Posts tonen met het label Huub Oosterhuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Huub Oosterhuis. Alle posts tonen

2 september 2025

Oproep tot innerlijke vrijheid : Maurice Zundel (1897-1975) - 2 -

 Op 10 augustus 1975 (nu vijftig jaar geleden) overleed de controversiële priester, theoloog, predikant en mysticus Maurice Zundel. Over zijn leven en bochtige parcours kon je al iets lezen in een vorige bericht (10 augustus).
(Maurice Zundel)
Nu wil ik uitgebreid deze bijzondere man aan het woord laten via een tekst uit de bundel "Een andere kijk op de mens. Woorden gekozen door Paul Debains." (uitg. Abdij Bethlehem, Bonheiden, 2003, blz.249-250 passim).

"De crisis van de Kerk heeft haar grond in een bepaalde opvatting over God. Omdat men verkeerd denkt over God kent de crisis vandaag deze omvang en deze verbreiding.
Men heeft God buiten ondergebracht en men heeft Hem binnenin nog niet ontdekt.
Het is vanzelfsprekend dat men deze God die daarbuiten is, weigert,
want Hij komt over als een bedreiging en een inperking die van buitenaf aan het menselijk leven wordt opgedrongen.
Het is vanzelfsprekend dat men deze inmenging van een autoriteit
die zich opdringt en die ontkenning blijkt te zijn van de menselijke vrijheid en waardigheid, als een belediging voor de geest en een frontale aanval ervan aanvoelt.
Men heeft zich in God vergist, men heeft Hem niet erkend,
vanzelfsprekend dus dat de moraal die vasthangt aan de 'traditionele' God, ook zelf aan het wankelen wordt gebracht. (...)
Dit afwijzen van God, kan en moet men overstijgen omdat de echte God binnenin is en niet daarbuiten,
omdat de echte God grond is van onze waardigheid!
Hij is de ruimte waarin zij volledig tot ontplooiing komt,
Hij is het totale licht en de totale vreugde van onze innerlijkheid,
Hij is het die ons tot bestaan en tot volkomenheid brengt.
Het is door Hem dat wij elkander ontmoeten,
het is in Hem dat wij elkander beminnen,
het is dankzij Hem dat wij de dood kunnen overwinnen
en onszelf vereeuwigen."

Zijn eigen mystieke ervaringen herkende Zundel bij Augustinus die in de Confessiones (Belijdenissen), na de beschrijving van zijn bekering in de feiten, filosofisch/theologisch deze ommekeer overdenkt als een overgang van buiten naar binnen (Conf. boek X,27) . De dichter Huub Oosterhuis maakte van deze Augustijnse overweging een lied, op muziek gezet door Antoine Oomen en hier gezongen door zijn dochter Trijntje.
Veel te laat heb ik je lief gekregen. Schoonheid wat ben je oud, wat ben je nieuw: een kerntekst bij Augustinus maar ook bij Maurice Zundel.



4 augustus 2025

Zaaien met tranen

 Wij als christen gelovigen voelen ons verweesd en onzeker in deze tijden waar we ons verhaal met God en Jezus zien afketsen op onverschilligheid, argwaan, vooroordelen en dorre wetenschappelijkheid. Als we ons kleine leven afzetten op de tijdslijn van het Eerste en Tweede Testament en daarna, dan zien we dat gelovigen heel vaak leefden als minderheden in een vijandige omgeving. De situatie in West-Europa tijdens de twintigste eeuw was voor de kerk vrij uitzonderlijk. Tot kort na Wereldoorlog II kon de kerk een zware stempel drukken op de samenleving en deze machtspositie leek haar nogal evident. Nu ontstaat er een situatie waarin de christen gelovigen zichzelf terugvinden waar Christus ze ook zag : als zout (teveel zout is ongezond en verpest de smaak) of als gist (een kleine hoeveelheid kan een brood doen rijzen of bier op smaak brengen), als bron (klein begin van een soms grote stroom). 
Psalm 126 zingt ook deze tweespalt uit : de droefheid omdat de inzet schijnbaar zonder resultaat is en de hoop/het verlangen dat er vruchten zouden zijn voor iedereen. In het eerste deel zingt de dichter over de terugkeer uit ballingschap, maar het tweede deel toont dat dit een wens is, dat de ballingschap nog gaande is. 
Meerdere keren heeft de Nederlandse dichter Huub Oosterhuis vanuit deze psalm geschreven. Een van deze liederen laat ik hier horen, gezongen door de kleinkunstzangeres Lenny Kuhr. "De steppe zal bloeien" gaat over vertrouwen en geloof, over dood en verrijzenis, over overgave en ommekeer.
Maar ook aan het Jezuswoord bij Johannes kunnen we denken : "Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft ze alleen, maar indien ze sterft brengt ze veelvoudig vrucht voort."(Jo. 12,24-25).



3 juli 2025

Het zware werk om te geloven

 Geloof wordt vaak voorgesteld als de aanname van een reeks stellingen en overtuigingen 
en het volgen van bepaalde morele regels.
De kerk heeft zichzelf lang vastgereden in deze voorstellingen van geloof. 
Nu leren we ontdekken, soms schoorvoetend, met vallen en opstaan, 
dat geloof vertrekt vanuit een levenshouding.
Geloof betekent vertrouwen schenken, zich toevertrouwen aan,
op weg gaan zonder zekerheden behalve dat er Een met ons gaat.
Een levenshouding die elke dag werk vraagt 
omdat we uitgedaagd worden 
om het centrum van ons leven buiten onszelf te leggen.
Het klinkt soms zwaar op de hand, maar het is de noodzakelijke arbeid om tot nieuw leven te komen. Niet voor niets vergelijkt de dichter Huub Oosterhuis het geloof met een geboorte. Voor de bevalling er is, wordt de hoogzwangere vrouw in de 'arbeidkamer' gebracht.

Het lied, gebed, gedicht van Oosterhuis is en blijft een dagelijkse opgave. Geloof als levenbarende openheid. En bij het leven horen veel vraagtekens, onzekerheden, hard werk.

KOM IN MIJ

Kom in mij, win, ontwapen mij.
Zie mij, doe mij aan.
Weersta mij, wacht mij, delf in mij.
Ontdooi mijn naam,
ontraadsel mijn bestaan.

Kom in mij, maak geluid in mij,
dood is diep in mij,
versteend mijn stem - ontsta in mij
doe pijn, doorgloei mij,
leef mij, licht in mij.

Kom uit mij, scheur mij, kind van mij,
mens in mij ontwaak.
Ontvang mij, overschaduw mij.
En ga met mij
waar niemand met mij gaat.
(uit: Vanderghote, Paul, Gensters in het licht., uitg. Halewijn, Antwerpen, 2012, blz.112)

De dochter van de dichter zingt dit lied.
Zie deze link :


17 december 2024

Proef en geniet ... : toeleven naar Kerstmis - 4 -

 Naar Kerstmis toeleven betekent dat we ons bezinnen over dat ongrijpbare gegeven van de menswording van God. Wie menswording zegt, brengt bij de luisteraar de vraag tot leven...wat is mens worden? 
Dan gaat Kerstmis niet meer alleen over iets wat gebeurde tweeduizend jaar geleden, maar dan gaat Kerstmis over onszelf en onze samenleving anno 2024. Kunnen mensen vandaag mens worden? Zijn wij wel voluit mens? En wat is 'mens-zijn'? 
De psalm 34 die we lezen in aanloop naar Kerstmis geeft een begin van antwoord op deze vragen. De psalm gaat over vernedering en angst, maar ook over vertrouwen en overgave, over inzet in waarheid en gerechtigheid en over de ultieme hoop dat menselijkheid het haalt op de dierlijk-evolutionaire inborst van de menselijke soort.
(Damien Hirst : psalm 34 Benedicam Domino)
Deze psalm zegt ons dat geloof en vertrouwen in God wezenlijk is, maar ook dat dit geloof zich moet omzetten in een 'goed' leven. De media spelen daarop in met bijvoorbeeld het mooie initiatief van de 'warmste week'. Deze inzet verzacht de commerciële dwang en kan ons geweten wat sussen, maar de Bijbelse kerstboodschap vraagt een durende 'bekering'. Toch zijn het zaden van hoop en aanzetten tot een voller leven.
Uit de vele Nederlandse vertalingen van 'mijn' adventspsalm 34 kies ik hier voor de vertaling van Huub Oosterhuis uit zijn "150 psalmen vrij" (uitg. Ten Have, 2012, blz.60-61)


34

Toen riep ik: gezegend Hij
die is en was en zal komen.
Zijn naam in mijn mond
in mijn ziel en gebeente -
en jullie die ook gebukt gaan
hoor deze woorden, leef op.

Ik heb Hem gezocht en gevonden.
Hij deed zelf open - ik straalde
stamelde heftig. Hij luisterde, lachte,
wij schaamden ons niet.
Alsof Hij legioenen stuurde uit de hemel
die om mij heen gingen staan,
zo veilig voelde het.

Luistert naar mij, mensen, gij allen:
als jullie goed willen leven
volle dagen, zo gelukkig als maar kan:
spreek dan behoedzaam,
lal niet een eind weg, en lieg niet,
voorkom hooglopende ruzie.
Want dan vertrekt zijn gezicht van woede,
zo'n wereld wil Hij niet meer.

Wie hem roepen stuurt Hij een antwoord,
waar Hij bevrijden kan, komt Hij bevrijden.
Gebroken harten, verbrijzelde ribben,
en al die rampen die over je komen,
zomaar... waakt Hij nog over ons?

Hij waakt over heel je gebeente.
Hij laat je ziel niet over aan het Niets.

Het kwaad doodt de dader zelf.
Het goede wordt een boom.

'en de vogels van de hemel
slaan hun tent op in zijn takken'.

Hij die is en was en zal komen stuurt een antwoord in de mens Jezus Christus. 
Hij komt bevrijden, waar mensen hun vertrouwen geven in Hem, 
want daar kan Hij bevrijden. 

5 mei 2024

Paaslicht voor onze tijden - 6 -

 De paastijd mondt zo dadelijk uit in de Pinkstergave en onze dialoog met het Lied aan het Licht van Huub Oosterhuis komt bij de laatste twee regels van het vers.

Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van Hem die leeft.

Voor wie vertrouwd is met de poëtische taal van Oosterhuis en/of vertrouwd met Bijbelse beeldspraak, zal van in de eerste lijnen reeds 'God' gelezen hebben bij het woord 'licht'. Maar toch bouwt de dichter zijn lied op naar deze twee laatste lijnen en onthult nu zelf om wie het bij hem gaat. Jezuïet Paul Vanderghote merkt dan ook fijnzinnig bij dit lied op: "Weliswaar heeft de dichter de volledige toedracht niet expliciet verklaard van het begin af. Mag dat juist niet als zijn verdienste aangerekend worden? Literair is dit als bewerker van 'suspense' te waarderen. Maar vooral is het de meest geschikte betoogtrant als wij over het mysterie dat God is, dan toch iets proberen te zeggen." (uit: Gensters in het licht. 80 gedichten uit de Lage Landen belicht door Paul Vanderghote, uitg. Halewijn, 2012, blz. 119).

(Fabrice Samyn : Untitled
uit de reeks Burning is Shining 2016
eigen foto september 2021)
In deze twee slotlijnen resoneren heel veel Bijbelwoorden mee.
Zonder volledig te zijn zet ik er hier enkele op een rijtje.
"Ik ben de alfa en de omega, zegt God de Heer, hij die is en die was en die komt, de albeheerser." (Apoc. 1,8)
"Johannes aan de zeven kerken in Asia : genade en vrede zij u van hem die is en die was en die komt (...) en van Jezus Christus (...) de eerstgeborene van de doden."(Apoc. 1,5)
En nog uit het begin van het boek der Openbaring :
"[Ik, Johannes, geraakte in geestesvervoering en hoorde achter mij een luide stem als een bazuin en ik keerde mij om om te zien wie met mij sprak] En toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten, maar hij legde zijn rechterhand op mij, zeggend: vrees niet, ik ben de eerste en de laatste." (Apoc. 1,17)
En natuurlijk laat de evangelist Johannes Jezus enkele keren in zijn verhaal zichzelf benoemen als het licht. "Jezus zegt : Ik ben het licht der wereld; wie mij volgt zal niet wandelen in het duister, neen, die zal het licht des levens hebben." (Joh. 8, 12)
Met dit laatste citaat uit het Johannes evangelie zien we ook hoe de dichter vanuit dit vers gedacht heeft. Het eerste woord van zijn gedicht is "licht" en het laatste is "leeft".
Met Pasen vieren we als christenen het Leven en ons geloof in de verrijzeniskracht en veerkracht die uitgezaaid is midden (kruis)dood en de uitzichtloosheid van het graf. Met dit Lied aan het Licht worden we genood lichtdragers en lichtbrengers en lichtgetuigen te zijn. Soms komen we iemand tegen waarbij we denken: welke stralende persoon is dat! 
We worden vanuit de Paasverhalen en via dit gedicht van Oosterhuis aangespoord om zelf stralende mensen te worden, elke dag opnieuw. Geen betogen over maar leven met en vanuit. 

21 april 2024

Paaslicht voor onze tijden - 4 -

 Terwijl de Paastijd groeit naar Pinksteren toe, blijven we het Lied aan het Licht van Huub Oosterhuis herkauwen. We laten ons nu aanspreken door het tweede deel van de tweede strofe uit dit Lied aan het Licht.

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Het licht werd in de vorige regels bezongen als een kracht en toeverlaat, een licht dat overwint. Een lied dus zinderend van geloof in de Paaskracht. Maar hier wordt ons een ander aspect van het licht getoond, de broosheid en kwetsbaarheid. Het licht is 'kind in mij'...het is een levende realiteit die echter voor zijn groei afhankelijk is van mijn inzet en zorg en van mijn koesterkracht.
De dichter houdt hier een soort pleidooi om het kind in ons niet te laten verstikken en om met een onbevangen blik rond te kijken en ons te verwonderen over de (on)herbergzaamheid van onze wereld. 
Zoals het Johannes evangelie begint met het licht dat in de wereld komt, maar er niet is aangenomen, zo is de kruisdood van Jezus het ultieme resultaat van deze niet-aanvaarding én zo is het Paaslicht het antwoord dat God met zijn licht en woord blijft aankloppen.
(kind in de gazastrook 2024
©SOS Kinderdorpen)


De verzuchting en het verlangen die er spreekt uit deze verzen is anno 2024 brandend actueel... 
Is er op deze aarde een plaats waar mensen kunnen leven in hun waarde en in vrede? Het zwakke lichtkind lijkt verloren gelopen te zijn op deze aardkloot en wil via mijn ogen zoeken naar een veilige plek. Ik moet mee op zoek om van deze aarde een wereld te maken van licht voor ieder mensenkind. Elk van ons wordt via dit lied uitgedaagd om zelf lichtdrager te worden opdat iedere mens haar of zijn naam in vrede kan dragen. Geloven vandaag betekent ook inzet voor vrede en gerechtigheid in de grote samenleving opdat er licht zou schijnen voor elke mens waar ook ter wereld.

13 april 2024

Paaslicht voor onze tijden - 3 -

 Het Lied aan het Licht van Huub Oosterhuis begeleidt mij in deze Paastijd. De eerste helft van de tweede strofe wil ik even benaderen.

Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.

In deze vier regels driemaal het woord 'licht' maar telkens weer anders belicht.
De eerste regel zegt dat het licht de stadhouder is van mijn stad. In de vorige strofe was het al duidelijk geworden dat licht niet iets individueel is maar iets van 'met elkaar' zijn en niet uit elkaars genade vallen. Hier is het 'samen' uitgekristalliseerd tot het beeld van een stad waar de dichter zich thuis voelt ('mijn' stad) en die stad wordt bestuurd door het licht. 
(Roni Horn : Well and Truly 2009-2010 detail
eigen foto)
Voor Nederlanders (zoals de dichter) is de term 'stadhouder' of 'stedehouder' een vertrouwd begrip. Van in de Bourgondische tijd (onder Filips de Goede 1448) tot 1747 was dit een belangrijke ambtelijke functie. Deze stadhouder bestuurde in opdracht van de hertogen, later van Keizer Karel, en later na de scheuring met de Habsburgers, bestuurde de stadhouder in opdracht van provincie of gewest. Het was de plaatsvervanger van de heer. In katholieke middens werd ook de paus soms betiteld als 'stedehouder'.
Voor de dichter is het licht de plaatsvervanger... maar van wie of wat is niet onmiddellijk duidelijk. Het licht is echter wel aanhoudend en zoals het spreekwoord zegt : de aanhouder wint. Licht is blijkbaar ook een strijdbaar gebeuren...
In de derde lijn wordt het licht een houvast, een ouderfiguur (vaderlijk licht en moederlijk dragend) en herkent de dichter zichzelf als kind van het licht, kijkend dank zij het licht.
Hier zie ik als christen de vaderlijke scheppende en moederlijke barmhartige God. Dit licht is een weldaad omdat het biedt wat een goede ouder biedt : een houvast geworteld in het vertrouwen en de ervaring van een barmhartige nabijheid. Het licht dat in de allereerste regel ons aanstootte en als koud was ervaren wordt een kans om al kijkend in het licht te ontdekken wat het mij wil onthullen.

7 april 2024

Paaslicht voor onze tijden - 2 -

 Het lied aan het Licht van Huub Oosterhuis willen we nog even hernemen en herkauwen, want de inhoud is zo rijk en geschakeerd.
Zoals elk symbool is het licht ook meerduidig. Het licht heeft vele gezichten en dat spreekt sterk uit het lied van Oosterhuis.
Laten we het even houden bij de eerste strofe.

Licht dat ons aanstoot in de morgen,
voortijdig licht waarin wij staan
koud, één voor één, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen
zo zwaar en droevig als wij zijn
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

Het licht dat aan ons verschijnt komt van lichtjaren ver, doorheen het koude heelal, tot bij ons -de dichter spreekt hier van 'voortijdig', voor onze tijd- en elk van ons heeft zo zijn eigen ervaring. In het licht zien we dat we als mens zo anders zijn dan de mens naast ons en dat kan ons eenzaam maken. Door in het licht te staan voelen we ons ook 'ongeborgen' zegt de dichter, we staan open en bloot. Al onze geheimen en zwaktes komen mee aan het licht.
(eigen foto
Parijs interieur dec. 2015)

Dit eerste gezicht van het licht is niet zo weldoend; we ervaren het als moeilijk leefbaar, maar het licht kan ons hier ook helpen en een ander gezicht aannemen. Als we ontdekken dat we onze ervaring van eenzaamheid en koude delen met de mensen die één voor één naast ons staan, kan deze gemeenschappelijkheid ons helpen, ons uitzicht geven en warmte. Licht wordt dan een herberg waar we onze mede-mensen ontmoeten en elkaar tot genade kunnen zijn. Deze gemeenzame ervaring van licht geeft ons een doel. Dit herbergzame licht wordt een vindplaats, een ankerpunt, een lichtbaken in ons zware en droevige bestaan. 
In deze eerste strofe zien we de dynamiek ook van de Paasverhalen.
De donkerte en koude van een dode en begraven Jezus worden opengebroken door de verschijning van de Verrezene, maar deze ontmoeting is confronterend en werpt iedere leerling eerst op zichzelf terug : wat moet ik ermee? In tweede instantie wordt de ervaring van de Verrijzenis tot een koesterplek dat de leerlingen delen met elkaar en pas na vijftig dagen zal dit licht hen aanvuren tot getuigenis buiten hun eigen herberg, hun eigen kring.


31 maart 2024

Paaslicht voor onze tijden - 1 -

 Iets langer dan gedacht heb ik aan de blog niet kunnen werken wegens verhuizen...
Maar nu met het feest van Pasen verrijst mijn blog weer uit het donker op. Tijdens de Paaswake wordt met het nieuwe licht de paaskaars ontstoken en dan zo de kerk binnengedragen. Tot drie maal toe wordt dit licht verwelkomd met de acclamatie : 'Licht van Christus. Wij danken God'.
Het licht dat de onzekere duisternis doorbreekt is een sterk symbool voor wie Christus wil zijn in ons leven. In het Johannes evangelie (8,12) zegt Jezus over zichzelf trouwens "Ik ben het licht der wereld".
Op Pasen past dan ook dit mooie lied aan het licht van Huub Oosterhuis, in bijgaande link gezongen door zijn dochter Trijntje bij de 85ste verjaardag van haar vader.
Een lichtend Paasfeest gewenst!

 

22 april 2023

Huub Oosterhuis - voorbij alle woorden - 2 -

 De Nederlandse dichter en theoloog Huub Oosterhuis heeft op Pasen 2023 zijn Pascha-moment beleefd: zijn doortocht door de dood naar de ontdekking van ... Van wie of wat?
In wat hij noemde 'een bijbels opstel' heeft Oosterhuis nagedacht over leven en dood en over 'leven na de dood'. 
Hieruit een klein citaat :
"Wat heeft de bijbel ons te melden? Een naam. De Naam. En eigenlijk niet meer dan dat. En nu moeten we maar zien of dat genoeg is, of wij daar genoegen mee kunnen nemen, daar zoveel kracht en toekomst in vinden dat het ons moeizame alledaagse leven verandert. Die naam luidt: Ik zal er zijn.

De bijbel is een levensleer in de vorm van een verhaal. Het verhaal van de Naam is het verhaal van een weg die door mensen gegaan wordt: van slavenhuis, angstland, naar vrijheid, goed en wijd land, van dood naar leven, van leven dat geen leven is, naar volheid van leven, eeuwig leven.  (...)
'Geloven' is in Israël: weten waar je aan toe bent. Je bent niet toe aan een hemel, een hiernamaals. Je bent toe aan God. En die is zo dichtbij, en zo ver weg, als mensen voor elkaar dichtbij en ver weg zijn.(...)
(Huub Oosterhuis ©NRC)

Liefde is zijn Naam. Die Naam laat alle droomgezichten en gedichten, alle hiernamaalsvisioenen achter zich. Beelden en gelijkenissen, parabels en liedjes waarin wij onze hoop levend houden op een hoogstpersoonlijk voortbestaan-na-de-dood: ze mogen wel, ze verwarmen ons hart. Maar ze zijn niet Hemzelf. Ze zijn 'voorhoven des Heren'. Hij zelf is in Zijn Naam: 'Ik zal er zijn, voor jou'. Wanneer? Nu. In alles wat je leeft, op heel die weg van dagen die je gaan moet. In jezelf, en in anderen. In de liefde, de volharding, de trouw tussen mensen, in goede en in kwade dagen. En morgen zal het weer nù zijn. Zal dat ooit eindigen? 
'Opstanding uit de doden' en 'eeuwig leven' zijn omschrijvingen van de Naam. Hun eerste betekenis is: dat Hij ons nu, in dit leven, trouw zal zijn. Hun tweede betekenis is: dat Hij ons in de dood nog kent."
(uit: Oosterhuis, Huub, En ik zag: een nieuwe wereld. Proeven van bijbelse prediking., uitg. Amboboeken, Baarn, 1984, blz. 306 e.v. passim)

14 april 2023

Huub Oosterhuis - voorbij alle woorden- 1 -

 Op Paasdag overleed de Nederlandse dichter, theoloog en katholiek buitenbeentje Huub Oosterhuis.
Hij heeft de Nederlandstalige christengemeenschap een massa woorden nagelaten waarin hij zocht om het oeroude verhaal van God en de mens zoals het is overgeleverd in de Bijbelse boeken tot een nieuw gebeuren om te smeden dat mensen van vandaag kan raken. Zelf geraakt door God en vervuld van Geest zocht Oosterhuis altijd weer om zijn geboeid zijn te vertalen, te vertolken. 
Nu is hij in de grote stilte aangestoten door een licht dat hij zo vaak heeft bezongen. Uit de schatkamer die hij heeft nagelaten wil ik in deze dagen als eerbetoon enkele woorden aanreiken.