Posts tonen met het label open raam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label open raam. Alle posts tonen

15 september 2024

Muziek waait door een open raam - 1 -

 In de vorige eeuw hebben te veel mensen een vertekend beeld gekregen van het christelijke geloof. De catechismus als vraag en antwoord-stelsel moest gekend zijn vooraleer iemand zijn vormsel mocht ontvangen. Alsof het christelijke geloof een kwestie is van kennis (én dan nog de juiste kennis!) terwijl wie de evangelieverhalen nauwgezet leest vooral ontdekt dat het gaat om vertrouwen. Zoals iemand aan zijn beminde zegt: ik geloof in je en daarom wil ik mijn verdere leven met jou op weg zijn. Ik vertrouw erop dat we er voor elkaar zullen zijn in goede en in mindere dagen.
Niemand die huwt, weet wat de toekomst zal brengen, maar er is het vertrouwen dat de andere ons niet in de steek zal laten. Hoe zot is dat! En toch...het gebeurt en ondanks de vele mislukkingen zijn er ook nog velen die elkaar blijven trouwen ver voorbij de eerste verliefdheden. Ver-trouwen... In zee gaan... Samen de oneindige zee opvaren... 
Geloven is elke dag weer ingaan op zo'n uitnodiging. Rationeel is dat zottemanswerk, maar wie zich verliest in de liefde en in het vertrouwen, die ontdekt dat het ondoenlijke doenlijk wordt. Zoals getrouwde mensen dit ervaren, zo ervaren gelovige mensen dat ook.
In een vers van Klaas De Jongh Ozn. klinkt die uitnodiging door vanuit een invention van J.S. Bach én via een open raam. Zo komt het psalmvers die dit blog zijn naam meegaf samen met een hedendaags vers én met maestro Bach. Hoe mooi is dat niet...




BACH MET UITZICHT OP ZEE

Ik doe de ramen open :
met Bach in mijn oren
komt de zee binnen
rimpelloos en grijs.

De boten liggen op hun zij
en ver is de vloed.

Terwijl wij allen wachten
bereiden de Inventionen ons voor
op de dingen die gaan komen
-kleine stappen op het toetsenbord
mijmerend in zichzelf-

Ook Bach hield de adem in.

(uit : Was alles maar Bach. Zesenveertig gedichten over Johann Sebastiaan bijeengebracht door René Smeets, Uitg. P, Leuven, 2021, blz. 61)

In het geloof is het zoals in dit vers: wachten, ons voorbereiden, open staan voor de dingen die gaan komen, de adem inhouden...
Tot Hij aanwezig komt voor onze zintuigen (Hij is er natuurlijk altijd al, maar onze zintuigen zijn er niet altijd...) 

22 februari 2022

Raam met uitzicht - 5 -

 We zijn gekomen aan de laatste lijnen van het gedicht Perspectief van de Leuvense dichter Jos Stroobants uit zijn bloemlezing uit eigen werk : Tijd opent zich als nieuwe wijn (uitg. P, Leuven, 2021, blz.155).
Ik herneem nog even het gehele derde deel van het gedicht.
En als de tijd nu eens bewoonbaar was -
een mantel veiligheid, een open raam,
een oefenplaats voor telkens nieuwer tijd
in nieuwer mensen, en aan ons voorbij?

(We woonden vrijer dan, we spraken helder,
en we vloeiden in elkander over.)

De laatste regels lijken voorzichtige dromen, tussen haakjes, in voorwaardelijke wijs. Hoe zou de niewere mens er kunnen uitzien als hij erin slaagt een mantel veiligheid te zijn voor andere mensen en als hij kan kijken vanuit een altijd open raam en als hij in deze inspanningen blijft volharden? Er zou meer vrijheid zijn. We zouden klare taal spreken, zonder moeilijkdoenerij, zonder anderen te willen overdonderen door onze woorden, zonder dubbelzinnigheden. We zouden in elkander overvloeien : mijn ik zou open staan voor de andere en de andere toelaten zonder dat het een bedreiging moet zijn. Zo lees ik het.

(Toni Zenz :
Houd mij niet vast)

De utopia van More was het uitgangspunt van dit gedicht, maar de dichter gaat daaraan voorbij, zoals hijzelf aangeeft in de ondertitel. De dromen van een nieuwer tijd blijven utopie als ze alleen mensenwerk zijn. De ethicus Roger Burggraeve zegt iets wat hier nauw bij aansluit in zijn interviewboek  "Hoog tijd voor een andere God" (Davidsfonds, 2015). "Christenen belijden dat Jezus is opgestaan uit de dood. Verrijzenis is echter niet hetzelfde als onsterfelijkheid van de ziel of de geest. Het betekent wel dat niet de dood maar de liefde het laatste woord heeft.(...)Verrijzenis is niet alleen opstanding, maar ook opstandigheid, een protest tegen de vernietiging van de mens. (...) Daarom schiet voor christenen artikel 2 van de preambule van de Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) tekort :'...dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens...' Dat 'het hoogste ideaal' zich binnen deze wereld situeert, is er te veel aan, zeker in het licht van het blijkbaar onuitroeibaar verlangen van mensen en gemeenschappen in alle tijden, culturen en religies naar iets wat dit leven overstijgt en een 'liefde sterker dan de dood'. " (ibidem, blz. 196-197). Dit boek is zeker aan te bevelen om onze gedachten over menszijn en God nieuwer te maken, te her-vormen om ons te oefenen voor nieuwer tijden. Zo kunnen we onszelf ontdekken bij ons verlangen naar bewoonbare tijden. En zo we kunnen God ontdekken als een mantel veiligheid, als een open raam of zoals de Nederlandse theoloog van het jaar, pater Thomas Quartier God probeert te omschrijven als het "Open einde van je verlangen" (cfr. zijn boekje met deze titel uitgegeven bij Adveniat in 2020).

Een aantal beelden en ideeën naar aanleiding van deze enkele lijnen vind ik ook verklankt en verwoord in een kerklied, waarmee ik deze kleine reeks wil afronden.



10 februari 2022

Raam met uitzicht - 3 -

 In de twee vorige berichten op deze blog verkende ik een vers van de dichter Jos Stroobants uit het gedicht Perspectief uit de bloemlezing "Tijd opent zich als nieuwe wijn" (uitgeverij P, Leuven, 2021, blz. 155). 
De beelden en het inzicht dat ik meen te ontdekken daarin maken bij mij verbanden wakker met bijbelse verhalen. En is de Bijbel niet  bij uitstek een boekenreeks die beelden aanreikt om de tijd telkens weer bewoonbaar te maken. Wetenschap biedt inzicht in onze wereld en onze levens, maar inzichten alleen maken onze tijd nog niet bewoonbaar. Verhalen reiken zuurstof aan, zeker de Bijbelse verhalen via de rijke variatie aan beelden.  Openheid versus geslotenheid, bescherming versus onbeschermd leven en altijd weer vernieuwen...
Het eerste beeld dat de dichter ons aanreikt als poging om de tijd bewoonbaar te maken is dat van een mantel.
In de Bijbel zien we twee verschillende manieren waarop een mantel ter sprake wordt gebracht. De mantel als elementaire bescherming van  onze naaktheid en de mantel als sociaal symbool en teken. Ik neem hier telkens de vertaling van de Naardense Bijbel.
De mantel staat voor de kleding van de mens die zich zo probeert te beschermen tegen de natuurelementen. Volgens Genesis 3,21 maakt God zelf voor de eerste mensen "mantels van huid en kleedt hen aan" net voor hij hen verdrijft uit de hof van Eden.
(De dronkenschap van Noach
Bernardino Luini ca. 1510-151
Brera collectie Milaan)

 In Genesis 9 wordt verteld over de zondvloed en hoe daarna Noach een wijngaard aanplant, zich dronken drinkt en naakt in zijn tent zijn roes uitslaapt. Zijn zonen Sem en Jafet dekken hun vaders naaktheid toe met een mantel, terwijl hun broer Chaam alleen maar vaststelt en niets doet om zijn vaders naaktheid te bedekken. In het boek Exodus worden tijdens de woestijntocht regels opgemaakt voor het sociale leven van het Joodse volk.  Bij het lenen van zilvergeld aan een arme lezen we dan : "Als je als pand de mantel van je naaste te pand neemt : voor de thuiskomst van de zon zul je die naar hem laten terugkeren; want dàt is zijn bedekking, dàt alleen; dàt is zijn mantel voor zijn huid; waarin zal hij anders slapen? " (Ex. 22,25-26; zie ook Dt. 24,12-13). Later in de teksten van Deuteronomium komt een oproep om zich te bekeren tot een godwelgevallig leven. Volg Gods voorbeeld, zegt de schrijver : Hij is "een dader van recht aan wees en weduwe; een die een zwerver-te-gast liefheeft en hem brood en een mantel geeft" (Dt. 10,18). 
Maar in verschillende Bijbelse verhalen wordt de mantel ook tot een teken en symbool waarmee de drager zich onderscheidt van anderen.  Meestal is de mantel een teken van uitverkiezing voor een taak. Aartsvader Jacob/Israël verwekte bij meerdere vrouwen in het totaal 12 zonen maar hij "heeft Jozef liefgehad boven al zijn zonen, omdat hij de zoon van zijn grijsheid is; hij heeft voor hem gemaakt een veelkleurige mantel." (Genesis 37,3). Jacob wist het niet, maar zijn lievelingszoon zal inderdaad blijken verkoren te zijn voor de redding van zijn familie. In de organisatie van het Joodse leven zal een speciale mantel het zichtbare teken zijn van de bijzondere uitverkiezing van de hogepriesters bij de eredienst : in Exodus 28 worden de gewaden van de hogepriester beschreven met o.a. een versierde mantel.
(icoon : hemelvaart van Elia en
Elisa ontvangt profetenmantel
©Art Eindhoven)


Maar ook de profeten onderscheiden zich soms met een mantel. Elia bedekte zich met zijn mantel tijdens de Godsopenbaring voor een grot in de woestijn. "Na de aardbeving een vuur maar niet in het vuur is de Ene; na het vuur de stem van een zachte stilte. Het geschiedt als Elia dat hoort dat hij zijn aanschijn omhult met zijn luisterrijke mantel." ( 1 Koningen 19,12-13).  Na die ontmoeting gaat Elia terug naar de bewoonde wereld en hij zoekt Elisja, de zoon van Sjafat, die uitverkoren wordt tot opvolger van Elia. "Elia steekt naar hem over en werpt zijn luisterrijke mantel over hem heen". (1 Kon. 19,19). Wanneer Elia later op spectaculaire wijze naar de hemel gevoerd wordt, neemt Elisa als leerling de mantel over van Elia. Zo wordt hij de nieuwe profeet voor het volk. "En het geschiedt: terwijl zij voortgaan, gaande en sprekend, ziedaar een wagen van vuur en die maken scheiding tussen hen tweeën ; in de storm klimt Elia op ten hemel. (...) Hij heft de mantel van Elia op die van hem afgevallen is. " (2 Koningen 2,11 en 13).Ook bij latere profeten krijgt een mantel een eigen rol, meestal een mantel gemaakt uit dierenhuiden. Zo wil de profeet een teken zijn waarmee hij de onrechtmatig verkregen rijkdom aanklaagt. Dat blijkt uit een toespraak van de profeet Zacharia waarin hij een beeld oproept dat de gezondene van God zal opkomen voor ware gerechtigheid en tegen valse profeten : "Geschieden zal het te dien dage: ze zullen zich schamen, die profeten, ieder voor zijn visioen, om dat profeteren van hem; en nooit meer zullen ze voor hun huichelarij zich kleden in een harige mantel!"(Zacharia 13,4) 
Als Johannes de Doper dan optreedt, kleedt hij zich als een profeet : "Hij, Johannes, heeft zijn kleed gehad uit kameelharen, met een gordel van huid om zijn lende." (Matteüs 3, 4)
De mantel als bescherming, als veiligheid maar ook de mantel als teken van de profeet die waarschuwt tegen valse veiligheid. 
En als de tijd nu eens bewoonbaar was -
een mantel veiligheid, een open raam,
(Jos Stroobants, Tijd opent zich als nieuwe wijn, blz. 155)
Over het tweede element waarmee de tijd bewoonbaar kan worden gemaakt, een open raam, zal ik hier niet uitbreiden. Ik verwijs naar andere berichten op deze blog onder het label 'open raam'.
In een volgende bericht ga ik verder met de volgende lijnen van het gedicht van Stroobants.

4 februari 2022

Raam met uitzicht - 2 -

Zoals in het vorige bericht op deze blog aangegeven ga ik nog even dieper in op het derde deel van het gedicht "Perspectief" van de Leuvense dichter Jos Stroobants, dat ik onlangs mocht ontdekken in de bloemlezing "Tijd opent zich als nieuwe wijn" (uitg. P, 2021, blz. 155).
Dat derde deel begint met een verzuchting, een verlangen.
En als de tijd nu eens bewoonbaar was -
Voor de dichter is de tijd blijkbaar niet bewoonbaar. Het leven in de tijd is niet zo gemakkelijk, de eindigheid, het aflopende leven, de beperkingen van het mens zijn wekken een unheimlich gevoel, een ervaring van niet echt op zijn plek zijn, van niet thuis kunnen komen. Maar hij verzucht: als de tijd nu eens bewoonbaar was... een gedachtenstreep geeft even adem en dan denkt de dichter in beelden verder over wat bewoonbaarheid inhoudt, wat thuiskomen kan betekenen.
een mantel veiligheid, een open raam,
Veiligheid blijkt het eerste waar de dichter aan denkt bij 'bewoonbaar' zijn en die veiligheid wordt voor hem verbeeld in een mantel. Deze veiligheid via een mantel is geen indrukwekkende zaak want een mantel houdt even koude en regen tegen, maar houdt geen messteek of kogel tegen. Maar toch, een mantel bedekt onze naaktheid en schamelheid, kan ons helemaal omvatten zoals mantelzorgers proberen hun zieke of oude familielid of vriend beschutting en veiligheid te bieden. Een mantel veiligheid : een broze beschutting om de tijd die ons gegeven is bewoonbaar te maken.
Naast veiligheid heeft de dichter ook nood aan uitzicht: een open raam. Het huis van ons leven wordt pas bewoonbaar als er ramen zijn die openheid bieden. Er is méér dan mijn eigen leventje. Ik heb andere mensen nodig, ik heb een uitzicht nodig op méér dan mijn besognes. De mantel en het raam geven ook aan dat we aan onszelf niet genoeg hebben : de anderen en het andere zijn tegelijk een gevaar waartegen we ons willen beschermen en een perspectief op meer leven. Dat brengt de dichter tot een algemenere beschouwing.
een oefenplaats voor telkens nieuwer tijd
in nieuwer mensen, en aan ons voorbij?
Die broze mantel die veiligheid biedt en dat open raam dat licht binnenlaat en uitzicht biedt is volgens de dichter slechts een oefenplaats om onszelf als mens telkens weer te vernieuwen, om onszelf te overstijgen, aan onszelf voorbij... De tijd ons gegeven tot een bewoonbare ruimte maken is altijd maar tijdelijk, altijd maar proberen, altijd maar zoeken naar nieuw uitzicht. Dat denkt de dichter maar helemaal zeker lijkt hij niet. Dit kwatrijn eindigt dan ook met een vraagteken.
En als het lukt om tijd bewoonbaar te maken, dus om onze wereld meer leefbaar te maken, wat levert dat dan op? Zeker is de dichter niet, maar tussen haakjes geeft hij wel perspectief. De stelligheid van de titel van het gedicht krijgt in de laatste regels van elk deel een voorlopig antwoord, een antwoord tussen haakjes. En bij dit derde deel van het gedicht klinkt het voorlopige antwoord als volgt :
(We woonden vrijer dan, we spraken helder,
en we vloeiden in elkander over.)
Als we er zouden in slagen om veiligheid te creëren voor onszelf en voor anderen en om in openheid te leven naar anderen/de Andere dan zou er vrijheid zijn, helderheid en verbondenheid. Dan zouden we leven aan de Utopia voorbij, zoals de dichter meegaf naast de titel van dit vers.
De beelden in deze enkele lijnen roepen bij mij een en ander wakker, maar daarover meer in een volgende blogpost.

29 januari 2022

Raam met uitzicht -1-

 Soms vraag ik mij af : waartoe deze blog? 
En dan kreeg ik enkele dagen geleden vanuit onverwachte hoek een antwoord. In 2021 verscheen in de Parnassusreeks van uitgeverij P (Leuven) het nummer 22 met een keuze uit het poëtisch werk 1979-2021 van de Leuvense dichter Jos Stroobants met als titel Tijd opent zich als nieuwe wijn.
De voorbeschouwing van Dirk de Geest is een goede gids om deze bloemlezing te verkennen. Het thema 'tijd' uit de titel is inderdaad een terugkerend motief doorheen deze bundel. De gedichten van Stroobants sluiten aan bij een traditie, "die slechts het startpunt vormt om op zoek te gaan naar een algemenere poëtische werkelijkheid en waarheid. Het op die manier verworven inzicht wil de dichter vervolgens delen met zijn publiek." (Dirk de Geest, blz. 8)
Zo schrijft Stroobants een drieledig gedicht met als titel "Perspectief" (blz. 155). De traditie en de tijd als twee rode draden in het werk van Stroobants komen in het gedicht "Perspectief" samen.
Onder de titel vermeldt hij een belangrijk werk uit de traditie : aan Utopia voorbij. Dit vers verscheen in de bundel "Brievelings Dievelings Lievelings" in het jaar 2018. In 2016 was uitvoerig herdacht dat Thomas More zijn boek 'Utopia' vijfhonderd jaar eerder had gepubliceerd bij Dirk Martens in Leuven (de geboortestad en thuisstad van Stroobants!). In 'Utopia' beschrijft de humanist More zijn onvrede over het toenmalige Engeland en verzint hij een ideale staat (Utopia). De staat Utopia is de heilsstaat van de toekomst. Maar Stroobants schetst in zijn gedicht een perspectief voorbij Utopia, voorbij die ideale staat. Hij doet dat in drie deeltjes die telkens bestaan uit een kwatrijn, dat begint met de woorden 'En als...' en dan twee lijnen die tussen haakjes een voorwaardelijke toekomst schetsen als de 'als' waarmee het kwatrijn begint gerealiseerd zou worden. Dit poëtische spel met woorden en werkwoordtijden benadrukt de breekbaarheid van het gegeven perspectief. 
Het derde deeltje uit het gedicht sluit aan bij de titel én de strekking van deze blog. Lees maar...
(eigen foto
Gezellemuseum Brugge
april 2010)



PERSPECTIEF
              aan Utopia voorbij

En als de tijd nu eens bewoonbaar was -
een mantel veiligheid, een open raam,
een oefenplaats voor telkens nieuwer tijd
in nieuwer mensen, en aan ons voorbij?

(We woonden vrijer dan, we spraken helder,
en we vloeiden in elkander over.)

In een volgende post wil ik deze verzen nog even herkauwen. Maar in ieder geval voelt dit vers aan als een uitdrukking van wat deze blog voor mij betekent. 

7 maart 2020

Een open raam : zoeken naar uitzicht : meer dan een gat in de muur.




Het spreken van God wordt door de psalmist vergeleken met het creëren van openheid, zoals ik Benoît Standaert heb aangehaald in mijn blog van 12 februari laatst.
Het beeld van een raam verwijst naar onze manier van wonen. We wonen niet meer als nomaden in tenten, maar we hebben ons ergens genesteld en een huis gebouwd. En in zo'n huis is er doorgaans minstens één raam. In de sloppenwijken overal ter wereld vinden we evenwel huizen waar géén enkel raam is, alleen een gat als én deur én raam. De beelden van de 'railway market' in Dakkah (de hoofdstad van Bangladesh) uit het programma "Reizen Waes" blijven mij bij: dat is wonen op zijn 'smalst' en mensonwaardig. ( zie link : van 6min.52 tot 10 min.15) cfr. https://www.dailymotion.com/video/x5ha2wr.


(uitzicht uit kamer in de chambre d'hôte Ombres
in Baulne-en-Brie ; 7/9/2019)
Maar terug naar onze eigen situatie: onze huizen hebben ramen (gelukkig maar). Over de functie van ramen las ik een bespreking van een boek over het werk van architecte Marie-José Van Hee door Koen Van Synghel in De Standaard van 6 januari 2020.
Van Synghel schrijft er dit: "Zoals alle huizen van Van Hee spoelt het daglicht binnen via ramen in alle maten en gewichten. Een raam is nooit alleen een gat in de muur, maar een ruimte, een plek waar je tussen binnen en buiten kunt stilstaan, bij het leven en bij de zin van het bestaan."
Een raam verbindt binnen met buiten...Zo ook hebben  Bijbelse woorden de potentie in zich om te verbinden, om onze innerlijke zintuigen aan te spreken en te openen voor die Andere die de grond en zin van ons bestaan is.  Bijbelse woorden willen ons innerlijke verbinden met de werkelijkheid van de Andere buiten ons en willen ons zo een 'heler' mens maken.
Alleen wij moeten nu willen open staan voor die Andere.

2 maart 2020

Een open raam : zoeken naar uitzicht : wortelen in het ongewisse


God, wie of wat Hij ook is, is er en Hij kan aan een mens gebeuren, als een vraag, als een onrust, als een andere manier van kijken, als een ongewisheid, als een voorgekauwd idool die behangen wordt met alle puberale oorzaken van onvrijheid...
Tot een raam opengaat en we ontdekken hoe Anders Hij is, een en al raadsel en niet een stoplap, niet een filosofisch principe.
"Op een dag komt de zon op en de ochtendwind brengt je een woord als een venster, een woord als een deur, dat de zon, de smaak van zand en woestijn, het ritme van een rivier en het ruisen van het graan, de diepte van een herinnering en ook de onrust laat binnenkomen. (...)
Op een dag is er een woord dat, een zin die je verandert en je hebt maar één zorg, dit ongehoorde en onverwachte delen, vertellen, duidelijk maken, laten resoneren. " (Marc-Alain Ouaknin, God en de kunst van het vissen, Lannoo, 2016, blz. 74-75)

Wat is het pijnlijk om te zien hoeveel mensen zichzelf opsluiten en hun ramen niet kunnen of durven opengooien. Ze weten wie ze zelf zijn, ze weten wie de anderen zijn, ze weten wie de Andere is of dat denken ze toch.  De zon en de smaak van de woestijn, de herinnering en de onrust laten ze niet binnenkomen. Als we de wetenschappers mogen geloven, dan is alles binnenkort maakbaar en beheersbaar. Als we de politici mogen geloven, dan moeten we streven naar maximale veiligheid (wat dat ook moge betekenen). Als we banken mogen geloven, dan kunnen we ons indekken voor alle risico's (als je maar genoeg geld hebt natuurlijk).
Maar God en geloof zijn geen verzekeringsproducten of pasklare handleidingen voor een gerust leven, ze willen juist de mens laten wortelen in het ongewisse. Zoals de bloem opmerkt aan de kleine prins: "De mensen? ...Je weet nooit waar je ze kunt vinden. De wind jaagt ze in het rond. Ze hebben geen wortels, dat is erg lastig voor ze." (Antoine de Saint-Exupéry, De kleine prins, hoofdstuk XVIII)
Vanuit het raam van Gods woord worden we uitgenodigd onszelf te wortelen in het ongewisse van een Liefde die zo anders is dan wat we kennen en kunnen.

24 februari 2020

Een open raam: zoeken naar uitzicht - Oosterhuis


De Amsterdamse dichter Huub Oosterhuis (°1933), ex-jezuïet en ex-priester, heeft heel zijn leven gezocht om de Bijbelse teksten dichter te brengen bij de Nederlandse taalgemeenschap van het einde vorige/begin deze eeuw. Hij zocht om dicht te blijven bij de inhoud van de teksten én tegelijk een mooie poëtische en hedendaags klinkende Nederlandse tekst te bezorgen. Zo heeft hij meerdere keren de psalmen vertaald. 
Net na het Tweede Vaticaanse Concilie werkte hij mee aan de vertaling van vijftig psalmen die hij omzichtig presenteerde als: "Proeve van een nieuwe vertaling door Huub Oosterhuis en Michel van der Plas in samenwerking met Pius Drijvers en Han Renckens".
Deze ondertitel bij "Vijftig psalmen" (uitg. Ambo 1967) toont hoe een select gezelschap én exegetisch én poëticaal verantwoord te werk wilt gaan. En dan, 45 jaar later, in 2011(uitg. Ten Have) biedt hij een nieuwe vertaling aan, alleen en zoals de titel aangeeft in grote vrijheid: "150 psalmen vrij".
Daar wordt vers 130 vertaald als: "Uw woord, een open raam waar licht uit schijnt: onwetende mensen zien en begrijpen." (Ten Have, 2011, blz. 212). 
De associaties die Benoît Standaert aanreikt vinden we hier ook terug: openheid, woord, onwetenden begrijpen. 
Deze cluster aan betekenissen wordt de basis van deze verdere verkenning.

16 februari 2020

Een open raam: zoektocht naar uitzicht. - De tien woorden

In de katholieke traditie spreken we van de tien geboden die God aan Mozes heeft gegeven op de berg Sinaï. Andere tradities spreken hier over de tien 'woorden'. 

Het is zeker dat de schrijver van psalm 119 geworteld is in de Joodse traditie. Er is in deze psalm een opvallende knipoog naar deze tien woorden doordat de dichter bij herhaling tien verschillende zelfstandige naamwoorden gebruikt in de 22 groepen van acht verzen. 
(©NRC)

Naast het spel met de verwijzing naar een begrip of ding via een Hebreeuwse letter en naast de opbouw als acrostichon is dit een derde spel-element die deze psalm tot een onuitputtelijke bron van interpretatie en geestelijk genot maakt.


Hier volgen de tien woorden volgens de herziene Statenvertaling met hun aantal vermeldingen in deze psalm en het Hebreeuwse woord cursief :
de weg (of handel en wandel)     *derek*          13x  
getuigenis                                    *eduwth*       23x
bevel(en)                                      *piqquwd*    21x
gebod(en)                                     *mitsvah*     22x
belofte                                          *imrah*        19x
wet                                               *torah*         25x
bepaling(en)                                 *mishpa*      23x
gerechtigheid                                *tsedeq*       15x
verordening(en)                            *choq*         22x
woord                                           *dabar*        24x

Het is dan ook zeer te begrijpen voor welke uitdaging elke vertaler staat om deze zo doordacht gecomponeerde psalm passend over te brengen naar een andere taal. De Naardense bijbel probeert zo dicht mogelijk en zo consequent mogelijk de Hebreeuwse grondtekst te vertalen, maar via de Nederlandse woordenlijst van hierboven merk je hoe andere woorden worden gebruikt. Sla er andere vertalingen op na en er komen telkens weer andere woorden. 
Bijbelteksten lezen wordt dus pas echt boeiend als je meerdere versies naast elkaar legt. 
En binnen deze speeltuin van psalm 119 vond ik een vers dat telkens weer tot nieuwe ideeën uitnodigt.

10 februari 2020

Een open raam: zoektocht naar uitzicht - Letterspel Psalm 119


Zoals gezegd is de Psalm 119 waaruit ik de titel van mijn blog heb gekozen een bijzondere compositie, een intellectuele en spirituele speelplaats. Elke verzengroep van 8 begint met telkens een volgende letter in het alfabet. Het blog-vers lezen we in de 17de verzengroep, dus beginnend met de 17de letter van het oud-Hebreeuwse alfabet nl. Phê.
(Van Eyck : zingende engelen
zijpaneel Lam Gods)
De Benedictijnerexegeet Benoît Standaert schrijft hierbij: " De letter phê roept spontaan woorden op zoals 'mond'(pî) en 'openheid'(patah) en 'gelaat'(panah). En inderdaad, in heel deze strofe komt licht binnen, is er openheid, beleeft men een verademing want we proeven er de aparte relatie tussen mijn mond en uw spreken in, tussen mijn verwachtingen en uw stralend gelaat, naar mij toegekeerd." (uit: Leven met de psalmen. Deel III, blz. 407).
En Standaert vervolgt dan over het specifieke vers 130, dat voor een deel de titel is van mijn blog : "Zeer beroemd is het vers 130, op vele wijzen in ons taalgebied vertaald: 'uw woorden zijn de poorten naar het licht', of nog, 'als uw Woord opengaat wordt het licht, het schenkt onwetenden inzicht.' In het Hebreeuws is er daarbij nog een woordenspel tussen het eerste en het laatste woord van de zin: petah('gaat open') en petayim ('de onwetenden'). "(ibidem). 
Het psalmvers 130 heeft het dus over kennis, licht, openheid voor de Andere, aangesproken worden. Deze associatieketting vertrekt vanuit die 17de letter van het alfabet, phê, 'mond'. Het is ook deze associatieketting die de rode draad vormt van deze blog.

4 februari 2020

Een open raam: zoektocht naar uitzicht. Psalm 119


Zoals ik bij het opstarten van deze blog heb aangegeven, kan ik mij vinden in vers 130 uit psalm 119 (zie label: aanhef en opzet). In de loop van de voorbije twee jaar en 9 maanden heb ik gaandeweg ontdekt hoe dit beeld van het open raam een veelheid aan associaties, speculaties en verbeeldingen wakker maakt (of gemaakt heeft) bij filosofen, exegeten, theologen, schilders, dichters, en dies meer. In deze en eerstvolgende posts wil ik met jou enkele van deze ontdekkingen delen.
Maar eerst even iets over de psalm waaruit dit vers komt. Over de plaats en betekenis van psalmen kan je ook lezen in het nieuwste nummer van het tijdschrift "De Kovel" (nr. 61), waarin ik bijdragen heb geschreven over hedendaagse toonzetting van psalmen en over de verbeelding van psalmen in de hedendaagse beeldende kunsten. 
Maar dus nu over psalm 119 waar ik de titel van mijn blog heb gevonden: deze psalm is een van de meest bijzondere psalmen, een buitenbeentje wat betreft lengte en opbouw.  
Benoît Standaert osb zegt over deze psalm : "De langste van alle 150  psalmen is een spel. Hier wordt gespeeld met letters, woorden, begrippen binnen een veeleer streng, zelf opgelegd kader(...)Nagenoeg elke letter dekt bovendien in het Hebreeuws een heel concreet begrip. (...)De tweeëntwintig letters omvatten de hele kosmos en de hele Torah. Tussen God en mens zijn er slechts die tweeëntwintig letters. God zelf kan er niet buiten, zo leert een rabbijns gezegde. " (uit: Leven met de Psalmen Deel III, blz. 372 passim).
Deze Psalm is een acrostichon of alfabetpsalm, dwz dat elk vers (of hier elke groep van 8 verzen) begint met de volgende letter van het Hebreeuwse alfabet. De psalm telt dus 22 x 8 verzen. 
In onderstaand schema zien we het Hebreeuwse alfabet (eerste kolom) met de naam van de letter (kolom 5) en dan in kolom 6 het begrip dat daarbij hoort, én in de laatste kolom zien we ook hoe een rekenwaarde wordt gegeven aan elke letter. 




Dus, kiezen voor een vers uit deze Psalm is binnenstappen op een bijzondere speelplaats.

20 mei 2017

Uw Woord, een open raam

Als titel voor deze blog heb ik gekozen voor een vers uit het bijbelboek Psalmen, nl. uit de langste psalm, 119 het vers 130.

In de vertaling van Ida Gerhardt en Marie Van der Zeyde staat er:
Als uw woord opengaat wordt het licht:
het schenkt onwetenden inzicht.
Deze versie heb ik gedurende vier jaar wekelijks gezongen toen ik in de abdij Sint-Sixtus zocht of mijn levensweg die monastieke weg zou zijn. Dat bleek niet, maar het was een zeer leerrijke periode in mijn leven die een blijvende stempel heeft gedrukt.

De bijbel lezen is niet zo simpel en het helpt om meerdere vertalingen naast elkaar te leggen om zo beter tot bij de betekenis van een woord, een zin of een passage te komen. Dus ook bij dit vers leg ik andere versies naast de versie van Ida Gerhardt.

In het Frans heb je de Bible de Jérusalem die hier vertaalt:
Ta parole en se découvrant illumine, et les simples comprennent.
Se Découvrir betekent: zich blootgeven, zich laten kennen. Terwijl uw woord zich blootgeeft, zich laat kennen ...
Bij André Chouraqui in zijn eigenzinnige bijbelvertaling lezen we in het boek 'Louanges' (dit is zijn vertaling van: psalmen) het volgende, wat goed aansluit bij de Bible de Jérusalem en bij de vertaling van Gerhardt:
L'ouverture de tes paroles illumine, elle fait discerner les niais.

Huub Oosterhuis, die zijn leven lang zich heeft laten aanspreken door de psalmen hertaalde dit vers in zijn "150 psalmen vrij" als volgt:
Uw woord, een open raam waar licht uit schijnt: onwetende mensen zien en begrijpen.

In deze blog wil ik sporen van Zijn licht die ik ontwaar doorheen het raam van mijn leven delen met jou.
Ik wil open staan om de totaal Andere te ontdekken in muziek, woord, beeldende kunsten, film, mensen en gebeurtenissen. Ik wil proberen minstens éénmaal per week iets te publiceren op deze plaats. Reacties altijd welkom.