Als 'uitsmijter' van deze reeks berichten over de expo Faith No More in ABBY (Kortrijk, tot en met 1 maart) een uittreksel uit een tekst van Luca Fallica die abt is van de abdij van Montecassino (regio Lazzio in Italië). Deze abdij is door de heilige Benedictus zelf gesticht in 529, dus straks 1500 jaar geleden. De abt van Montecassino wil in aanloop naar dat jubeljaar nadenken over wat de kern is van het monastieke ideaal van Benedictus. Hij vraagt zich daarbij ook af wat een benedictijns klooster wilt zijn. Het is een gemeenschap op een bepaalde plaats. Daar verzamelen mensen die God zoeken en daar moet/kan/zal het gebeuren.
Abt Fallica komt zo bij de droom van Jacob met de ladder en engelen. Bij het ochtendgloren komt de aartsvader wakker en zegt : "Waarlijk, de Heer is op deze plek! En ik wist het niet..."(Gen. 28,16). Dit is de plek is in de Latijnse Bijbelvertaling, de zogenaamde Vulgaat : locus iste...
"Locus iste is inderdaad een passende devies (voor het jubileumjaar) . Volgens de Vulgaat is dit de uitroep van Jakob na zijn visioen in Bethel : "Waarlijk, de Heer is op deze plek! En ik wist het niet.(...) Wat een ontzagwekkende plaats is dit! Dit is werkelijk het huis van God, de poort van de hemel." (Gen. 28,16-17)
Wat Jakob in zijn droom op deze plaats aanschouwde, was een ladder die op de aarde rustte, terwijl de top ervan tot in de hemel reikte. De heilige Benedictus neemt dit beeld in zijn Regel over, om er, geheel in de lijn van de traditie, het zinnebeeld en de metafoor van de weg van de nederigheid van te maken. Op deze ladder klim je door te dalen, en daal je door te klimmen, terwijl het besef groeit: 'God is op deze plaats en ik wist het niet.'.
Tot dan toe was Jakob eigenlijk de enige protagonist in zijn eigen (zelf uitgedachte) levensproject. God was vrijwel afwezig gebleven in zijn verhaal. Slechts één keer komt Gods naam voor in de cyclus van Jakob, met name op het moment dat Jakob bij zijn oude, blinde vader Isaak met een list -hij doet zich voor als zijn tweelingbroer Esau- de zegen ontfutselt. Isaak is verbaasd dat Esau zo snel terugkomt met het gevraagde wild. Maar Jakob reageert zonder blikken noch blozen: 'De Heer, uw God, heeft mijn jacht begunstigd.'(Gen. 27,20) Dit is de enige passage waarin Jakob de naam van God uitspreekt, maar tevergeefs, want hij gebruikt die om Isaak te misleiden en zijn leugen kracht bij te zetten.
Pas later komt God in de geschiedenis van Jakob binnen met de waarheid van zijn Naam. Na het visioen in Bethel en nadat hij het woord van God heeft gehoord, roept Jakob uit: 'Waarlijk, de Heer is op deze plaats! En ik wist het niet.'(Gen.28,16)
Jakob ontdekt iets nieuws, iets wat hij nog niet besefte: de aanwezigheid van God in zijn leven. Een verticale lijn dwarst plotseling het horizontale vlak van zijn leven, zoals ook het beeld van de ladder die hij aanschouwt, dit doet. Elk klooster zou dat ook moeten zijn: een plaats waar God wordt gezocht, ontmoet en verheerlijkt, maar ook een teken van deze goddelijke 'verticaliteit' die het 'platte niveau' van de menselijke gebeurtenissen doorkruist." (uit De Kovel, nr. 90, blz. 82-83)
Vanuit twee ideeën uit deze overweging kijk ik nog even terug op de expo in ABBY.
Er is de ontdekking van Jakob dat God er is, zonder dat hij zich er van bewust was. Na de droom komt hij tot dit besef. Het is heel vaak in de Bijbel dat mensen tot het besef komen van Gods Aanwezigheid nà de feiten. Ik denk aan Elia die het voorbijgaan van God beseft na een stille bries (1 Kon. 19) of aan de leerlingen van Emmaüs die Jezus herkennen als hij verdwijnt bij het breken van het brood (Luc. 24). Nog meerdere andere verhalen zouden we hier kunnen in herinnering brengen. Het vraagt openheid en kwetsbaarheid om de tekenen te zien van Gods Aanwezigheid, en kunst zoals die te zien is in ABBY kan ook zo vindplaats zijn voor wie onbevangen rondkijkt. Locus iste... En God laat zich als het ware slechts zien vanop de rug!!! Al te strakke uitspraken over God zijn dan ook uit den boze.
![]() |
| (Don Giovanni Vl.Opera -©Annemie Augustijns) |
En ten tweede is de idee van de verticaliteit die plots de horizontaliteit van ons leven doorbreekt. Onze samenleving is gefocust op het platte niveau van de materialiteit. Alleen het meetbare en zichtbare, het in geld omrekenbare wordt serieus genomen. Tot dit ééndimensionale mensbeeld botst met grenzen zoals ziekte, dood, depressiviteit, wanhoop, geweld en de mens van zijn materialistische voetstuk valt. Hier denk ik spontaan aan de recent operavoorstelling van Don Giovanni (Mozart) in de Vlaamse Opera in Gent, waar in de slotscène Don Giovanni probeert via een ladder naar de Commendatore te kruipen, maar neerstort in een poel van vuur.
De verticaliteit in ons leven ontkennen kan zware gevolgen hebben.
De Godzoekers die monniken zijn zeggen ons dan : de plek waar we leven is de hemel, het arcadia, maar we moeten dan wel onze oogkleppen afleggen, uit ons harnas stappen, voorbij onze eigen schaduw durven springen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten