Posts tonen met het label psalmen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psalmen. Alle posts tonen

28 juli 2026

Een gebed aan zee

 De in Amerika geboren Nederlandse dichter Lloyd Haft (1946)heeft het boek der psalmen bewerkt tot eigenzinnige verzen. Soms staat zijn versie dicht bij het origineel, soms is het een heel vrije herdichting. 
In deze vakantieperiode zijn velen aan zee en daarbij dacht ik aan dit gebed/vers.
(eigen foto juli 2017)


Zo hier staat hij zoals de psalmdichter bij de zee 
en al kijkend over deze oneindige 
altijd andere oneindigheid 
die voor hem zoals voor de psalmdichter 
veellagig spreekt over 'God',
herschrijft hij psalm 93.

NAAR PSALM 93

Is zoveel luister
niets dan kleed?
Als dit uw hulsel is -
hoe sterk moet u dan schuilen!
Sterk is ook de aarde,
eeuwig haast als u:
vanouds is hier de plaats waar u
zou kunnen komen.
Golven slaan,
razen omhoog,
raken u niet :
uw stilte
die niemand ziet, ligt hoger.
Over de golven uitziend
denk ik aan de velen
die hier al ongehoord van u getuigden.
Ook ik getuig: onwankelbaar
is uw verborgenheid.

(uit: Haft, Lloyd, De psalmen in bewerking. Amsterdam, Uitg. Querido, 2003, blz. 102)




















22 juli 2026

Sporen van middeleeuwse vroomheid en kunde - het Sint Maartenskerkje van Vic - 4 -

 Voor een laatste keer laten we ons verleiden door de bijzondere fresco's in het kleine kerkje van Vic (departement Indre). Op het einde van de elfde eeuw werd de parochie van Vic bediend door monniken van de abdij van Déols, toen een machtige benedictijnerabdij vlak bij Châteauroux. Deze monniken realiseerden de fresco's in het midden van de twaalfde eeuw. Recente bronnenstudies ontdekten dat het iconografisch programma in Vic mee bepaald werd door de geschriften van een monnik van de abdij van Déols, nl. Hervé de Bourg-Dieu. Hij schreef een commentaar op het boek Jesaja, die geroepen werd om profeet te worden. Hem verscheen een engel, maar die verschijning deed Jesaja beseffen hoe klein en zondig hij was en daarom niet waardig om profeet te worden. Hij beschrijft dit visioen en zegt dat een engel met een gloeiende kool zijn lippen kwam zuiveren zodat hij klaar was voor zijn profetenwerk (Jesaja 6). Dat zien we op een fresco in het priesterkoor. 
(eigen foto)
Daarnaast is er het verhaal van de intocht van Jezus in Jeruzalem (cfr. Mt. 21; Mc. 11; Lc. 19 ; Jo. 12), op het eerste zicht geen 'logisch' vervolg op die zuivering van Jesaja. Maar in dat visioen hoorde Jesaja ook de engelen (serafijnen zegt hij) de lof van God zingen : Heilig, Heilig, Heilig, de Heer der Heerscharen. En in alle evangelieverhalen wordt verteld dat het volk Christus toezong met woorden uit psalm 118 (26) : Gezegend wie komt met de naam van de Heer. Deze twee verzen samen vormen het vaste lied in de eucharistieviering, voor de consecratie, dat we kennen als het 'Sanctus'. In de mis herdenken wij het lijden en de dood van Christus én die werden ingezet met de intocht in Jeruzalem. Zo zien we hoe deze twee scènes dan toch bij elkaar aansluiten. De priester ziet en moet eerst en vooral beseffen dat hij onwaardig is, wordt dan gezuiverd en mag dan binnentreden in het mysterie van de Verlossing (de Passie en Pasen van de Heer).
(eigen foto)


Met deze beschouwing van deze fresco's verlaten we dit prachtige kerkje van Vic, dat mede dank zij schrijfster George Sand (1804-1876) op de lijst van Franse monumenten werd geplaatst en daardoor met de nodige zorg is bejegend.

13 maart 2026

Biddend groeien naar Pasen met Thomas Merton - 4 -

 
(©ThomasMertonLegacy)

Gelovigen ontdekken vaak pas achteraf hoe God in hun leven aanwezig was en is en blijft. Deze godservaring, zoals bij Jakob en zijn droom met de ladder naar de hemel (zie Genesis 28 en zie deze blog in de berichten van januari) doet ook de monnik Thomas Merton biddend terugkijkend op zijn leven, zijn escapades met vrouwen, zijn jeugdjaren in Frankrijk en Engeland en zijn oversteek naar Amerika waar hij trappist werd in de abdij Gethsemane (Kentucky). 
Ons leven mogen we zo in ons gebed openvouwen voor Christus om te ontdekken hoe Hij aanwezig is bij ons, zelfs soms ondanks onszelf.
"Van in mijn wieg
heb ik U overal gekend, Christus.
Zelfs toen ik in zonde leefde
volgde ik uw weg
en wist ik dat Gij mijn wereld waart.
Gij waart mijn Frankrijk en mijn Engeland,
mijn oceanen en mijn Amerika.
Gij waart mijn leven en mijn ademtocht."
(uit : In gesprek met de Stilte, blz. 92)

Met deze woorden komt Merton in de buurt van wat psalm 139 uitzingt : "Heer, Gij doorgrondt en Gij kent mij(...)al mijn wegen zijn U vertrouwd. (...)Gij zijt die mijn kern hebt gevormd, die mij weefde in de schoot mijner moeder..." (vertaling Ida Gerhardt).

30 november 2025

Nova et vetera - expo in Abby - 1 -

 De Latijnse woorden 'nova et vetera' hebben hun oorsprong in het Mattheüsevangelie (15,32) : "Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt."
Aan deze passage dacht ik bij het bezoek aan de veelzijdige en inspirerende tentoonstelling die nog tot 1 maart 2026 te zien is in het Kortrijkse museum ABBY. De titel van de expo "Faith No More. Rituals for Uncertain Times."  De curatoren zelf noemen hun expo een tentoonstelling over apocalyptisch denken, (wan)hoop en troost in de middeleeuwen en vandaag.
Maar de saus die alles bindt is het christelijke verhaal van de lijdende Christus en de overweldigende beelden van het boek van de Openbaring (Apocalyps). 
In de tentoonstelling zien we oude beelden naast heel nieuwe kunstwerken: nova et vetera! Het voorgestelde parcours begint bij het inferno en gaat dan over naar arcadia. Het scheppingsverhaal, de zondeval en de zoektocht naar verdwenen onschuld, de ontdekking dat alles ijdel is en de wanhoop van de lijdende mens (en Christus) voeren naar de apocalyps van toen en van nu. Via de gang van kennis en wijsheid gaan we dan van het donker naar het licht. Zo komen we in arcadia met thema's als eeuwigheid, wedergeboorte, viering, hoop en nieuwe verhalen.
Deze droge opsomming klinkt saai, maar de voortdurende wisselwerking tussen oude kunst (13e-17e eeuw) en hedendaagse kunstwerken brengt telkens nieuwe prikkels tot reflectie en meditatie. De spiegel die ons wordt voorgehouden kan lang nawerken bij mensen die met een openheid van geest deze expo bezoeken. Een aanrader als je het mij vraagt (en ook als je het mij niet vraagt).
In deze advent kan het helpen onze zintuigen aan te scherpen om te ontdekken dat de woorden van Johannes de Doper ook nu nog actueel zijn : 'Midden onder u staat Hij die gij niet kent' (Jo. 1, 26).
Hier een voorproefje van de expo.
(eigen foto)

Op de langste wand is er een houtsnede van Albrecht Dürer (de bewening van Christus, ca. 1497)) en deels achter de handen van de centrale sculptuur een Lamentatie door een onbekend Antwerpse schilder (ca. 1515). Op de rechterwand een werk van dit jaar van de Zuidafrikaanse artiest Kendell Geers (Stations of the Cross 5102) .
We zien er de voetafdrukken van de artiest in koolstof en op de zijkant de kruiswoorden van Jezus : Eloi Eloi Lama Sabahtani (Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten) (cfr. Mt. 27,46 ; Mc. 15,34 en Ps. 22, 1). Centraal is er het levensgrote beschilderde bronzen beeld van Tony Matelli : Sleepwalker (de slaapwandelaar).
Beeld van onszelf in onze tijd? Het verdriet om God die dood is; de voetstappen van wie zich stappend afvraagt waar God blijft; de kwetsbare man die op de tast verder wandelt zonder te zien waarheen zijn stappen hem brengen. 
Beeld van onszelf en ons sluimerend verlangen naar heling?

26 november 2025

Beelden die spreken - Straatsburgse prikkels - 2 -

 


Tot eind september was de naam van Lou Albert-Lasard (of ook : Louise Lasard) mij totaal onbekend. Ze is geboren in 1885 te Metz (Lotharingen) in een Joods Duits burgerlijk milieu en na een kunstopleiding in München, frequenteerde ze artistieke centra in Frankrijk, Duitsland en Zwitserland en had o.a. een korte passionele relatie met de dichter Rainer Maria Rilke. Na haar dood in 1969 schonk haar dochter ruim 2000 werken aan het museum voor moderne en hedendaagse kunst (MAMC) in Straatsburg, waar ik kon kennismaken met haar werk.
In een kleine thematentoonstelling over sacrale kunst werden rond werken van Gustave Doré (geboren in Straatsburg) ook enkele andere religieuze werken getoond, waaronder dus Louise Lasard.
Ik was getroffen door de rauwe expressionistische toon van deze piëta, met een Christus die nauwelijks nog mens is maar eerder een worm, een verslagen Maria en een (rosse!) heftig reagerende Maria Magdalena. De derde Maria houdt haar handen zoals vele treurende vrouwen op laatmiddeleeuwse schilderijen. Lasard maakte dit schilderij in 1921, net na die vreselijke Groote Oorlog waar jonge mannen werden herleid tot kanonnenvoer en waar veel vrouwen achterbleven in rouw, pijn en verlatenheid. Met de hedendaagse oorlogen als dagelijkse portie nieuws wordt deze piëta opnieuw heel actueel, schrijnend en schreiend.
Enkele uren nadat Jezus aan het kruis genageld werd en luidop begonnen was met het bidden van psalm 22 (het eerste vers : mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?) zien we hier verbeeld het vers 7 van deze psalm: Ik ben een worm en geen mens, door iedereen versmaad.

(eigen foto)



15 november 2025

Beelden die spreken - Straatsburgse prikkels - 1 -



(Markus Lüpertz : Herte
-eigen foto)
God is onzienbaar voor onze ogen maar dankzij zijn Zoon weten we dat we hem werkzaam kunnen zien doorheen mensen en hun werken. Ook kunstwerken kunnen ons anders leren kijken en luisteren naar de Bijbelse verhalen. 
Zo zag ik eind september in het museum voor moderne en hedendaagse kunst (MAMC) in Straatsburg een sculptuur van de hedendaagse Duitse kunstenaar Markus Lüpertz (1941) die onmiddellijk aanspreekt. Een naakte jonge man draagt op zijn schouders een jong schaap. Een herder dus die direct doet denken aan een gelijkenis van Jezus over God die altijd opnieuw zoekt om wat verloren is terug te vinden. Het hoofdstuk 15 van het Lucas evangelie vertelt via drie verhalen hoe God begaan is met het verlorene (het weggelopen schaap, het zoekgeraakte geldstuk en de twee zonen).

Fascinerend is hier bij deze sculptuur de naaktheid van de herder. Wie wil herderen en anderen hoeden doet dit best vanuit zijn eigen kwetsbaarheid. De eigen naaktheid en broosheid beleven kan de goed bedoelende herder bewaren voor betutteling van (of dwingelandij over) het verloren schaap. 

Het beeld van de goede herder die het schaap terugbrengt sluit natuurlijk ook aan bij de psalm 23, met het bekende beginvers: de Heer is mijn herder... 
Deze woorden mogen ons evenwel niet in slaap sussen, zoals dichter Michel van der Plas (1927-2013) schrijft. Geloof, zeker in onze dagen, is een blijvende uitnodiging én uitdaging. Het herderschap van God vraagt ook om zelf te volharden in verlangen en hoop.
Twee kunstenaars die onze blik openen op het herder-zijn van God voor elk van ons vandaag.

PSALM

De Heer is mijn verder. Hij laat mij missen:
roes, aarde, nu. Laat mij te weinig zijn
en wensen. Drijft mij op naar duisternissen
van bos en braakland, in een perk van pijn.

Is mijn elders. Laat hemelen verhalen,
de macht, de glorie. En houdt mij doodsbang
over mijn dorst gebogen. Zendt zijn stralen
bij mondjesmaat. En wacht, mijn leven lang.

Mijn vijand drinkt en doezelt voor mijn ogen.
De kinderen zingen van een vergezicht.
De Heer is mijn eenmaal. Ik moet nog hoger.

Zijn heil en zegen zullen op mij jagen,
mijn leven lang. Ik zal het dwingelandslicht
zien, haten en verlangen, al mijn dagen.
(uit: van der Plas, Michiel, De oevers bekennen kleur. Verzamelde gedichten., uitg. Lannoo, Tielt, 1994, blz. 121)

4 augustus 2025

Zaaien met tranen

 Wij als christen gelovigen voelen ons verweesd en onzeker in deze tijden waar we ons verhaal met God en Jezus zien afketsen op onverschilligheid, argwaan, vooroordelen en dorre wetenschappelijkheid. Als we ons kleine leven afzetten op de tijdslijn van het Eerste en Tweede Testament en daarna, dan zien we dat gelovigen heel vaak leefden als minderheden in een vijandige omgeving. De situatie in West-Europa tijdens de twintigste eeuw was voor de kerk vrij uitzonderlijk. Tot kort na Wereldoorlog II kon de kerk een zware stempel drukken op de samenleving en deze machtspositie leek haar nogal evident. Nu ontstaat er een situatie waarin de christen gelovigen zichzelf terugvinden waar Christus ze ook zag : als zout (teveel zout is ongezond en verpest de smaak) of als gist (een kleine hoeveelheid kan een brood doen rijzen of bier op smaak brengen), als bron (klein begin van een soms grote stroom). 
Psalm 126 zingt ook deze tweespalt uit : de droefheid omdat de inzet schijnbaar zonder resultaat is en de hoop/het verlangen dat er vruchten zouden zijn voor iedereen. In het eerste deel zingt de dichter over de terugkeer uit ballingschap, maar het tweede deel toont dat dit een wens is, dat de ballingschap nog gaande is. 
Meerdere keren heeft de Nederlandse dichter Huub Oosterhuis vanuit deze psalm geschreven. Een van deze liederen laat ik hier horen, gezongen door de kleinkunstzangeres Lenny Kuhr. "De steppe zal bloeien" gaat over vertrouwen en geloof, over dood en verrijzenis, over overgave en ommekeer.
Maar ook aan het Jezuswoord bij Johannes kunnen we denken : "Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft ze alleen, maar indien ze sterft brengt ze veelvoudig vrucht voort."(Jo. 12,24-25).



31 juli 2025

In Memoriam Jos Stroobants

De Leuvense dichter Jos Stroobants is begin juli op 77-jarige leeftijd overleden. Als dichter, muzikant en beeldend artiest was hij ook betrokken bij de Universitaire Parochie in Leuven en bij gelegenheid schreef hij ook voor de abdij van Keizersberg. In Leuven was ook de uitvaartdienst in de kerk van het begijnhof.
(Jos Stroobants - ©Diepenbeek nu)

In de dagelijkse gebeden van de kerk wordt tijdens de vespers (het avondgebed) altijd weer het danklied van Maria gebeden, het Magnificat (cfr. Lucas evangelie 1, 46-55). Een lied als gelovige  terugblik op de voorbij dag. In 1994 schreef Jos Stroobants een gedicht met de titel "Magnificat". In dankbaarheid voor zijn humane verzen die doordrongen zijn van verbondenheid met de natuur, met de cultuurgeschiedenis en met het God zoeken wil ik nu dit vers delen. Een vers vol van godsverlangen, van vervulling vereend in verwachting, van mens met God verbonden en van God zo menselijk ineen.
Een vers dat voor mij ook een variante is op psalm 139, de psalm waarin de dichter het mysterie van zijn leven geborgen weet in het mysterie van God.

MAGNIFICAT
     een liefdeslied / een huwelijkslied
     op de melodie 'Comt nu met sangh'

"Bladstille nacht, wind over water,
zachter geweld van sneeuw in maart
vogels in mei, herfstregen later..."
Zo ligt jouw stem in mij bewaard:
beelden verzonnen, namen voor jou,
vermoeden ongehoord,
onuitgesproken woord.

Stem die mij zong in den beginne,
die mij gekneed heeft, mij gevormd,
adem in mij, warmte vanbinnen,
stilte en trilling, bries en storm,
blijf in mij woeden, blijf met mij gaan,
plant diep jouw droom in mij,
word onuitroeibaar jij.

Dwars door het dak vallen de sterren,
deuren gaan open, nacht verwaait.
Raak mij voorgoed -dichtbij en verre
hoor ik jouw lied, een vuur dat laait.
Maak mij bewoonbaar, fluister mijn naam
aleer je binnengaat,
mij eind'lijk leven laat.
(uit: Stroobants, Jos, Tijd opent zich als nieuwe wijn. Uitg. P, Leuven, 2021, blz. 68)

27 juli 2025

h3h - A Deeper Shade of Soul - 3 -

 Voor een derde maal wil ik enkele kunstwerken belichten uit de expositie in de kloosterdriehoek van Oosterhout (NL), nog tot en met 3 augustus te zien. Vergankelijkheid, dood en nieuw leven zijn constante thema's in het christelijke leven, want juist de dood en verrijzenis van Jezus staat centraal in het geloof. Meerdere artiesten hebben rond dit thema gezocht naar eigen beelden.
In de kerk van Sint-Catharinadal staat een grote installatie, ontworpen door Jonas Wijtenburg, waarop Vincent de Boer gedurende de duur van de expositie de namen kalligrafeert van alle overleden zusters sedert de stichting van dit klooster in 1271. Zo sluit deze artiest aan bij enkele kloosterlijke gewoontes. De gestorven voorgangers worden op de verjaardag van hun overlijden in herinnering gebracht. Daarnaast hebben tot ver na de middeleeuwen kloosterlingen in hun scriptoria teksten, boeken en documenten overgeschreven. 
(eigen foto)


In de Sint-Paulusabdij heeft Inge van Genuchten in de schuur de installatie "Duin der dagen" opgesteld. Ook deze installatie groeit tijdens de expositie. Er stroomt onafgebroken een straal fijne zandkorrels naar beneden. Op de vloer ontstaat zo een steeds groter wordende duin. In de bijbel gaat het vaak over zand. God belooft Abraham een nageslacht zo talrijk als de zandkorrels aan de zee (Gen. 22,17 ; Gen. 32,13). De psalmist zegt in psalm 139 "Hoe moeilijk zijn uw gedachten voor mij, God, wat een machtig geheel. Ga ik ze tellen, ze zijn zo talrijk als het zand aan de zee."(vertaling : Oosterhuis en van der Plas). Zand is ook symbool voor vergankelijkheid en onstabiliteit, zoals in de vergelijking die we lezen bij Mattheus over het bouwen op de rots of op zandgrond (Mt. 7, 24-27). Deze laatste connotatie doemt ook op bij het zien van de installatie van van Genuchten... we zien een soort reuze-zandloper waarbij de tijd ons ongrijpbaar door de vingers glipt en waarbij wij als mens slechts een nietig korreltje zijn in deze 'Duin der dagen'.
(Inge van Genuchten : Duin der Dagen - eigen foto)


Nog in de Sint-Paulusabdij, in de vroegere pottenbakkerij zijn er een reeks heel aparte kunstwerken te zien van Patrick Neu. Glazen bekers of roemers zijn op zich al heel fragiel, maar de kunstwerken versterken nog het gevoel van broosheid. Met behulp van rook schildert Neu heel accuraat bekende schilderijen na. Bosch, Bouts, Holbein, Rubens met werken als het laatste oordeel of de val der engelen enz... worden teruggebracht tot heel kleine afbeeldingen, uitgekrast in een laagje roet. Hoe vergankelijker kan het nog???
(Patrick Neu - eigen foto)



Het besef van vergankelijkheid en eindigheid geeft aan het leven van de mens een diepere zielskleur. Dat beleven kloosterlingen en artiesten en dat geven ze door in deze bijzondere tentoonstelling.

22 maart 2025

Hoor wie klopt daar aan de deur? - 4 -

 

De tijd naar Pasen toe daagt gelovigen uit om hun geloof intenser te beleven en te verdiepen. Als we beseffen dat Hij, de Andere, bij ons aanklopt en ons wil de weg tonen naar meer vrijheid, dan is het zaak om zijn aankloppen te horen. Daartoe kan deze voorbereidingstijd naar Pasen ons op weg helpen. 
Met Roger Burggraeve hebben we in een vorig bericht het aankloppen van de Andere benoemd als het 'ambetante geheugen' zoals bij Mozes. Hier is een andere gids die het eveneens over het geheugen heeft, is Erik Varden in zijn boek uit 2020 : De eenzaamheid doorbreken. Over christelijk gedenken. (uitg. Berne Media). Varden, agnostisch opgegroeid en bekeerd tot het Rooms-Katholicisme op zijn 19e, treedt in 2002 (28 jaar) toe tot de trappistengemeenschap van Mount St. Bernard (Gr.-Br). In 2015 wordt hij daar gekozen tot abt, maar in oktober 2019 wordt hij door paus Franciscus benoemd tot bisschop van Trondheim (Noorwegen). Vanuit een artikel verschenen in "De Kovel" nr. 86 (januari 2025, blz. 46-53)) over dit boek ontdekken we nog een manier van goddelijk aankloppen. Het artikel is van de hand van Marianne van Reenen, die de Nederlandse vertaling verzorgde en daaruit zullen we hieronder ook citeren.
Vorig jaar december stond de 'Warmste week' in Vlaanderen in het teken van 'eenzaamheid'. Erik Varden vertrekt ook vanuit deze ervaring van eenzaamheid. "Eenzaamheid wordt vaak de ziekte van deze tijd genoemd. Veel mensen hebben niet langer het gevoel ergens bij te horen. (...) Varden ziet haar in de eerste plaats als een existentieel probleem, waarmee ieder mens vroeg of laat te maken krijgt. Het gaat hier om een ervaring die net zo universeel is als honger en dorst en die ons zo diep raakt dat we vaak niet weten hoe we erover moeten praten." (o.c. blz. 48)
(Erik Varden - ©Catholic News Agency)


Waar krijgen we woorden aangereikt om deze fragiele ervaring meer nabij te komen? De christelijke traditie kan ons daarin een weg tonen.
Volgens vroeg-christelijke schrijvers zoals Athanasius of Augustinus begint het bij de schepping van de mens, door God geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. "Naar Gods beeld geschapen zijn - mens zijn - betekent dat je in het diepst van je wezen ernaar verlangt de grenzen van het menselijke bestaan te overschrijden om deel te krijgen aan het goddelijk leven." (o.c. blz. 49). Onze ervaring van eenzaamheid, een soort on-af zijn, kan in ons de herinnering wakker maken aan dat ingeschapen verlangen.
Augustinus becommentarieerde tijdens zijn priesterlijke leven alle psalmen en ooit bestudeerde ik zijn commentaar op psalm 4. 
Het vers 7 daaruit is door Ida Gerhardt als volgt vertaald : "Steeds heet het : wie biedt ons uitzicht?. Doe Gij opgaan over ons uw lichtend aanschijn, Jahwe."  Augustinus preekte in het Latijn en volgde een tekstvariant van de Vulgata Clementina waarin het vers 7 zo klinkt :"Quis ostendit nobis bona? Signatum est in nobis lumen vultus tui, Domine." of dicht bij deze tekst : wie toont ons het goede? Het licht van uw gelaat, Heer, is gestempeld in ons (hart). Augustinus zegt daarbij dat we zijn als een muntstuk. Als Jezus zegt dat we aan de keizer moeten geven wat hem toekomt (een geldstuk met zijn beeltenis) en aan God wat Hem toekomt (cfr. Mc. 12, 13-17 e.a.)  dan is het voor Augustinus duidelijk dat ons diepste hartsverlangen neigt naar eenheid met God. 
Ook Varden toont hoe de ervaring van eenzaamheid onze herinnering aan een onszelf overschrijdend leven wakker maakt. "Dat verlangen ontluikt in de zintuigen. Athanasius ziet ons lichaam als een speciaal instrument bij 'onze zoektocht om een mensgeworden God te kennen en lief te hebben'. Of, zoals Rilke dichtte : 'Ich aber weiss, dass ich aus Sehnsucht bin'. " (o.c. blz. 50)  Voor Varden is het zonneklaar : "Juist seculiere, 'zintuigelijke' kunst kan op een bijzondere manier tot uitdrukking brengen waar mensen naar verlangen."  Zo'n ervaring van artistieke schoonheid opent ons hart... "Als we ons eenmaal van schoonheid bewust zijn, beseffen we dat we deel uitmaken van een grotere werkelijkheid die zelfs tijd en ruimte kan overstijgen. Schoonheid wekt de mens uit de verdoving van zijn cynisme." (o.c. blz. 51)
Hoe wordt geklopt aan de deur van ons hart? Door de 'zintuigelijke' seculiere kunst die het diepste menselijke verlangen uitdrukt.

21 december 2024

Proef en geniet ... : toeleven naar Kerstmis - 5 -

 De in Wisconsin (VSA-1946) geboren dichter en sinoloog Lloyd Haft publiceerde in 2003 een dichtbundel  "De psalmen" waarbij hij elke psalm wel op een eigen en vrije manier bewerkte.
De psalm 34 levert een intieme en broze herwerking op waarbij het menselijke onvermogen en de altijd latente angst mogen meeklinken. 
Voor mij klinkt Haft hier als een hedendaagse 'anawim'.
Een gebed voor deze dagen naar Kerstmis toe.

NAAR PSALM 34

Ik wil u altijd loven,
altijd vieren,
altijd in mijn ziel uw feest.
Maar hoe uw eens verhoogde naam
hoog houden?
Hoe altijd?
Groot is mijn onvermogen u te zien:
groot als de vrees waarin mijn lichaam staat.
Legert u zich
bij wie u vrezen, in hun vrees?
Is vrezen vieren dat ik nog niet ken?
loven dat ik nog niet kan?

(uit: De Psalmen in de bewerking van Lloyd Haft, uitg. Querido, Amsterdam, 2003, blz.38)

Ook een ander gedicht vind ik passen in deze donkerste dagen die Kerstmis voorafgaan. Het zijn enkele strofen uit het tweede 'gezang' waarmee Christophe Vekeman zijn boek "Tot God" over het begin van zijn ontdekkingstocht in het christelijke-katholieke geloof opent.

II.

Nu zoeken wij zijn aangezicht nog
Nu tasten wij in het licht
Nu zien wij nog door een spiegel
Met ogen zo blind en zo dicht.

(...)

Nu is de tijd nog niet daar
Het is nog niet waar wat ze zeiden
We zijn zelfs lang nog niet klaar
Om ons straks, ooit voor te bereiden

(uit: Vekeman, Christophe, Tot God, Uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam, 2024, blz. 15)

We zijn (lang) nog niet klaar om ons voor te bereiden op de ontmoeting met Jezus, maar we mogen erop vertrouwen dat hij bij zijn komst ons zal verwelkomen zoals we zijn, blinde tastende zoekers.
(Zwangere Maagd Maria - icoon door Teopa)


17 december 2024

Proef en geniet ... : toeleven naar Kerstmis - 4 -

 Naar Kerstmis toeleven betekent dat we ons bezinnen over dat ongrijpbare gegeven van de menswording van God. Wie menswording zegt, brengt bij de luisteraar de vraag tot leven...wat is mens worden? 
Dan gaat Kerstmis niet meer alleen over iets wat gebeurde tweeduizend jaar geleden, maar dan gaat Kerstmis over onszelf en onze samenleving anno 2024. Kunnen mensen vandaag mens worden? Zijn wij wel voluit mens? En wat is 'mens-zijn'? 
De psalm 34 die we lezen in aanloop naar Kerstmis geeft een begin van antwoord op deze vragen. De psalm gaat over vernedering en angst, maar ook over vertrouwen en overgave, over inzet in waarheid en gerechtigheid en over de ultieme hoop dat menselijkheid het haalt op de dierlijk-evolutionaire inborst van de menselijke soort.
(Damien Hirst : psalm 34 Benedicam Domino)
Deze psalm zegt ons dat geloof en vertrouwen in God wezenlijk is, maar ook dat dit geloof zich moet omzetten in een 'goed' leven. De media spelen daarop in met bijvoorbeeld het mooie initiatief van de 'warmste week'. Deze inzet verzacht de commerciële dwang en kan ons geweten wat sussen, maar de Bijbelse kerstboodschap vraagt een durende 'bekering'. Toch zijn het zaden van hoop en aanzetten tot een voller leven.
Uit de vele Nederlandse vertalingen van 'mijn' adventspsalm 34 kies ik hier voor de vertaling van Huub Oosterhuis uit zijn "150 psalmen vrij" (uitg. Ten Have, 2012, blz.60-61)


34

Toen riep ik: gezegend Hij
die is en was en zal komen.
Zijn naam in mijn mond
in mijn ziel en gebeente -
en jullie die ook gebukt gaan
hoor deze woorden, leef op.

Ik heb Hem gezocht en gevonden.
Hij deed zelf open - ik straalde
stamelde heftig. Hij luisterde, lachte,
wij schaamden ons niet.
Alsof Hij legioenen stuurde uit de hemel
die om mij heen gingen staan,
zo veilig voelde het.

Luistert naar mij, mensen, gij allen:
als jullie goed willen leven
volle dagen, zo gelukkig als maar kan:
spreek dan behoedzaam,
lal niet een eind weg, en lieg niet,
voorkom hooglopende ruzie.
Want dan vertrekt zijn gezicht van woede,
zo'n wereld wil Hij niet meer.

Wie hem roepen stuurt Hij een antwoord,
waar Hij bevrijden kan, komt Hij bevrijden.
Gebroken harten, verbrijzelde ribben,
en al die rampen die over je komen,
zomaar... waakt Hij nog over ons?

Hij waakt over heel je gebeente.
Hij laat je ziel niet over aan het Niets.

Het kwaad doodt de dader zelf.
Het goede wordt een boom.

'en de vogels van de hemel
slaan hun tent op in zijn takken'.

Hij die is en was en zal komen stuurt een antwoord in de mens Jezus Christus. 
Hij komt bevrijden, waar mensen hun vertrouwen geven in Hem, 
want daar kan Hij bevrijden. 

13 december 2024

Proef en geniet ... : toeleven naar Kerstmis - 3 -

 In een vorig bericht kwamen we Jezus op het spoor als "anawim" (arme van JHWH) met zijn zaligsprekingen. De uitspraak over de arme (van geest) sluit helemaal aan bij een vers uit psalm 34. 
Maar nu even nog over deze psalm. Deze begint met een oproep om God te loven in alle omstandigheden, want deze bidder heeft in zijn leven ervaren hoe hij verhoord werd. De psalmist spoort aan tot vertrouwen en bekent dat hij Gods reddende nabijheid heeft mogen ervaren. Dan volgen een reeks lessen en raadgevingen om in de laatste verzen de hoop uit te spreken dat de Heer zijn mensen nooit in de steek zal laten.
(profeet Jesaja
Michelangelo
Sixtijnse kapel)
Wie gelooft en Gods nabijheid heeft ervaren getuigt hier en wordt een wegwijzer. De arme die hier aan het woord is vinden we terug bij de profeet Jesaja. Dit Bijbelse boek bevat drie delen en het derde deel (hoofdstukken 55-66) is duidelijk geschreven na de ballingschap en roept op om God te vertrouwen. In Jesaja 57 (vers 15) lezen we: "Zo heeft gezegd de hoge, de verhevene : in den hoge en in heiligheid woon ik en bij de verbrijzelde en vernederde van geest, om de geest van de vernederden te doen leven".  Of in het slothoofdstuk van Jesaja (66,2): "Zo heeft de Ene gezegd : de hemelen zijn mijn troon en de aarde is de voetbank voor mijn voeten (...) Dit is de tijding van de Ene en hierop schouw ik neer: op de gebukte, de verslagene van geest en wie beeft voor mijn woord."
Deze psalm leert ons ons leven te zien als onder Gods oog zodat we vertrouwen dat Hij ons nabij is ook bij tegenslag, pijn, ongeluk of armoede. 
In de kerstverhalen wordt dit ook bevestigd. God wordt mens in de kring van de "anawim", de eenvoudigen die vroom leven zonder zich al te veel in te laten met de gevestigde religieuze orde (schriftgeleerden en farizeeën). De eerste getuigen van Gods menswording zijn ook marginalen (herders) en niet-joodse magiërs(buitenstaanders!!). Kerstmis viert dus de mensgeworden  liefde van God voor elke mens en in het bijzonder voor wie zich klein weet, arm en angstig, vernederd, buitenstaander en niet wetend waarin of waaruit. 
Volgens sommige exegeten is het vers 8 van psalm 34 de eerste vermelding van een engel, en de engelen zijn ook in het kerstgebeuren prominent aanwezig. 
En mocht je de kerstlichtjes beu zijn, bedenk dan het vers 6 van deze psalm: "die op Hem zien stralen als licht". 
In deze donkere dagen kijken we uit naar dat licht...
Met deze psalm maken we onszelf klaar om Jezus' geboorte te herontdekken en te vieren als de geboorte van een arme onder de armen.

9 december 2024

Proef en geniet ... : toeleven naar Kerstmis - 2 -

 De psalm 34 waarover ik al heb geschreven in een vorig bericht, is een abc-gedicht of geleerder uitgedrukt een acrostichon. Elk vers of deel van het gedicht begint met een volgende letter van het alfabet. 
(Hebreeuws alfabet)

Dit betekent alvast dat de psalm geen spontaan gebed is, maar een zeker schools of minstens 'gemaakt'  karakter heeft. De schrijver geeft de lezer / bidder / gebruiker van de psalm met deze abc-vorm ook een geheugensteuntje zodat men de tekst gemakkelijker kan memoriseren of zoals het Frans zo mooi zegt : apprendre par coeur...(het leren met je hart). En ook wil de dichter die een acrostichon maakt meestal aangeven dat hij/zij in deze verzen een volheid wil uitdrukken. Alle letters betekenen zoveel als alle aspecten van een ervaring uitdrukken of bezingen. Benoît Standaert denkt dat in deze psalm de vraag centraal staat naar het goede leven en duurzame vreugde in het leven (zie hieronder bij lamed en mem).
Op de website 'Bijbel in 1000 seconden' lees ik een vrije, eigentijdse verwoording van deze psalm mét de Hebreeuwse letters voor elk vers zodat wij als gewone stervelingen toch enig inzicht kunnen krijgen van de opbouw van deze psalm.
Hieronder deze versie...

 Dichter bij de tijd (Bewerking: C. Leterme)
  alef Ik wil God altijd loven, steeds een lied voor Hem zingen. 
bet Ik juich voor God. Mensen die Hem trouw zijn, luisteren naar Hem vol blijdschap. 
gimel Zing samen met mij voor God. Laten we Hem samen loven. 
dalet Toen ik God riep, gaf Hij me antwoord. Hij bevrijdde me van mijn angsten. 
he Mensen die naar Hem opzien, stralen van geluk. 
zajin Toen ik, arme mens, tot God riep, antwoordde Hij. Hij heeft me gered. 
chet De engel van God beschermt hen die Hem respecteren. Zo brengt Hij redding. 
tet Proef en geniet: God is zoet. De mensen die bij Hem schuilen zijn gelukkig.
jod Heb eerbied voor God, Wie Hem respecteert, komt niets tekort. 
kaf Overmoedige leeuwen lijden gebrek en honger, maar wie God zoekt, ontbreekt niets. 
lamed Kom, vrienden, luister naar me. Ik zal jullie vol respect voor God onderwijzen. 
mem Wil er iemand lang leven en gelukkig zijn? 
nun Vertel dan geen kwaad van anderen, vertel geen leugens.
samech Doe geen kwaad, maar wees goed. Tracht in vrede te leven. 
ajin God ziet wie goed leeft, Hij luistert als iemand om hulp roept. 
pe Maar slechte mensen keert God zijn rug toe. Niemand zal nog aan hen denken.
tsade God luistert als mensen roepen om hulp. Hij redt hen uit hun nood. 
qof Als je hart gebroken is, is God nabij. Hij bevrijdt al wie zich vernederd voelt. 
resj Hoe groot de moeilijkheden ook zijn van goede mensen, God bevrijdt hen telkens opnieuw. 
sjin Hij waakt zelfs over hun beenderen. Niet één ervan wordt gebroken. 
taw Het kwaad zal boze mensen zelf doden, omdat ze goede mensen afwijzen. 
 God redt mensen die Hem dienen. Wie bij Hem schuilt, moet niet bang zijn. 
(De vreemde 'vette' woorden zijn een fonetische weergave van de letters uit het Hebreeuwse alfabet.)
Copyright: C. Leterme

De centrale vraag is dus de zoektocht naar een gelukkig leven, niet naar een maatschappelijk gelukt leven. Dat zijn twee heel verschillende belevingen. 
(Fra Angelico in San Marco klooster Firenze
Jezus predikt de bergrede)
Ida Gerhardt zegt het in vers 13 als volgt: Zou niet elk mens het leven begeren, duurzaam willen zien op zijn vreugden?
Huub Oosterhuis maakt van vers 12-13 deze vertaling: Luistert naar mij, mensen, gij allen: als jullie goed willen leven, volle dagen, zo gelukkig als maar kan.
De bidder in psalm 34 getuigt evenwel dat hij in zijn armoede, verdrukking, vernederingen  en angsten God heeft leren kennen. Hij weet dus dat geluk en vreugde niet altijd voor het rapen liggen en dat er altijd schaduwkanten zijn in het leven.
 Deze psalm klinkt door in de bekende uitspraak van Jezus in de bergrede : zalig de armen (van geest) ...(Matt. 5,3 en Luc. 6,20). In die zaligsprekingen klinkt Jezus heel uitdrukkelijk als een "anawim" (zie vorig bericht).




3 december 2024

Proef en geniet ... : toeleven naar Kerstmis - 1 -

 Een voor mij altijd héél bijzondere tijd is de advent, de vier weken van toeleven naar Kerstmis... Niet de cadeautjes of de bijzondere maaltijden zijn de reden tot kerstvreugde, maar de goddelijke goedheid die mens werd. 
Maar dit ongewone en ondenkbare gebeuren kunnen we slechts meemaken als we ons hart en onze geest openstellen. Tijdens de ballingschap van het joodse volk naar Babylon bleven er in Palestina een kleine rest achter van arme en economisch weinig interessante mensen. Die "anawim" (Hebreeuws voor "armen") bleven ook na de terugkeer van de ballingen een aparte groep binnen de Joodse samenleving, een soort spiritualiteitsgroep, die niet echt georganiseerd was maar wel verbonden door een eigen beleving van de Wet (Torah). Bijbelwetenschappers zijn het erover eens dat Jezus is opgegroeid binnen de kring van de "anawim". Het is dan ook belangwekkend om over die 'groep' meer te weten en zo ons beter voor te bereiden op de komst van Jezus.
Om hun 'spiritualiteit' te ontdekken kunnen we onze toevlucht nemen tot psalm 34, die altijd wordt aangeduid als een typisch gebed van de anawim.
Psalmen zijn gedichten en liedteksten, dus poëzie, en de vertaling van deze zijn dan altijd wat verschillend. 
Via verschillende vertalingen, associaties en invalshoeken wil ik deze psalm tot leidraad maken om ons in een gepaste Kersthouding te brengen.
Als eerste bericht, dus 'opener', een motet van de Britse componist Ralph Vaughan Williams (1872-1958) gebaseerd op vers 9 uit deze psalm 34 : 
"O taste and see how gracious the Lord is :
blest is the man that trusthed in him."
Williams componeerde dit als communiezang bij de kroning van Queen Elisabeth II (2 juni 1953) (ook bij haar uitvaart werd het gezongen).
De Nederlandse vertalingen van dit vers zijn nogal gevarieerd.
In de Naardense Bijbel lees je : "Hoe goed de Ene is : proeft het en ziet het! Zalig de kerel die toevlucht zoekt bij hem!".
Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde vertalen als volgt : "Ervaart het, ziet: mild is de Heer, gelukzalig de mens die bij Hem schuilt."
En in de zestiende eeuw dichtte Philips van Marnix van St. Aldegonde (1540-1598) : "Smaakt dan, ziet en aanschouwt / hoe mild en goedig de Heer is. / Welzalig is de man gewis / Die vast op Hem vertrouwt."


Deze psalm 34, doordesemd van de anawim-spiritualiteit, wil ik in enkele volgende berichten verder lezen en proeven als toegang tot het Kerstgebeuren.

15 september 2024

Muziek waait door een open raam - 1 -

 In de vorige eeuw hebben te veel mensen een vertekend beeld gekregen van het christelijke geloof. De catechismus als vraag en antwoord-stelsel moest gekend zijn vooraleer iemand zijn vormsel mocht ontvangen. Alsof het christelijke geloof een kwestie is van kennis (én dan nog de juiste kennis!) terwijl wie de evangelieverhalen nauwgezet leest vooral ontdekt dat het gaat om vertrouwen. Zoals iemand aan zijn beminde zegt: ik geloof in je en daarom wil ik mijn verdere leven met jou op weg zijn. Ik vertrouw erop dat we er voor elkaar zullen zijn in goede en in mindere dagen.
Niemand die huwt, weet wat de toekomst zal brengen, maar er is het vertrouwen dat de andere ons niet in de steek zal laten. Hoe zot is dat! En toch...het gebeurt en ondanks de vele mislukkingen zijn er ook nog velen die elkaar blijven trouwen ver voorbij de eerste verliefdheden. Ver-trouwen... In zee gaan... Samen de oneindige zee opvaren... 
Geloven is elke dag weer ingaan op zo'n uitnodiging. Rationeel is dat zottemanswerk, maar wie zich verliest in de liefde en in het vertrouwen, die ontdekt dat het ondoenlijke doenlijk wordt. Zoals getrouwde mensen dit ervaren, zo ervaren gelovige mensen dat ook.
In een vers van Klaas De Jongh Ozn. klinkt die uitnodiging door vanuit een invention van J.S. Bach én via een open raam. Zo komt het psalmvers die dit blog zijn naam meegaf samen met een hedendaags vers én met maestro Bach. Hoe mooi is dat niet...




BACH MET UITZICHT OP ZEE

Ik doe de ramen open :
met Bach in mijn oren
komt de zee binnen
rimpelloos en grijs.

De boten liggen op hun zij
en ver is de vloed.

Terwijl wij allen wachten
bereiden de Inventionen ons voor
op de dingen die gaan komen
-kleine stappen op het toetsenbord
mijmerend in zichzelf-

Ook Bach hield de adem in.

(uit : Was alles maar Bach. Zesenveertig gedichten over Johann Sebastiaan bijeengebracht door René Smeets, Uitg. P, Leuven, 2021, blz. 61)

In het geloof is het zoals in dit vers: wachten, ons voorbereiden, open staan voor de dingen die gaan komen, de adem inhouden...
Tot Hij aanwezig komt voor onze zintuigen (Hij is er natuurlijk altijd al, maar onze zintuigen zijn er niet altijd...) 

9 juni 2024

Over licht dat uitnodigt - Bernard Dewulf - 2 -

 De lichtmetafoor wordt veelzijdig ingezet door mensen. Christen gelovigen vertrekken vanuit het evangeliewoord 'Ik ben het licht der wereld' (Joh. 8,12) en vrijzinnigen en vrijmetselaars beroemen zich op de 'verlichte ideeën' die wortelen in de eeuw der Verlichting (18e eeuw). Wij, mensen, kunnen niet zonder licht. Licht reflecteert en schenkt kleur, licht is nodig voor menselijk leven. 
Het licht van de rede en het licht van het geloof... voor sommigen onverenigbaar maar voor vele wetenschappers best te verzoenen met elkaar. De grote professor en priester George Lemaître (1894-1966) kon geboeid zoeken om de geheimen van de kosmos en de sterren te ontrafelen zonder dat zijn geloof hem in de weg stond. Of meer recent de hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica Heino Falcke (1966) die mee aan de basis lag van de eerste foto van een zwart gat (2019) en naast zijn werk geëngageerd is als predikant in een evangelische kerk in zijn woonplaats Frechen (D). 
De verwondering die aan de wieg staat van wetenschappelijk onderzoek naar licht klinkt ook door in onderstaand museumgedicht van Bernard Dewulf. Het 'onzichtbare' licht toont zich via een spectrum van kleuren en deze veelkleurigheid is volgens Petrus een geschenk van God (1 Petrus 4,10). 

(Koksijde OLVr. ter Duinen
eigen foto dec. 2023)
KLEUR

Wij schuilen in het licht.
Maar overal zijn we schitterend zichtbaar.
We begrijpen dat zelf niet,
wij zijn de kleuren maar.
Zonder ons was de wereld onzichtbaar.

(uit: Dewulf, Bernard, Licht dat naar ons tast. Verzamelde gedichten., uitg. Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, blz. 215)

Die vierde regel 'we zijn de kleuren maar' doet mij denken aan dat vers uit het Lucasevangelie waar de dienaar geen dankbaarheid van zijn heer moet verwachten omdat hij gewoon zijn werk heeft gedaan als 'doodgewone dienaar' (Lc. 17, 10) of aan psalm 127 waar men kan lezen: als de heer het huis niet bouwt, bouwen vergeefs de knechten.  Over de veelkleurigheid schreef ik ook in het tijdschrift 'De Kovel' (nr. 55, november 2018).
Kleur geven aan de samenleving, al begrijpen we het zelf niet... dat is wat gelovige christenen doen als ze Christus een plaats geven in hun leven.


5 november 2023

Mensen als bomen

 Mensen en bomen hebben veel met elkaar, zeker in een Bijbelse omgeving. Ontelbaar vele keren wordt de mens vergeleken met een boom of staat een boom symbool voor de mens. In het eerste verbond denk ik spontaan aan psalm 1 vers  3 :  die mens is als een boom gepland aan stromend water.  
In het tweede verbond vergelijkt ook Jezus de mens met een boom, die bijvoorbeeld mag omgehakt worden als hij geen goede vrucht voortbrengt Matt. 7, 15-20). 
Aan deze en vele andere Bijbelpassages dacht ik bij het lezen van een vers van dichter Hans Depelchin (1991).

STRIKLIJN VAN ZILVER

in hun zoektocht naar water
krioelen boomwortels ondergronds
kietelen elkaars uitgestrekte tenen warm

ze haken zich vast aan de ander
opeens steviger dan alleen, nu
samen als ze ooit
omvervallen

hoog in hun handpalm, tussen vertakte vingers
vloeit een droom door de omhelzing van twee
mensen: de navel is een zaadje
de aardkern een zaadje
sterrennevels zwellen
in het stille zwerk

boven is het bloeien
met liefde ingegraven

hier drinkt de toekomst
zich wakker
(uit: Het Liegend Konijn, 2023/1, blz. 63)