In 1910 schreef priester August Cuppens de tekst voor het lied 'Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen', dat van muziek werd voorzien door Lodewijk De Vocht. Het begin van de tweede strofe is zeer duidelijk en blijft actueel voor wie door Vlaanderen rijdt of fietst of wandelt:
Waar men gaat langs Vlaamse wegen, oude hoeve, huis of tronk,
komt men u, Maria, tegen, staat uw beeltenis te pronk.
In de buurt van Meulebeke en Pittem (midden West-Vlaanderen) fietste ik de voorbije zomer zo voorbij twee bijzondere (en grote) Mariakapellen.
In de buurt van de sportschool van Meulebeke staat een kapel toegewijd aan Onze Lieve Vrouw van Bijstand, gebouwd in 1756 en verschillende keren verbouwd. Tijdens een doordeweekse voormiddag brandden tientallen kaarsjes en zat een man lange tijd in stilte voorovergebogen te bidden. Ik dacht bij het zien van deze man aan de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar (Lucas 18, 9-14), waarbij Jezus het eenvoudige gebed verkiest boven de pronkzucht. De pronkzucht van de kapel stond in schril contrast met de eenvoud van deze biddende man.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten