In een vorige post (21 mei) kon je kennismaken
met de Italiaanse dichteres Alda Merini (1931-2009)
en haar bewogen gedichten
uit haar Cantico del Vangeli (2006).
Daarin laat ze evangeliefiguren aan het woord
en mediteert zo bij bepaalde passages.
de Verrezen Jezus aan het woord.
Zelf denk ik daarbij ook
aan de klassieke orthodoxe paasicoon,
waarin Jezus uit het dodenrijk
gestorvenen omhoogtrekt en
de bergen daartoe als het ware opensplijt,
de zogenaamde Anastasis-icoon.
Dit gedicht van Merini laat zich lezen
als een soort mystiek visioen.
JEZUS
Traag is de dood
als een meer vol dromen.
Maar God ziet verder dan de stenen,
hij ziet verder dan de graven.
Jarenlang schepsel van God
bleef ik opgesloten in de leem van het lichaam,
jarenlang ben ik steen geweest,
maar met zovele stemmen in mijn hart.
Ken ik soms de stenen van het universum niet?
Ik strek de hand uit en til heel de Calvarie op
in een kramp van licht.
Wie heeft mij vervolgd?
Waar zijn mijn vervolgers?
Waar is de moederlijke schoot?
En waar is het fiat van mijn moeder?
Een steen.
De Zoon van God heeft met de verrijzenis
het pad van de engelen geschapen.
Vaarwel,
vaarwel luie aarde,
de wortels van God steken in mijn gelaat:
ze zullen het uithollen
en het wordt lichtend.
Ik zal vluchten uit dit graf
zoals een engel dodelijk vertrappeld door de droom,
maar ik zal de grens vinden van mijn woord.
Vaarwel kruisiging,
met mij is er nooit iets gebeurd:
ik ben alleen maar een verrezen mens.
(uit: Merini, Alda, Canticum evangelicum. Vertaald door Patrick Lateur, uitg. P, Leuven, 2011, blz. 73)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten