Posts tonen met het label boek exodus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boek exodus. Alle posts tonen

6 april 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 7 -

 


Hoe we kunnen luisteren wil ik verder nog exploreren aan de hand van het boek Luisteroefeningen. Over aandacht en ontvankelijkheid van de filosofe Miriam Rasch (uitg. De bezige bij, Amsterdam, 2024, 222 p.). Als filosofe gaat Rasch te rade bij collega's, zoals ook bij de Russische literatuurcriticus en filosoof Mikhail Bakhtin (1895-1975) die bekend is om zijn 'dialogisme'. Daarin stelt hij dat alles en iedereen slechts kan begrepen worden door hun relaties met anderen. "De relatie tussen zelf en ander krijgt bij Bachtin een literaire glans. Uitwisseling is volgens hem niet beperkt tot mensen maar is inherent aan de taal en aan het denken zelf, aan bewustzijn. We ademen de ander in, de cultuur, de geschiedenis, de woorden. En ademhaling is geen transmissie, maar eerder een holistisch of atmosferisch spel. Het andere stroomt in mijzelf, en ikzelf stroom uit naar de buitenwereld. Het is een gebeuren in de tijdruimte, een beweging en een voortschrijden. Het woord dat ik uitadem is altijd al ingeademd, aldus Bachtin. " (a.w. , blz. 93).
(Michael Bahktin - ©Wikipedia)

Omdat taal, denken, spreken en luisteren voor hem altijd een sociaal fenomeen zijn stelt hij ook dat er niet zomaar één stem bestaat, maar dat alles polyfoon of meerstemmig is. Er is in onszelf een innerlijk zeggen (niet één innerlijke stem) waarin steeds andere stemmen mee murmelen. "In plaats van een lineair model hebben we te maken met een kluwen, als een bolletje wol waar de poes mee heeft gespeeld." (a.w. blz. 94). "Zo'n kluwen aan relaties betekent ook dat er sprake is van een machtsdynamiek. Sommige stemmen klinken luider dan andere, naar de een luisteren we wel en naar de andere minder. (...)Maar even belangrijk is het dat de stemmen die in zo'n kluwen worden gesmoord niet voorgoed verdwijnen. Meerstemmigheid brengt een inherente rebellie met zich mee." (a.w. blz. 95). Het spel van de meerdere stemmen zorgt voor een voortdurende beweging waarbij iedere stem verlangt gehoord te worden. "Als je verlangt van de ander, daarboven of hierbeneden, dat meerstemmigheid de ruimte krijgt, dan zul je dat zelf ook moeten betrachten. Niet per se door te spreken, maar door die ruimte te openen. 
Subversiviteit betekent ook dat dat wat niet in de hokjes past zich mag uitleven. (...) Het is dat wat een sluitend systeem onmogelijk maakt. Het 'exiled excess', kun je zeggen, krijgt daarmee een centrale rol. Of beter gezegd: een decentrerende rol, want dit overschot - het verontreinigde, onverstaanbare, vervreemdende, ofwel niet-totaliseerbare- zit overal. In mij, in de ander en in de taal die we gebruiken."(a.w., ibidem). 
Bakhtin stelt in zijn dialogisme dat er geen laatste woord bij een dialoog. "Wat niet wil zeggen dat er volgens hem van begrip en gemeenschap geen sprake kan zijn. Sterker nog, het dialogische principe maakt begrip en gemeenschap levend. Maar zodra een dialoog een conclusie krijgt, houdt hij op dialoog te zijn. Hij is oneindig of hij is niet, zoals de mens dat is, zoals de meerstemmige veelheid van mensen dat moet zijn.
Alles goed en wel, maar hoe breng je dat in de praktijk? Bij Simons [Anton Simons, filosoof die Rasch eerder aanhaalde] vond ik een intrigerende stelregel die ik graag tot motto verhef: 'Overal waar de wetenschap verklaart', schrijft hij, en 'het onbekende terugbrengt tot het bekende, gaat Bachtin juist andersom te werk. De eenheid van het werk wordt uitgeleverd aan de veelheid van krachten.' Andersom, dat wil zeggen: het onbekende wordt niet teruggebracht tot het bekende, maar het bekende tot het onbekende. Is dat niet waar het om gaat bij luisteren, of het nu leeg is of vol? Het bekende terugvoeren op het onbekende." (a.w., blz. 96)
In de Bijbel zijn er vele situaties waarin iemand van het bekende wordt weggeleid naar het onbekende. Ik denk aan Mozes bij de brandende braamstruik (zie een van vorige berichten)(Ex. 3,1-6). Ik denk aan Jezus die in zijn dorp waar hij opgroeide het woord neemt in de synagoge en waar de toehoorders in hem alleen maar de zoon van de timmerman konden zien (het onbekende werd teruggebracht tot het bekende) (Lc. 4, 16-29 of Mt. 13, 54-58). Of ik denk aan de Emmausgangers die uit hun 'bekende' verhaal werden weggerukt naar een onbekende oneindige openheid (Lc.24,13-51).

Wat ik onder anderen meeneem van Bakhtin (via Rasch) is dat, eenmaal we het geklop hebben gehoord en hebben open gedaan, we uitgenodigd worden tot een dialoog zonder einde, een dialoog die ons hart en bestaan voedsel geeft : 'Ik zal met hem maaltijd houden en hij met mij.' (Apoc. 3,20) 

11 maart 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 2 -

 

Hoe kunnen we horen als er aan de deur van ons hart wordt geklopt en er iemand ons van de andere kant vraagt om binnen te mogen komen?

Ik hoor en zie dan mensen verwonderd denken : hoe weten we dat God aan onze hartendeur staat? Die oude man met de lange witte baard? Die hippie met lange haren, een lange baard, op sandalen en met een lang Midden-Oosters gewaad? Ik maak er even een karikatuur van, maar daarmee proberen we er onderuit te komen. Daarom ga ik even ten rade in de Bijbel waar God vaak tot de mens spreekt, en voor een betrouwbare lezing laat ik mij leiden door Roger Burggraeve en zijn boek : Hoog tijd voor een andere God. Bijbels diepgronden naar de ziel van ons mens-zijn. (Uitg. Davidsfonds,2015).
In de eerste bladzijden van het boek waarschuwt hij de lezer : "We mogen deze teksten dus lezen als een literair genre met een bepaalde stijl. We moeten wel op zoek gaan naar de boodschap die zich manifesteert doorheen een menselijke vorm. We kunnen niet voort zonder de lezer en degene die interpreteert. In het besef dat we iets uitleggen dat niet van ons komt. Zonder interpretatie licht de boodschap niet op." (o.c. p.17) 
Hij wijst op de poëtische en spirituele lagen die altijd meeklinken in Bijbelse verhalen. Bijbelse teksten louter letterlijk lezen gaat volledig voorbij aan waartoe ze opgetekend zijn. Hij citeert hierbij zijn geliefkoosde filosoof Emmanuel Levinas : "De idolatrie bestaat erin de tekst te herleiden tot gebeurtenissen en anekdotes die door individuen uit het verleden beleefd werden, in plaats van er de profetie voor mensen in te proeven, namelijk de geboorte van een boodschap voor allen, dus de stem van God die in haar extreme directheid allerlei kronkelpaden volgt..."  (o.c. p. 19) 
Via interpretatie komen we op het spoor van het Woord van God, dat tot inwendige heiligheid leidt.

Maar hoe klopt God aan de deur van ons hart? Daar schrijft Burggraeve boeiende zaken wanneer hij bespreekt hoe God zich aan Mozes openbaart in de brandende doornstruik in de woestijn (cfr. boek Exodus hfst.3). 
(schilderij van Herman Falke scj 
©heilige willibrord deurne.nl)

De figuur van Mozes is in zekere zin een heel moderne figuur, een mens met vele identiteiten. Geboren Hebreeër, aangenomen Egyptenaar (na de vondst van het mandje door een Egyptische prinses) en schoonzoon van de nomadische priester Jetro. Mozes ziet bij een bezoek aan de bouwplaats waar de Hebreeërs dwangarbeid verrichtten hoe een Hebreeër wordt neergeslagen. In een impulsieve reactie doodt Mozes op zijn beurt de Egyptische opzichter. Daarom vlucht hij de woestijn in. Daar in de woestijn bouwt hij een nieuw leven op en huwt er een vrouw uit het nomadische volk van Midjan. Hij laat er zijn Hebreeuwse en Egyptische verleden achter zich tot hij geconfronteerd wordt met een ongewoon natuurfenomeen : "Mozes hoedde de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan. Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn en kwam hij bij de berg van God, de Horeb. Toen verscheen hem de engel van Jahwe, in een vuur dat opvlamde uit een doornstruik. Mozes keek toe en zag dat de doornstruik in lichterlaaie stond en toch niet verbrandde." (Ex. 3,1-2)
Burggraeve zegt hierover : "Jahwe wordt hier voorgesteld als het ambetante geheugen van de mens. Mozes heeft zijn verleden willen verdringen, maar er is iets blijven smeulen dat nu opflakkert. Het brandende braambos is de veruitwendiging van een innerlijk vuur. Het was al aanwezig toen hij de Egyptenaar doodde, maar was daarna weer gedoofd. God is de ziel, het inwendig vuur van de mens, de Oneindige die zich in het eindige nestelt, die de mens tot in zijn ingewand omwoelt." (o.c. blz. 168-169)
Hoe klopt God aan onze deur? Via onder anderen ons ambetante geheugen...


22 april 2023

Huub Oosterhuis - voorbij alle woorden - 2 -

 De Nederlandse dichter en theoloog Huub Oosterhuis heeft op Pasen 2023 zijn Pascha-moment beleefd: zijn doortocht door de dood naar de ontdekking van ... Van wie of wat?
In wat hij noemde 'een bijbels opstel' heeft Oosterhuis nagedacht over leven en dood en over 'leven na de dood'. 
Hieruit een klein citaat :
"Wat heeft de bijbel ons te melden? Een naam. De Naam. En eigenlijk niet meer dan dat. En nu moeten we maar zien of dat genoeg is, of wij daar genoegen mee kunnen nemen, daar zoveel kracht en toekomst in vinden dat het ons moeizame alledaagse leven verandert. Die naam luidt: Ik zal er zijn.

De bijbel is een levensleer in de vorm van een verhaal. Het verhaal van de Naam is het verhaal van een weg die door mensen gegaan wordt: van slavenhuis, angstland, naar vrijheid, goed en wijd land, van dood naar leven, van leven dat geen leven is, naar volheid van leven, eeuwig leven.  (...)
'Geloven' is in Israël: weten waar je aan toe bent. Je bent niet toe aan een hemel, een hiernamaals. Je bent toe aan God. En die is zo dichtbij, en zo ver weg, als mensen voor elkaar dichtbij en ver weg zijn.(...)
(Huub Oosterhuis ©NRC)

Liefde is zijn Naam. Die Naam laat alle droomgezichten en gedichten, alle hiernamaalsvisioenen achter zich. Beelden en gelijkenissen, parabels en liedjes waarin wij onze hoop levend houden op een hoogstpersoonlijk voortbestaan-na-de-dood: ze mogen wel, ze verwarmen ons hart. Maar ze zijn niet Hemzelf. Ze zijn 'voorhoven des Heren'. Hij zelf is in Zijn Naam: 'Ik zal er zijn, voor jou'. Wanneer? Nu. In alles wat je leeft, op heel die weg van dagen die je gaan moet. In jezelf, en in anderen. In de liefde, de volharding, de trouw tussen mensen, in goede en in kwade dagen. En morgen zal het weer nù zijn. Zal dat ooit eindigen? 
'Opstanding uit de doden' en 'eeuwig leven' zijn omschrijvingen van de Naam. Hun eerste betekenis is: dat Hij ons nu, in dit leven, trouw zal zijn. Hun tweede betekenis is: dat Hij ons in de dood nog kent."
(uit: Oosterhuis, Huub, En ik zag: een nieuwe wereld. Proeven van bijbelse prediking., uitg. Amboboeken, Baarn, 1984, blz. 306 e.v. passim)

28 oktober 2022

Op zoek naar licht in donkerwordende dagen -2-

 De foto's van Yael Martinez worden in het Magazine uitgegeven bij gelegenheid van Bredaphoto Festival een fotografisch essay genoemd over veerkracht. (Zie ook deze blog bericht van 22 oktober)
De perforaties laten licht doorschijnen en dat doet mij denken aan het evangelieverhaal van de transfiguratie of gedaanteverandering van Jezus (Matt. 17; Mc. 9 en Lc. 9) en aan de passage uit het boek Exodus waar Mozes van de berg Gods neerdaalt met de twee stenen tafelen, terwijl zijn gezicht een stralende glans had. 
Zeggen we ook niet soms over bepaalde mensen dat ze stralen van blijdschap of geluk of dat ze rust uitstralen ondanks alle tegenspoed. 
De Bijbelse verhalen die hier zijn aangegeven tonen telkens iemand die na een intens contact met God via het gebed daar als het ware iets van meedeelt puur door het zijn zelf, los van woorden of verklaringen. We kunnen lichtbrengers worden als we geworteld staan in Gods Aanwezigheid. De foto's van Yael Martinez helpen om die Aanwezigheid niet alleen te zoeken in ons hart of in de liturgie, maar ook in mensen die leven vanuit een veerkracht die onze verwondering wekt. 
(eigen foto 14 september 2022
Yael Martinez : uit de reeks Firefly)


26 februari 2022

Voorbode voor Pasen

 
(eigen foto 20 februari 2022
paaslelies in de tuin)
Straks, op 2 maart, begint de kerkelijke voorbereidingstijd voor Pasen met de viering van Aswoensdag. Op 17 april dan vieren we het Paasfeest. In de volksmond worden narcissen ook vaak 'paaslelie' genoemd, maar dit jaar zijn de eerste narcissen eind februari al volop in bloei. Als het eenmaal Pasen wordt zullen ze al allemaal uitgebloeid zijn. De paaslelies zijn dit jaar veeleer een verre voorbode voor Pasen.


In de gedichtencyclus 'De Goede Week' (voor het eerst gepubliceerd in 1978 in de bundel "Dorp zonder ouders" ) van Anton Van Wilderode (1918-1998) lezen we hoe de mens zich voorbereidt op Pasen door ook zijn tuin 'op zijn paasbest' te zetten. 

4.
Het tuinpad opgeharkt, met koele handen
geniepig gras en onkruid uitgetrokken,
de laatste galm vernomen van de klokken
en uitgekeken over akkerlanden
vier zwaluwen gezien die nog niet zaten.
In graspollen en perken vurig open
paaslelies met haar kelken van geel koper.

De haard gedoofd, het water afgelaten,
reisvaardig in de deur van de verlosten,
het avondrood als pascha aan de posten.

(uit: Anton van Wilderode, Verzamelde gedichten, uitg. Lannoo, 1987, blz.259)
De laatste drie lijnen verwijzen naar het verhaal van Exodus wanneer de Joden definitief vertrekken uit Egypte, hun vuren doven en het bloed van het paaslam smeren aan de deurposten. (zie boek Exodus hoofdstuk 12).
Pasen is nog veraf, maar de paaslelies brengen dit gebeuren toch al dichterbij.

6 oktober 2021

Iconen - Icons - vroeger en nu - 2 -

 In een vorige bericht introduceerde ik de tentoonstelling "Icons" in de Brusselse Villa Empain (nog tot half november). 
In de vroegere schermkamer hangen de meeste traditionele iconen samen, geflankeerd door het werk van de hedendaagse kunstenaar Fabrice Samyn.
Een aantal fraaie iconen uit de 16e en de 19 eeuw worden in deze verduisterde kamer getoond, mooi belicht zodat de gouden tinten helemaal tot hun recht komen. Het geheel ademt iets sacraals, tegelijk heel rijk én heel menselijk. 
Door de doordachte opstelling ontstaat in deze schermkamer een mooie dialoog tussen een deësis (ca. 1800-1835), drie titelloze werken van Samyn uit een reeks met titel "Feu l' icône en feu"(2016) en de icoon "De brandende struik" (ca. 1600).
De Deësis is een belangrijke compositie die in de Orthodoxe kerken meestal een centrale plaats inneemt op de iconostase wand die het priestergedeelte scheidt van de ruimte voor de gewone gelovigen. De Deësis bestaat uit drie figuren, centraal de Christus als goddelijke leraar geflankeerd door de Moeder Gods en Johannes de Doper.
(eigen foto)


De reeks "Feu l'icône en feu" of in het Engels vertaald als "Burning is Shining" bestaat uit panelen hout (32,5 x 25,5 cm) die verbrand werden en dan met bladgoud bekleed. Het bladgoud is als een knipoog naar de gouden achtergrond van iconen en het door brand geblakerde hout doet natuurlijk denken aan de Godsverschijning aan Mozes. In de Naardense bijbelvertaling lezen we het zo:
"Dan laat zich aan hem[Mozes] zien : de engel van de Ene in een vuurvlam uit het midden van de Sinaïdoorn; hij ziet het aan : ziedaar, de Sinaïdoorn gloeit in het vuur en de Sinaïdoorn wordt niet verteerd!" (boek Exodus hfst.3,2)
(eigen foto)


De icoon "De brandende struik" verwijst natuurlijk ook naar deze Godsopenbaring, maar ze verbindt daarin een orthodoxe allegorische uitleg van deze tekst. Het brandende braambos is zo de voorafbeelding van de incarnatie van God in Christus, waarbij Maria in haar maagdelijkheid wordt vereenzelvigd met de brandende maar niet verteerde woestijnstruik. De icoon werd omstreeks 1600 geschilderd.
(eigen foto)




9 augustus 2021

Hoe is je Naam? Shilpa Gupta

 In de Joodse wereld van de Bijbelboeken is een naam iets heel belangrijk. Een naam vat als het ware het wezen samen van de genoemde. Daarom dat de Godsnaam zoals hij aan Mozes wordt geopenbaard volgens Exodus 3,14 onuitsprekelijk is en op een bepaalde manier ook nietszeggend: Ik-zal-er-zijn (Naardense Bijbelvertaling) of Ik ben die er zijn zal (Nieuwe Bijbelvertaling). Het wezen van God is immers onkenbaar en onuitsprekelijk.
Tegelijk ontvangen een aantal Bijbelse figuren soms een nieuwe naam. Abram wordt Abraham nadat God met hem een verbond sloot en hem aanzegde dat hij de vader zou worden van een menigte van volkeren (Genesis 17,1-5) en Jacob wordt Israël (Genesis 32,29) omdat hij 's nachts met God had gestreden. En het gaat zo door tot bij de apostelen toe want Simon wordt Petrus (Johannes 1, 42).
(eigen foto)


Aan deze Bijbelse naamsveranderingen moest ik denken tijdens het bezoek aan de tentoonstelling "Vandaag zal eindigen" met een overzicht van het werk van de Indiase kunstenares Shilpa Gupta. Deze expo loopt nog tot 12 september in het MUHKA en toont daar onder anderen een installatie van vele bewerkte en ingelijste foto's met honderd verhalen van mensen die hun achternaam hebben veranderd. Telkens wordt ook heel kort aangegeven waarom de naamsverandering er is gekomen. De titel van het werk is ook duidelijk: Altered Inheritances - 100 (Last Name) Stories. Met een nieuwe naam wil iemand een bepaald verleden, een bepaalde erfenis als het ware van zich afschudden en een nieuw begin maken. Slaven
(detail - eigen foto)

willen bijvoorbeeld eenmaal vrijgekomen niet langer de naam van hun vroegere meester dragen en  noemen zich dan maar Freeman. 
Wat is mijn naam?
Hoe draag ik daarin een verleden met mij mee? 
Kan ik mijzelf vernieuwen, een andere mens worden? Hoe kan zich dat uitdrukken? Die vragen bleven hangen bij het rondwandelen in de mooie installatie van Shilpa Gupta. 
(detail - eigen foto)
 

2 juni 2021

Oefeningen in zijn

 "Ik zal er zijn zoals ik er ben!" Volgens de Naardense Bijbelvertaling was dat het antwoord van God aan Mozes op zijn vraag wat hij moet antwoorden als zijn volksgenoten vragen door wie hij is gezonden.
(Exodus 3).
Bidden is proberen aanwezig te zijn bij God. Bidden zou je kunnen omschrijven als 'oefeningen in zijn'.
En laat dat nu juist de titel zijn van een reeks van negen gedichten van Mandy Mariska Eggerding die werden gepubliceerd in de laatste uitgave van het tijdschrift "Het Liegend Konijn" (2021/1).
In die reeks verzen zoekt de dichter haar weg in het leven, zoekt ze te omschrijven wat leven kan zijn. 
Het zevende vers schrijft als het ware een soort handleiding uit over hoe je kan mediteren.

7.

Ga even zitten. Dit zijn. Ademdagen. Een. Twee.
Drie. In.

Ik vul mijzelf op tot in de uitersten. Hoor hoe. Ik ben
een beweging van lucht.

Als er iets is waarop je kunt vertrouwen dan is het dit.
Zie maar. Ook jij. Uit.
(uit: Het Liegend Konijn, 2021/1, blz. 76)

Als je het méér uitgebreid en uitgelegd wilt lezen, kan je de getuigenis en reflectie lezen van Benoît Standaert osb in het tijdschrift "De Kovel" (nr. 67, maart 2021, blz.58-66) waarin de eerste subtitels zeggen: 'Ga zitten' en 'Het bewuste ademhalen'). Bij de verschillende voorstellen vind je ook altijd terug dat je je handen open houdt op je knieën.
(©stressplein)
   Hoe dan ook, godgelovig of niet, iedereen kan zich oefenen in zijn en beginnen met twee- of driemaal daags te zitten en alleen bewust te ademen. Mochten meer mensen dit doen, dan zouden er allicht minder mensen getekend zijn door stress of geldzucht. Wie oefent om zijn handen open te houden, kan ontvangen én loslaten. Wie oefent om bewust te ademen, leert ontvangen én loslaten.

7 maart 2019

Veertig dagen examentijd...leren zoals Jezus (1)

De veertig dagen voor Pasen waren in de oude Kerk een periode van intense lering voor kandidaat-christenen. De laatste rechte lijn naar hun doopsel tijdens de Paasnacht. Ze moesten zich verdiepen in de christelijke leer en de christelijke praktijken.
De veertig dagen voor Pasen verwijzen naar de veertig dagen die Jezus doorbracht in de woestijn. Volgens Wilhelm Bruners (Hoe Jezus zelf leerde geloven, uitg. Averbode, 1989, blz.45-63) wordt Jezus door God zelf de woestijn in gestuurd, nét nadat hij zichzelf leerde kennen als Gods uitverkoren zoon tijdens het doopsel door Johannes. God zelf wil Jezus testen op zijn geloofsvastheid. Jezus ervaart hier de godsbedreiging, zoals eerder Jacob (Genesis 32,25), Mozes (Exodus 4,24), Jeremia (Jeremia 12,3), Job... Deze woestijnervaring hoort bij de geloofsopleiding van de Godgelovige. Bruners zegt daarbij ook:  "en het is ook ter wille van de mens opgeschreven, opdat wij ons geen illusies zouden maken over onze eigen geloofsweg. De joodse wijsheid weet maar al te goed dat God niet de wetsovertreders, maar de vromen op de proef stelt." (a.w. blz. 61).
Deze veertig dagen voor Pasen kunnen we dus beleven als een 'examentijd' in de voetstappen van Jezus, "dit is een tijd van meer toeleg op het bidden en grotere aandacht voor de liefde tot de naaste" (prefatie van de veertigdagentijd).
(Gustave van de Woestyne: Christus in de woestijn, 1939
Museum van Schone Kunsten Gent)
Bruner benadrukt in zijn betoog herhaaldelijk dat God zelf zijn gelovigen bekoort. "Ook wanneer de nieuwtestamentische tekst in een mythische spreektrant de duivel als verleider introduceert, blijft de idee op de achtergrond dat God zelf de zoon opvoedt en hem zijn harde leerschool laat doorlopen."( a.w. blz. 62). God ziet zijn mensen graag en kan dus niet anders dan ons vrijheid geven en vertrouwen dat wij onze weg vinden. Als we ons leven ervaren als een woestijn vol bedreigingen, mogen we dus geloven dat God zelf nabij is in die woestijn. We worden 'aangeklaagd' omdat we geloven (aanklager: Hebreeuws satan) en moeten proberen in woord en daad te antwoorden. De satan opvoeren heeft iets dubbelhartig, zoals ook laatst paus Franciscus hem opvoerde rond het pedofilieschandaal in de kerk. God geeft ons de vrijheid opdat wij van harte voor Hem zouden kiezen omwille van Hem alleen. Er komen aanklagers op onze weg die vraagtekens plaatsen bij ons geloof en het is aan ons om deze aanklagers te weerstaan. Niet de satan maar wijzelf hebben de keuze over onze levensrichting.
Hoe verwarrend deze idee ook is dat God toelaat dat we beproefd worden, het is tegelijkertijd ook een uitdagende gedachte. Ons geloof kan groeien in de woestijn van ons zijn. Die ervaring bewuster beleven is een uitnodiging voor deze examentijd naar Pasen toe. In die woestijn staan we niet alleen. Jezus is ons voorgegaan.





1 november 2018

Allerheiligen ja, maar wat is dat: heiligheid?

De katholieke Kerk viert op 1 november het feest van Allerheiligen.  Zijn dat al die 'super-mensen' of (vanuit een andere invalshoek) al die 'fanatici' die door het kerkinstituut worden voorgesteld als voorbeeld ter navolging? Tussen heel die stoet zit er nogal wat variatie zodat je jezelf de vraag kunt stellen: wat is er nog gemeenschappelijk tussen al die verscheidenheid? Wat is dat: heiligheid?

Hier neem ik graag een tekst over van de Joodse filosoof Marc-Alain Ouaknin uit zijn boekje met de poëtische titel: God en de kunst van het vissen (uitg.Lannoo, Tielt, 2016).
Zijn mijmering over heiligheid is een fragment uit het hoofdstuk "Naam van God!". Hij vertrekt vanuit een kerntekst uit het boek Exodus. Hier eerst die tekst uit Exodus, met daarna de bedenkingen van Ouaknin.

(Bill Viola: Martyrs
detail - eigen foto)
"Mozes hoedt de kudde van zijn schoonvader Jetro, de priester van Midjan. Hij drijft de kudde tot ver in de woestijn en hij komt bij de berg van God, bij de Horeb. God verschijnt in een vuur dat opvlamt uit een doornstruik. Mozes kijkt: en zie, de doornstruik staat in lichterlaaie en de doornstruik verteert niet. Mozes zegt: 'Ik zal mij afwenden om te zien wat dit grootse verschijnsel is en waarom de doornstruik niet verteert.' God ziet dat hij zich afgewend heeft om te zien en God roept hem vanuit het midden van de doornstruik en zegt:'Mozes, Mozes.' Hij antwoordt: 'Hier ben ik.' God zegt: 'Kom niet dichterbij en trek je schoenen van je voeten, want de plaats waarop je staat is heilige grond."

"De tekst brandt van betekenissen, maar wordt niet tot as herleid, wordt niet verteerd, want de betekenis is oneindig.
Elke keer kan de lezer dit 'brandend braambos' opnieuw ervaren, zeggen "hier ben ik" en een vreemd nieuw woord horen dat hem opdraagt zijn schoenen uit te doen, zijn veters los te knopen, zich te ontdoen van wat knoopt en sluit.
Dit is de betekenis van heiligheid! Niet opgesloten zijn, je niet laten opsluiten. Dan vindt de openbaring plaats. Geen openbaring van een zijn dat 'is' maar van een zijn in wording, Ik zal zijn wat ik zal zijn...
De openbaring en dat is het wonder, is die mogelijkheid om de weg te verlaten en een vraag te stellen, te zeggen: 'waarom/madoe'a', een prachtig Hebreeuws woord waarvan een van de anagrammen omeed is, wat 'recht opstaan' betekent." (God en de kunst van het vissen, blz. 143-144)

Heiligen zijn volgens Ouaknin dus mensen die zich niet laten opsluiten, die de mogelijkheid hebben aangegrepen om de weg te verlaten en een vraag te stellen. Heiligen zijn mensen die hun schoenen uitdoen: zich ontdoen van wat knelt en zich kwetsbaar op weg begeven. Mensen ook die recht opstaan: zich rechten, rechtop blijven om te zijn bij het mysterie van de ander die langs zijn weg verschijnt.

Gedachten als aanzet voor een doorleefd feest van Allerheiligen. Gedachten als prikkels tot geloven, dus tot doen.


27 juli 2018

Hoop... een kleine litanie (deel 3)

De journalist-dichter Michel van der Plas zoekt in zijn gedichten naar wie God is voor hem. Hij probeert telkens opnieuw het patriarchale autoritaire beeld van God waarmee hij is opgegroeid te corrigeren en te hertekenen vanuit zijn overdenking van Bijbelse verhalen en uitspraken.

In het derde deel van zijn gedichtenreeks Hoop verwijst hij naar meerdere bijbelpassages  De hoop is een dialogisch gegeven voor wie gelooft. Je spreekt je hoop uit naar God toe en verwacht antwoord van Hem. En zoals in de regel van Benedictus voor zijn monniken is de hoop een belangrijk werktuig van de christen. In zijn regel somt Benedictus tientallen tips, raadgevingen en geboden op, maar hij beseft blijkbaar dat een mens niet in staat is al die regels na te komen. Zijn opsomming die heel het hoofdstuk 4 van zijn regel beslaat wordt besloten met: nooit wanhopen aan Gods barmhartigheid.
Daar moest ik aan denken bij het lezen van dit derde sonnet over de hoop.

HOOP

3.

Maar hij blijft eindeloos opnieuw beginnen.
Een litanie. Hij zegt: Ik houd je vast.
En: Kom de nacht maar als mijn woning binnen
en leg je daarin neer en wees mijn gast.

Hij zegt: Want ik heb op je komst gevlast.
Geef je eens over en verzet je zinnen,
hardnekkig volk van mij. Wees me tot last
en spreek het woord waarmee je mij kunt winnen.

Zeg Onze vader, net zoals mijn zoon.
O ja, hij wist wel wat hij je moest leren
om steeds opnieuw mijn woede te bezweren.
Ontwapen mij. Zeg dat nu maar gewoon
en je wast al die schulden van je schoon,
en er is niets meer, niets dat je kan deren.
(uit: De oevers bekennen kleur, Tielt, 1994, blz. 305)

De verzen 3-4 verwijzen voor mij naar psalm 139, verzen 11-12, waarin de psalmist zegt dat hij nergens van God kan wegvluchten: "nacht is licht als de dag" (Naardense bijbelvertaling). Dus hoeft de nacht geen angst in te boezemen, want de nacht is ook de woning van God, waar elke mens welkom is, waar iedereen gast mag zijn.

Het vers 5 toont mij de Vader uit de parabel van de verloren zoon (Lucas evangelie 15) die op de
(Marc Deconinck: De terugkeer van de verloren zoon
deel van Lucas-vijfluik voor Lucaskerk Osdorp)
uitkijk staat waar zijn weggegane zoon blijft, terwijl het vers 7 een confrontatie oproept tussen God en zijn volk in de woestijn (boek exodus 33). Mozes was als leider van de uittocht uit Egypte al meerdere dagen boven op de berg waar het donderde en bliksemde. Het volk wilde een zichtbare god en maakte een gouden kalf. Eenmaal terug beneden spreekt Mozes in woede namens God: jullie zijn een hardnekkig volk.
In de zes laatste verzen wordt het gebed dat Jezus ons leerde voorgehouden als een gebed van hoop op verzoening en vergeving(Matteus 6,9-13 en Lucas 11,2-9).

Het meest ontroerende vind ik het tweede deel van vers 7 en het vers 8: Wees mij tot last en spreek het woord waarmee je mij kunt winnen. We mogen God tot last zijn, Hij heeft niets liever dan dat wij Hem lastig vallen. Hier horen we een ander fragment uit de Bergrede doorklinken (Matteus 7,7): vraagt en er zal aan u gegeven worden; zoekt en ge zult vinden; klopt en er zal voor u worden opengedaan.
We mogen altijd hopen op een reactie van God, misschien anders dan wij ons verbeelden, maar Hij is er.