Posts tonen met het label geloof en samenleving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof en samenleving. Alle posts tonen

4 augustus 2026

Wat krijgen we nu? Een film over roeping!


Op dit moment loopt in de art cinema's in Vlaanderen de bijzondere en intelligente Spaanse film 'Los Domingos'. Daarin zien we hoe een meisje, Ainara, op het einde van haar middelbare school wil intreden in een contemplatief slotklooster en hoe haar omgeving daarop reageert. 
Hoe zou jij reageren mocht je dochter of je nicht of je vriendin meedelen dat ze zich geroepen voelt tot een besloten leven van gebed, gehoorzaamheid en soberheid? Is dit meisje op zoek naar troost omdat haar gelovige moeder nog niet zolang geleden is overleden? Wordt ze geïndoctrineerd door de nonnen van het klooster waar ze heen wilt? Is ze nog niet te jong en moet ze niet eerst 'de wereld' leren kennen, het uitgangsleven als student en de liefde van een jongen? Zou ze haar intellectuele talenten niet beter inzetten voor een verantwoordelijke studierichting en job? Is ze niet 'gek' en moet ze niet psychiatrisch behandeld worden? 
(still uit de film Los Domingos)
Met al deze vragen worstelen de personages in de film. De regisseur Alauda Ruiz de Azua toont de groeiende familiale spanningen rond Ainara zonder zelf een duidelijk standpunt te verdedigen pro of contra de keuze van het meisje. De jonge actrice Blanca Soroa weet op een subtiele manier met blikken en kleine gebaren de twijfels, de religieuze en andere verliefdheid, het zoeken naar erkenning en respect over te brengen. Een sterke scène is het wanneer Ainara na de uitvaart van haar grootmoeder in de kerk haar verwarring wenend en verwoordt via het gebed van overgave van Charles de Foucauld. Haar tante, een vurige atheïste, probeert tevergeefs haar nichtje op andere gedachten te brengen, maar ziet ook hoe Ainara innerlijke rust en geluk vindt in het religieuze. Haar vader is ook vertwijfeld maar wil voor alles dat zijn dochter gelukkig is.

Zonder grote gestes doet de film ons nadenken over persoonlijke vrijheid, tolerantie, conformisme, indocrinatie en het intieme geloofsproces van (jonge) mensen. 
Gelovigen zowel als ongelovigen worden aangesproken in deze film omdat hij juist met veel respect de verschillende standpunten in beeld brengt. Voor mij een absolute aanrader en een verademing omdat er niet geschermd wordt met het grote gelijk.

16 april 2026

Credo in sonnetvorm

 De Nederlandse beeldhouwer en dichter Kees Hermis (1941-vandaag jarig!) leerde ik kennen dankzij een nummer uit de reeks "Dichter" (uitgeverij Plint) rond het thema 'geloof'.
Grasduinend in dat nummer zie je hoe dit woord zovele verschillende interpretaties oproept. Het sonnet van Hermis kan mij bekoren omdat het verschillende facetten van het christelijke geloof verwoordt zonder dat het in kerkelijke, liturgische of dogmatische taal verzandt.
De laatste strofe sluit naadloos aan bij de Paaservaring die we in deze weken vieren en gedenken.
(eigen foto)


CREDO

Geloof is een manier van leven
door de nacht op weg naar licht
tussen weten en niet weten
dromen doen vooruit gericht

Geloof is waken en niet wijken
voor wat doof maakt en verblindt
hoopvol naar de sterren kijken
in verwondering als een kind

Geloven is een kaars aansteken
en de stilte niet verbreken
die door tijd is aangeraakt

Tegen hoofd en rede in
uitzien naar elk nieuw begin
dat aan de dood een einde maakt.

(Hermis, Kees, uit : Dichter nr. 20 Geloof, uitg. Plint, blz. 23)

24 maart 2026

Biddend groeien naar Pasen met Thomas Merton -6-

 

Thomas Merton (1915-1968) trad in bij de trappisten in de abdij Gethsemani (Kentucky) in december 1941. Zijn leven in dit slotklooster belette hem niet om deel te nemen aan het publieke en binnenkerkelijke debat over oorlog en vrede, over rassendiscriminatie in de VS, over de oecumene (naar elkaar toegroeien van de verschillende christelijke kerken) en over de dialoog met niet christelijke monniken (vooral het boeddhisme). Hij was zeer bezorgd over de nucleaire dreiging en de koude oorlog tussen het Westen en het communistische Oosten en steunde daarbij activistische priesters en nonnen in hun strijd voor ontwapening.
Deze inzet zette hemzelf ook op gespannen voet met zijn eigen roeping als monnik. Enerzijds wilde hij kluizenaar zijn, maar anderzijds wilde hij in dialoog zijn met iedere zoekende mens. Deze spanning klinkt door in het gebed van vandaag.
"Schenk ons voorzichtigheid in verhouding tot onze kracht,
wijsheid in verhouding tot onze kennis
en menselijkheid in verhouding tot onze rijkdom en macht.
Zegen ons vurig verlangen om de mensen van alle rassen en naties
te helpen om zich in vriendschap op weg te begeven 
langs het pad van gerechtigheid, vrijheid en blijvende vrede.
Verleen ons vooral het inzicht
dat onze wegen niet noodzakelijk uw wegen zijn,
dat wij niet volledig kunnen doordringen tot het mysterie
van uw raadsbesluiten
en dat de ware storm van ongekende krachten,
die nu over de wereld raast,
uw verborgen wil en uw onnaspeurlijke beslissingen mag openbaren.
Vergun ons uw aanschijn te zien
in het oplichten van deze kosmische storm,
Gij heilige God, die barmhartig zijt voor allen.
Laat ons vrede zoeken
waar die werkelijk gevonden kan worden!
In uw wil, God, ligt onze vrede! Amen."
(uit: In gesprek met de Stilte, 2003, blz. 119)
Hoe  dit gebed uit de jaren 1960 jammer genoeg nog niets aan actualiteit heeft verloren...

20 maart 2026

Biddend groeien naar Pasen met Thomas Merton - 5 -

 
(©NCR 11 03 2005 - ill: Pat Marrin)

Bidden is een ernstige zaak, maar de trappist Thomas Merton (1915-1968) toont ook dat de boog niet altijd gespannen moet staan.
Bidden is ons leven plaatsen in een niet egocentrisch perspectief, het is het zwaartepunt verleggen van onszelf naar een totaal Andere. Zo werkt bidden relativerend en als we onszelf kunnen relativeren, ontstaat ruimte voor humor. 

"Een litanie voor iedereen.
Alle heilige zielen,
bidt voor ons kerels,
alle karmelieten bid,
alle derde-ordelingen,
alle sodaliteiten,
alle altaarsociëteiten
alle actiegroepen,
alle inactieve groepen,
alle afgeranselde, opgesloten groepen,
alle haveloze groepen zonder geld,
bid voor de rijke trappistenkaasgroepen
vice versa
wederzijdse hulp,
amen, amen."
(uit: In gesprek met de Stilte, 203, blz. 115)

Merton gebruikt hier een eeuwenoude gebedsvorm, de litanie.
In het eerste deel komen enkele religieuze groepen voor, maar dan verschuift hij naar actiegroepen en naar marginalen van onze samenleving, waarbij hij zijdelings ook kritisch is voor de materiële zekerheden van zijn eigen kloosterorde. Humor en zelfkritiek samen in een gebed.

28 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 5 -

 Een trap of een ladder is voor een cultureel antropoloog een liminale ruimte, een overgangssituatie tussen een vertrouwde omgeving en een nieuwe, nog onbekende toekomst. De tentoonstelling Faith No More in ABBY (Kortrijk, tot en met 1 maart) kunnen we ook zien als een verkenning van de drempeltijd waarin wij nu als maatschappij leven. Overgangstijden die onzeker maken en ons laten balanceren tussen hoop en angst, tussen oude rituelen en nieuwe nog te ontginnen vormen. 
Het eerste deel van de expo kreeg als titel 'Inferno', verwijzend naar de neerdrukkende zorgen en naar de apocalyptische rampscenario's omdat het vertrouwde uiteenvalt, terwijl het tweede deel van de expo genoemd is 'Arcadia', een paradijselijke toestand van één moment of lange duur. Tussen deze twee delen is een gang (een liminale ruimte opnieuw!) waarin onder anderen een kopergravure te zien is naar Maarten de Vos verbeeldend de Bijbelpassage van de droom van Jakob die een ladder ziet op de aarde met engelen die op- en neergaan daarlangs (cfr. Genesis 28, 10-22) (zie tweede bericht uit deze reeks).
(Maxim Frank : Echelle #14
eigen foto)

We zagen in het eerste deel van de expo twee ladders (Anderson en Abramovic). In de 'arcadia'-zalen zien we nog een ladder, maar dan wel een heel aparte. De ladder is gemaakt door de Brusselse artiest Maxim Frank (1985). Deze kunstenaar bekijkt alledaagse voorwerpen en verkent de grenzen van hun nut en ontdekt zo ook hun symbolische kracht. De ladder dient om twee verschillende niveaus met elkaar te verbinden, er is een hoger en een lager. In zijn werken heeft Maxim Frank vaak een ladder gemaakt die schijnbaar nutteloos is. Zijn website tonen meerdere nutteloze, maar daarom niet zinloze ladders ( https://maximfrank.com/). In de expo in Kortrijk zien we Echelle #14, waar een ladder een kronkelend symbool wordt van oneindigheid. De trap die ons menselijke bestaan opentrekt naar een open ruimte en die we kunnen associëren met de jakobsladder. Onze kronkelwegen als mens op zoek naar hoger, beter, meer leiden ons naar een openheid waarvan we begin noch einde zien. De weg naar arcadia is voor Frank best avontuurlijk en doet beroep op onze menselijke capaciteit om ons nuttigheidsstreven te overstijgen. Wie alleen denkt en leeft in termen van geld, 'doelen' en eendimensionaal streven zal nooit arcadia bereiken.

22 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 4 -

 In vorige berichten stelde ik dat de tentoonstelling  Faith No More in ABBY (Kortrijk, nog t.e.m. 1 maart) onze overgangstijd probeert te vatten via kunstwerken allerhande. Het verhaal van Jakob die alleen, op de vlucht, in de nacht, in een droom een ladder ziet met engelen (Gen. 28, 10-22) is in de expo te zien, naast een aantal andere ladder-kunstwerken. 
(Abramovic :
Double Edge
eigen foto)
Vorige keer stond ik stil bij een koperen ladder van Alice Anderson, nu wil ik een geheel andere ladder uit de expo naar voren brengen, het kunstwerk Double Edge van Marina Abramovic (1946).

In de jaren 90 maakte ze een reeks 'Objects for Human Use', waarin alledaagse voorwerpen worden omgevormd tot sculpturen die onze grenzen testen. We zien in de expo een ladder met messen en Abramovic wil dat wij in gedachten de ladder sport voor sport beklimmen, bij voorkeur blootvoets. Zo wil ze ons laten nadenken over lichamelijk en mentaal lijden,  over de keuze om pijn te ondergaan of te vermijden en over de ervaring van vrijheid en zelfbeheersing. 
In onze drang om hogerop te komen, -en we moeten hier deze metafoor niet louter  denken als een religieus verlangen naar een 'hemel', we mogen elke ambitie naar 'hoger' in gedachten nemen-,  moeten we ook pijn doorstaan. Hoe ver willen we gaan? Hoeveel mag onze ambitie naar de top (waar die ook ligt) of naar de eerste of de machtigste positie ons kosten aan lichamelijke en/of mentale pijn? Offeren we daarvoor onze gezondheid, ons gezin, onze vrienden, onze menselijkheid op? Of gaan we juist meer bewust omgaan met de grenzen en beperkingen van onszelf en anderen omdat we ook anderen die ervaring van vrijheid en voldoening willen gunnen? 
De ladder als overgang krijgt bij Abramovic wel een heel scherpe betekenis.

18 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 3 -

 Levend in liminale tijden, zoals ik in vorige berichten stelde, voelen we ons kwetsbaar en onzeker. De gekende maatschappij die ons normaal houvast biedt verbrokkelt en we weten niet altijd goed wat ons overkomt. Wat we dachten veilig en zeker te zijn, blijkt soms juist heel gevaarlijk. In het Bijbelboek Genesis zien we Jacob, op de vlucht, alleen, tijdens de nacht, dromend over een ladder met engelen (zie vorig bericht), dus ook in een liminale situatie. In de expo in ABBY (Faith No More; nog tot en met 1 maart) zien we tijdens het voorgestelde parcours meerdere ladders. 
(©consultancy.nl)

In het dagelijkse leven verdwijnen ladders meer en meer uit het zicht, dank zij liften en veranderende  leefomstandigheden. Maar de ladder blijft in onze taal overeind  als beeld om het verschil in maatschappelijke niveaus te verwoorden en te overwinnen. We proberen hoger te klimmen op de maatschappelijke ladder, in de hiërarchie van een bedrijf, bij sportcompetities,... We vergelijken elkaars positie op een denkbeeldige schaal, trap of ladder en we kijken meestal met een tikkeltje jaloersheid naar wie 'hoger' staat dan wijzelf. Een ladder is, zoals in een vorige bericht ook vermeld, een fysieke liminale ruimte, een overgangsgebied tussen een beneden en een boven. In deze drempeltijden gebruiken artiesten dan ook soms de ladder om een statement te maken over onze tijd.
(Alice Anderson
LADDER 
-memorised object series
- eigen foto) 

Zo zien we in Kortrijk een werk van de Franse Alice Anderson (1972), nl. een in koper gewikkelde ladder. Zij is geboeid door de snelle technologische evoluties, waarbij koper een essentiële geleider is om data door te geven (nu neemt de glasvezelkabel deze geleiding meer en meer over). Sinds 2010 wikkelt Anderson alledaagse objecten en technologische apparaten in met koperdraad. Zo ontstaan bijna rituele sculpturen. In de alchemie staat koper ook symbool voor schoonheid, verbinding en de kracht van transformatie. Zo wordt een ladder tot een spiritueel object, een brug tussen het aardse en het hogere, tussen materie en bewustzijn.
De koperen ladder van Anderson wordt zo in zekere zin een hedendaagse verbeelding van de droom van Jakob, waarbij we dromen dat alle heil zal komen van de technologische vernieuwingen.

14 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 2 -

 In vorig bericht kon je kennismaken met Jonathan Sacks die ons het concept liminaliteit verduidelijkt heeft. Drempelervaringen kunnen een communitas doen ontstaan waarin rol, rang, status en functie wegvallen en waar we achterblijven zonder masker en toegeschreven identiteit. 
In zijn bespreking van het boek Genesis noemt Sacks de figuur van Jakob de man van de nacht. "In de nacht ontvangt hij zijn grootse visioen van de ladder en de engelen. In de nacht worstelt hij met een onbekende tegenstander. Hij sterft in ballingschap, aan het begin van de lange, donkere nacht van slavernij. Jakobs grote kracht is dat hij niet opgeeft." (Sacks, Jonathan, Genesis, boek van het begin, blz. 158)
Na een ruzie met zijn broer Esau moet Jakob vluchten voor de wraakzucht van zijn broer. Hij wil zijn toevlucht zoeken bij zijn oom Laban. 
   "Op zijn tocht kwam hij bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenen 
    die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die 
   op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhooggaan en afdalen. Ook zag hij de HEER bovenaan staan...
  Toen werd Jakob wakker. 'Dit is zeker', zei hij, 'op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.' Eerbied vervulde hem. 'Wat een ontzagwekkende plaats is dit,' zei hij, 'dit is niets anders dan 
  het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn." (Genesis 28,11-17)
Sacks (*) leest hierin dat Jakob zich in een liminale ruimte bevindt, een overgangsgebied tussen het huis waarvan hij wegvlucht en de bestemming die hij nog niet heeft bereikt. 
Jakob is alleen, op reis, in de nacht zoals 22 jaar later opnieuw zal gebeuren wanneer hij met een vreemdeling zal worstelen. Jakob wordt gevormd door deze liminale ontmoetingen, wanneer hij het meest kwetsbaar is en open staat voor het onverwachte.
Sacks benadrukt dat in de Joodse traditie de ladder uit Jakobs droom in verband wordt gebracht met het gebed. Wij die bidden staan op aarde, maar onze gebeden reiken tot aan de hemel. Er bestaat een dieptestructuur van het gebed : omhooggaan - staan in de Aanwezigheid - afdalen. Het gebed is een ladder die reikt van de aarde tot de hemel. Langs deze ladder van woorden, gedachten en gevoelens verlaten we geleidelijk de zwaartekracht van de aarde. Vanuit de wereld rondom ons, die we met onze zintuigen waarnemen, bewegen we ons naar bewustwording van wat de aarde te boven gaat: de Schepper van de aarde. Aan het einde van deze opgang staan we in ons volle bewustzijn in de aanwezigheid van God. Daarna keren we langzaam naar de aarde terug, naar onze aardse beslommeringen, naar de arena van acties en interacties waarin we leven. Maar wanneer het gebed zijn werk heeft gedaan, zijn we niet meer dezelfde als ervoor. Want we hebben, net als Jakob, ervaren dat God op deze plaats aanwezig is zonder dat we het wisten.
Toen Jakob uit zijn droom ontwaakte, besefte hij : God is op deze plaats. De hemel is niet ergens anders maar hier - zelfs als we alleen zijn en bang. We hoeven het alleen maar te beseffen. En we kunnen engelen worden, Gods vertegenwoordigers en gezanten.
In de expo in ABBY kan je een kopergravure zien van de droom van Jakob naar Maarten de Vos (ca. 1580).
De commentaartekst in de bezoekersgids gaat wel heel kort door de bocht door te stellen dat voor christenen deze ladder een lineaire weg is naar verlossing. De meeste christelijke spirituele meesters benadrukken dat de geestelijke groei nooit tot een verworven niveau komt, telkens weer kan je als het ware van de ladder naar beneden tuimelen. Het beeld van de ladder is wel een dankbaar pedagogisch hulpmiddel om zoekende gelovigen te inspireren.
(eigen foto)


In een tentoonstelling over onze liminale tijden past dus zeker deze uitbeelding van de drempelervaring van Jakob en zijn ladderdroom.


*hier volg ik in grote lijnen wat Sacks schrijft in zijn commentaar van Genesis, blz. 157 e.v.)

8 januari 2026

Met een ladder de drempel over - 1 -

 Nog tot 1 maart kan je in het Kortrijkse museum ABBY de tentoonstelling Faith No More. Rituals for Uncertain Times bezoeken. Het is een boeiende tentoonstelling die laatmiddeleeuwse kunstwerken naast eigentijdse artefacten plaatst vanuit de idee dat wij nu, zoals in de late middeleeuwen, in onzekere tijden leven. 
We lezen in de bezoekersgids: 
"Klimaatverandering, oorlogen, spanningen tussen landen, razendsnelle technologische veranderingen en sociale onrust zorgen ervoor dat velen zich verloren voelen. Soms lijkt het alsof we afglijden naar een apocalyptisch toekomstbeeld. (...) Eeuwenlang bood religie een kader om het leven te begrijpen... Vandaag is die vanzelfsprekende rol van religie verdwenen. Waar vinden we nu nieuwe vormen van houvast, verbondenheid en hoop? Hoe geven we onze angsten en verlangens een plek? Deze tentoonstelling vertrekt vanuit die zoektocht."
In de antropologie zou men zeggen dat we ons bevinden in een liminale ruimte, dit is een overgangsgebied tussen twee afgebakende ruimtes. Deze ruimtes kunnen zowel fysiek zijn (vb. gangen, trappenhuizen, bruggen,...) als symbolisch (vb. overgangsrituelen zoals studentendoop, huwelijksviering, priesterwijding,...). Liminaliteit is dus een overgangsfase tussen het oude en het nieuwe. Liminaliteit betekent dat men zich tussen twee werelden bevindt of op de drempel van een overgang. De term liminaliteit is immers afgeleid van het Latijnse limes, wat drempel betekent.
(Victor Turner
©Department of
Antropology
University
of Virginia)

De Franse etnoloog Arnold van Gennep (1873-1957) bestudeerde onder andere de overgangsrituelen zoals die vorm kregen in de folklore. De Schotse culturele antropoloog  Victor Turner (1920-1983) werkte bepaalde ideeën van van Gennep verder uit, vooral over de liminale fase.
De gehele tentoonstelling in ABBY zou je gerust ook kunnen de titel meegeven : leven in een liminale ruimte. 
De Joodse rabbijn Jonathan Sacks (1948-2020) was een geestelijke en filosoof én tot aan zijn dood lid van het Britse Hogerhuis. Hij heeft het n.a.v. zijn commentaar op het Bijbelboek Genesis en de figuur van Jakob ook over liminaliteit. Daarover zegt hij: 
"Liminaliteit is de ruimte tussen twee toestanden of gebieden, tussen
(Jonathan Sacks
©ABC News)

waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat. Het staat voor overgangssituaties die worden gekenmerkt door onzekerheid en kwetsbaarheid. Turner betoogt dat liminaliteit licht werpt op het fundamentele onderscheid tussen maatschappij (een plaats met structuur en hiërarchie waarin iedereen zijn of haar rol heeft) en 'communitas' (een gemeenschap van aan elkaar gelijke individuen). Liminaliteit is een ervaring van communitas, waarbij rol, rang, status en functie wegvallen en we zonder uiterlijke kenmerken achterblijven als ziel of zelf, zonder masker of toegeschreven identiteit."
(Sacks, Jonathan, Genesis, boek van het begin, uitg. Skandalon, Middelburg, 2020, blz.162 voetnoot 5).
Vanuit een cultureel antropologische hoek mogen we zeggen dat onze wereld zich in liminaliteit bevindt, een overgangstijd waarin de maatschappij als vormgevende structuur verbrokkelt en we op zoek zijn naar communitas van gelijke, zoekende individuen, op de drempel van een nieuwe tijd.
In volgende berichten wil ik vanuit deze achtergrond enkele kunstwerken uit de tentoonstelling nader bekijken.


30 november 2025

Nova et vetera - expo in Abby - 1 -

 De Latijnse woorden 'nova et vetera' hebben hun oorsprong in het Mattheüsevangelie (15,32) : "Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt."
Aan deze passage dacht ik bij het bezoek aan de veelzijdige en inspirerende tentoonstelling die nog tot 1 maart 2026 te zien is in het Kortrijkse museum ABBY. De titel van de expo "Faith No More. Rituals for Uncertain Times."  De curatoren zelf noemen hun expo een tentoonstelling over apocalyptisch denken, (wan)hoop en troost in de middeleeuwen en vandaag.
Maar de saus die alles bindt is het christelijke verhaal van de lijdende Christus en de overweldigende beelden van het boek van de Openbaring (Apocalyps). 
In de tentoonstelling zien we oude beelden naast heel nieuwe kunstwerken: nova et vetera! Het voorgestelde parcours begint bij het inferno en gaat dan over naar arcadia. Het scheppingsverhaal, de zondeval en de zoektocht naar verdwenen onschuld, de ontdekking dat alles ijdel is en de wanhoop van de lijdende mens (en Christus) voeren naar de apocalyps van toen en van nu. Via de gang van kennis en wijsheid gaan we dan van het donker naar het licht. Zo komen we in arcadia met thema's als eeuwigheid, wedergeboorte, viering, hoop en nieuwe verhalen.
Deze droge opsomming klinkt saai, maar de voortdurende wisselwerking tussen oude kunst (13e-17e eeuw) en hedendaagse kunstwerken brengt telkens nieuwe prikkels tot reflectie en meditatie. De spiegel die ons wordt voorgehouden kan lang nawerken bij mensen die met een openheid van geest deze expo bezoeken. Een aanrader als je het mij vraagt (en ook als je het mij niet vraagt).
In deze advent kan het helpen onze zintuigen aan te scherpen om te ontdekken dat de woorden van Johannes de Doper ook nu nog actueel zijn : 'Midden onder u staat Hij die gij niet kent' (Jo. 1, 26).
Hier een voorproefje van de expo.
(eigen foto)

Op de langste wand is er een houtsnede van Albrecht Dürer (de bewening van Christus, ca. 1497)) en deels achter de handen van de centrale sculptuur een Lamentatie door een onbekend Antwerpse schilder (ca. 1515). Op de rechterwand een werk van dit jaar van de Zuidafrikaanse artiest Kendell Geers (Stations of the Cross 5102) .
We zien er de voetafdrukken van de artiest in koolstof en op de zijkant de kruiswoorden van Jezus : Eloi Eloi Lama Sabahtani (Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten) (cfr. Mt. 27,46 ; Mc. 15,34 en Ps. 22, 1). Centraal is er het levensgrote beschilderde bronzen beeld van Tony Matelli : Sleepwalker (de slaapwandelaar).
Beeld van onszelf in onze tijd? Het verdriet om God die dood is; de voetstappen van wie zich stappend afvraagt waar God blijft; de kwetsbare man die op de tast verder wandelt zonder te zien waarheen zijn stappen hem brengen. 
Beeld van onszelf en ons sluimerend verlangen naar heling?

7 november 2025

Groots al knielend - 4 - Dietrich Bonhoeffer

 De Duitse lutherse theoloog en predikant Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) was een moedig man, die reeds twee dagen na de machtsovername door Hitler in een radiotoespraak waarschuwde (1 febr. 1933) om de Führer niet te verafgoden. Tot Hitler zelf zei hij dat hij zich bewust moest zijn van de beperking van zijn macht. Op dat moment werd de uitzending onderbroken. Bonhoeffer sloot zich aan bij de 'Bekennende Kirche', een groep protestantse theologen en gemeenten, die zich verzetten tegen staatsinmenging door de nazi's in hun kerkelijke zaken. Deze groep werd geïnspireerd door de grote theoloog Karl Barth.  
Voor Bonhoeffer was de kerk het lichaam van Christus en niet zomaar een plek waar over Christus gesproken wordt. Dat inzicht vraagt om een aangepast gedrag vol overgave en het zou een leidend idee zijn gedurende zijn gehele leven.
(Dietrich Bonhoeffer op bezoek bij Karl Barth - ©EDK)

In een meditatie van Dietrich Bonhoeffer over het vers van de profeet Jesaja : Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven (Jes. 9, 5), (vers dat in de kerstliturgie wordt gelezen als vooruitzegging van de komst van Jezus) horen we deze moedige man oproepen om te knielen bij het kerstekind. 
"Het gaat hier over de geboorte van een kind, niet over de revolutionaire daad van een sterke man, niet over de gedurfde ontdekking van een wijze, niet over het vrome werk van een heilige.
Wat koningen en staatslieden, filosofen en kunstenaars, godsdienststichters en moraalpredikers vergeefs proberen te bewerkstelligen, gebeurt nu door een pasgeboren kind. Als om de geweldigste menselijke inspanningen en prestaties te beschamen wordt hier een kind in het middelpunt van de wereldgeschiedenis geplaatst. Een kind, uit mensen geboren, een zoon, door God gegeven. Dat is het geheim van de verlossing van de wereld; heel het verleden en heel de toekomst ligt in dit gebeuren opgesloten. De oneindige barmhartigheid van de almachtige God daalt tot ons af in de gestalte van een kind, van zijn Zoon. (...)
Hoe willen wij dit kind ontmoeten? Zijn onze handen door de dagelijkse arbeid, die zij volbrachten, niet te stijf en te trots geworden om zich nog bij de aanblik van dit kind in gebed te vouwen? Dragen wij ons hoofd, dat zoveel moeilijke gedachten heeft moeten denken en zoveel problemen heeft moeten oplossen, niet te hoog, dan dat wij het voor het wonder van dit kind nog deemoedig zouden kunnen buigen? Kunnen we voor één keer al onze inspanningen, prestaties en gewichtigheden helemaal vergeten om met de herders en de wijzen uit het Oosten het goddelijk kind in de kribbe te aanbidden en daarin dankbaar de vervulling van ons hele leven te zien? Het is werkelijk een zeldzame aanblik, wanneer een sterk en trots man zijn knieën buigt voor dit kind, wanneer hij in ongekunstelde eenvoud in Hem zijn Heiland vindt en vereert, en er moet wel een meewarig hoofdschudden, misschien zelfs een boosaardig lachen door onze oude, wijze, ervaren en zelfverzekerde wereld gaan, wanneer zij de heilsroep van de gelovige christen hoort : 'Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven.'
(uit : Bonhoeffer Brevier samengesteld door Otto Dudzus, uitg. Ten Have n.v., Baarn, 1968, blz 503-504 passim)

Het contrast tussen de trotse zelfverzekerde mens die zijn eigen gedachtenwereld als enige norm neemt en het machteloze kind dat vraagt om verwonderd te blijven over het onzegbare is nog immer actueel. De moed die Bonhoeffer opbracht tegen de barbaarsheid van het nazisme was geworteld in zijn knielen voor een kind blijft - jammer genoeg- ook nog altijd actueel en inspirerend.   

28 oktober 2025

Groots al knielend - 3 - Dom Helder Camara

 In 1969 verscheen bij Desclée De Brouwer het boek van José de Broucker "Dialogen met Helder Camara. Portret van een vredelievende geweldenaar." waarin deze Franse journalist de aartsbisschop van Recife gedurende weken volgt in zijn dagelijkse bezigheden en hem interviewt. Dom Helder Camara leefde van 1909 tot 1999 en was van 1964 tot 1985 aartsbisschop van Olinda en Recife (Noord-Oost-Brazilië). Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie was hij een belangrijke figuur die heel hoog gewaardeerd werd door onder anderen kardinaal Suenens (toen een van de vier moderatoren van het concilie).
Hij was ook een fervente tegenstander van de dictaturen die toen in Brazilië en andere Zuid-Amerikaanse landen zorgden voor een zeer onsociale politiek. Hij bezielde de CELAM (Zuid-Amerikaanse bisschoppenconferentie) tot een uitgesproken inzet voor de armen en de verdrukten. Vandaar ook zijn bijnaam : de rode bisschop.
Enkele keren was hij in België, onder meer op 21 mei 1970 om een eredoctoraat te ontvangen aan de KU Leuven. Ik mocht hem twee keer meemaken eenmaal tijdens de uitvoering van een door hem geschreven oratorium en eenmaal tijdens een vastenbezinning in de Gentse Sint Baafskathedraal. Ik was enorm onder de indruk van de energieke en tegelijk warm-menselijke uitstraling van die kleine broze man.
(links kardinaal Suenens en in het midden Dom Helder Camara
na de ontvangst van een eredoctoraat aan KU Leuven 21 mei 1970
©wikipedia)


José de Broucker brengt verslag uit van zijn weken met dom Camara, deels als beschrijvende ooggetuige, deels als interviewer.
"Dom Helder slaapt niet. Maar waarschijnlijk moet het geheim van zijn vitaliteit en zijn evenwicht gezocht worden in wat hij juist zijn 'nachtwake' noemt.
-Sinds het seminarie ben ik gewend 's morgens om 2 uur op te staan. Ik zet mijn wekker, en ik ben dan heel moe. Maar op dat moment, hé, maak ik weer eenheid. Overdag word ik in alle richtingen uit elkaar getrokken: een arm trekken ze hierheen, mijn andere arm staat uitgestrekt naar een andere richting, het ene been is deze kant uitgegaan, het andere die kant uit. Ik moet weer eenheid maken. Ik haal mijn ene arm terug, en de andere arm, dit been, en dan dat been...
Weer eenheid maken in Christus vooral...
Het is de tijd dat Dom Helder zijn brevier bidt, de tijd voor persoonlijk gebed ook, en dat hij zijn korte meditaties in versvorm schrijft.
(...) De 'wake' begint om 2 uur 's morgens. Hoelang ze duurt? Te oordelen naar wat erin afgedaan wordt, heel lang.
Doch even ritueel als hij opstaat, houdt Dom Helder eraan vast weer naar bed te gaan en nog wat te slapen voor de mis. En als hij niet in een of andere parochie verwacht wordt, leest hij die mis om 6 uur, kwart over 6..."
(o.c. blz. 42-43 passim)

De Broucker mocht toen ook 
enige van Camara's nachtmeditaties 
in zijn dialogenboek opnemen.
In een van die meditaties gaat het over knielen.
"Allen verwachtten dat ik voorwaarts ging
en mijn verlangen
was op de knieën te vallen
en u te horen zeggen :
'Ik ben de Weg'. " 
(o.c. blz. 222)
De sociale voortrekker geprangd tussen wat zijn omgeving verwachtte en hoe hijzelf zijn roeping beleefde. In de jaren 1970 was er vaak binnenkerkelijke spanning over de verhouding actie en gebed, sociale inzet en contemplatie, verzet en overgave of hoe dit spanningsveld ook genoemd werd. Camara toonde in zijn leven dat die twee samen horen.
 

21 oktober 2025

Denkend bij devotie : mano poderosa

 Eind september bezocht ik voor het eerst Straatsburg, de tweede hoofdstad van de Europese Unie, de hoofdplaats van de Elzasstreek, ooit vrijstad binnen het Heilig Roomse Rijk, op de wip tussen Frankrijk en Duitsland.
Een andere streek, andere bouwstijl én andere accenten in het tonen en beleven van het christelijke geloof.
In een etalage vol souvenirs en christelijke devotionalia viel mij één beeld bijzonder op. Een beeld wellicht in porselein met een opgeheven rechterhand mét wonde...dus van Christus. Op de vier gestrekte vingers zien we de heilige grootouders en ouders van Jezus, Joachim, Anna, Jozef en Maria en op de duim het kind Jezus.
De hand staat op een wolk waarop vier engelen zitten die een of ander passiewerktuig voor zich houden. Het geheel wordt verkocht als 'la main puissante de Dieu', of 'de machtige hand Gods'.

(foto : Marc Deconinck)
Na enig opzoekingswerk vond ik dat deze uitbeelding teruggaat op Mexicaanse devoties. In het Spaans spreken ze van de "mano poderosa". Een beeld dat de menswording van Christus heel plastisch uitbeeld met enerzijds zijn afkomst (ouders en grootouders) en anderzijds zijn menselijke dood (gewonde hand en de werktuigen van zijn lijden lans, kruis, zweetdoek en ???).
Merkwaardig om dit zo hispanic-beeld te vinden in hartje Elzas. Of dit enkel voor toeristen bedoeld is of ook aansluit bij plaatselijke devotiepraktijken is mij niet duidelijk.

Het verlangen naar een 'sterke hand' verbeeld in een religieus kleedje of een verbeelding van een magisch geloof???




7 oktober 2025

Denkend bij devotie : de maagd met uitgestrekte armen van Straatsburg

 Bij een bezoek op een doordeweekse, regenachtige dag aan de kathedraal van Straatsburg stond in de linkerzijbeuk heel centraal een bijzonder beeld van Maria, omringd met tientallen kaarsjes, wat de devotie tot dit beeld aantoont.
Het beeld blijkt van recente datum te zijn (1946), gemaakt door Pierre Klein en gepolychromeerd door Guy Vetter. Wel gaat het terug op oudere afbeeldingen die onder andere te zien waren op processie- en bedevaartvaandels. De oudste afbeelding zou enkele honderden jaren oud zijn en ontstaan na de vrijwaring van de stad tijdens een oorlog, vrijwaring toegeschreven aan de bescherming van Maria. Met het Christuskind op haar schoot strekt zij haar armen zijwaarts beschermend over de stad. Deze uitbeelding zou typisch Straatsburgs zijn.
Het beeld stond eerst in de crypte van de kathedraal, waar het maar sporadisch te zien was, maar sedert oktober 2019 kreeg het zijn huidige prominente plaats en is dagelijks te bezichtigen en vereren door inwoners en toeristen.

(eigen foto)


6 september 2025

Oproep tot innerlijke vrijheid : Maurice Zundel (1897-1975) - 3 -

 In het voorjaar 1972 werd de Zwitserse priester zonder verdere kerkelijke functies, Maurice Zundel, gevraagd de retraite te preken in het Vaticaan. De toenmalige paus, Paulus VI, vroeg daarna uitdrukkelijk aan de predikant om deze predicaties te publiceren.
In een van de laatste conferenties behandelde Zundel het thema van de rechten van de mens
Zo begon hij zijn bezinning:
"In de Academie van Florence ziet men onvoltooide werken van Michelangelo, waarin de figuren zich beginnen te ontworstelen aan het marmer dat hen nog gevangen houdt in een vormeloze massa. Deze schetsen kunnen beschouwd worden als een beeld van de mensheid die op zoek is naar zichzelf en die nog niet de macht heeft zich los te maken van de verslaafdheden die haar binden aan haar noden en instincten. Wanneer zij niet wordt overweldigd door de materiële misère, dan laat zij zich in beslag nemen door ideologieën, die een subjectiviteit openbaren, gebaseerd op driften, die haar nog sterker opsluiten in haar grenzen, ook al pretenderen ze dan de stem te zijn van de wetenschap of van de vooruitgang, van de gerechtigheid of van de vrijheid. Men vindt hier in de collectieve ervaring de cirkel van Pascal terug (je zou me niet zoeken als je me niet al had gevonden) welke men kan generaliseren op de volgende wijze: om in de goede richting te zoeken, moet men een voorgevoel hebben van het doel. Maar de noties, waarin dat doel worden uitgedrukt (wetenschap, vooruitgang, gerechtigheid en vrijheid) blijven zo dubbelzinnig dat ze zich gemakkelijk lenen tot alle mogelijke interpretaties die overeenkomen met de instinctieve doelen van groepen of individuen."

Zundel geeft dan voorbeelden van een dubbelzinnige interpretatie van de rechten van de mens, dubbelzinnigheid die ontstaat omdat de grond van deze rechten onduidelijk is.

"Onze biologie, teruggebracht tot zijn animale verschijningswijze kan, klaarblijkelijk, op geen enkele wijze een grond geven aan de 'rechten van de mens'. Tenzij de wandluizen en de schorpioenen op dezelfde wij hun rechten zouden kunnen opeisen en de huisdieren zich zouden kunnen verzetten tegen hun domesticatie door samen in opstand te komen tegen hun africhters. De bron van onze rechten is uniek en gelegen in deze vatbaarheid voor het oneindige, die ons roept om onszelf en onze grenzen te overstijgen, door ons te bevrijden van al onze uiterlijke en innerlijke verslaafdheden, om ons onbaatzuchtig te laten opgaan in de goddelijke armoede."

Zundel stelt dat er een evenwicht nodig is tussen het samen en het alleen zijn om onze menselijkheid ten volle te vormen.

"In een concert is de unanieme stilte die alle toehoorders in een gemeenschappelijke ademhaling verheft het resultaat van de meest geheime ontmoeting van ieder met de muziek. Zo wordt die stilte meer geladen voor allen in de mate dat zij meer intens door ieder wordt beleefd. Op dezelfde wijze is het de band van persoon tot persoon die echte menselijkheid sticht en haar aanknopingspunt heeft in de intimiteit van ieder. " (Zundel, Maurice, Doe God deze mens, uitgeverij Gooi en Sticht, Hilversum, 1978, blz.204-206 passim)

De rekkelijke interpretatie van de rechten van de mens in Gaza en op andere crisisplekken en de focus op dierenrechten bij velen tonen de actualiteitswaarde van deze bezinning over God en mens.

10 augustus 2025

Oproep tot innerlijke vrijheid : Maurice Zundel (1897-1975) -1-

 Op vandaag 10 augustus is het exact vijftig jaar geleden dat de Zwitserse priester Maurice Zundel overleed. Deze eigenzinnige man geraakte in 1923 bevriend met Giovanni Batista Montini (1897-1978), de latere paus Paulus VI. Zundel was sterk beïnvloed door zijn protestantse grootmoeder en protestantse vrienden tijdens zijn jeugdjaren in Zwitserland. Dezen brachten de Bijbel in het leven van Zundel en zo kwam hij al jong tot de ontdekking dat het evangelie vooral een kwestie was van beleven, en niet van kennen. Ook had hij als tiener enkele bijzondere gebedservaringen als doorleefde ontmoetingen met God.
(Maurice Zundel als jonge priester)

Vanuit deze vroege ervaringen leken de scholastiek en de katholieke middelmatige beleving zo onevangelisch. Hij formuleerde zijn bedenkingen vanuit zijn eigen ervaringen en deze werden door vele doorsnee priesters en bisschoppen beoordeeld als op het randje van de ketterij, als het al niet ketterij was. Zo pleitte hij voor godsdienstvrijheid als vers gewijd priester (1922), terwijl pas heel op het eind van het Tweede Vaticaans concilie deze idee werd uitgewerkt in het document "Dignitatis Humanae"(1965). 
Zundel preekte armoede als voorwaarde om evangelisch te leven. Deze uitspraken deden zijn bisschop besluiten hem naar het Dominicaans college in Rome te sturen 'om zijn theologie bij te spijkeren'. In die dagen ontmoet Zundel voor het eerst zijn leeftijdsgenoot Montini. Eenmaal terug in Zwitserland blijft zijn bisschop super wantrouwig. Hij zou gezegd hebben tegen Zundel : 'De Kerk wantrouwt mystici; ze heeft nood aan heiligen.'
Tientallen jaren lang krijgt hij het ene postje na het andere, aalmoezenier nu eens bij religieuzen, dan in scholen, kapelaan in een stadsparochie,... maar nergens krijgt Zundel kansen om zich kerkelijk te ontplooien. Tussendoor verblijft hij even in Parijs en ontmoet opnieuw Montini. Zundel schrijft in de jaren 1930 een eigen catechismus, die echter geen publicatietoelating krijgt van de bisschop. Toch wordt deze gedrukt en verspreid -in de luwte- en later zal paus Paulus VI zelf uit dit werk citeren. Vanaf 1946 wordt Zundel een rondtrekkende predikant, die retraites en voordrachten geeft in het Midden-Oosten, in Frankrijk, Engeland, Duitsland, Italië. 
(G.B.Montini als jonge priester mei 1920)

In 1972 wordt hij door paus Paulus zelf gevraagd om de vastenretraite te preken in het Vaticaan.
Daar, voor een publiek met curiekardinalen en de paus zelf, pleit Zundel om de persoon van Jezus centraal te stellen en niet de organisatie van de kerk. Op het einde van deze retraite vraagt de paus uitdrukkelijk aan Zundel dat deze toespraken zouden uitgegeven worden. In het Nederlands verscheen deze retraite als "Die God, deze mens" (Gooi en Sticht, Hilversum, 1978). 
Het beleven van een relatie met God is begin en einde van elk christelijk leven. Dogma's en kerkelijke organisatie zijn daaraan ondergeschikt. Zoals Zundel het zegt in zijn Vaticaanse retraite :
"Opdat de kerk de geest boeit en het hart van de mensen raakt, is het dus van uitzonderlijk belang dat zij altijd verschijnt als een persoon en nooit als een instituut." (Die God deze mens, blz. 203)
Dit spanningsveld is op vandaag nog altijd heel actueel, een blijvende uitdaging om zich telkens te bekeren tot de God-mens Jezus. Al vijftig jaar overleden blijven de inzichten en inspiraties van deze priester nog altijd hun uitdaging behouden.

21 juli 2025

h3h - A Deeper Shade of Soul - 2 -

 Nog tot en met 3 augustus kan je in de heilige driehoek van Oosterhout al wandelend tussen de drie abdijen daar hedendaagse kunst ontdekken die wil aansluiten bij de kloostertraditie en het zoeken naar spiritualiteit, maar die ook wil verbinden met de actualiteit.
Rond het thema "A Deeper Shade of Soul" (een diepere zielskleur) hebben twintig artiesten een werk gemaakt dat wil uitnodigen tot diepgang.
In het klooster van de Norbertinessen, Sint-Catharinadal, kan je in een gangpad naast de kerk beklijvende tekeningen en schilderijen zien van Ceija Stojka (1933-2013), Oostenrijkse Roma die drie nazi- concentratiekampen heeft overleeft. Rond haar vijftigste begon ze haar trauma's te schilderen, stiekem tussen de huishoudelijke werkjes door. De reeks gouaches die worden getoond zijn ofwel heel kleurrijk (Helle Bilder) die sprankelen van levenslust ofwel heel grijs en donker (Dunkle Bilder) die de volkerenmoord van de nazi's op haar volk verbeelden. Op enkele gouaches schilderde ze een Mariakapelletje want vanuit haar geloof dankt zij haar overleving mede aan Maria. Hier een donker beeld, die bij mij ook reminiscenties oproept aan het bekende doek van Vincent van Gogh 'Kraaien over het korenveld'. De link met actuele vervolgingen en kampen is ook gauw gemaakt.
(Ceija Stojka - eigen foto)


In een bijgebouwtje van het Sint-Catharinadal zien we werk van Bronwen Jones die kledingherstel tot kunst verheft. Daarmee sluit ze aan bij de kloosterlijke traditie om duurzaam en niet spilziek te leven. Jones herstelt kleding op een zichtbare, opvallende manier. Voor de kunstenares was het herstellen van een ochtendjas van haar opa en oma ook helend. Na hun dood bleef ze deze herstelde kledij dragen en bleven ze toch nabij in hun afwezigheid.

(Bronwen Jones - eigen foto)


Veerkracht, vertrouwen, herstellen en herwerken: kunstenaars en kloosterlingen verkennen vergelijkbare paden en geven zo een diepere zielskleur aan het leven.


17 juli 2025

h3h - A Deeper Shade of Soul - 1 -

Nog tot en met 3 augustus kan je in het Noord-Brabantse Oosterhout op een bijzondere locatie een bijzondere tentoonstelling zien die een brug bouwt tussen hedendaagse beeldende kunsten en religie.
Op een steenworp van elkaar liggen drie abdijen in de zogenaamde heilige driehoek (h3h) : Onze Lieve Vrouwabdij bewoond door zusters benedictinessen, Sint-Catharinadal bewoond door zusters Norbertinessen en Sint-Paulusabdij gesticht door benedictijnen maar nu bewoond door de communauté du Chemin Neuf. Deze zomer voor de vierde keer wordt een biënnale, een tweejaarlijkse tentoonstelling georganiseerd op de terreinen van deze drie locaties. Na de beginnende edities rond geloof, hoop en liefde is het thema nu A Deeper Shade of Soul (een diepere zielskleur). De titel verwijst naar een popsong uit 1990 van de Utrechtse band Urban Dance Squad. Curator Nanda Janssen verzamelde twintig kunstenaar die elk op hun eigen wijze zochten om bezieling, kloosterleven en actualiteit te verkennen en te vervlechten.
Zo'n tentoonstelling biedt een verscheidenheid waarbij de ene bezoeker meer geraakt wordt door dit en de andere door dat. Hier en in volgende berichten enkele indrukken over deze veelkleurige expositie die zoekt naar een diepere zielskleur. 
De locatie ligt op 70 km. boven Antwerpen en op slechts 50 km. boven Turnhout. Een daguitstap vol uitnodigingen om nieuw te kijken en kleur te zoeken in ons leven.

(foto : Marc Deconinck)

De Onze Lieve Vrouweabdij is een slotklooster en de zusters stellen voor de h3h-biënnale hun tuin open. Kunstenares Jenna Kaës vroeg aan de zusters een passende tekst te kiezen om op de tijdelijke toegangspoort naar de kloostertuin aan te brengen. De zusters kozen een tekst van de middeleeuwse mystica Hadewych, nl. een gedicht waarvan de eerste regel nogal eens wordt geciteerd. Via dit gedicht nodigt de artieste (en met haar de zusters) wie de kloostertuin binnenstapt uit om zich bewust te worden van een grotere dimensie waarbinnen ons leven zich afspeelt. 

Een fragmentje uit het gedicht XXII van Hadewych:


Alle dinghe syn my te inghe       

 
(detail poort - eigen foto)
Alle dinghe
 
Syn mi te inghe!
 
Ic ben soe wyt!
 
 
 
Om een ongescepen
 
Hebbic begrepen
 
In ewigen tyt.
 
 
 
Ic hebt gevaen.
 
Het heeft mi ontdaen
 
Widere dan wyt!
 
 
 
Mi es te inghe
 
Al el!
 
Dat wetti wel
 
Ghi dies oec daer syt.


De componist-muzikant Cosmo Sheldrake nodigt tijdens de wandeling in de tuin ons uit naar de diepe oceanen. We horen een compositie van hem gebaseerd op de geluiden die bijvoorbeeld walvissen, bultruggen of orka's maken. Deze muziek vervlecht de zorg voor het klimaat en het bedreigde leven in de oceanen met de gedragen stilte van het benedictijnse leven. Ik zie ook een verband met de inzet die wijlen paus Franciscus bepleitte voor onze planeet  in o.a. zijn encycliek 'Laudate Si'. De compositie van Sheldrake is ook als het ware een hedendaagse muzikale variatie op de uitnodiging van Jezus tot zijn apostelen : 'vaar nu naar het diepe' (Lc 5,4). Vertrouw erop dat je zult leven dank zij de weidse zee. 



Tweemaal een wijdheid die aansluit bij het diepmenselijke verlangen naar onbegrensdheid. Twee maal een verklanking van een diepere zielskleur die verborgen zit onder de grijsheid van onze kleine willetjes.


 

30 maart 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur ? - 6 -

 


Hier wil ik verder lezen in het boek van Miriam Rasch "Luisteroefeningen. Over aandacht en ontvankelijkheid. (uitg. De Bezige Bij, Amsterdam, 2024, 222 p.)
Luisteren is open staan voor het onverwachte (zie vorig bericht), maar dat is niet zo evident. Rasch heeft het hier over de filosoof Emmanuel Levinas die de ontmoeting met de ander ziet als het begin van de ethiek, meer nog als het begin van alles. "De Ander (met een hoofdletter, dus haast als iets metafysisch) doet in die ontmoeting een appel op mij dat ik niet kan negeren. (...) In de dagelijkse omgang met de ander zijn we meestal niet zo bezig met ontmoeting of ethiek maar, aldus Levinas, vooral met categoriseren en gelijkmaken. We wissen de andersheid van de ander uit door haar in te passen in dat wat we al kennen en weten, onze 'totaliteit'. We laten graag overeenstemming prevaleren boven verschil, kun je ook zeggen, hebben het niet zo op met dat wat overschiet.
In plaats van ons open te stellen voor de ander, reduceren we haar via het beeld dat we van haar hebben letterlijk en figuurlijk tot een plaatje." (a.w. blz. 89) Voor Rasch voldoet dit niet helemaal en vindt bij Lisbeth Lipari een uitweg. "Misschien ligt het nog anders, suggereert Lipari, en gaat het er niet om dat er eerst een appel wordt gedaan (door de ander) waarop dan een antwoord volgt (van het ik), maar moet het luisteren, oftewel een ontvangende houding, aan dat alles voorafgaan. Kunnen appel en antwoord niet plaatsvinden zonder dat luisteren, of nog anders gezegd, maakt luisteren in de eerste plaats de ontmoeting mogelijk." (a.w. blz. 90). Het luisteren waar Levinas en Lipari op doelen als een antwoord op het nog-niet-gezegde is moeilijk anders denkbaar dan leeg zijn.
(©123RF)

In het dialoogmodel creëert de luisterende ontmoeting een tussenruimte. Elke relatie is een band waarbij elk ik mede verantwoordelijk is voor de ander. "Je maakt zelf het ene uiteinde van een relatie uit en bent daarmee of je het wil of niet, schatplichtig aan de andere kant. (...) Of in de woorden van Buber :
 Bij zichzelf beginnen, maar niet bij zichzelf eindigen; 
van zichzelf uitgaan, maar niet naar zichzelf toe streven; 
zichzelf zijn, maar niet met zichzelf bezig zijn.
Ik lees deze woorden als een ademhaling. De borst gaat op en neer, naar buiten en weer naar binnen. Ertussen is een ruimte. Ik lees het ook als een beschrijving van hoe luisteren voorafgaat aan het spreken van de ander en dat spreken mogelijk maakt. Hoe je moet luisteren naar de stem van de ander zoals die opklinkt in jezelf. Want het 'exiled excess' die nooit helemaal te doorgronden rest, zit ook in jezelf. Als de ander een iemand is, wat ben ik dan op mijn beurt? 'Ik is een ander', zoals Arthur Rimbaud schreef." (a.w. blz.92)

Ik onthoud hier dit : ons oefenen in luisteren naar de andere laat ons ontdekken dat we al luisterend een ruimte ontdekken in onszelf waar de stem van de ander/Ander opklinkt. Veel dichter bij het vers van het boek der Openbaring kunnen we niet komen, dunkt mij?
En wat mij ook bekoort is de idee dat God misschien wel in ons leven die verbannen overschot is, de exiled excess in ons leven en in onze samenleving..., de vluchteling en banneling.