In vorige berichten hebben we geluisterd en gekeken hoe moderne en hedendaagse kunstenaars de Godverlatenheid van Jezus benaderen. Hier wil ik nog even een theologische stem laten klinken, nl. de Zwitserse priester Maurice Zundel (1897-1975). Deze eenvoudige priester, zonder enige bijzondere kerkelijke functie, werd door paus Paulus VI gevraagd in 1972 om de vastenbezinning te preken in het Vaticaan. Hij kon daar uitvoerig zijn visie op mens en geloof in de moderne samenleving uiteenzetten. De paus was danig onder de indruk dat hij Zundel uitdrukkelijk vroeg om deze preken te publiceren. Die uitgave (Die God, deze mens - bij Gooi&Sticht, 1978) vormde de basis voor een artikel dat ik pleegde voor het monastieke tijdschrift 'De Kovel' (nr. 90) rond het thema 'incarnatie'. Daaruit neem ik een passage over die nauw aansluit bij deze blogberichten over het lijden van Jezus.
Zundel ziet in Jezus voor alles een persoon van de Drievuldigheid.
Deze focus op de Drie-eenheid brengt Zundel evenwel in een moeilijk parket als hij in de passieverhalen geconfronteerd wordt met een angstige en lijdende Jezus. Hoe een alwetende, 'puur geestelijke' God te rijmen valt met een man van smarten is niet zo gemakkelijk met ons menselijke verstand te vatten. Maar de theoloog redeneert moedig verder :
"Wij moeten toegeven dat Jezus zich op bepaalde momenten niet van zijn goddelijkheid bewust is geweest. (...) De dood wordt - zoals Heidegger dit met ongekende kracht heeft onderstreept - een ongeluk dat anderen overkomt. Maar als de dag komt waarop zij zich voor mij verandert in een gebeurtenis, dan zal de dood een ander gezicht krijgen. Als ik er mij tenminste van bewust ben en als ik met alle vezels van mijn ziel aan het leven gehecht ben. (...)
Zou men in de mensheid van Christus, tijdens zijn lijden - nogmaals, precies op het niveau van de experimentele kennis -, een vergelijkbare situatie kunnen veronderstellen en zich inbeelden - het woord van Paulus letterlijk nemend: "hij heeft zich voor ons tot zonde gemaakt"(2 Kor. 5,21)- dat het hier om een soort scrupule tot in het oneindige gaat? (...) Het geïncarneerde Woord ziet zich verworpen door mensen, bedrogen door die weigering waarmee zij zijn liefde beantwoordden. En dat gedurende de hele geschiedenis. Het bereikt zijn hoogtepunt in de kruisiging. Volledig solidair met de mensen. (...) In de coëxistentie in Jezus van een absolute heiligheid met een algehele menselijke verlatenheid schijnt zijn gruwelijke dood in tegenspraak met zijn wezen zelf als Woord in de Drie-eenheid." (uit Die God, deze mens, blz. 134-135)
Voor Zundel is zijn dood een plaatsvervangende dood. "Zij dooft dus in Jezus niet de eis van onsterfelijkheid dat hij van nature is en die in zijn verrijzenis opnieuw zal bevestigd worden." Dat bracht Zundel er soms toe om een vreemde paradox te hanteren : de dood van Jezus is het grootste wonder en de verrijzenis is op een of andere manier heel natuurlijk.
De eenzaamheid van Jezus en zijn lijden door mensen aangedaan herdenken wij in deze Goede Week. De donkerste zinledigheid werd Hem niet gespaard en daarin is Hij volledig solidair geworden met ons, mensen.
_-Wikiwand.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten