Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label literatuur. Alle posts tonen

29 maart 2026

Waarom hebt gij mij verlaten? - Jezus' Pascha - 1 -

Tijdens de Goede Week, de week voor Pasen, gedenken de christenen het lijden en de dood van Jezus. Hij werd na een blijde intrede in Jeruzalem (op zondag) , waar vele mensen hem toejuichten, verraden door een van zijn nabije leerlingen, gevangen genomen en na een schijnproces ter dood veroordeeld. Hij sterft op vrijdag aan het kruis genageld. 
Volgens de evangelies heeft Jezus een aantal woorden uitgesproken, meer bepaald zeven, terwijl hij stervende aan het kruis hing. Een daarvan klinkt tot op vandaag heel mysterieus : Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten? Of zoals het werd overgeleverd in het Hebreeuws : Eloi, Eloi, lema sabachtani. Als we onze wereld bekijken anno 2026 kunnen we ons ook afvragen : God, waarom hebt Gij ons verlaten? Want waar zijt Gij in Oekraïne, Libanon, Iran, Zuid-Soedan, Gaza, naast al die andere oorlogsgebieden en ook in Israël, de US, Rusland, en die andere landen waar regels niet gelden voor machthebbers. 

(©Boekenkrant)

De Griekse schrijver Nikos Kazantzakis (1883-1957 schreef in 1948 een meesterwerk, dat vandaag nog gemakkelijk leesbaar is en dat -jammer genoeg- nog niets heeft ingeboed aan actualiteitswaarde : "Christus wordt weer gekruisigd"
In een Grieks enclave onder Turks protectoraat omstreeks 1922 bereidt het dorp zich voor op het zevenjaarlijkse spelen van het lijdensverhaal van Jezus. De rollen worden één jaar voor het passiespel verdeeld bij het begin van de roman en de Christus-figuur zal worden vertolkt door een jonge schaapsherder, Manolios. Maar dan komen in de loop van het jaar Griekse vluchtelingen op zoek naar een stukje grond om zich weer ergens te kunnen vestigen na hun gedwongen vertrek omdat ze het Griekse leger hadden gesteund tegen de Turken. 
Deze roman is zéér de moeite waard ook vandaag nog en leest gemakkelijk (niets gedateerd). De roman gaat over machthebbers die zich vastklampen aan hun macht en daartoe anderen manipuleren, over jongeren die gedreven worden door lust én door een verlangen naar een betere wereld, over vluchtelingen die niet welkom zijn, over kerkelijke leiders die preken wat de rijken willen horen, over het zoeken naar een zondebok waarop de mensen hun woede en frustraties kunnen botvieren, over wantrouwen ten aanzien van vluchtelingen...
Hier een heel kort fragment waarin Michelis (die in het passiespel de apostel Johannes heeft) tot Manolios zegt : "Ik heb altijd grote dingen willen doen, zoals die monnik die naar het Heilig Land wilde gaan. Mijn berghut en het dorp waren te klein voor mij, ik wilde met een groot schip een verre reis maken om zalig te worden. Ik dacht dat het Heilig Graf alleen aan het einde van de wereld te vinden was en verachtte de uithoek waar God mij had geplaatst. Maar nu heb ik het begrepen. Christus is overal: hij dwaalt rond om ons dorp, hij klopt aan onze deur, hij klopt aan ons hart om een aalmoes te vragen. Hij is arm, hongerig, dakloos, en hij klopt aan in ons dorp, waar zoveel rijke mensen wonen als de agha, Ladas en pope Grigoris. Hij is arm en zijn kinderen hebben honger. Hij bedelt, hij klopt aan de deuren, hij klopt aan de harten en wordt verjaagd, van deur naar deur, van hart naar hart." (uit: Kazantzakis, Niko, Christus wordt weer gekruisigd, uitg. De Fontein, Utrecht, 1956, blz. 189)

 Wordt Christus nu niet opnieuw gekruisigd?
En waar is God nu? Heeft Hij onze wereld verlaten?

17 juli 2025

h3h - A Deeper Shade of Soul - 1 -

Nog tot en met 3 augustus kan je in het Noord-Brabantse Oosterhout op een bijzondere locatie een bijzondere tentoonstelling zien die een brug bouwt tussen hedendaagse beeldende kunsten en religie.
Op een steenworp van elkaar liggen drie abdijen in de zogenaamde heilige driehoek (h3h) : Onze Lieve Vrouwabdij bewoond door zusters benedictinessen, Sint-Catharinadal bewoond door zusters Norbertinessen en Sint-Paulusabdij gesticht door benedictijnen maar nu bewoond door de communauté du Chemin Neuf. Deze zomer voor de vierde keer wordt een biënnale, een tweejaarlijkse tentoonstelling georganiseerd op de terreinen van deze drie locaties. Na de beginnende edities rond geloof, hoop en liefde is het thema nu A Deeper Shade of Soul (een diepere zielskleur). De titel verwijst naar een popsong uit 1990 van de Utrechtse band Urban Dance Squad. Curator Nanda Janssen verzamelde twintig kunstenaar die elk op hun eigen wijze zochten om bezieling, kloosterleven en actualiteit te verkennen en te vervlechten.
Zo'n tentoonstelling biedt een verscheidenheid waarbij de ene bezoeker meer geraakt wordt door dit en de andere door dat. Hier en in volgende berichten enkele indrukken over deze veelkleurige expositie die zoekt naar een diepere zielskleur. 
De locatie ligt op 70 km. boven Antwerpen en op slechts 50 km. boven Turnhout. Een daguitstap vol uitnodigingen om nieuw te kijken en kleur te zoeken in ons leven.

(foto : Marc Deconinck)

De Onze Lieve Vrouweabdij is een slotklooster en de zusters stellen voor de h3h-biënnale hun tuin open. Kunstenares Jenna Kaës vroeg aan de zusters een passende tekst te kiezen om op de tijdelijke toegangspoort naar de kloostertuin aan te brengen. De zusters kozen een tekst van de middeleeuwse mystica Hadewych, nl. een gedicht waarvan de eerste regel nogal eens wordt geciteerd. Via dit gedicht nodigt de artieste (en met haar de zusters) wie de kloostertuin binnenstapt uit om zich bewust te worden van een grotere dimensie waarbinnen ons leven zich afspeelt. 

Een fragmentje uit het gedicht XXII van Hadewych:


Alle dinghe syn my te inghe       

 
(detail poort - eigen foto)
Alle dinghe
 
Syn mi te inghe!
 
Ic ben soe wyt!
 
 
 
Om een ongescepen
 
Hebbic begrepen
 
In ewigen tyt.
 
 
 
Ic hebt gevaen.
 
Het heeft mi ontdaen
 
Widere dan wyt!
 
 
 
Mi es te inghe
 
Al el!
 
Dat wetti wel
 
Ghi dies oec daer syt.


De componist-muzikant Cosmo Sheldrake nodigt tijdens de wandeling in de tuin ons uit naar de diepe oceanen. We horen een compositie van hem gebaseerd op de geluiden die bijvoorbeeld walvissen, bultruggen of orka's maken. Deze muziek vervlecht de zorg voor het klimaat en het bedreigde leven in de oceanen met de gedragen stilte van het benedictijnse leven. Ik zie ook een verband met de inzet die wijlen paus Franciscus bepleitte voor onze planeet  in o.a. zijn encycliek 'Laudate Si'. De compositie van Sheldrake is ook als het ware een hedendaagse muzikale variatie op de uitnodiging van Jezus tot zijn apostelen : 'vaar nu naar het diepe' (Lc 5,4). Vertrouw erop dat je zult leven dank zij de weidse zee. 



Tweemaal een wijdheid die aansluit bij het diepmenselijke verlangen naar onbegrensdheid. Twee maal een verklanking van een diepere zielskleur die verborgen zit onder de grijsheid van onze kleine willetjes.


 

11 november 2024

Broodnodig lezen als open raam - 5 -

 Met een vorig bericht op deze blog zijn we halverwege gekomen in de brief van paus Franciscus over het belang van literatuur in de opleiding van pastores en in het leven van elke christen. Onze gevoeligheid voor het onzichtbare wordt aangescherpt tijdens het lezen. In de volgende alinea's van zijn brief probeert de paus deze ideeën uit te diepen. Hij gaat daarbij te rade bij de Duitse jezuïet en theoloog Karl Rahner (1904-1984) van wie hij de idee haalde dat het poëtische woord opent op het onuitsprekelijke. Franciscus bedenkt hierbij: "Voor christenen is het Woord God, en alle menselijke woorden dragen het spoor van een intrinsiek heimwee naar God dat naar dit Woord neigt." (alinea 24)
Dan gaat de paus in op de vragen in de literatuur over uitdrukkingsvorm en betekenis. De lezer zal via het leesproces dat vormen en betekenissen onderzoekt, toegang krijgen tot zijn eigen innerlijkheid en waarheid. Vele literaire pagina's gaan ook over onvrede, verlatenheid, wanhoop, verleidingen, angsten en pijn. Deze gevoelens zijn niet noodzakelijk slecht of nutteloos. Deze gedachtengang brengt de paus tot een mooie indringende overdenking van wat lezen is.
(John Singer Sargent : Man reading
©etsy)


"We begrijpen dus dat de lezer niet de ontvanger is van een stichtelijke boodschap, maar een persoon die actief gevraagd wordt om zich op onstabiel terrein te wagen waar de grenzen tussen heil en verderf niet a priori gedefinieerd en gescheiden zijn. De handeling van het lezen is daarom verwant aan een handeling van 'onderscheiding' waarbij de lezer persoonlijk betrokken is als zowel het 'subject' van het lezen als het 'object' van wat hij of zij leest. Bij het lezen van een roman of een dichtwerk heeft de lezer de ervaring "gelezen te worden" door de woorden die hij of zij leest. Lezers zijn dus als spelers op het veld: ze spelen het spel, maar tegelijkertijd wordt het spel door hen gespeeld, in de zin dat ze volledig betrokken zijn bij wat ze aan het doen zijn." (alinea 29)
Over dit geheim van het lezen heeft Ida Gerhardt een gedicht geschreven dat tegelijk een belangrijke voorwaarde voor elke leesactiviteit weergeeft, nl. een zekere allenigheid en eenzaamheid. Lezen doe je altijd alleen. En in dit gedicht wordt ook de wisselwerking tussen lezer en gelezene aangebracht...

ONVERVREEMDBAAR

Dit wordt ons niet ontnomen : lezen,
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.

Zij waren het van kind af aan.

Hen wenkt een wereld waar de groten,
de tijdelozen, voortbestaan.
Tot wie wij kleinen mogen gaan ;
de enigen die ons nooit verstoten.
(uit : Gerhardt, Ida, Verzamelde gedichten, Uitg. Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1985, blz. 607)

29 oktober 2024

Broodnodig lezen als open raam - 4 -

 Paus Franciscus schreef op 17 juli laatst over het belang van literatuur voor gelovigen én voor hun pastores. Eerst vertrekt hij vanuit zijn eigen ervaringen om te komen tot wat hij de kernwaarde vindt van goede literatuur : ze helpt om niet uit het oog te verliezen dat Jezus 'vlees' is geworden.
Dan somt hij enkele positieve aspecten op van lezen : "Vanuit pragmatisch oogpunt bevestigen veel wetenschappers dat de gewoonte om te lezen veel positieve effecten heeft in iemands leven: het helpt een bredere woordenschat verwerven en daardoor verschillende aspecten van de intelligentie te ontwikkelen. Het stimuleert ook de verbeelding en creativiteit. Tegelijkertijd leert het zijn verhalen op een rijkere manier uit te drukken. Het verbetert het concentratievermogen, vermindert cognitieve stoornissen en kalmeert stress en angst. Beter nog, het bereid ons voor om de verschillende situaties die zich in het leven kunnen voordoen te begrijpen en er dus mee om te gaan." (alinea 16-17)
Maar er zijn redenen die verder reiken dan deze van het persoonlijke nut. Ik citeer uitgebreid de kernalinea van deze brief omdat hij gevat een boeiende benadering van literatuur aangeeft. 
(J.L. Borges ©The New Yorker) 


"Als ik aan literatuur denk, herinner ik me wat de grote Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges altijd tegen zijn studenten zei: het belangrijkste is om te lezen, om in direct contact te komen met literatuur, om ons onder te dompelen in de levende tekst die voor ons ligt, in plaats van ons te richten op ideeën en kritisch commentaar. En Borges legde dit idee uit aan zijn studenten door hen te vertellen dat ze in het begin misschien niet veel zouden begrijpen van wat ze lazen, maar dat ze in ieder geval "iemands stem" zouden horen. Dat is een definitie van literatuur die me erg aanspreekt: luisteren naar iemands stem. En laten we niet vergeten hoe gevaarlijk het is om niet meer te luisteren naar de stem van de ander die naar je roept. We raken meteen in een zelfgekozen isolement, we raken in een soort 'geestelijke' doofheid die ook onze relatie met onszelf en onze relatie met God negatief beïnvloedt, welke theologie of psychologie we ook hebben gestudeerd." (alinea 20)
Als paus probeert Franciscus via deze brief pastores en christenen te inspireren. Hij herinnert er daarbij aan dat paus Paulus VI in mei 1964 sprak tot de kunstenaars dat de kerk probeert de wereld van het onuitsprekelijke, van God, toegankelijk te maken. Hij vervolgde dan tot de artiesten met deze kernachtige uitspraak: "In deze operatie die de onzichtbare wereld omzet in toegankelijke en begrijpelijke formules, zijn jullie de meesters."
De paus citeert dan de dichter T.S. Eliot die de moderne religieuze crisis beschreef als een van wijdverspreid emotioneel onvermogen. Franciscus vervolgt dan : "In het licht van deze lezing van de werkelijkheid is het probleem van het geloof er vandaag niet in de eerste plaats een van meer of minder geloven in doctrinaire stellingen. Het is veeleer het onvermogen van veel mensen om geraakt te worden door God, door zijn schepping en door andere mensen. De taak is dus om onze gevoeligheid te genezen en te verrijken. Daarom antwoordde ik bij mijn terugkeer van de Apostolische reis naar Japan, toen mij gevraagd werd wat het Westen van het Oosten kon leren: "Ik denk dat het Westen een beetje poëzie mist." (alinea 20)
Deze kernidee over literatuur als luisteren naar een stem en als oefenen van onze gevoeligheid voor de/het andere vind ik ook tussen de regels van een vers van Roelof ten Napel (In het vlees. Gedichten., uitg. Hollands Diep, 2020, blz. 62).

SONNET  CXVIII

wat er gebeurt als een uitzicht of indruk je aanraakt,
zoals wanneer een oude man zijn oude mooie kleren aantrekt
en ermee naar een dorpsfeest gaat, alleen -
dat dat iets droevigs heeft -

als blijkt dat het niet alleen handen zijn die tasten,
als je beseft dat hij een samenzijn in zich draagt,

omdat vriendschap betekent niet meer te weten
wat sterven is, omdat ook wanneer de ander gaat,
je van hem blijft houden -
omdat het tussen vrienden de wereld is
die wegvalt -

wanneer zijn aanblik je aanraakt heeft dat te maken
met een leven lang geleden, dus
zwijg even, dit komt niet gauw weer terug 

17 oktober 2024

Broodnodig lezen als open raam - 2 -

 Op 17 juli schreef paus Franciscus een vurig pleidooi opdat pastores én alle christenen méér open zouden staan voor literatuur. Hij bracht eigen ervaringen in herinnering als aanloop (zie vorig bericht). Dan maakt hij ons erop attent dat de kerk vroeger ook voeling had met de gangbare cultuur. Vaak gebruikte de kerk de courante grammatica om het verhaal van Jezus te actualiseren.
Daarbij stelt hij een belangrijke (retorische) vraag: "Hoe kunnen we de harten van culturen bereiken als we de symbolen, boodschappen, creaties en verhalen waarmee ze hun mooiste ondernemingen en idealen, maar ook hun diepste geweld, angsten en passies hebben vastgelegd (...)negeren, afwijzen en/of het zwijgen opleggen?" 
Daarbij herinner ik mij dat in een Vlaamse parochiekerk de pastoor waarschuwde om de bloemlezing "Van God los", verschenen in 2011 bij Lannoo en samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, zeker niet te lezen. Dus, deze pauselijke oproep heeft zeker zin. 
Zelf heb ik in deze blog zeventien gedichten uit die bundel tegen het licht gehouden tussen 15 juni 2017 en 18 september 2020. Deze reeks kreeg als titel mee: God dichten tot Hij openbreekt. Ik vond de oproep van die pastoor echt beneden alles en die uitspraak had bij mij het omgekeerde effect.
De paus is heel formeel over literatuur : "Contact met verschillende literaire en grammaticale stijlen zal altijd helpen om de meerstemmigheid van de openbaring te verdiepen zonder deze te verarmen of te reduceren tot historische omstandigheden of mentale structuren." (alinea 10). De meerstemmigheid van het geloofsverhaal dient vol vertrouwen gehoord te worden en zo kan de veelkleurigheid van de hedendaagse cultuur helpen om niet té eenzijdig de getuigenissen van Bijbel en kerk overboord te gooien.

Als zijn grote voorbeeld haalt de paus de apostel Paulus aan die op de Atheense Areopagus getuigt over God: "In hem leven wij en bewegen wij en bestaan wij, zoals ook sommige van uw dichters hebben gezegd." (Handelingen 17,28). Paulus citeert de Griekse dichters Epimenides en Aratus van Silo. Franciscus zegt dan ook dat Paulus zich een lezer toont van poëzie. Hij zegt daarbij : "De Atheners noemen hem een spermologos, dwz een 'raaf, roddelaar, charlatan', maar letterlijk 'een oogster van zaden'. Wat zeker een belediging was, wordt paradoxaal genoeg een diepe waarheid. Paulus verzamelt de zaden van de heidense poëzie en gaat zo ver dat hij in deze oude poëzieteksten een ware preparatio evangelica ziet." (al.12)
 De waarde van de literaire cultuur is voor Franciscus, in de voetstappen van Paulus, is zonneklaar. "Wat deed Paulus? Hij begreep dat literatuur de afgronden in de mens blootlegt, terwijl de (Bijbelse) openbaring, en vervolgens de theologie, deze aangrijpen om te laten zien hoe Christus ze doorkruist en verlicht. Literatuur is daarom een poort naar deze afgronden, die de pastor helpt om een vruchtbare dialoog aan te gaan met de cultuur van zijn tijd." (al.13)   

In onze hedendaagse Nederlandstalige literatuur horen we vaak stemmen die soms heel dicht aanleunen bij de verhalen van de zoekende mens in de Bijbel. Zo verscheen in 2020 van de jonge dichter Roelof ten Napel een boeiende bundel bij uitgeverij Hollands Diep "In het vlees". De jonge homoseksuele schrijver zoekt zijn weg, weg uit de verstikkende protestantse opvoeding. Hij verwoordt angsten en twijfels, dromen en idealen die leven bij heel wat jonge mensen in deze tijden.
Zo ook bijvoorbeeld in dit vers uit die bundel (blz. 144):

SONNET XXXII

ongelovig?
alsof ik me voorstel
met wat ik niet meer ben,

als zeggen:
hallo, ik ben geen
steen - 

ik ben geen gelovige meer, maar
dat vormt me niet meteen
tot het omgekeerde -

het gaat me erom, misschien,
te zoeken naar
wat 'god' ooit betekend heeft, toen iemand het zei
zoals de eerste mens die iets zei
zoals 'au'

Zoals vele tijdgenoten zoekt de dichter hier niet naar definities en schema's, maar naar een ervaring, ook al doet die pijn ('au' zeggen?). En het gaat er niet om zich af te zetten tegen, zichzelf te definiëren met 'on-' of 'niet-', maar om te zoeken naar wat wel grond kan zijn van ontmoeting en gesprek. Een vers dat aan kan zetten tot gesprek en dat zaden kan bevatten van leven.

11 mei 2023

Huub Oosterhuis - voorbij alle woorden - 3 -

 De man die duizenden Nederlandstalige gelovigen woorden aanreikte waarmee ze hun hedendaagse geloofsproberen tot uitdrukking brachten is nu ingegaan in de mysterieuze stilte van de dood. Huub Oosterhuis is op Pasen overleden in zijn negentigste levensjaar. 
Over taal heeft hij veel gedacht, gesproken en geschreven.
"Er zijn twee talen in de taal, twee manieren van spreken, twee niveaus van taalgebruik. Er is een taal van klare waarheden, begrippen en formules. De taal van de heldere logica, de objectieve informatie, de exacte wetenschap. Er staat wat er staat, je zegt wat je bedoelt, zo precies mogelijk en eenduidig. (...)Het is goed dat deze taal er is, onze wereld kan niet zonder, en iedereen verstaat en spreekt die taal wel een beetje. Maar nooit als hij zijn hart wil luchten en zeggen wil wat in hem is, verborgen en bijna onnoembaar. Als het gaat over liefde en dood is die eerste taal, die eenduidige manier van spreken, niet alleen ontoereikend maar ook gevaarlijk.
Er is een tweede taal, diep onder de eerste taal, als een veel oudere aardlaag, of wijd om de eerste heen: 'tweede' in aandacht en waardering, en ook weerlozer en bescheidener dan de eerste. De taal van wat eigenlijk niet te zeggen is; die je spreekt om niet helemaal te hoeven zwijgen, taal van ontroering en extase. Die tweede taal is veelduidig, dubbelzinnig, paradoxaal: alles is niets, hier is ver weg, mijn zoon was dood en is weer levend geworden.
(...) De tweede taal is de taal van de mythe en van de poëzie. (...)
Zij die van de God van Jezus getuigen, in Israël of waar dan ook, en geroepen zijn om Zijn woorden te vertolken en door te geven, spreken de enige taal die aan Hem gewaagd is, Hem recht doet en ruimte laat: de taal van mythe en poëzie. Taal van versluiering: om te zeggen wat niet kàn gezegd en toch gezegd moet worden, telkens opnieuw, telkens anders."(Oosterhuis, Huub, En ik zag: een nieuwe wereld. Proeven van bijbelse prediking, uitg. Amboboeken, Baarn, 1984, blz. 52 e.v. passim)
Deze tweede taal waarin Oosterhuis zich thuis voelde kan ons iets laten vermoeden van het mysterie waaraan hij nu deel is geworden.
Deelgenoot van een licht dat ieder wil aanstoten als de Pascha-tijd , de doortocht-tijd is aangebroken.


11 januari 2022

Wit steentje

 Het boek der Openbaring of zoals meestal benoemd de Apocalyps bevat heel wat bijzondere teksten die toelichting vragen of omkadering. 
In de eerste hoofdstukken worden kerkgemeenschappen in Klein-Azië aangesproken en bemoedigd. Ze hebben het lastig want overal rondom hen (en in eigen kring) ervaren ze tegenkanting.  Geloven in de liefdeskracht van Jezus is niet evident. Het refrein is telkens wel dat wie volhardend gelooft voorbij of doorheen de beproeving ook nabijheid en verlossing zal ervaren.
 In hoofdstuk 2 van het boek der Openbaring krijgt de schrijver de opdracht om te schrijven naar de kerk te Pergamum. Daar lezen we : "Wie overwint, hem zal Ik geven van het verborgen manna; en Ik zal hem een wit steentje geven en daarop gegrift een nieuwe naam, die niemand kent dan hij die hem ontvangt."(Apoc. 2, 17).

Het mysterie van dit wit steentje lees ik ook -in een andere context- bij de Zuid-Koreaanse schrijfster Han Kang in haar poëtisch-auto-biografische boekje "Wit" (vertaling Marijke Versluys, uitg. Nijgh & Van Ditmar, 2017, blz. 91).


WIT STEENTJE

Lang geleden had ze een wit steentje op het strand gevonden. Ze had het zand eraf geveegd, het in haar zak gestoken en thuis in een la gelegd. Een steentje dat glad en rond gesleten was door de aanhoudende strelingen van de golven. In haar ogen was die witheid bijna doorschijnend, maar als ze probeerde erin te kijken zag ze dat ze zich had vergist. (In feite was het een doodgewoon wit steentje.) Nu en dan haalde ze het tevoorschijn en legde het op haar hand. Als stilte samengebald kon worden in een heel klein, stevig voorwerp, dan zou het zo aanvoelen, dacht ze.

20 juni 2020

Een knipoog van de hemel?

Michael Cunningham (Amerikaans schrijver geboren in 1952) werd al verschillende malen gelauwerd en zijn boeken verkopen goed. Zijn succes heeft wellicht te maken met het feit dat hij het hedendaagse westerse levensgevoel treffend weet te verwoorden en verbeelden.
Onlangs las ik zijn roman uit 2014 "De sneeuwkoningin" (uitg. Prometheus). Daarin toont hij de broers Barrett en Tyler en Tylers doodzieke vrouw Beth. Deze personen zoeken doorheen het geharrewar van de alledaagse zorgen waartoe hun leven dient, welke zin het heeft, wat er toe doet en wat niet. 
De ongelovige Barrett zag een 'visioen van licht' op een nacht boven Central Park, New York. Maar wat dan nog, wat moet je met zo iets etherisch binnen de gewone zorgen van alledag?
Heel op het einde van de roman blikt zijn broer Tyler terug op de voorbije gebeurtenissen(blz. 279-280 passim).
"We bereiken immers maar zelden de bestemming die we hadden voorzien? Onze verwachtingen lijken misschien niet bewaarheid, maar hoogstwaarschijnlijk hadden we onze hoop op iets verkeerds gevestigd. (...) 
De hemel heeft naar je geknipoogd Barrett? Misschien. Misschien is dat gebeurd. Het kunnen ook een vliegtuig en een wolk geweest zijn. Maar als de hemel al naar iemand knipoogt, dan is het waarschijnlijk naar degenen die niet zo nadrukkelijk zoeken, degenen die tussen de afgedankte spullen neuzen, degenen die liever het pad nemen dan de brede laan, het gat in de heg liever dan de triomfpoort. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat er geen verifieerbaar bewijs is. Het universum knipoogt alleen naar degenen die geen mens zal geloven.
Is dat de grap? Dat is de grap in de grap. De openbaring is alleen weggelegd voor diegenen die te arm en obscuur worden geacht om ervoor in aanmerking te komen."
We lezen hier als het ware een echo van een uitspraak van Jezus bij Matteus (11,25) en/of bij Lucas (10,21) : Ik prijs U, Vader omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kleinen.
Zijn wij niet té rijk en té verstandig om een knipoog van de hemel te zien???

12 juli 2018

De genade van de troost - verder denken bij een essay van Bernard Dewulf - 03 -

In zijn essay (De Standaard Weekblad 23 juni 2018) zoekt Bernard Dewulf naar wat ons mensen kan troosten.
In de vorige blogposts ben ik hem gevolgd tot bij de paradoxale uitspraak van Samuel Beckett : "I can't go on. I'll go on." (Ik kan niet verder. Ik ga verder). Die twee zinnen zijn voor hem een soort chronische troost, zoals hij hetzelf formuleert. "En die noem ik liever 'genade'. Ik besef dat dat een enigszins beladen term is, die we al snel verbinden met vooral het christelijk geloof: de genade Gods. Of het Weesgegroet. Voor 'Maria, vol van genade'. Daar trek ik me, met respect, weinig van aan. Ik geloof niet dat iets -een God of een alziend oog- zich over ons ontfermt. We zijn, om het wat pathetisch te zeggen, moederziel alleen." Dixit Dewulf.

Het is zijn goed recht om zo te denken, maar ook ik geloof niet in 'iets' en ook niet in een 'alziend oog'. Maar ik geloof wel in Iemand die zich ontfermt.
De schrijver moet dus 'hopen op een profane, menselijke genade - zeg maar troost in een wat duurzamer vorm. Bovenop de korte termijn van Valentijn ook de langere termijn van de ontferming."
Dan zoekt hij zijn heil weer in het woordenboek en komt bij een familie van gelijkgestemde woorden: genade / barmhartigheid / mededogen hebbend en de deelwoorden arm / erbarmen / hart. Hij komt zo terug bij de kloof die Camus beschreef tussen het verlangen van de geest en de wereld die teleurstelt. Die kloof scheidt, maar vervolgt Dewulf :"in die scheiding schuilt de hoop. Troost gloeit dan op in de toenadering, de nadering en het uitzicht op verbinding."
(afbeelding www.behance.net )

Dewulf is een Sisyphus die de rotsblok van zijn verlangen elke dag weer naar boven rolt maar er nooit in slaagt hem helemaal boven te krijgen. Telkens weer moet hij herbeginnen.
Maar dan denk ik: Bernard, heb je nooit Karen Armstrong gelezen, die met haar boek "Compassie" een weg toont naar toenadering en verbinding. Dewulf stopt te vroeg met zijn queeste naar troost. In het avontuur van de compassie liggen er dagelijks kansen tot troost en vervulling verborgen. Binnenwerelds kan het al volop zoals Armstrong beschrijft. Mocht Dewulf ooit bevrijd geraken uit zijn zelfgekozen gevangenis van een droog intellectualisme, dan zou hij misschien ook die grootste Trooster mogen ervaren. Maar die ervaring vraagt een bereidheid om uit de ivoren toren van een puberale geloofsvisie te treden en te ontdekken dat geloof meer met leven van doen heeft dan met begrijpen, meer met het hart dan met het verstand. De Geest overspant dan de kloof tussen verlangen en werkelijkheid, tussen hoop en frustratie. Zoals Hij bezongen wordt in de Pinksterhymne Veni Creator Spiritus: Gij zijt de grote Trooster in de tijd.

En als uitsmijter nog dit: Dewulf vertrekt vanuit de tweespalt geest-wereld. Los van het dualistische sfeertje van zo'n denken waarin ik mij helemaal niet kan vinden, had hij ook een groot vraagteken kunnen plaatsen bij de verlangens van de mens. Hij had bijvoorbeeld via het Boeddhisme kunnen zoeken naar wegen om vrij te komen van hartstochten en frustraties. Maar ja, zoals eerder gezegd:
bedankt Bernard Dewulf voor je prikkelende essay. Het heeft mij geholpen mijn eigen houding meer uit te klaren.

9 juli 2018

De genade van de troost - verder denken bij een essay van Bernard Dewulf - 02

De  schreef in De Standaard Weekblad publiceerde op 23 juni 2018 een essay van de Vlaamse schrijver Bernard Dewulf  over de troost. Mede aanleiding is het kunstenfestival Watou 2018 dat nu loopt rond het dubbelthema verlangen en troost. Over verlangen heeft Dewulf al veel eerder een essay gepleegd, dat ik in deze blog verder heb doorgedacht. Zie de blogposts van 12, 15 en 18 december 2017. Nu dus een soort tweede luik over de troost.

In een vorige blogpost ben ik Dewulf gevolgd op zoek naar een soort definitie van wat troost is door de verschillende gedaanten heen. Na zijn verkenning van de soorten troost komt hij bij zijn meest fundamentele verwachting: troost moet geloofwaardig zijn, en dan vindt hij dat -in zekere zin- feiten het meest geloofwaardig zijn. De feiten onder ogen zien, "proberen erbij te zijn en het te blijven zien. Als je wegkijkt heb je zelfs het zien niet gehad." Zo citeert hij Herman de Coninck. Voorwerpen, dingen bieden daarbij voor hem meest troost want tegelijk kijk je via de dingen niet weg van de pijn, de frustratie of het gemis en tegelijk ervaar je hoe dingen onverschillig zijn t.a.v. pijn. Die onverschilligheid is voor de schrijver een soort voorbeeld voor onze eigen houding.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij uitkomt  bij twee reuzen uit de Westerse moderne literatuur, nl. Albert Camus (Nobelprijs 1957) en Samuel Beckett (Nobelprijs 1969). Camus schreef over Sisyphus die eindeloos een zware rots een berg oprolt maar elke dag zijn werk moet herbeginnen. Een troosteloze bezigheid, een troosteloze figuur, zo lijkt het.
(Albert Camus)

Voor Camus  is Sisyphus echter een held die juist uit zijn uitzichtloze situatie kracht put. Via deze omweg vindt Dewulf bevestiging voor zijn troost van het pessimisme. Pessimisme is voor hem geruststellender dan optimisme. "In pessimisme geloof ik." poneert hij. Als geluk het hoogste nastrevenswaardige goed is, dan is het inderdaad beter om niet al te optimistisch te zijn, want dat geluk blijkt niet zo maakbaar te zijn als we zouden willen.  Dan klinkt het logisch dat Camus uitkomt bij volgende schets van ons menselijk bestaan als  "dat huwelijk van de geest die verlangt en de wereld die teleurstelt".  Verlangen en frustratie zijn grote drijfveren in elk mensenleven. Maar wat verlangen we? Wat is de grond van onze frustratie? Een wereld die zich plooit naar onze handen maar wat als dat niet lukt? Is dat niet heel scherp gesteld wat ons wordt voorgehouden? Is ons leven dan pas 'gelukt' wanneer alles rond ons zich naar ons plooit?  Voor mij als christen vind ik evenwel niet dat geluk het na te streven doel van mijn leven is of zou moeten zijn. Een gelukkig en geslaagd leven is ons door Christus niet voorgeleefd, integendeel: lijden, vernedering, pijn werden Hem niet bespaard, dus waarom zou ik als leerling meer en beter verdienen dan de Meester? Die gedachte laten doorsijpelen in mijn leven biedt troost, een soort troost die haaks staat op het 'pessimisme' van de filosofen en moderne schrijvers.

Om de kloof tussen verlangen en teleurstelling, tussen geest en wereld te dichten komt Dewulf dan
(Samuel Beckett)
uit bij Samuel Beckett: "I can't go on. I'll go on." Deze paradoxale nevenschikking biedt hem een uitzicht op een soort chronische troost. "Ik kan niet verder. Ik ga verder." Is dat niet de paradox van het leven. Jezus zegt over zichzelf dat Hij het Leven is. Dus moet het ons niet verwonderen dat dit paradoxale denken in het evangelie veelvuldig terugkomt. "Als de graankorrel niet sterf, kan hij geen vruchten dragen." "Wie zijn leven verliest, zal het vinden." en nog vele andere Jezus-woorden drukken deze paradox uit. En de filosoof Ruud Welten stelt juist dat deze paradoxale levenservaringen de grond zijn voor elke godservaring. Zie zijn boek: Als de graankorrel niet sterft. Een filosofische archeologie van openbaring. (uitg.Klement, 2016). Zie ook de videopodcast met deze link :https://media.eur.nl/Mediasite/FileServer/2fa71667-5d89-4131-b70d-d2cac9fa99c1/Presentation/7a41941cadb0486f8dd2cb5a81ec90531d/videopodcast.mp4. Daar kan je zien en horen hoe Welten zijn centrale idee uitwerkt. (Op 6min.50 sec. begint de inleiding door de rector van de Erasmus Univeristeit Rotterdam, op 10 min. 15 sec. begint Welten zelf aan zijn oratie).

Het is ontroerend om zien hoe Dewulf poogt die bres tussen pijn en troost te dichten, tussen geest en wereld, tussen verlangen en de frustratie van haar onvervulbaarheid. Zijn woorden tasten en zoeken en dat alleen al is voor mij een troostende leeservaring.
(einde tweede deel)

16 juli 2017

Woorden die spreken...

De vijfjaarlijkse kunstmanifestatie Documenta in het Duitse Kassel wil telkens weer een soort 'state of the world' tonen door middel van hedendaagse of recente kunst.
Deze zomer is het de 14de editie en deze Documenta toont ons dat we bezig zijn met vluchtelingen, migratie en hoe landen onder druk staan tussen populisme en democratie. Op de centrale plaats van dit kunstgebeuren heeft de kunstenares Marta Minjurin het Atheense Parthenon op ware grootte nagebouwd. Een metalen skelet met zuilen van doorschijnende plastic waarin boeken te zien zijn. Niet zomaar boeken, maar boeken die ooit ergens ter wereld verboden waren of nog zijn.
Democratie en de opbouw van een samenleving op mensenmaat kunnen maar dank zij de vrijheid om zijn mening te uiten.
(eigen foto 29 juni 2017)

 Tussen de vele 'verboden' boeken zag ik nogal begrijpelijke werken zoals Karl Marx, de bijbel, Che Guevara, 'joodse' auteurs vanuit nazitijd (Kafka e.a.), 'dissidente' Russische auteurs vanuit communistische tijd (Solzjenitsyn e.a.)...
Maar ik zag er ook de Harry Potter-boeken en 'De kleine prins' en  Nikos Kazantzakis "Christus wordt weer gekruisigd". Dit laatste boek werd verboden en veroordeeld door het Vaticaan en de Kerk van Griekenland.



Dat bracht mij in herinnering een boeiend artikel dat ik in het laatste nummer van het Benedictijns Tijdschrift heb gelezen(2017/2) van de  orthodoxe metropoliet Johannes Chryssavgis. Deze bijzondere man brengt in genoemd artikel de wetenschappen, de theologie en de kunsten samen. Hij stelt dat deze allen bedienaars zijn van Gods Woord.

De metropoliet citeert Kazantzakis: "Ik bezet Gods wachtpost met het licht van mijn geest en het vuur van mijn hart- ik speur en onderzoek, ik klop op de deur van het bastion der materie, de deur van Gods heroïsche exodus (...). Want niet alleen bevrijden wij God door al worstelend met de zichtbare wereld om ons heen deze te ordenen; we brengen God tot uitdrukking! Open je ogen, roept God -Ik wil zien! Geef aandacht- Ik wil horen!" (blz.67)

Als christenen van de 21ste eeuw moeten we durven met een open blik kijken en een open hart luisteren naar wat hedendaagse kunstenaars, wetenschappers en theologen ons aanreiken. Zij kunnen ons verbinden met ons eigen zoekende hart, met andere mensen in hun anders-zijn en met die totaal Andere.