Soms worden we ons daarvan pas later bewust, als we erop terugkijken. Het gebed doet iets met de wereld, maar het is een mysterie hoe dat werkt.
Er is echter een tweede dimensie die niet mysterieus is. Bidden verandert niet zozeer de wereld, bidden verandert onszelf. Het Hebreeuwse lehitpalel, 'bidden', is een wederkerend werkwoord, wat inhoudt dat het een handeling beschrijft die naar onszelf verwijst. Letterlijk betekent het 'zichzelf beoordelen'. Het betekent: ontsnappen aan de gevangenis van het zelf en van buitenaf zicht krijgen op de wereld inclusief onszelf. Bidden is waar de hardnekkige eerste persoon enkelvoud, het 'ik' voor een ogenblik stilvalt en we beseffen dat wij niet het middelpunt van het universum zijn. Er is een werkelijkheid buiten ons. Dit is een ogenblik van transformatie."
(Sacks, Jonathan, Genesis boek van het begin, uitg. Skandalon, Middelburg, 2020, blz.166-167)
(kapel ABBY
eigen foto)

De expo in ABBY zoekt hoe kunstenaars de spanningen die worden opgeroepen door het leven in drempeltijden verbeelden. We zijn geneigd bij veranderingen altijd eerst te denken: wat betekent dit voor mij. Maar kunstenaars kijken verwonderd toe en proberen ons meer te tonen dan er te zien is. Zo lijken zij op de biddende Jakob en alle biddende zoekers. "Als we zouden ophouden te vragen 'wat betekent dit voor mij?' zouden we gaan inzien dat we zijn omgeven door wonderen: er is de vrijwel oneindige complexiteit en schoonheid van de natuur; er is het woord van God, het belangrijkste erfgoed voor ons als joden, de bibliotheek van boeken die wij de Bijbel noemen; en er is het ongekende drama van rampen en successen die, verspreid over veertig eeuwen, het joodse volk zijn overkomen. (...) Soms is er een grote crisis nodig om ons te laten beseffen hoe zelfgericht we waren. De enige vraag die sterk genoeg is om ons bestaan zin te geven, is niet 'Wat heb ik nodig van het leven?' maar 'Wat heeft het leven van mij nodig?' Dat is de vraag die we horen als we echt bidden. Bidden is meer luisteren dan spreken, luisteren naar wat God hier en nu van ons vraagt. Als we die stilte in de ziel kunnen laten ontstaan, ontdekken we dat we niet alleen zijn. (...) Meer dan dat bidden God verandert, verandert het ons. Het laat ons zien, voelen, weten dat 'God op deze plaats is'. Hoe komen we tot dit bewustzijn? Door voorbij de eerste persoon enkelvoud te gaan, zodat we net als Jakob voor een ogenblik kunnen zeggen : 'Ik heb geen weet van ik'. In de stilte van het 'ik' ontmoeten we het 'Gij' van God. " (Sacks, ibidem, blz. 167)
Deze ont-eigening, dit loskomen van ons ik, kunnen we ook oefenen in de expo in ABBY wanneer we op het einde van het parcours in de kapelruimte ons laten meevoeren door dansers die heel de duur van de tentoonstelling een performance brengen bedacht door Tino Sehgal (1976).
God is op deze plaats, midden onze wereld, in deze drempeltijden. Als we de ladder van het gebed beklimmen kunnen we de drempel over.

2 januari 2026

Nu het oude jaar voorbij is...

Das alte Jahr vergangen ist;
Wir danken Ihr, Herr Jesu Christ,
Dass du uns in so gross Gefahr
Bewahrt hast lange Zeit und Jahr."

Dat is de eerste strofe van een Luthers koraal voor bij de jaarwisseling. Johann Sebastian Bach heeft deze tekst meerdere keren aangegrepen, twee keer voor een vierstemmige koraalversie en een maal voor een orgelbewerking.
De jaarwisseling biedt gelegenheid tot melancholisch of anderzijds terugblikken op het voorbije jaar en tot hoopvol bidden voor een gezegend nieuw jaar. In de orgelbewerking van Bach klinkt een reflectie op de vergankelijkheid van de tijd.
Hieronder kan je een bewerking horen voor piano vierhandig, gemaakt door de componist Gyorgi Kurtag en gespeeld door Esther Ropon en Ernst Surberg.


Een bijzondere anekdote over dit koraal is vermeldenswaard.
Bach schreef dit werk in het protestantse Weimar, maar enkele kilometer verder ligt het toen katholieke Erfurt, dat relatief tolerant was voor protestanten. In 1712 ontstond een conflict over dit lied.
Een groep protestantse schooljongens stapte al zingend door de stad en zong deze koraal. Juist als ze voorbij het huis van een katholiek passeerden zongen ze uit volle borst de derde strofe, met daarin deze woorden : 'bescherm ons, Heer, voor de pauselijke leer en afgoderij'. Was het toeval of was het kwajongensopzet? 
Hoe dan ook, dit viel in verkeerde aarde. Dit was de start van een jarenlang conflict over godsdienstvrijheid, belediging en dit lied.
Maar laat ons hier het houden bij de eerste (zie hierboven) en tweede strofe die als volgt klinkt :
"Wij bidden u, o eeuwige Zoon
Van de Vader op zijn hoogste troon,
Wil toch uw arme christenheid
Bewaren voor alle tijd."

20 november 2025

Groots al knielend - 5 - Maurice Zundel



De Zwitserse priester Maurice Zundel (1897-1975) heb ik hier al meerdere malen aan het woord gelaten (zie vb. bericht 10 augustus 2025 en daarna), maar hier past hij nogmaals. 
Nu horen we hem mediteren over die bijzondere scène tijdens het Laatste Avondmaal waarbij Jezus de voeten wast van zijn apostelen (Jo. 13,1-11). 
In deze evangelietekst staat niet letterlijk dat Jezus knielt, maar het is natuurlijk de evidentie zelve dat je om iemands voeten te wassen, moet neerknielen voor die persoon. Het woord knielen wordt even later wel expliciet gebruikt als Jezus in doodstrijd verkeert in de hof van Olijven (zie vorige bericht in deze reeks).
(muurschilderij Sankt Martinskirche Münstermaifeld 1396
©beeldmeditaties.nl)


 "Jezus zit op de knieën voor dat Rijk van God dat wij moeten worden
en een ander rijk van God is er niet.
Het Rijk van God, dat is het koningschap van de Liefde van God
in het meest intieme van onszelf.
En helemaal alleen kan God dit Koninkrijk niet verwezenlijken.
Als het anders was, zou Jezus niet voor zijn leerlingen neergeknield zijn opdat dit koninkrijk echt zou bestaan! 
Hij heeft onze instemming nodig. 
Het hart van Judas moet zich openen,
het hart van Petrus moet aanvaarden,
de harten van Jakobus en Johannes moeten wakker worden,
al de anderen moeten uit hun slaap opstaan
en dat ja uitspreken zonder hetwelk er niets tot stand kan komen.
En het is om deze instemming uit te lokken,
om elk van zijn leerlingen, en met hen ook ons,
aandachtig te maken voor dat innerlijk Rijk,
dat Jezus op zijn knieën zit.
Nooit heeft de mens zoveel eer toebedeeld gekregen.
Nooit werden aan de menselijke vrijheid zulke weidse afmetingen toegekend
als in dit neerknielen van de Heer voor zijn leerlingen
en ook voor ons!."
(uit: Zundel, Maurice, Een andere kijk op de mens. Woorden gekozen door Paul Debains., uitg.Abdij Bethlehem, 2003, blz. 187)
Een knielende houding is hier niet louter én zelfs niet in de eerste plaats een houding van gebed, maar een levenshouding van openheid naar de tekenen van God in ons leven en van dienstbaarheid waardoor we in Jezus' voetstappen treden. 
Jezus zegt na de voetwassing tot zijn apostelen, en over hun schouders heen tot allen die Jezus volgenswaardig vinden : 
"Begrijpen jullie wat ik gedaan heb? Jullie zeggen altijd 'meester' en 'Heer' tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik voor jullie gedaan heb, moeten jullie ook doen. Waarachtig, ik verzeker jullie : een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt." (Jo. 13, 12-17)
En Zundel zegt dat we slechts door onze instemming deze houding kunnen verwerven. Dan wordt ons knielen het begin van onze innerlijke vrijheid. 

7 november 2025

Groots al knielend - 4 - Dietrich Bonhoeffer

 De Duitse lutherse theoloog en predikant Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) was een moedig man, die reeds twee dagen na de machtsovername door Hitler in een radiotoespraak waarschuwde (1 febr. 1933) om de Führer niet te verafgoden. Tot Hitler zelf zei hij dat hij zich bewust moest zijn van de beperking van zijn macht. Op dat moment werd de uitzending onderbroken. Bonhoeffer sloot zich aan bij de 'Bekennende Kirche', een groep protestantse theologen en gemeenten, die zich verzetten tegen staatsinmenging door de nazi's in hun kerkelijke zaken. Deze groep werd geïnspireerd door de grote theoloog Karl Barth.  
Voor Bonhoeffer was de kerk het lichaam van Christus en niet zomaar een plek waar over Christus gesproken wordt. Dat inzicht vraagt om een aangepast gedrag vol overgave en het zou een leidend idee zijn gedurende zijn gehele leven.
(Dietrich Bonhoeffer op bezoek bij Karl Barth - ©EDK)

In een meditatie van Dietrich Bonhoeffer over het vers van de profeet Jesaja : Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven (Jes. 9, 5), (vers dat in de kerstliturgie wordt gelezen als vooruitzegging van de komst van Jezus) horen we deze moedige man oproepen om te knielen bij het kerstekind. 
"Het gaat hier over de geboorte van een kind, niet over de revolutionaire daad van een sterke man, niet over de gedurfde ontdekking van een wijze, niet over het vrome werk van een heilige.
Wat koningen en staatslieden, filosofen en kunstenaars, godsdienststichters en moraalpredikers vergeefs proberen te bewerkstelligen, gebeurt nu door een pasgeboren kind. Als om de geweldigste menselijke inspanningen en prestaties te beschamen wordt hier een kind in het middelpunt van de wereldgeschiedenis geplaatst. Een kind, uit mensen geboren, een zoon, door God gegeven. Dat is het geheim van de verlossing van de wereld; heel het verleden en heel de toekomst ligt in dit gebeuren opgesloten. De oneindige barmhartigheid van de almachtige God daalt tot ons af in de gestalte van een kind, van zijn Zoon. (...)
Hoe willen wij dit kind ontmoeten? Zijn onze handen door de dagelijkse arbeid, die zij volbrachten, niet te stijf en te trots geworden om zich nog bij de aanblik van dit kind in gebed te vouwen? Dragen wij ons hoofd, dat zoveel moeilijke gedachten heeft moeten denken en zoveel problemen heeft moeten oplossen, niet te hoog, dan dat wij het voor het wonder van dit kind nog deemoedig zouden kunnen buigen? Kunnen we voor één keer al onze inspanningen, prestaties en gewichtigheden helemaal vergeten om met de herders en de wijzen uit het Oosten het goddelijk kind in de kribbe te aanbidden en daarin dankbaar de vervulling van ons hele leven te zien? Het is werkelijk een zeldzame aanblik, wanneer een sterk en trots man zijn knieën buigt voor dit kind, wanneer hij in ongekunstelde eenvoud in Hem zijn Heiland vindt en vereert, en er moet wel een meewarig hoofdschudden, misschien zelfs een boosaardig lachen door onze oude, wijze, ervaren en zelfverzekerde wereld gaan, wanneer zij de heilsroep van de gelovige christen hoort : 'Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven.'
(uit : Bonhoeffer Brevier samengesteld door Otto Dudzus, uitg. Ten Have n.v., Baarn, 1968, blz 503-504 passim)

Het contrast tussen de trotse zelfverzekerde mens die zijn eigen gedachtenwereld als enige norm neemt en het machteloze kind dat vraagt om verwonderd te blijven over het onzegbare is nog immer actueel. De moed die Bonhoeffer opbracht tegen de barbaarsheid van het nazisme was geworteld in zijn knielen voor een kind blijft - jammer genoeg- ook nog altijd actueel en inspirerend.   

28 oktober 2025

Groots al knielend - 3 - Dom Helder Camara

 In 1969 verscheen bij Desclée De Brouwer het boek van José de Broucker "Dialogen met Helder Camara. Portret van een vredelievende geweldenaar." waarin deze Franse journalist de aartsbisschop van Recife gedurende weken volgt in zijn dagelijkse bezigheden en hem interviewt. Dom Helder Camara leefde van 1909 tot 1999 en was van 1964 tot 1985 aartsbisschop van Olinda en Recife (Noord-Oost-Brazilië). Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie was hij een belangrijke figuur die heel hoog gewaardeerd werd door onder anderen kardinaal Suenens (toen een van de vier moderatoren van het concilie).
Hij was ook een fervente tegenstander van de dictaturen die toen in Brazilië en andere Zuid-Amerikaanse landen zorgden voor een zeer onsociale politiek. Hij bezielde de CELAM (Zuid-Amerikaanse bisschoppenconferentie) tot een uitgesproken inzet voor de armen en de verdrukten. Vandaar ook zijn bijnaam : de rode bisschop.
Enkele keren was hij in België, onder meer op 21 mei 1970 om een eredoctoraat te ontvangen aan de KU Leuven. Ik mocht hem twee keer meemaken eenmaal tijdens de uitvoering van een door hem geschreven oratorium en eenmaal tijdens een vastenbezinning in de Gentse Sint Baafskathedraal. Ik was enorm onder de indruk van de energieke en tegelijk warm-menselijke uitstraling van die kleine broze man.
(links kardinaal Suenens en in het midden Dom Helder Camara
na de ontvangst van een eredoctoraat aan KU Leuven 21 mei 1970
©wikipedia)


José de Broucker brengt verslag uit van zijn weken met dom Camara, deels als beschrijvende ooggetuige, deels als interviewer.
"Dom Helder slaapt niet. Maar waarschijnlijk moet het geheim van zijn vitaliteit en zijn evenwicht gezocht worden in wat hij juist zijn 'nachtwake' noemt.
-Sinds het seminarie ben ik gewend 's morgens om 2 uur op te staan. Ik zet mijn wekker, en ik ben dan heel moe. Maar op dat moment, hé, maak ik weer eenheid. Overdag word ik in alle richtingen uit elkaar getrokken: een arm trekken ze hierheen, mijn andere arm staat uitgestrekt naar een andere richting, het ene been is deze kant uitgegaan, het andere die kant uit. Ik moet weer eenheid maken. Ik haal mijn ene arm terug, en de andere arm, dit been, en dan dat been...
Weer eenheid maken in Christus vooral...
Het is de tijd dat Dom Helder zijn brevier bidt, de tijd voor persoonlijk gebed ook, en dat hij zijn korte meditaties in versvorm schrijft.
(...) De 'wake' begint om 2 uur 's morgens. Hoelang ze duurt? Te oordelen naar wat erin afgedaan wordt, heel lang.
Doch even ritueel als hij opstaat, houdt Dom Helder eraan vast weer naar bed te gaan en nog wat te slapen voor de mis. En als hij niet in een of andere parochie verwacht wordt, leest hij die mis om 6 uur, kwart over 6..."
(o.c. blz. 42-43 passim)

De Broucker mocht toen ook 
enige van Camara's nachtmeditaties 
in zijn dialogenboek opnemen.
In een van die meditaties gaat het over knielen.
"Allen verwachtten dat ik voorwaarts ging
en mijn verlangen
was op de knieën te vallen
en u te horen zeggen :
'Ik ben de Weg'. " 
(o.c. blz. 222)
De sociale voortrekker geprangd tussen wat zijn omgeving verwachtte en hoe hijzelf zijn roeping beleefde. In de jaren 1970 was er vaak binnenkerkelijke spanning over de verhouding actie en gebed, sociale inzet en contemplatie, verzet en overgave of hoe dit spanningsveld ook genoemd werd. Camara toonde in zijn leven dat die twee samen horen.
 

14 oktober 2025

Groots al knielend - 2 - Timothy Radcliffe

 Timothy Radcliffe (1945) is een Engelse dominicaan, die zijn orde heeft geleid van 1992 tot 2001 en die door paus Franciscus tot kardinaal werd gecreëerd in december 2024. De paus moest even van de regels afwijken omdat Radcliffe géén bisschop was. De ordo praedicatorum (orde van de predikers) heeft als missie het geloof te verdiepen en te verkondigen, dus zou je dominicanen kunnen omschrijven als welbespraakte studaxen. Als dominicaan had Radcliffe zich al heel positief uitgelaten over homoseksualiteit en over een meer barmhartige houding ten opzichte van gescheiden gelovigen, naast zijn hartstochtelijke inzet voor meer sociale rechtvaardigheid. In de aanloop naar de synode van oktober 2024 heeft de dominicaan, op vraag van de paus, een driedaagse retraite gehouden voor de synodedeelnemers. 
(Timothy Radcliffe december 2023
©fenwickfriars instagram)


Een maand eerder, in september 2024 sprak deze eminente dominicaan tot het congres van alle benedictijner-abten. Naar het einde van zijn toespraak toe weidt hij uit over het thema aanbidding.
"Aanbidding is een diep instinct in de mensheid. Dom Bede Griffiths beschrijft een moment van openbaring toen hij als schooljongen 's avonds een leeuwerik hoorde zingen :'alles werd stil in de langzame zonsondergang en door het floers van de naderende duisternis die alles ging bedekken. Ik voel nog het ontzag dat over me kwam, het gevoel dat ik op de grond moest knielen alsof ik in de aanwezigheid van een engel had gestaan. Ik durfde nauwelijks omhoog naar de lucht te kijken, want het leek alsof dat slechts een voorhangsel was voor Gods gezicht.'
De grote kerkhistoricus Peter Brown groeide op als protestantse jongen in Dublin maar liet de geloofspraktijk los. Wat hem terugbracht was het reciteren van de koran tijdens een bezoek aan Iran en de viering van de Eucharistie de dag daarna. Hij ving een glimp op van schoonheid en besefte toen wat hij gemist had in zijn leven : aanbidding. Etty Hillesum, de Joodse mystica, die in Auschwitz vermoord werd, schreef: 'Het was alsof mijn lichaam bedoeld en gemaakt was om te kunnen knielen. Soms, in momenten van diepe dankbaarheid, voel ik een diepe drang om te knielen." 
Ik (=Radcliffe zelf) heb een kleine vergelijkbare ervaring van wat ze bedoelde. Na een zware operatie vanwege kanker kon ik twee jaar niet knielen. Dat was een diep gemis." (cfr. Benedictijns Tijdschrift 2025, nr. 2, blz. 58)
Een letterlijk en figuurlijke grote mijnheer als Radcliffe voelt zich niet te groot, ondanks zijn eruditie en zijn vooraanstaande positie, om te knielen én toe te geven dat hij het gemist heeft tijdens zijn periode van revalidatie. Wie het Woord bestudeert en verkondigt moet dus ook tijd nemen om zijn relatie met de Ene te bewaren en te verdiepen, niet alleen met zijn verstand maar ook met zijn biddende hart.

29 september 2025

Groots al knielend - 1 - Bijbelse gronden

In de Bijbel is nergens een bepaalde houding voorgeschreven om te bidden, maar drie houdingen komen vaakst voor : knielen, staan en liggen. De meest voorkomende gebedshouding binnen de christelijke kerken is het knielen en het staan. In de katholieke liturgie wordt er liggend gebeden bij de wijding van een priester, bisschop of abt/abdis of bij een professie (plechtig afleggen van de kloostergeloften) van een monnik/moniale. 
De knielende houding is er een van zichzelf klein maken voor het aanschijn van God. Voor een aantal tijdgenoten een verachtelijke houding: de mens mag en moet recht staan. Maar wie gelooft dat hij leeft in een groter verbond/verband beseft ook dat hij of zij niet alles zelf in handen heeft. Bidden als aanbidding of als smeekbede wordt vaak gedaan al knielende. 
Het knielen vinden we meermaals terug in de Bijbel. Hier enkele passages, eerst uit het Eerste Verbond:
*De tempel van Jeruzalem is afgewerkt, de ark van het verbond wordt in het heilige der heiligen geplaatst en dan spreekt koning Salomo een lang smeekgebed uit ten overstaan van heel het volk. Op het einde van dit gebed lezen we: "Tijdens dit hele smeekgebed lag Salomo geknield voor het altaar van de HEER, met zijn handen ten hemel geheven." (1 Kon. 8, 54) De wellicht grootste koning van het Eerste Verbond vindt het niet beneden zijn stand om te knielen.
*De profeet Daniël leefde aan het Babylonische hof tijdens de ballingschap en verkrijgt een hoge positie. Anderen zijn jaloers en zetten een valstrik op zodat ze Daniël in diskrediet kunnen brengen. Er was een periode van dertig dagen afgekondigd waarin men enkel mocht bidden tot de koning en tot geen enkele andere god. "In zijn bovenvertrek had hij in de richting van Jeruzalem open vensters. Daar knielde hij neer, bad tot zijn God en prees hem, precies zoals driemaal per dag zijn gewoonte was." (Daniël 6, 11)
In het Tweede Verbond lezen we dat Paulus ook soms knielend bidt en dat ook aanbeveelt:
*Paulus trekt na zijn bekering rond in Klein-Azië (huidige Turkije, Syrië en Libanon). Op een bepaald ogenblik besluit hij terug naar Jeruzalem te gaan. In Milete houdt hij een emotionele afscheidsrede, en
"Toen hij uitgesproken was, knielde hij samen met de aanwezigen neer om te bidden." (Hand. 20, 36).
*In de brief aan de Efeziërs stelt hij dat hij het mysterie van de verlossing door Jezus Christus heeft gepredikt. Hij bidt dan opdat alle christenen dit mysterie ten volle zouden leren kennen. Dat begint zo: 
"Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest..." (Ef. 3, 14-16)
(Anonieme meester : Christus 
in de hof van olijven ca. 1500-1525
©MSK)


In de evangeliën is er onrechtstreeks sprake van knielen, als de duivel Jezus bekoort in de woestijn. Satan belooft Hem macht over de gehele wereld als Jezus neervalt in aanbidding voor hem. Knielen als een houding van aanbidding (Mt. 4, 9).
Jezus zelf wordt heel uitdrukkelijk biddend op zijn knieën voorgesteld na het Laatste Avondmaal als Hij in doodstrijd verkeert in de tuin op de Olijfberg. "Hij vertrok en ging volgens zijn gewoonte naar de Olijfberg. De leerlingen volgden hem. Toen hij daar was aangekomen, zei hij tegen hen: 'Bid dat jullie niet in beproeving komen.' En hij liep bij hen weg, tot ongeveer een steenworp ver, en knielde neer om te bidden." (Lc. 22, 39-41)

Knielend bidden is dan ook binnen stappen in een lange traditie die ruimer is dan de monotheïstische religies. De hervormer Calvijn zou ergens gezegd hebben dat knielen niet noodzakelijk is om te bidden, maar dat voor een innerlijke toeleg de knielende houding ons kan helpen. In volgende berichten wil ik enkele spirituele persoonlijkheden laten getuigen over het belang voor hen van het knielen.
 

18 september 2025

Vormgegeven gebed

 Onlangs bezocht ik (opnieuw na véle jaren) het Kröller-Müller Museum in Nederland (park de Hoge Veluwe, Otterlo). De rijke kunstminnende Hélène Müller verzamelde een grote collectie met vooral schilderijen en tekeningen, maar ook een aantal sculpturen. De stichting die haar werk verderzette, kocht later ook vooral beelden aan die meest in de tuinen rond het museum staan. Binnen in de museale ruimte staan een aantal 'intiemere' beelden, waaronder een werk van de Spaanse artiest Julio Gonzales (1876-1942), die vooral werkt met losse stroken ijzer en deze construeert tot schetsmatige figuren. Gonzales omschreef zijn werk zelf als 'tekenen in de ruimte'.
In Otterlo zag ik dit werk, dat zelfs zonder het titelplaatje te bekijken duidelijk een suggestie maakt. Een geknielde figuur met lange haren die haar lichaam voorover strekt. Titel van het werk bevestigt mijn intuïtie : "La prière" (het gebed).

(Julio Gonzales : Het gebed 1936 - eigen foto)


Gonzales tekent in de ruimte een stuwing van de grond naar omhoog, een verlangen naar voren en boven, een loskomen van de aarde. Maar om dit verlangen vorm te geven, heeft de maker wel zeer aards materiaal nodig.
Zo herken ik in dit beeld een betrachting die altijd onvervuld zal blijven, een verlangen dat nooit volledig tot vervulling kan/zal komen. Zo dichtte Guido Gezelle deze bekende verzen die met woorden het onvervulbare verlangen dat het hart vormt van elk gebed proberen uit te zeggen. Een beeldend kunstenaar en een dichter zoeken elk met hun eigen middelen het gebed als diepste verlangen van de mens vorm te geven.

GIJ BADT OP EENEN BERG ALLEEN

Gij badt op eenen berg alleen,
en... JESU, ik en vind er geen
waar 'k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden:
de wereld wilt mij achterna,
alwaar ik ga
of sta
of ooit mijn oogen sla;
en arm als ik en is er geen,
geen een,
die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

(uit: Gedichten Gezangen Gebeden, 1862)

15 augustus 2025

De zwarte Madonna van Halle

 Op dit Maria hoogfeest kijk ik even naar een bijzonder cultusbeeld van Onze Lieve Vrouw, nl. de zogenaamde Zwarte Madonna die al eeuwen lang vereerd wordt in het Brabantse stadje Halle.
(©VisitHalle.be)


Het beeld werd in 1267 geschonken aan Halle door de graven van Henegouwen, die het zelf via via geërfd hadden van Elisabeth van Hongarije (of van Thüringen) (1207-1231). Deze koningin werd tijdens haar leven al bekend om haar onverschrokken zorg voor de zieken en armen en al vlug na haar dood werd ze heilig verklaard.
Het beeld van de zwarte madonna staat in de Sint-Martinusbasiliek, die werd ingezegend in 1410. Vooral nadat in 1489 bij een beleg van de stad stad en kerk gevrijwaard werden van grote vernielingen, werd dit toegeschreven aan de tussenkomst van Maria. In de basiliek ziet men nog de kanonballen die door de mantel van de Madonna zouden zijn opgevangen. De Madonna zelf zou dan zwart geworden zijn door de kruitsporen.
Halle en de Madonna werden vaak ingezet door politieke leiders die bij haar beeld om haar voorspraak baden.
Al deze elementen vinden we terug in een gedicht van Achilles M. Surinx. We lezen er verwijzingen naar deze geschiedenis én we gaan als het ware met de dichter mee bidden bij dit beeld.

HALLE

Ik knielde voor het hoogaltaar en
keek naar je op, Zwarte Madonna.
Jouw gelaat verhulde de zachte ogen van
een moeder met een zogend kind, terwijl
kroon en praalkleed je koninklijk tooiden.

Ik knielde op de uitgesleten stenen trappen,
waar ik sporen voelde van zovelen eerder:
Albrecht, Isabella, Karel en Filips; stout,
schoon of braaf, rijk, mooi of arm; ze waren
altijd blijven komen. Moeders en rijpe dochters
zochten bij jou de troost die ze ontbeerden.
Geuzen en veroveraars werden afgehouden,
getuigen 32 ijzeren ballen uit kanonnen.
Naalden, valken, kwade gedachten,
een gewisse dood, je wist met alles raad.

Verlos mij van mijn vruchteloos verdriet!
Misschien zijn wonderen weer in de lucht,
is er genade voor wonden diep vanbinnen,
mogen oude vrijheden bestaansrecht hebben.
Nooit heb ik te veel gezien, te veel gehoord.

(uit: Surinx, Achilles M., Wat het voorstelt. Gedichten 1989-2017., Wevelgem, uitg. Aleph, blz. 89)

3 juli 2025

Het zware werk om te geloven

 Geloof wordt vaak voorgesteld als de aanname van een reeks stellingen en overtuigingen 
en het volgen van bepaalde morele regels.
De kerk heeft zichzelf lang vastgereden in deze voorstellingen van geloof. 
Nu leren we ontdekken, soms schoorvoetend, met vallen en opstaan, 
dat geloof vertrekt vanuit een levenshouding.
Geloof betekent vertrouwen schenken, zich toevertrouwen aan,
op weg gaan zonder zekerheden behalve dat er Een met ons gaat.
Een levenshouding die elke dag werk vraagt 
omdat we uitgedaagd worden 
om het centrum van ons leven buiten onszelf te leggen.
Het klinkt soms zwaar op de hand, maar het is de noodzakelijke arbeid om tot nieuw leven te komen. Niet voor niets vergelijkt de dichter Huub Oosterhuis het geloof met een geboorte. Voor de bevalling er is, wordt de hoogzwangere vrouw in de 'arbeidkamer' gebracht.

Het lied, gebed, gedicht van Oosterhuis is en blijft een dagelijkse opgave. Geloof als levenbarende openheid. En bij het leven horen veel vraagtekens, onzekerheden, hard werk.

KOM IN MIJ

Kom in mij, win, ontwapen mij.
Zie mij, doe mij aan.
Weersta mij, wacht mij, delf in mij.
Ontdooi mijn naam,
ontraadsel mijn bestaan.

Kom in mij, maak geluid in mij,
dood is diep in mij,
versteend mijn stem - ontsta in mij
doe pijn, doorgloei mij,
leef mij, licht in mij.

Kom uit mij, scheur mij, kind van mij,
mens in mij ontwaak.
Ontvang mij, overschaduw mij.
En ga met mij
waar niemand met mij gaat.
(uit: Vanderghote, Paul, Gensters in het licht., uitg. Halewijn, Antwerpen, 2012, blz.112)

De dochter van de dichter zingt dit lied.
Zie deze link :


29 mei 2025

Hemelvaart

Het feest van de Hemelvaart van Jezus is voor ons, Westerse mensen van de 21ste eeuw, niet zo gemakkelijk. Dit feest sluit aan bij wat we lezen in het eerste hoofdstuk van de Handelingen der Apostelen. Dichter Michel van der Plas kan ons misschien een weg wijzen bij de benadering van dit verhaal en deze feestdag. Voor hem is het een feest van de hoop dat Jezus eens door ons gevonden zal worden. Dat vinden van Jezus is in feite de hemel open vinden.
Hij verwoordt dit in een soort Te Deum-gebed. Het Te Deum kennen we van de nationale feestdag, maar het is een hymne van lof en dank met wortels in de 4e/5e eeuw. Het wordt in de kloosters die leven volgens de regel van Benedictus gezongen op zondagmorgen als afsluiting van de nachtwake. 

TE DEUM

U God zou ik zo graag hebben geprezen,
u Heer beleden; met de hele aarde
en al uw engelen; maar ik zocht naar de
geheimen van uw onnaspeurbaar wezen
en vond geen waarheid die u evenaarde,
hier, nu, en bleef gevangen in mijn vrezen
voor doem en dood, en hield me vast aan deze
ruimte en tijd die u voor mij uitspaarde.

Ik bid u, Christus, die ik na blijf staren
sinds u, wanneer, waarom, zijt opgevaren,
maar die zult komen om mij vrij te kopen :
wil mij tenminste deze dag bewaren.
O, als ik toch op u zou mogen hopen
en u eens vinden, en uw hemel open.

(uit: van der Plas, Michel, De oevers bekennen kleur. Verzamelde gedichten., uitg. Lannoo, Tielt, 1994, blz. 308)

Een hoopvol Hemelvaartfeest gewenst...
(Rembrandt : Hemelvaart 
©Alte Pinakothek München)

 

17 mei 2025

Paus Leo XIV

 Op 8 mei kozen de kardinalen in conclaaf hun collega Robert Francis Prevost (1955) tot nieuwe paus. Deze koos als pausnaam Leo...
Deze man wordt omhangen niet alleen met de pauselijke stola, maar ook met velerlei verwachtingen en soms al met de mantel van de afkeuring.
(©France 24)
Wie hij als paus zal worden weten wij niet en dat zal niet louter van hem afhangen. Maar hij is opgegroeid met de inspiratie van Augustinus (354-430).
Daarom voor de Augustijner-paus (tussen haakjes: ook Luther was een Augustijner-monnik) een korte tekst van deze Noord-Afrikaanse bisschop. Eind vorige eeuw stelde de Benedictijnermonnik Louis Janssen uit de Abdij Keizersberg (Leuven) een Augustinus-Brevier samen, met voor elke dag van het jaar een bezinnende tekst uit het omvangrijke oeuvre van Aurelius Augustinus.
Op 8 mei, dag van de pauskeuze, staat in het Augustinus-Brevier een fragment uit preek 47. Deze tekst sluit ook aan bij het motto van de nieuwe paus : In Illo Uno Unum (in de Ene zijn we één).

"Laat de arme zeggen : 'mijn God'; 
laat de rijke zeggen : 'mijn God'.
De eerste heeft minder, de laatste meer;
ja, aan geld, niet aan God!
Om tot God te geraken
gaf de rijke Zacheus de helft van zijn bezit;
om tot God te geraken
verliet Petrus de netten en het schip.
(© 1News)
Om tot God te geraken
gaf de weduwe twee penningen;
om tot God te geraken
reikte hij die nog armer was
een beker koud water aan;
om tot God te geraken
kwam hij die helemaal niets had
en van alles was verstoken,
met zijn goede wil.
Verschillend hebben zij gegeven,
maar zij zijn tot de Ene geraakt
omdat zij niet verschillend hebben bemind."

Tot God geraken door vanuit dat verlangen naar Hem te leven... 
dat is Augustinus ten voeten uit. 
Door deze inspiratie werd Leo XIV gevormd. Ik verwacht
dat de nieuwe paus vanuit deze ideeën ook zal zoeken om zijn ambt in te vullen.