Hét feest der feesten voor alle christenen
mag gevierd worden in muziek, beeld en woord.
Hier een vers van Hubert van Herreweghen (1920-2016) uit zijn bundel Karakol (Lannoo, 1995, blz. 11).
Je kan in dit gedicht twee delen onderscheiden met de vierde strofe als scharnier, waardoor het merelverhaal tot metafoor wordt en zo iets vertelt over elk mensenleven.
MEREL OP BEVROREN PASEN
De kop in de krop gestopen,
lange tijd zat hij doodstil
in de linde, al in de knop,
nog zonder blad.
(Een grap, een opgezette vogel?
Een vogel als vogelschrik
door tuinders in de strop gehangen?)
Zwart zonder gezng en
hoe een merelman kan zitten
als 't hem niet zint,
wintermoe en nog geen klaarte in zicht.
-Kind,
wij weten van die dagen,
de loden ziel, de dode zinnen,
als 't vormloos beest komt aangekropen,
dat zwelt naarbinnen
door de reten-
En toen bewoog hij,
zachtmoedig en vervaarlijk
viel hij met twee vleugelen open
met een slag van de wind
opwaarts gedragen
over de daken.
Dan vloog hij,
zoals wij hopen
namaals te ontwaken,
waarlijk.
Pasen, het feest waarbij wij hopen te ontwaken, waarlijk te ontwaken.
Pasen, het feest waarbij wij hopen te ontdooien en te vliegen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten